politiek

Amsterdam als ‘fearless city’.

Heeft u afgelopen zondag Buitenhof gezien? Een curieuze uitzending. Eerst minister Wiebes, die uitging van een imaginaire realiteit betreffende de opwarming van de aarde – hij dacht dat 2 graden, en zelfs 1,5 graden opwarming nog een realistisch scenario was – en daarna een gesprek met Jason Moore, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Birmingham, en Willem Schinkel, hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus universiteit,  die de realiteit onverbloemd benoemden. Wat Wiebes betreft: zou die nu echt niet weten wat er werkelijk gaande is? Met andere woorden: is hij nou zo dom, of is hij een leugenaar? Ik laat het oordeel graag over aan u en aan hemzelf.

Moore en Ginkel stelden beiden dat onze redding, zij het niet zonder veel leed en schade, nog mogelijk is als we overgaan tot een volstrekt andere manier van politiek en economie bedrijven. Met andere woorden: als we inzien dat het einde van het kapitalisme, of neo-liberalisme, het is maar hoe je het noemen wilt, nu toch echt nabij is. Dat betekent een zeer grondig overheidsingrijpen, nationaal en mondiaal. Moore was optimistisch, want hij achtte dat mogelijk, en noemde als voorbeeld het ingrijpen van de Amerikaanse overheid na Pearl Harbor. Maar dat was in een acute noodsituatie, die overigens concreter en tegelijkertijd minder bedreigend was dan de situatie waar we ons nu in bevinden. Ik leid daar uit af dat een dergelijk ingrijpen pas zal plaats vinden als de eerste steden in zee verdwijnen, of als een acute voedselschaarste de hele wereld bedreigt. Maar dat het einde van het neo-linberalisme nabij is, is niets nieuws. Daar zijn weldenkende mensen het al geruime tijd over eens.

Des te interessanter is de reactie van onze premier op het coalitieakkoord in Amsterdam. Daar staan o.a. enkele begrijpelijke en concrete doelen in: betaalbaar wonen, goed openbaar vervoer, grondige aanpak van de luchtverontreiniging, aanpak van het massatoerisme. Het akkoord is ook helder over de maatregelen waarmee men dat denkt te bereiken. Onze premier liet echter weten bijzonder ongelukkig te zijn met het akkoord. De stad was ‘verloren gegaan aan ‘links’. Een onthullende terminologie. De premier liet zich  kennen als een diehard aanhanger van het neo-liberalinsme, dat ons  in zulke ernstige problemen heeft gebracht.

Mijn verwachting is dat het Amsterdamse gemeentebestuur het nog moeilijk gaat krijgen. Niet alleen zal het veel weerstand ondervinden van plaatselijk gevestigde belangen (bijvoorbeeld woningbouwverenigingen), maar ook zal Den Haag alles op alles zetten om de uitvoering van dit coalitieakkoord onmogelijk te maken. Daarbij zal het principe van de gemeentelijk autonomie (Thorbecke) onder druk komen te staan. Het coalitieakkoord is immers de eerste aanval op het neoliberalisme  die het niet laat bij woorden maar komt met daden.

Om sterker te  staan zal Amsterdam zich aansluiten bij het Fearless Cities-netwerk: een netwerk van andere Europese steden die zich verzetten tegen de neo-liberale dogma’s. En dat sluit weer aan bij een ontwikkeling, waarbij de macht vande centrale overheden afbrokkelt en verschuift in twee richtingen: enerzijds naar de steden, en anderzijds naar internationale organen. Wen er maar aan.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Twee weken later.

Het is nu twee weken later. Tijd om eens met enige afstand te kijken naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen.

Opvallend is dat alle partijen – met uitzondering van de PVV en de SP –  de uitslag als een overwinning presenteerden. Maar in feite waren er van de landelijke partijen maar drie  overwinnaars: GroenLinks, de Partij van de Dieren en Denk. En zelfs van GL kun je zeggen dat het resultaat niet veel beter was dan bij de kamerverkiezingen van vorig jaar. De echte winnaars waren de lokale partijen.

Maar interessanter is het om te kijken naar de globale verdeling conservatief-progressief. En dan zie je wat je altijd ziet: globaal gesproken hebben de conservatieven de meerderheid, in een verhouding die al sinds de opkomst van de sociaal-democratie ongeveer constant is: conservatief ongeveer 55-60 %, progressief ongeveer 40-45 procent. Dit is niet een uitsluitend Nederlands fenomeen; het doet zich in de hele geïndustrialiseerde wereld voor. Er zijn in de geschiedenis enkele incidentele uitzonderingen geweest op deze regelmatigheid, maar voor zover ik kan nagaan werd de bovengenoemde verhouding steeds weer snel hersteld. Terug naar Nederland: ook bij de raadsverkiezingen geldt die verhouding: de winst van GL en PvdD werd gecompenseerd door het verlies van SP en PvdA. In Nederland, en ook in sommige andere landen, wordt het beeld enigszins vertroebeld door een typische middenpartij als D’66, die op cultureel en bestuurlijk gebied als progressief kan gelden, maar op sociaal economisch gebied als conservatief-liberaal moet worden gezien. (Er zijn trouwens her en der ook wel partijen in opkomst die niet zo makkelijk in de dichotomie links-rechts zijn te plaatsen, zoals bijvoorbeeld de vijf sterren beweging in Italië. Een interessante vraag is of dat de partijen van de toekomst worden – maar dat terzijde).

Waar zou die voorkeur voor het conservatisme vandaan komen? Om een antwoord op die vraag te vinden zullen we bij onszelf te rade moeten gaan. Voor zover ik kan nagaan, leven er twee zielen in onze borst: een conservatieve en een progressieve. De conservatieve ziel hangt naar voorspelbaarheid en veiligheid, en kenmerkt zich door een zekere nostalgie naar een geïdealiseerd verleden. De progressieve ziel verlangt naar  een rechtvaardiger, eerlijker en meer zorgzame maatschappij, en is gericht op de toekomst. Maar de toekomst is onzeker, en vaak moet je bovendien voor die ideale toekomst het een en ander opgeven (bijvoorbeeld door meer belasting te betalen).

Ik herken deze beide kanten in mezelf, en ik denk dat velen dat met mij zullen herkennen. Ik kan dus moeilijk anderen verwijten maken omdat ze stemgedrag vertonen dat me niet bevalt. Het enige waar ik me wel tegen kan verzetten is onverdraagzaamheid en racisme – behalve als dat ook van mijn kant tot onverdraagzaamheid leidt, want dan drijf ik de duivel uit met Beëlzebub. In mijn vorige blog heb ik gepleit voor een leiderschap gebaseerd op eenheidsbewustzijn. Ik hoop dat in de toekomst de partijen die dat soort leiderschap voortbrengen en de waarden van verdraagzaamheid en broederschap/zusterschap niet alleen met woorden, maar ook met daden en hun stijl van communicatie in praktijk brengen, de boventoon gaan voeren. Wat mij betreft zijn die waarden zelfs nog belangrijker dan de waarden vrijheid en gelijkheid.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Mannen en het klimaat

Dezer dagen werd ik geattendeerd op een YouTube bericht van Fox News: Tucker: Something ominous is happening to men in America:

https://www.youtube.com/watch?v=LrhHkQhglig&feature=share

Nu ben ik geen fan van het door de gebroeders Koch gefinancierde Fox News, maar Tucker staat wel bekend als een serieuze onderzoeksjournalist. Het filmpje laat zien hoe de mannelijke populatie in America op dramatische wijze in verval is geraakt, vergeleken met vrouwen. Dit is te zien op allerlei terreinen: onderwijs (meer uitval van jongens), gezondheid (kortere levensduur, obesitas, verminderde vruchtbaarheid), zelfs op het gebied van carrière – in tegenstelling tot wat op grond van onheldere statistieken algemeen gedacht wordt (ook in America). Het loont zeker de moeite dit filmpje even te bekijken: het is hilarisch als het niet ook zo ernstig was.

Men zegt dat wat in America gebeurt hier vijftig jaar later ook gebeurt. In die uitspaak zit veel waars, al is de termijn tegenwoordig veel korter – eerder tien jaar. Niet dat we America in ieder opzicht letterlijk imiteren, maar  in dit geval zie ik enkele trends die in dezelfde richting wijzen (zonder dit met cijfers hard te kunnen maken). Des te interessanter dat hier – en in Amerika- mannen nog steeds domineren in de samenleving.

Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de  gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.

Opvallend afwezig in de debatten was de klimaat problematiek, terwijl dat toch de grootste uitdaging is waar onze samenleving voor staat en gemeenten heel veel kunnen doen op dat gebied. Ten dele ligt dat aan de media. Zo vond bijvoorbeeld de NOS het niet nodig dat thema in het slotdebat te agenderen. Voor de NOS redactie bestaat het probleem kennelijk niet. Merkwaardig. Overigens zijn de enige partijen die een ruime voldoende scoren (B op een schaal van A – F; vergelijk het energielabel) op hun klimaatbeleid GroenLinks en de Partij voor de Dieren; zie http://kiesklimaat.nl/location/Amsterdam voor Amsterdam. Landelijk komt daar de ChristenUnie bij:  http://kiesklimaat.nl/milieukeur_partijen. Die partijen hebben het goed gedaan; dat geeft de burger moed. Ben benieuwd wat u gestemd hebt.

En wat de mannen betreft: de enige conclusie kan zijn dat we het zouden kunnen doen met een samenleving zonder mannen. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van de voortplanting (zie mijn blog van 15 februari) zijn ze daar in elk geval niet meer voor nodig. Maar ik vermoed dat het manlijk geslacht toch nog te taai is om onmiddellijk uit te sterven. En eerlijk is eerlijk, een samenleving met mannen EN vrouwen lijkt me leuker dan een met alleen vrouwen.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Stagnatie.

Maatregelen die de politiek – nationaal en op Europees niveau – al jarenlang niet neemt:

  • een reëler beprijzing van de CO2 uitstoot.
  • een btw op vliegtuigtickets
  • een accijns op kerosine
  • regulering van het internet (met name het aan banden leggen van de monopolies van de zeer grote internetbedrijven, zoals Google, Facebook, en Amazon)
  • een grondige regulering van het financiële stelsel, zodat we niet weer afstevenen op de volgende financiële crisis
  • een regulering van de belastingconstructies zodanig dat Nederland niet meer behoort tot de landen die ‘legale’ belastingontduiking mogelijk maken
  • emissienormen instellen EN HANDHAVEN ten aanzien van de autoindustrie
  • een structurele aanpak van het vluchtelingenvraagstuk
  • maatregelen gericht op een verduurzaming van de landbouw

 

Ik zou dit lijstje moeiteloos kunnen uitbreiden (onderwijs, defensie, gezondheidszorg), maar dat laat ik maar aan u over. Overigens is de politiek onder leiding van Merkel, Schäuble, Rutte en vooral Dijsselbloem op één gebied uitzonderlijk succesvol geweest: het vernietigen van de Griekse economie (Hoe zij dit voor hun geweten kunnen verantwoorden zou ik niet weten. Voor details verwijs ik naar De Groene Amsterdammer van 30 november – een artikel van Edward Geelhoed.).

Over al deze maatregelen wordt al jarenlang, soms decennialang, gesteggeld maar er gebeurt nooit iets dat de kwestie fundamenteel aanpakt. Waarom niet?

Er worden altijd drie typen argumenten aangevoerd om dergelijke maatregelen niet te nemen.

  1. Deze maatregelen hebben alleen effect als je ze neemt in internationaal verband.
  2. Ze schaden de economie (bedoeld is: de groei van het bnp).
  3. Ze vragen een belastingverhoging.

Deze argumenten hangen overigens samen, want als we de maatregelen eenzijdig zouden nemen, zou dat ook de economische groei kunnen schaden. Persoonlijk zou ik dat echter een voordeel vinden, want de economische groei moet hoe dan ook afnemen, willen we niet omkomen in de klimaatproblematiek.

Maar als puntje bij paaltje komt blijkt uit de argumenten dat financieel gewin – voor de welgestelden, het bedrijfsleven en de aandeelhouders – en koopkracht – voor de anderen – altijd voorrang heeft boven de kwaliteit van onze samenleving. Deze politiek wordt gesteund door de overgrote meerderheid van het electoraat, zoals keer op keer blijkt uit de uitslag van de verkiezingen. Intussen geven we de overheid de schuld van alles wat niet goed gaat. Tja. . .

Als we het echt anders zouden willen, zouden we misschien kunnen beginnen met het beestje bij de naam te noemen: zien wat er aan de hand is en onze eigen medeplichtigheid erkennen, en er over praten met wie het maar wil horen. Dan zou het kunnen zijn, dat kleine stapjes in een andere richting daarvan het gevolg zijn. Of dat iets oplost weet ik niet, maar in elk geval bevordert het onze innerlijke gemoedsrust. Zoals David Broza, door mij geciteerd in het vorige blog zei: “I don’t think I am going to change this world. I am going to change my world, and this makes me happy.”

 

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Gaat Trump toch nog de verkiezingen winnen?

Een week geleden was ik er van overtuigd dat Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou winnen. Na zijn  uitspraak over de familie Khan en de ophef die dat veroorzaakte twijfel ik er aan. Toch geef ik hem nog een goede kans. Ziehier mijn overwegingen.

Vreemd! Toen Donald Trump zijn campagne voor de republikeinse nominatie begon gaven de analisten hem geen schijn van kans. Kennelijk hebben ze daar niets van geleerd, want nu wordt opnieuw een ruime overwinning voor Clinton voorspeld. Terwijl mij de kans dat Trump de nieuwe Amerikaanse president wordt aanzienlijk groter lijkt. Maar ja, ik ben geen deskundige, en gebruik alleen maar mijn intuïtie en mijn (gezond?) verstand. Maar ik heb wel enkele argumenten.

260px-ElectoralCollege2004.svgEerst de technische kant. Clinton staat in de peilingen maar 3 % voor op Trump – en in het Amerikaans systeem betekent dat niets. Het hangt er maar van af welke staten je wint. Stel dat Trump (bijna) alle zogenaamde ‘swing states’ wint (zoals Bush in 2004, zie kaartje hiernaast), plus bijvoorbeeld Florida (of Michigan of Colorado en Wisconsin samen), dan heeft hij gewonnen.

Waarom denk ik dat dit een waarschijnlijk scenario is? Daarvoor zijn verschillende redenen.

  1. Clinton zal blijven achtervolgd worden door haar misstappen (die zijn er bij Trump ook – maar bij hem doet dat er niet toe, tenzij hij doorgaat met het schofferen van de familie van gedode Amerikaanse militairen. . . maar hij zal wel wijzer zijn neem ik aan). Ze is  nooit erg eerlijk over haar eigen aandeel daarin. In dat opzicht doet ze denken aan president Nixon.
  2. Bijna steeds kiezen de Amerikanen na een presidentschap van twee termijnen voor een president van de andere partij.
  3. Trump biedt voor alle problemen die iedereen aan den lijve voelt een oplossing. Natuurlijk niet echt, maar hij pretendeert dat wel. Wanhopige en angstige kiezers (en dat zijn er in Amerika – en elders – heel veel) willen dat maar al te graag geloven. Clinton daarentegen is daarvoor te redelijk: zij weet ook wel dat ze niet alles kan oplossen en maakt dat ook duidelijk. Daar heeft de wanhopige kiezer geen boodschap aan.
  4. Clinton is niet alleen in schijn, maar ook daadwerkelijk verbonden met het grootkapitaal, en zal daarom de huidige neo-liberale koers blijven vervolgen, met handelsverdragen, vrije markt, en de daaruit voortvloeiende tweedeling in de samenleving als gevolg. Ze overgiet dit standpunt onder invloed van Sanders met een waterig links sausje, maar daar kijkt de kiezer wel doorheen (dat geldt overigens niet alleen voor de wanhopige, maar ook voor de goed geïnformeerde kiezer).
  5. Het feit dat Trump door zijn geblunder nu te weinig fondsen heeft voor zijn campagne kan ook nog in zijn voordeel werken: hij krijgt nu een soort underdog-positie. Vaak gaan kiezers voor de underdog.
  6. Maar de belangrijkste reden dat Trump gaat winnen  is dat hij ‘entertainment’ is (maar misschien gaat hij vervelen als het nieuwtje eraf is). Clinton en Kaine zijn saai (Kaine zegt dat zelf), en in deze tijd van bedreiging en somberheid heeft het publiek boven alles behoefte aan vertier. Clinton en Kaine proberen wel te boeien, maar dat gaat ze niet lukken. Voor de oudere lezers: de persoonlijkheden van Clinton en Trump doen me denken aan de toneelspelers Guus Oster en Ko van Dijk. Ze speelden beiden een rol, maar die van Guus Oster was volkomen cerebraal en bedacht, terwijl Ko van Dijk zijn rollen – op het podium en daarbuiten – speelde met hartstocht. Hij was dan ook zeer populair bij het grote publiek, dat nauwelijks wist wie Guus Oster (overigens ook een goed bestuurder) was. Zo is het ook met Clinton en Trump. Clinton’s hartstocht is gespeeld, bedacht, en doet onecht aan. Trump daarentegen kan het waarschijnlijk geen moer schelen hoe het met en in de wereld gaat, maar hij komt wel authentieker over.

Mocht u een meer diepgaande analyse willen waarom Trump kan winnen, dan moge ik u verwijzen naar een artikel van George Lakoff in the Huffington Post: http://www.huffingtonpost.com/george-lakoff/understanding-trump_b_11144938.html. Hij geeft ook aan wat het Democratische kamp daartegen kan doen: de nadruk leggen op empathie, zorg voor elkaar en voor de ‘common  goods’. Helaas zijn dat niet Clinton’s sterke punten – daarvoor moet je zijn bij Bernie Sanders of Elizabeth Warren.

Dus als Trump zijn eigen kansen niet vergooit door nog meer gewone, aardige mensen te beledigen, dan gaat hij winnen. Hij zal dan ongetwijfeld goede vrienden worden met Poetin, Assad, Netanyahu en Lieberman, en waarschijnlijk oorlog gaan voeren met Iran, maar verder weet ik het ook niet. Zoals ik al zei: ik ben niet deskundig, en Trump is een ongeleid projectiel, dat ineens ook nog wel heel goede dingen zou kunnen doen (voor het klimaat bijvoorbeeld). We zullen zien.

 

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Ik word er misselijk van. . .

Sinds mijn blog op 10 maart waarin ik zei dat er ik niet ga stemmen a.s. woensdag is er iets gebeurd dat mijn weerzin tegen dit referendum nog sterk heeft doen toenemen. Zoals u allemaal heeft hunnen lezen hebben de initiatiefnemers van dit referendum, het Burgercomité EU, gesteld dat het hele verdrag met Oekraïne ze niets kan schelen. Ze grijpen gewoon iedere gelegenheid aan om de EU te saboteren, en dit leek hun een goede gelegenheid. Ze willen kennelijk graag terug naar de situatie voor de 2de wereldoorlog. GeenPeil/GeenStijl sprong graag op hun wagen, want het leek hen wel een ‘leuk zomerdingetje’.

4190222Ik wist dat allemaal niet op 10 maart, maar nu ik dat wel weet word ik er kotsmisselijk van. Om met Hans Goslinga te spreken: “Een stel kleine geesten poogt de burgers te misleiden en te misbruiken”. Daarbij vergeleken zijn de spelletjes van de gevestigde politiek onschuldig vermaak.

Onder deze omstandigheden gaat mijn stemgedrag natuurlijk helemaal niet meer over het verdrag met de Oekraïne, en eigenlijk ook niet meer over mijn houding tegenover de EU. Het gaat er uitsluitend om, hoe  ik deze ‘kleine geesten’ zoveel mogelijk de voet kan dwars zetten. De waarschijnlijke uitkomst van het referendum is een duidelijke meerderheid voor ‘nee’. Dus zelfs al ik ‘ja’ zou stemmen, werk ik mee aan het succes van deze ‘heren’. Of de opkomst wordt gehaald is echter nog niet helemaal zeker. In elk geval kan ik er aan meewerken dat de opkomst zo laag mogelijk blijft – alleen dan doe ik nog iets om dit soort praktijken tegen te gaan.

Mijn conclusie van 10 maart – wegblijven, niet stemmen – blijft dus overeind staan, maar met een iets andere argumentatie, al blijven de argumenten van 10 maart wat mij betreft ook geldig.

 

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

Typische gevallen van jammer. . . de kunst van leiderschap.

  • Kabinet wil, tegen vele adviezen in, een fusie tussen UWV en SVB. Voorspelbare effecten: kostenoverschrijdingen, administratieve chaos en vastlopende IT systemen.
  • Minister Kamp wilde zo graag twee zaken die weinig met elkaar te maken hebben (Tennet verbinding met windmolens op zee, en de splitsing van de electriciteitsbedrijven) tegen alle adviezen in per se regelen in één wet, die vervolgens in de 1e kamer werd verworpen. Gevolg: vertraging bij de uitvoering van het energieakkoord.
  • Minister Dijsselbloem sloeg alle adviezen aangaande COCO’s (contingent convertibles) in de wind en steunde zodoende het verzet van de banken tegen hogere kapitaaleisen, dat hij eerder vorig jaar  publiekelijk bekritiseerde.
  • Minister Van der Steur wil geen excuses aanbieden nadat hij ten onrechte de antropoloog Maat beschuldigd heeft  van ‘buitengewoon onsmakelijk en ongepast’ gedrag.
  • Een premier en een minister ven Verkeer en Waterstaat die willens en wetens instemmen met het beleid van de Europese Commissie om gesjoemel met uitstootnormen van auto’s onder het tapijt te vegen.
  • Sjoerd van Keulen, verantwoordelijk voor het miljoenendebacle bij SNS Reaal (verwacht verlies voor de overheid, de belastingbetaler, € 162)is wegens zijn deskundigheid herbenoemd als commissaris bij Heijmans bouwbedrijf.
  • De verdiepte aanleg van rijksweg 4 in het Westland blijkt onverantwoord. Nu moet er teveel grondwater worden weggepompt (tot in de eeuwigheid. . .  ?) met alle schade voor het milieu van dien. Als de natuur zich niet wil aanpassen aan onze plannen, dan leggen we onze plannen gewoon aan de natuur op.
  • Wanbeleid bij Meavita (thuiszorg) heeft de overheid (de belastingbetalers) 37 miljoen gekost. President-commissaris en senator Loek Hermans werd bijna benoemd als burgemeester van Zutphen, maar dat werd de bevolking toch wat te gortig.
  • Maar dat is niets in vergelijking met de schade bij Vestia (schade 2 miljard) Topman Eric Staal schikte voor € 1 mio)
  • De bestuurders van het ROC Leiden zetten, tegen alle adviezen in, een nieuwbouw neer, die bijna vijf keer zo duur  – € 223 – werd als begroot – € 46 -, die vervolgens niet voldeed. De school ging bijna failliet. Het is maar de vraag of de verantwoordelijken aansprakelijk gesteld kunnen worden.
  • De oplevering van de NZ-lijn  in Amsterdam loopt waarschijnlijk weer vertraging op, omdat het gekozen IT systeem (te) complex is, en vooralsnog niet goed werkt.
  • De meeste politici in dit land steunen een gedoogbeleid voor soft drugs, dat coffeeshops die gedoogd worden welhaast in de criminaliteit dwingt. In elk geval geldt dat voor hun toeleveranciers.

Tja. . .

Hoogmoed, roekeloosheid, tunnelvisie. . .

Kennelijk is het erg moeilijk om op topposities niet te verdwazen, al zijn er natuurlijk ook vele voorbeelden van leiders die de verleiding hebben weerstaan. Ik weet niet hoe ik het er zelf in een dergelijke positie afgebracht zou hebben. Zowel qua voorkomen, karakter als capaciteiten zou ik nooit voor een toppositie in aanmerking zijn gekomen – en ik heb er dan ook nooit naar gestreefd. Bescheidenheid past me dus, maar ik begrijp wel dat onder grote groepen in de bevolking het respect voor het leiderschap in onze samenleving is afgenomen.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Een stukje vaderlandse geschiedenis (juni-sept. 2015) – deel I.

24 juni. De Haagse rechtbank bepaalt dat de Nederlandse staat zich moet houden aan door Nederland onderschreven  internationale afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. In concreto betekent dat dat in 2020 de uitstoot van CO2 met 25 % moet zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. Bij het huidige beleid komt Nederland niet verder dan 17 %. De rechtbank baseert zijn oordeel op twee gronden: Nederland moet zich houden aan eerdere  beleidsfafspraken (principe van behoorlijk bestuur), en de zorgplicht jegens de burger. De rechter stelt uitdrukkelijk dat de rechtbank geen politieke uitspraken wil doen, met name zich niet wil uitlaten over het al dan niet juist zijn van het overheidsbeleid, maar zich met nadruk wil beperken tot de rechtmatigheid van de uitvoering van het beleid, getoetst aan de beide zojuist genoemde principes.

1 juli. Pieter Pauw en Sander Cahn, onderzoekers bij het Duitse Institut kür Entwicklungspolitik, noemen de reacties van de meeste politici op dit vonnis stuitend. Ze vergelijken die reacties met de reactie van  een fabriek die van de rechter opgelegd krijgt om zijn water- en luchtuitstoot verder te zuiveren, omdat de huidige uitstoot in strijd is met de wet en een bedreiging vormt voor mens en milieu; en die dit ook erkent maar het vonnis verder gewoon naast zich neerlegt en geen maatregelen neemt. (NRC/Handelsblad)

Eveneens op 1 juli roert zich de fossiele mastodont Wiegel, die nog eens even op de stoel van de rechter gaat zitten (dat is immers geen vak!) en stelt dat de rechter op de stoel van de politiek gaat zitten. De enige die daar natuurlijk een uitspraak over zou kunnen doen is een hogere rechter. Maar uit zijn  verdere column blijkt dat zijn bezorgdheid over de rechtsstaat gevoed wordt door politieke overwegingen: een radicaal klimaatbeleid acht hij te duur – en overigens loopt het met de opwarming van de aarde helemaal zo’n vaart nog niet. Een waardig vertegenwoordiger van de Twijfelbrigade. (NRC/Handelsblad)

Op 27 juli stellen de vooraanstaande D66’ers Paternotte en Bosman dat het een misverstand zou zijn om een goed klimaatbeleid te associëren met links. Wij kunnen gezien ons erbarmelijke klimaatbeleid beschouwd worden als het meest vieze land van Europa, maar de Scandinavische landen bewijzen dat het ook anders kan. Zweden en Noorwegen veranderden hun energievoorziening wel, wij nauwelijks. Denemarken, dat voor wat betreft het politieke landschap sterk op ons lijkt heeft een totale energierevolutie doorgemaakt, die nog steeds doorgaat. Rechts en groen kunnen in andere landen heel goed samen gaan. (NRC/Handelsblad)

Op 30 juli publiceert Jan Paul van Soest een artikel in Trouw, waarin hij de mythe doorprikt dat een maximale temperatuurstijging van 2˚ nog haalbaar is. 3 graden is zo goed als zeker, 4 graden zeer waarschijnlijk. Hij stelt de mystificatie in de klimaatdiscussie aan de kaak en stelt dat dit leidt tot een besluiteloze en halfslachtige politiek. Op dezelfde dag wordt bekend dat James Hansen, een wereldwijd gezaghebbend klimaatexpert, met een aantal onderzoekers heeft vastgesteld dat de zeespiegel binnen 50 jaar 3 meter zal stijgen. Uiteraard worden Van Soest en Hansen van allerlei zijden tegen gesproken, maar zij baseren zich op feiten.

Tot zover voor vandaag – morgen verder.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Zijn onze leiders nu dom of te kwader trouw?

Toen destijds de fusie plaats vond tussen KLM en Air France, wist iedereen dat dit het einde zou zijn van het zelfstandig voortbestaan van de KLM, en dat dit derhalve een bedreiging zou zijn voor de groei van Schiphol (de thuishaven van Air France is immers Charles de Gaulle).  De regering verzekerde toen dat dit geenszins het geval zou zijn, want er waren allerlei garantiebepalingen in de fusieovereenkomst opgenomen dit dit moesten voorkomen. Maar bepalingen zeggen niets in een samenleving waar de macht van het kapitaal regeert.

Dit bleek toen minister Eurlings de belangrijkste garantiebepaling in 2010 heeft geschrapt. Daarvoor is hij vorstelijk beloond, met een functie als president-directeur van KLM. Helaas was hij daarvoor nou weer niet slim genoeg, maar het kwaad was al geschied.

Recentelijk heeft de Franse staat haar belang in Air France vergroot om een wet tegen activistische aandeelhouders aangenomen te krijgen. Een verdere uitbreiding van de Franse macht binnen het concern. Dit wordt weliswaar ontkend door minister Dijsselbloem. Zou die de volgende directeur worden van het steeds verder zieltogende KLM?

De feitelijke, zij het misschien nog niet formele, ondergang van KLM is slechts een kwestie van tijd. En daarmee de bedreiging van de groei van Schiphol. Dit laatste zou niet het geval hoeven te zijn, als Schiphol, net zoals Singapore heeft gedaan, de ‘eigen’ luchtvaartmaatschappij niet zou beschermen ten koste van de maatschappijen uit de golfstaten. Singapore, door de eigen luchtvaartmaatschappij Singapore Airlines niet te bevoordelen door de landingsrechten voor de andere maatschappijen te verhogen (zoals Schiphol wel heeft gedaan), is uitgegroeid tot de een van de grootste luchthavens ter wereld.

Het kan me eerlijk gezzegd geen fluit schelen of KLM dan wel Schiphol nu wel of niet groeien of ten onder gaan. Ik heb niets met nationale trots of zo, en ook niet met economische (want ecologisch schadelijke) groei. Maar waar ik wel heel veel moeite mee heb is de leugenachtigheid van politici, en met het feit dat ogenschijnlijk liberale politici sjoemelen met hun liberale principes als puntje bij paaltje komt. En ik zit ook met een vraag: zijn onze leiders nu dom of te kwader trouw? Misleiden zij zichzelf of ons?

Elk volk krijgt de leiders die het verdient, en helaas behoor ik tot het volk dat deze leiders krijgt. Misschien zou ik daarom met mildheid op bovenstaande zaken moeten reageren in plaats van met woede. Maar dat lukt me niet zo goed. En woede kan ook een uiting zijn vitale kracht. Kortom, met al mijn levenservaring en met een zekere wijsheid van de onderdom ben ik er nog helemaal niet uit. Wordt vervolgd, zij het misschien niet meteen al volgende week.

(bronnen voor deze blog: NRC/Handelsblad 2 en 3 juni j.l.)

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Zo leef ik een hybride leven.

Wat hebben de volgende bedrijven met elkaar gemeen? Apple, Pfizer, Wal-mart, Exxon, McDonald’s, General Motors, ASML, Ahold, Shell, Reed Elsevier, ING, en, tot voor kort, KPN? Even nadenken, voordat u het antwoord leest. Ik zou het antwoord niet meteen geweten hebben.

Deze bedrijven hebben met elkaar gemeen dat ze de belangen van de aandeelhouders en het topmanagement (op korte termijn) stellen boven de belangen van de werknemers en de consumenten. Hoe doen ze dat? Door op grote schaal eigen aandelen in te kopen, waardoor de aandeelhouders op twee manieren bevoordeeld worden: door de stijgende aandeelprijzen, en door hogere dividenden. Het dividend kan dan immers verdeeld worden over minder aandelen. Zo gaan de (gigantische) winsten van die bedrijven naar de aandeelhouders, in plaats van naar investeringen en innovaties,  hogere lonen voor de werknemers of lagere prijzen voor de consumenten. Daarmee dragen deze bedrijven bij tot een toename van de vermogensongelijkheid, de inkomensongelijkheid, de stagnatie van de economie (omdat de grootvermogensbezitters en – verdieners verhoudingsgewijs minder besteden dan de overige consumenten, zeker als die meer inkomen zouden hebben),  en brengen ze de continuïteit van hun bedrijf in gevaar (doordat ze minder investeren en innoveren, en doordat hun eigen vermogen afneemt. Dat laatste hebben General Motors, ING  en KPN al een keer tot hun en onze schade ondervonden: de eersten moesten aankloppen bij de staat en KPN bij zijn aandeelhouders om nieuw geld. De portokosten werden intussen substantieel verhoogt). En zo dragen die bedrijven bij aan het ontstaan van nieuwe economische crises (wat op zichzelf wel weer goed is voor het tegengaan van het broeikaseffect) en de ontwrichting van de samenleving.

Dat zou allemaal nog tot daaraantoe zijn ware het niet dat de laagstbetaalde werknemers in deze bedrijven niet of nauwelijks van hun loon kunnen rondkomen (dat geldt overigens niet voor alle bedrijfstakken, maar met name wel voor supermarkten, McDonald’s, KPN en vele anderen). Ondertussen profiteren de hoogstbetaalden van de bonussen die de aandeleninkoop opleveren. Wij praten dan over ‘compensaties’  van enkele tot tientallen miljoenen per manager.

In dit verband is het interessant dat onderzoek heeft aangetoond dat er geen enkel verband is tussen de capaciteiten en productiviteit van de topmanagers enerzijds en hun ‘compensatie’ anderzijds. Het argument dat je als bedrijf hoge beloningen moet betalen omdat je anders geen goede mensen kunt krijgen is dus een fabeltje, wat we natuurlijk allemaal al wisten.  Hoogstens kun je zeggen dat je niet zo makkelijk niet-Nederlanders kunt krijgen. Buitenlanders betalen we òf heel veel (aan de top) òf heel weinig (de meestal  allochtone vakkenvullers, krantenbezorgers, postbodes en vuilnismannen aan de basis). Het enige dat de hoogte van de compensatie aan de top beïnvloedt zijn de beurskoersen. In de volksmond noemen we dat ‘mazzel’.

Je zou verwachten dat we dit alles een ongewenste toestand vinden, maar dat is toch niet het geval. We worden geregeerd door politici die met de mond belijden dat inkomen niet onverdiend mag zijn (en dus korten op bijstand en sociale uitkeringen) maar intussen er naar streven de erfbelasting te verlagen, de erfpacht af te schaffen (zodat je weer vrijelijk kunt verdienen aan grondspeculatie in stedelijke gebieden), en weigeren de vrije markt te reguleren, opdat bovengenoemde misstanden niet meer voortkomen. Ruttes liberale voorgangers op wie hij zich beroept, zoals Cort van der Linden (die een verklaard tegenstander was van onverdiend inkomen in het algemeen en het erfrecht in het bijzonder) en Willem Treub (die in Amsterdam het erfpachtstelsel invoerde, en zodoende de grond  beschouwde als een ‘common good’) zouden zich in hun graf omdraaien.

En wij? Wij kiezen deze politici en gedragen ons als brave consumenten die in meerderheid kritiekloos de producten van de bovengenoemde bedrijven afnemen. Ik ook. En daarmee houden we deze inhumane en krankzinnige wereld in stand. Ik vind het wonderbaarlijk dat zoveel mensen kiezen tegen hun eigenbelang in. We noemen dat democratie.

Roepen we ook tegenkrachten op, die dus eigenijk juist geen tegenkracht, reactie, maar een liefdevolle creatie zijn? Bijdragen tot een waardige wereld? Dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken. En of die creatie sterk genoeg is, zodat ‘amor vincit’? Ik weet het niet. Maar mijn verlangen naar die waardige wereld opgeven? Dat is voor mij geen optie. Dan laat ik me liever door dat verlangen leiden, en zo leef ik een hybride leven.

 

Bronnen: Trouw, Letter en Geest, 28 maart, 21 april, Groene Amsterdammer, 9 april.

 

 

 

 

 

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie