leiderschap

Ons grootste verlangen.

Het is nu twee weken geleden. Talloze malen heb ik Eberhard van der Laan de afgelopen weken horen kenschetsten als ‘een lieve man’. Ik voel me daar ongemakkelijk bij. Deze karakterisering doet hem namelijk geen recht. Van der Laan was helemaal geen lieve man. Een betrokken en gedreven man, iemand met veerkracht en doorzettingsvermogen, die af en toe ongenadig kon confronteren en uitvallen, dat allemaal wel. Ook iemand die goed kon luisteren en bemiddelen bij conflicten. En iemand met liefde voor mensen en de stad. Maar dat maakt hem nog niet tot een lieve man.

Hij is de afgelopen weken ook op een voetstuk geplaatst, en ook daarover voel ik me ongemakkelijk. Mensen horen niet op voetstukken – dat is noch voor henzelf noch voor hun omgeving goed. Het maakt mensen onaantastbaar, onmenselijk haast. Gelukkig heeft Van der Laan daar geen last meer van.

Waarom doen mensen dat? Ik denk dat het een uiting is van hun verlangen naar een betere, meer waardige wereld. En van hun gevoelde onmacht daar zelf substantieel aan bij te dragen. Daarom hun behoefte aan idolen, aan leiders die dat voor hun kunnen regelen.

Maar zo werkt het natuurlijk niet. Een betere, waardige wereld kunnen we alleen bereiken als we daar allemaal aan bijdragen. Als we allemaal ons eigen puzzelstukje vinden en dat invoegen in de planetaire puzzel. Mensen voelen zich onmachtig, maar zijn dat natuurlijk niet. Natuurlijk kunnen we niet individueel een betere wereld bewerkstelligen, maar we kunnen wel een beter mens worden, zoals de vrijmetselaars zeggen. Daarvoor is nodig dat we in ons zelf zoeken naar wat onze gewondheid en onze belemmeringen, onze inzichten, talenten en onze idealen zijn. Dat kost tijd, en is soms een moeizaam proces. Maar het zal leiden tot ons eigen niveau van competentie.

We kunnen niet allemaal een Mandela, een Ghandi, een Martin Luther King of een Van der Laan zijn. Maar we kunnen wel onszelf zijn. We kunnen deze grote leiders niet beter eren dan door daar voor te gaan. Laten we onze terughoudendheid en angsten overwinnen. Om met Marianne Williamson te spreken: Onze diepste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.
Onze diepste angst is dat we immens krachtig zijn. En tegelijkertijd ons  grootste verlangen, zou ik daaraan willen toevoegen.

 

Datum Door erik.van.praag 3 Reacties

Bien étonné de retrouver moi-même

In mijn vorige blogs heb ik de hoop uitgesproken dat er een massabeweging ontstaat voor een rechtvaardige en zorgzame wereld, een waardige wereld, als tegenwicht tegen het massale reactionaire populisme dat voornamelijk TEGEN is.

Albert Camus (De mens in opstand) heeft al in 1951 gezegd dat zo’n massabeweging alleen langere tijd kan bestaan en effectief kan zijn als de deelnemers eraan zich met elkaar diepgaand verbonden voelen. En dat kan alleen maar als ze een gemeenschappelijke doelstelling, visie of ideaal delen.*)  Deze gedachte is sindsdien omarmd door de organisatiekunde; zie bijvoorbeeld Peter Senge (The Fifth Discipline).

Dit doet de vraag rijzen hoe die verbondenheid en een gemeenschappelijke doelstelling zouden kunnen ontstaan. Dat kan alleen maar als de zaadjes daarvoor al in de collectiviteit aanwezig zijn. Het is mijn stellige overtuiging dat zulks met betrekking tot de doelstelling die ik hierboven heb genoemd zo is. Het zaad voor die visie en dat ideaal is in de samenleving volop aanwezig, en wacht er slechts op tot de omstandigheden gunstig zijn om te ontkiemen.

Die condities zullen in de komende tijd steeds gunstiger worden. Dat komt door de ellende die we als collectiviteit aanrichten in de wereld van nu. Dit proces wordt nog versterkt door de opkomst van populistische en reactionaire leiders. Als de resultaten van deze ramp die zich aan ons volstrekt steeds zichtbaarder worden is de tijd rijp voor de nieuwe volksbeweging.

Wat dan nog nodig is een kristallisatiepunt waaromheen die volksbeweging zich ontwikkelt in de vorm van nieuw leiderschap. Niet een leiderschap dat ons vertelt wat we moeten doen en waar we naar toe moeten, maar een leiderschap – een team, bestaande uit minimaal een vrouw en een man –  dat de collectieve bewustwording van het ideaal katalyseert. Bovendien een leiderschap dat de balans tussen reactie en creatie, tussen een vreedzame opstand en gewelddadige revolutie weet te bewaren (Zie ook: Ortega y Gasset in De Opstand der Horden). Toen ik op zoek ging naar wat er over zo’n leiderschap al is bestudeerd en beschreven stuitte ik, behalve op de boeken van Senge, Jaworski (Synchronicity) en Otto Scharmer (Theory U) op een boek van een zekere Erik van Praag (Spiritueel Leiderschap), waarin dit hele proces al minutieus is beschreven. Bien étonné de retrouver moi-même. Ik was dat helemaal vergeten! Maar het is dan ook al twintig jaar geleden geschreven. . .

Het voert nu te ver om hier in detail op in te gaan. Ik wil eindigen met de bemoedigende gedachte dat zowel het zaad als de kennis hoe het te doen ontkiemen al aanwezig is. Dus dat gaat op een gegeven moment gebeuren.

*) Deze gegevens haal ik uit het artikel in NRC/Handelsblad (O&D) Eva Rovers.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Een fantasie van een man op leeftijd.

In mijn blogs van 17 november en 1 december pleitte ik ervoor onze stem te verheffen tegen de de opkomst van reactionaire bewegingen en hun ‘leiders’. Door te zwijgen worden we medeplichtig, zoals velen in de dertiger jaren medeplichtig waren aan de opkomst van nazisme en fascisme. Vorige week kwam ik daar op terug met de vraag: wat te doen?

Wat mijzelf betreft voel ik me daarbij gehandicapt door mijn leeftijd. Dit is de tijd van jongere generaties. Zij zullen de wereld vorm moeten geven waarin zij zelf en hun nageslacht zullen leven. Mijn rol is meer die van het doorgeven van de essentiële waarden van onze cultuur, en mijn medeburgers aansporen hun hersens te gebruiken en hun hart te laten spreken. Maar ik heb wel een fantasie: wat als ik in deze tijd pas 45 jaar zou zijn?

Ik noem met name de leeftijd van 45 jaar omdat dat de leeftijd was waarop ik zelf tot een zekere balans en rijpheid was gekomen. Daarvoor was ik eigenlijk nog niet volwassen (al was ik allang echtgenoot, vader en nam ik deel aan het arbeidsproces – zo goed en zo kwaad als dat ging). Wat zou ik doen als ik, in deze tijd, 45 jaar zou zijn?

Dan zou ik, denk ik, allereerst een manifest schrijven. In dat manifest zou ik allereerst schetsen wat voor mij een waardige wereld zou zijn, en daarna een aantal concrete dingen opsommen die mijns inziens zouden moeten gebeuren. Waarden als eerbied (respect), zorg(zaamheid), vrijheid en openheid zouden daarbij centraal staan. En wat betreft de dingen die zouden moeten gebeuren zou ik denken aan concrete maatregelen op het gebied van de economie (radicaal anders belastingstelsel, terugdringen van het marktdenken), klimaat, samenleven (immigratie en integratie). Enfin, ieder kan zich die maatregelen wel voorstellen denk ik. Het manifest zou eindigen met een oproep om tot een massale beweging te komen die een antwoord zou zijn op het neoliberalisme en op de reactionaire bewegingen die er in de samenleving al zijn. Zoiets als Occupy dus, maar dan duurzamer.

Ik zou proberen om dat manifest te schrijven in een taal die verstaan zou worden door een veel grotere groep dan mijn reguliere achterban en clientèle, die je namelijk voornamelijk moet zoeken bij hoger opgeleiden. Daarvoor zou ik zo nodig de hulp inroepen van tekstschrijvers of journalisten van populaire media.

Dan zou ik met dat manifest de boer opgaan bij al mijn relaties, zakelijk en privé. Ik zou het op Facebook zetten en zou er naar verwijzen op Twitter en LinkedIn. Ik zou er wellicht ook op andere manier over publiceren. En dan zou ik hopen dat de bal zou worden opgepikt door mensen die geschikt zijn om zo’n massabeweging te beginnen en te leiden. Niet één man of vrouw, maar een team, minsten twee, een man en een vrouw, die het kristallisatiepunt van die beweging kunnen vormen. De beweging zou zich kunnen ontwikkelen tot een echte volksbeweging. En dan zou die beweging het publiek, en daarna het bedrijfsleven en de politiek kunnen gaan beïnvloeden.

Tot zover mijn fantasie. Maar ik ben geen 45, en voel me tot een dergelijke actie niet meer geroepen. Ik beperk me dus voorshands tot het schrijven van mijn blogs, en het vieren van het leven. Toen ik daarover de vorige week iets had geschreven, stuitten we bij ons avondgebed op een lied, dat voor mij de viering van dat leven wonderwel tot uitdrukking bracht. Er naar luisteren was een feest. Wie het stuk zelf wil horen verwijs ik naar You Tube, een iets mindere uitvoering, maar mooi genoeg.

https://www.youtube.com/watch?v=BjAADS6Nu-Q

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een onoplosbaar probleem?

In mijn vorige blog stelde ik, in aansluiting op Rutger Bregman, dat een van de belangrijkste redenen waarom autocratisch en reactionair rechts zo’n succes heeft is, dat (gematigd) links geen antwoord heeft. Nu is het ook razend moeilijk om zo’n antwoord te bedenken. Economische groei is immers niet meer mogelijk zonder ons leefmilieu verder te verwoesten. Duurzame groei is een ‘contradictio in terminis’. Duurzame investeringen zijn absoluut nodig, maar die moeten dan ten koste gaan van de traditionele investeringen, voor zover die direct of indirect gebruik maken van fossiele energie. Theoretisch is dat wel mogelijk, maar daar zijn we voorlopig nog lang niet. Bovendien, als de groei stopt gaat dat in eerste instantie ten koste van de werkgelegenheid, en welke politicus wil dat voor zijn of haar rekening nemen?

161129-verkiezingenJe kunt dit dilemma goed zien aan de verkiezingsprogramma’s van de zeven politieke partijen met de hoogste scores in de peilingen. De Volkskrant heeft daar op 29 november een analyse over gepubliceerd: http://www.fluxenergie.nl/geen-enkel-verkiezingsprogramma-halen-we-doel-klimaatakkoord/. Slechts drie partijen adresseren het klimaatprobleem serieus: Partij van de Arbeid, Groen Links en D66. De SP scoort op dit punt matig, de VVD en het CDA ronduit slecht en de PVV zeer slecht. Maar ook de programma’s van de drie partijen die goed scoren zijn onvoldoende om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen, laat staan de meer ambitieuze doelstelling om de opwarming tot 1,5 % te beperken.

Het is nooit mogelijk een probleem wezenlijk op te lossen zonder het eerst scherp te omschrijven. Bovendien is een oplossing nooit mogelijk met dezelfde methoden en dezelfde denktrant waarmee het probleem is gecreëerd. Samenvattend: duurzame groei is niet meer mogelijk; mede daardoor (en ook door de voortschrijdende automatisering) ontstaat structurele werkloosheid; het klimaatvraagstuk moet echt worden aangepakt (en dan laat ik de migratieproblemen en de veiligheidsproblemen gemakshalve nog maar even buiten beschouwing). Een politicus die dit naar voren brengt wordt beschuldigd van doemdenken en  pleegt politieke zelfmoord.

Er zijn wel maatregelen denkbaar die de problemen op de langere termijn weliswaar  niet helemaal kunnen oplossen, maar misschien wel hanteerbaar kunnen maken. Ik kan de volgende maatregelen bedenken: een radicaal andere belastingheffing: een milieubelasting die de inkomensbelasting grotendeels vervangt (de vervuiler betaalt echt, en CO2 is een afvalproduct en moet veel hoger beprijsd worden), verdere arbeidsverdeling (op den duur een 30- of 20-urige werkweek waar mogelijk), misschien een basisloon – je weet het niet. En er zijn vast wel veel meer maatregelen te bedenken, maar daarvoor zul je dus eerst het probleem moeten onderkennen en benoemen.

Maar bovenal zullen we soberder moeten gaan leven. Ik zou dus pleiten voor economische krimp, en dat heeft ongetwijfeld onaangename consequenties voor ons consumptieniveau. Daar kan natuurlijk geen politicus mee aankomen. Hoewel. . .  er is een precedent. Toen Engeland bedreigd werd door Duitsland in 1939 stond er een leider op wiens toespraken  een inspiratie waren voor het Britse volk. Zijn beroemde uitspraak “I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” (“Ik heb niets anders te bieden dan bloed, hard werk, tranen en zweet”) (13 mei 1940) was in zijn eerste toespraak als premier.

Natuurlijk was de situatie toen anders. De bedreiging was onmiddellijk en direct. Maar het gevaar waarin we nu verkeren is op lange termijn misschien nog wel groter. Misschien kan een goed leiderschapsteam (vrouw en man) vandaag of morgen een bezielende toespraak houden waarin èn het probleem èn een wenkend perspectief kan worden geschetst. Maar dat zijn dan misschien geen politici, maar de leiders van een brede massabeweging die een alternatief wil bieden voor het populisme.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Het failliet van het midden.

“2016 is het 1933 van mijn generatie. Tijd om op te staan. – Hoe willen we herinnerd worden? Als generatie die zichzelf in slaap suste terwijl de planeet werd gefrituurd en het fascisme de kop opstak? Of als generatie die in verzet kwam en nieuwe dromen formuleerde? Geen tijd te verliezen,”  betoogt Rutger Bregman (https://nl.wikipedia.org/wiki/Rutger_Bregman) in een bevlogen stuk De Correspondent van 18 november. Een must read (https://decorrespondent.nl/5694/2016-is-het-1933-van-mijn-generatie-tijd-om-op-te-staan/1698534116136-6e61d5e6).

In mijn blog van 17 november pleitte ik voor een massabeweging als antwoord op enerzijds het neoliberalisme van Clinton (te onzent van Rutte, Pechtold, Asscher en Samson) en anderzijds  het reactionaire machtsdenken van extreem rechts. Dit stuk van Rutger Bregman is daarvoor een goede eerste aanzet, maar het is nog niet meer dan dat: een aanzet. Volgens hem is een van de redenen waarom links, of breder en beter geformuleerd, de gematigde en progressieve krachten geen krachtig verweer hebben tegen het reactionaire populisme, dat die krachten geen verhaal hebben. Dat ben ik met hem eens. De reactie (Trump, Wilders, LePen en anderen) heeft dat verhaal wel. Bregman probeert in zijn stuk die leegte van links op te vullen door aan te geven hoe zo’n verhaal er uit zou kunnen zien, en welke actiepunten daaruit zouden voortvloeien (Terzijde: zoals ik destijds ook al geprobeerd heb in mijn boek Voor niets gaat de zon op – blauwdruk voor een waardige samenleving. Ook toen al miste ik het verhaal van het midden)

Zoals ik al zei: dit is een goed begin. Maar het verhaal moet nog veel aansprekender geformuleerd worden voor die groepen waaruit populistische leiders hun aanhang rekruteren. De eisen die daaruit voortvloeien moeten ook nog veel concreter en scherper verwoord worden. Dat zijn de eerste voorwaarden voor de brede volksbeweging waar zowel hij als ik voor pleiten. En dan moet er gezocht worden naar hartstochtelijk leiderschap (een man en een vrouw!).

Bregman stelt, mijns inziens terecht, dat dit alles van de grootste urgentie is. Diegenen die zeggen dat het met de opmars van het populisme en de verkiezing van Trump (wie volgt?) allemaal wel mee zal vallen hebben volgens hem (en mij) volslagen ongelijk. Citaat: “Als de geschiedenis iets leert, dan is het dat autocraten menen wat ze zeggen.”

wake-up-callBregman eindigt zijn stuk als volgt: “Als ik jullie, en mijn leeftijdsgenoten *) in het bijzonder, iets op het hart mag drukken, dan is het dit: word wakker. Het is tijd om het comfortabele midden, waar je een beetje neer mag kijken op Henk en Ingrid en alleen wat filmpjes van Unicef hoeft te liken, vaarwel te zeggen. Het is tijd om ons weer echt te engageren, om veel en veel politieker te worden.” I couldn’t agree more.

 

*) Rutger Bregman is 28 jaar en heeft o.m. de volgende boeken geschreven: Met de kennis van toen, Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers, Gratis geld voor iedereen.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een quantum sprong in de cultuur – IV

In mijn blog van 20 oktober stelde ik dat we toe moeten naar een collectief leiderschap, en dat daarvoor nodig is dat leiders echt leren zich met elkaar (en daarmee met hun ‘volgers’)  te verbinden. Ik noemde toen dialoog als een belangrijk middel en stelde dat je dat kunt leren via ‘compassionate listening’ of ‘collaborative communication’.

Over ‘compassionate listening heb ik geschreven in mijn blog van 27 oktober 2012. Dat is op deze website makkelijk te vinden. Als u het daar vertelde verhaal nog niet kent wil ik u graag aanraden dat blog eerst te lezen, want het is heel instructief en ontroerend.
Hier wil ik het vooral hebben over ‘collaborative communication’. Over dit onderwerp heb ik uitvoerig geschreven in mijn boek Spiritueel Leiderschap (Open communicatie, bladzijde 159 e.v.). Hier kan ik er slechts summier op ingaan. ‘Collaborative communication’ is een manier van spreken en luisteren waarbij je niet probeert de ander te veranderen (te overtuigen, over te halen, te beoordelen, gelijk te krijgen), en niet bang bent om je zelf te laten beïnvloeden. Het gaat er uitsluitend om dat je jezelf laat zien aan de ander, en de moed hebt om te zeggen wat je te zeggen heb, jouw waarheid te spreken (in het besef dat ‘jouw’ waarheid niet de waarheid van de ander hoeft te zijn). En dat je bereid bent naar de waarheid van de ander te luisteren, ZONDER METEEN INNERLIJK OF FEITELIJK TE REAGEREN! Dat is het geheim van een goede dialoog.

Dat lijkt zo simpel, maar als we hier echt over reflecteren lijkt het weliswaar eenvoudig, maar niet makkelijk in praktijk te brengen. Ga maar eens na hoe vaak we communiceren met het oogmerk iets te willen bereiken bij de ander, in plaats hem/haar alleen maar te willen zien en begrijpen. En hoe vaak we meteen een reactie klaar hebben, in plaats van het gehoorde eens even op ons in te laten werken.

In mijn vorige blog stelde ik dat er een tijd en gelegenheid is voor verschillende vormen van communicatie: debat, discussie en dialoog. Natuurlijk is het soms nodig om te debatteren of te discussiëren om tot een gemeenschappelijk standpunt of besluit te komen. Maar te vaak wordt er gedebatteerd of gediscussieerd als in feite eerst eens een dialoog zou moeten plaats vinden. Bij ‘collaborative communication’ is het vaak mogelijk tot verrassende inzichten en gemeenschappelijke oplossingen te komen, zonder te verzanden in een onbevredigend compromis.

Dit alles geldt te meer als sprake is van een gezamenlijk leiderschap van een man en een vrouw. Tussen mannen en vrouwen bestaan wezenlijke verschillen in stijl en manier van denken, dat waarschijnlijk veel dieper gaat dan dat het cultureel bepaald is. Door de eeuwen heen heeft dat geleid tot spanningen en onderdrukte conflicten. Dat zit intussen diep in onze genen. Daarom is het noodzakelijk dat we eerst eens echt naar elkaar luisteren, voordat we tot samenwerken (en samen leven!) kunnen komen. Maar als we er in slagen tot een wezenlijk verbinding te komen, dan kan dat tot inzichten (manlijke, of beter gezegd, jang energie) en wijsheid (vrouwelijke of yin energie) leiden. En dat is precies wat de wereld in deze hachelijke tijden nodig heeft.

ep-logoEn tenslotte, als een vrouwelijke en een mannelijke leider er in slagen op deze manier met elkaar te kunnen communiceren, dat zullen ze dat ook naar anderen toe ontwikkelen. Dan zijn ze een voorbeeld voor hun omgeving, die deze manier van communiceren van hen zal kunnen overnemen. En als dat zou spreiden in de samenleving vindt er werkelijk een culturele quantumspong plaats, en kunnen we versneld de (post-)moderne cultuur integreren in een nieuwe tijd.

 

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Een quantum sprong in de cultuur – III

In mijn blog van 15 september noemde ik het als mijn (en misschien wel onze) opdracht om meer samen te werken met de krachten van de natuur, waaronder ik toen noemde de vrouwelijke en mannelijke (jin- en jang-) energie. In mijn vorige blog noemde ik de noodzaak van een culturele omwenteling in plaats van door te leven in de postmoderne cultuur. In dit blog komen die twee ideeën samen.

De  postmoderne cultuur wordt onder andere gekenmerkt door emancipatiebewegingen, met name de tweede feministische golf (de eerste dateert uit het einde van de 19e eeuw). Je kunt wel zeggen dat die in formele zin een succes is geweest, althans in de westerse samenleving: er is nu juridische gelijkheid tussen man en vrouw en formeel is discriminatie of achterstelling van vrouwen verboden. Dat er in de praktijk nog wel wat te wensen over blijft is een feit, alsook dat in andere culturen en landen op dit gebied nog veel werk verzet zou kunnen worden.

Op het gebied van leiderschap heeft het feminisme er toe geleid dat er een streven is ontstaan naar meer vrouwen op leidinggevende posities. Dat streven had zijn nut – ik heb er zelf vaak voor gepleit – maar past toch vooral bij de moderne en de postmoderne cultuur, omdat er daarbij gedacht wordt aan eenhoofdig leiderschap. Wat we echter na de postmoderne cultuur nodig hebben is leiderschap van teams. Geen enkel individu is, op welke positie dan ook, meer in staat in zijn eentje de complexiteit van zijn/haar situatie te overzien, laat staan te bepalen wat in elke situatie de beste koers is. Zo’n team moet uit minimaal twee mensen bestaan – een imagesvrouw en een man – maar kan tot een kleine groep worden uitgebreid, waarbij het zaak is dat de verhouding vrouwen/mannen ongeveer 50/50 is.

Hoe radicaal dit idee is besef je als je je realiseert dat in vrijwel alle organisaties slechts één man of (soms) vrouw aan de top staat, en dat dit een norm is die verankerd is in onze huidige cultuur: er hoort maar één kapitein op het schip te zijn. Dat dit met name in de politiek, maar ook vaak in andere organisaties,  nooit kan leiden tot optimale samenwerking – er is altijd tenminste een verliezende partij – moge ook duidelijk zijn.

Stelt u zich eens voor, dat belangrijke organisaties: multinationals, regeringen, de Verenigde Naties, geleid zouden worden door teams van tenminste twee mensen, een vrouw en een man. Dat zou het bestuur in de wereld radicaal veranderen.

Maar er is een voorwaarde voor de effectiviteit van deze vorm van leiderschap: dat het komt tot een wezenlijke integratie tussen de teamleden. Integratie komt van het latijnse integer, geheel. Het gaat er dus om dat het team een geheel wordt, met één stem kan spreken en zodoende integer kan handelen. En daarvoor is het weer nodig dat de teamleden optimaal met elkaar kunnen communiceren. Dat betekent dat ze moeten weten wanneer ze een debat moeten voeren, wanneer ze een discussie moeten hebben, en wanneer een dialoog. Het eerste is erop gericht de ander met argumenten de loef af te steken. Het tweede is erop gericht de ander te overtuigen. En de dialoog is er op gericht de ander te begrijpen en je met de ander te verbinden.

Alle drie de gespreksvormen hebben hun nut en hun functie, maar het is wel duidelijk dat de dialoog het meest essentieel is voor de eenwording van het team. Deze dialoogvorm is voor de meeste (potentiële) leiders het moeilijkst te leren. De weg naar beheersing van deze vorm van communicatie gaat via ‘collaborative communication’ en ‘compassionate listening’. In een volgend blog ga ik daar wat verder op in.

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Een quantum sprong in de cultuur – II

Als je de Europese cultuurgeschiedenis sinds de Middeleeuwen globaal bekijkt kun je drie tijdsvakken onderscheiden: de traditionele periode, de moderne periode en de post-moderne periode. Deze perioden zijn niet strak te onderscheiden, want ze lopen geleidelijk in elkaar over en overlappen elkaar. Maar in grote lijnen kun je zeggen: de traditionele periode valt samen met de middeleeuwen, de moderne periode begint zo ongeveer met de Renaissance, en de post-moderne periode omstreeks 1950.Terzijde: dit moet niet verward worden met de termen modernisme en post-modernisme in de kunst en de architectuur. Dat zijn stijlaanduidingen, waarbij het begin vathm_komposition-mit-rot_-gelb_-blau-und-schwarzn het modernisme omstreeks 1890 wordt gedateerd. Het begin van de post-moderne cultuur en het post-modernisme valt wel samen: omstreeks 1950; het jaart
al dat ook vaak wordt genoemd als het begin van het antropoceen: het geologische tijdperk waarbij de invloed van de mens de geologische en ecologische ontwikkelingen bepaalt. Toeval?

Het voert voor dit blog te ver om op deze cultuurgeschiedenis uitgebreid in te gaan, maar ik wil er toch in het kort iets over zeggen. De traditionele periode werd – in het Westen – gekenmerkt door de de tien geboden, alsmede de deugden die waren voorgeschreven door het Christendom, zoals vroomheid en liefde, en de hoofdzonden, zoals hoogmoed, onkuisheid, hebzucht en luiheid. (In andere traditionele culturen gelden soortgelijke voorschriften en waarden). De moderne periode begint zoals gezegd met de Renaissance, en een herwaardering van de klassieke oudheid. Daarna spelen grote denkers en wetenschappers een rol, zoals Descartes, Galileï, en later de denkers van de Verlichting: Rousseau, Voltaire, Kant, Locke, Spinoza, en vele, vele anderen. Centrale waarden in de moderne periode zijn: het belang van de rede, vrijheid van denken, tolerantie, openheid van geest en persoonlijke verantwoordelijkheid. De post-moderne tijd wordt voorafgegaan door denkers als Arthur Schopenhauer (1e helft 19e eeuw), Friedrich Nietschze (2e helft 19e eeuw) en Oswald Spengler (begin 20e eeuw). Moderne postmodernisten zijn filosofen als Baudrillard en Foucault. Kenmerkend is nu dat alles gerelativeerd wordt, zowel de waarheid – er is geen vaste waarheid meer, waarheden worden meningen – als waarden. Dat leidt tot een ongebreideld individualisme

Dit korte overzicht is zo summier dat het natuurlijk geen recht doet aan de Europese cultuurgeschiedenis, maar ik heb het even nodig voor wat ik hierna wil betogen. (Voor wie geïnteresseerd is: ik heb hier veel uitvoeriger over geschreven in hoofdstuk 4 van mijn boek uit 2012: Voor niets gaat de zon op – blauwdruk voor een waardige wereld).
De traditionele en de moderne cultuur hebben de Europese cultuur gedurende eeuwen gedomineerd. Het is niet te hopen dat dit met de postmoderne cultuur ook gebeurt, want de postmoderne cultuur heeft nu al geleid tot sommige van de meer onwenselijke verschijnselen in onze samenleving. Ik noem de geringe zorg voor elkaar en de wereld om ons heen (leidend tot het neo-liberalisme en de daaruit voortvloeiende economische ongelijkheid en de klimaatproblematiek), het teloor gaan van fatsoenlijke omgangsvormen, en een ongeremd egoïsme. Het leidt ook tot vormen van leiderschap waar we niets aan hebben: pragmatici en managers zonder enige bevlogenheid aan de ene kant en narcistische volksmenners ter andere zijde. Maar misschien is een culturele omwenteling mogelijk, Daarover in een volgend blog.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Gaat Trump toch nog de verkiezingen winnen?

Een week geleden was ik er van overtuigd dat Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou winnen. Na zijn  uitspraak over de familie Khan en de ophef die dat veroorzaakte twijfel ik er aan. Toch geef ik hem nog een goede kans. Ziehier mijn overwegingen.

Vreemd! Toen Donald Trump zijn campagne voor de republikeinse nominatie begon gaven de analisten hem geen schijn van kans. Kennelijk hebben ze daar niets van geleerd, want nu wordt opnieuw een ruime overwinning voor Clinton voorspeld. Terwijl mij de kans dat Trump de nieuwe Amerikaanse president wordt aanzienlijk groter lijkt. Maar ja, ik ben geen deskundige, en gebruik alleen maar mijn intuïtie en mijn (gezond?) verstand. Maar ik heb wel enkele argumenten.

260px-ElectoralCollege2004.svgEerst de technische kant. Clinton staat in de peilingen maar 3 % voor op Trump – en in het Amerikaans systeem betekent dat niets. Het hangt er maar van af welke staten je wint. Stel dat Trump (bijna) alle zogenaamde ‘swing states’ wint (zoals Bush in 2004, zie kaartje hiernaast), plus bijvoorbeeld Florida (of Michigan of Colorado en Wisconsin samen), dan heeft hij gewonnen.

Waarom denk ik dat dit een waarschijnlijk scenario is? Daarvoor zijn verschillende redenen.

  1. Clinton zal blijven achtervolgd worden door haar misstappen (die zijn er bij Trump ook – maar bij hem doet dat er niet toe, tenzij hij doorgaat met het schofferen van de familie van gedode Amerikaanse militairen. . . maar hij zal wel wijzer zijn neem ik aan). Ze is  nooit erg eerlijk over haar eigen aandeel daarin. In dat opzicht doet ze denken aan president Nixon.
  2. Bijna steeds kiezen de Amerikanen na een presidentschap van twee termijnen voor een president van de andere partij.
  3. Trump biedt voor alle problemen die iedereen aan den lijve voelt een oplossing. Natuurlijk niet echt, maar hij pretendeert dat wel. Wanhopige en angstige kiezers (en dat zijn er in Amerika – en elders – heel veel) willen dat maar al te graag geloven. Clinton daarentegen is daarvoor te redelijk: zij weet ook wel dat ze niet alles kan oplossen en maakt dat ook duidelijk. Daar heeft de wanhopige kiezer geen boodschap aan.
  4. Clinton is niet alleen in schijn, maar ook daadwerkelijk verbonden met het grootkapitaal, en zal daarom de huidige neo-liberale koers blijven vervolgen, met handelsverdragen, vrije markt, en de daaruit voortvloeiende tweedeling in de samenleving als gevolg. Ze overgiet dit standpunt onder invloed van Sanders met een waterig links sausje, maar daar kijkt de kiezer wel doorheen (dat geldt overigens niet alleen voor de wanhopige, maar ook voor de goed geïnformeerde kiezer).
  5. Het feit dat Trump door zijn geblunder nu te weinig fondsen heeft voor zijn campagne kan ook nog in zijn voordeel werken: hij krijgt nu een soort underdog-positie. Vaak gaan kiezers voor de underdog.
  6. Maar de belangrijkste reden dat Trump gaat winnen  is dat hij ‘entertainment’ is (maar misschien gaat hij vervelen als het nieuwtje eraf is). Clinton en Kaine zijn saai (Kaine zegt dat zelf), en in deze tijd van bedreiging en somberheid heeft het publiek boven alles behoefte aan vertier. Clinton en Kaine proberen wel te boeien, maar dat gaat ze niet lukken. Voor de oudere lezers: de persoonlijkheden van Clinton en Trump doen me denken aan de toneelspelers Guus Oster en Ko van Dijk. Ze speelden beiden een rol, maar die van Guus Oster was volkomen cerebraal en bedacht, terwijl Ko van Dijk zijn rollen – op het podium en daarbuiten – speelde met hartstocht. Hij was dan ook zeer populair bij het grote publiek, dat nauwelijks wist wie Guus Oster (overigens ook een goed bestuurder) was. Zo is het ook met Clinton en Trump. Clinton’s hartstocht is gespeeld, bedacht, en doet onecht aan. Trump daarentegen kan het waarschijnlijk geen moer schelen hoe het met en in de wereld gaat, maar hij komt wel authentieker over.

Mocht u een meer diepgaande analyse willen waarom Trump kan winnen, dan moge ik u verwijzen naar een artikel van George Lakoff in the Huffington Post: http://www.huffingtonpost.com/george-lakoff/understanding-trump_b_11144938.html. Hij geeft ook aan wat het Democratische kamp daartegen kan doen: de nadruk leggen op empathie, zorg voor elkaar en voor de ‘common  goods’. Helaas zijn dat niet Clinton’s sterke punten – daarvoor moet je zijn bij Bernie Sanders of Elizabeth Warren.

Dus als Trump zijn eigen kansen niet vergooit door nog meer gewone, aardige mensen te beledigen, dan gaat hij winnen. Hij zal dan ongetwijfeld goede vrienden worden met Poetin, Assad, Netanyahu en Lieberman, en waarschijnlijk oorlog gaan voeren met Iran, maar verder weet ik het ook niet. Zoals ik al zei: ik ben niet deskundig, en Trump is een ongeleid projectiel, dat ineens ook nog wel heel goede dingen zou kunnen doen (voor het klimaat bijvoorbeeld). We zullen zien.

 

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Leiderschap

Erdogan, Trump, Wilders, Boris Johnsson, Poetin. . .
of: Theresa May (wie benoemt nou Johnson als minister van BuiZa?), Clinton, Merkel, Rutte (wie sluiten nu een zo onmenselijke en juridisch wankele vluchtelingendeal af?), Hollande . . .

cirkel_leiderschap3Zou het leiderschap dat we nodig hebben uit Europa of zelfs Nederland kunnen komen?

 

De leider

We leven thans in hachelijke tijden.
‘t Probleem is niet ‘t klimaat, of zucht naar geld,
armoe en honger, oorlog en geweld.
Het is dat we de pijn steeds weer vermijden.

‘t Probleem is dat we nauwelijks bewust zijn.
We zien de werk’lijkheid niet zoals die is.
We zijn van God los, zijn zo ongewis
en zo vol angst, we kunnen niet gerust zijn.

Deez’ tijd vraagt mensen die de weg bereiden,
ons willen voor gaan naar de innerlijke bron;
ons naar een mooie toekomst kunnen leiden.

En dat vraagt moed, en confrontatie met het lijden,
Maar kan dan ook henzelf en ons bevrijden.
Zo komt na regen altijd weer de zon.

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties