Wat we (niet) willen.

Er is maar één aarde voor ons beschikbaar.

Wat willen we: ruimhartige open grenzen, of het behoud van onze verzorgingsstaat? Die twee zijn moeilijk te combineren. Als we daarbij ook nog tegelijkertijd het behoud van onze industrie willen nastreven, is dat helemaal een onmogelijke opgave. Volgens Paul Schenderling zijn deze drie doelen niet tegelijkertijd te realiseren, en ik ben dat na enig logisch nadenken met hem eens. We zullen moeten kiezen tussen twee van deze drie doelen; dat zal al moeilijk genoeg zijn.

Het zal de lezers van dit blog niet verbazen, dat ik primair kies voor de eerste twee genoemde doelen. Maar ik denk dat een gratuit keuze is, als je daarmee niet nadenkt over de consequenties. Een vermindering van onze industriële capaciteit zal ongetwijfeld leiden tot een verminderde koopkracht; ook als we deze transformatie samen kunnen laten gaan met een vergroening en verduurzaming van onze industrie. Ik geloof niet dat de nieuwe ontwikkelingen van AI dat kunnen voorkomen.

Naar aanleiding van deze vraagstelling, en ook in verband met de stijgende energieprijzen en de inflatie ben ik eens nagegaan hoeveel ik bereid zou zijn in te leveren. Die vraag hangt niet alleen samen met kiezen voor bovengenoemde prioriteiten, maar is ook een morele vraag. Ik leef er comfortabel van, maar vergeleken met de armoede in de wereld – bij ons in Nederland, maar helemaal elders, waar mensen nauwelijks kunnen overleven – voelt dat ongemakkelijk. En ook heb ik eenveel te grote voetafdruk. Maar ik zie niet hoe ik op een zinvolle manier door een versobering van mijn bestedingspatroon een reële, niet alleen symbolische, bijdrage zou kunnen leveren aan het verminderen van die armoede en het behoud van de aarde.

Anders wordt het als een vermindering van mijn inkomen zou leiden tot het als samenleving prioriteit geven aan het aanpakken van de klimaat crisis, het behouden van de natuurdiversiteit, een barmhartige houding tegenover vluchtelingen, royale (en efficiënte!) ontwikkelingshulp, en een royale verzorgingsstaat voor de armsten in onze samenleving. Dat kan als de overheid het voortouw neemt en een offer van ons vraagt, waar we dan voor zouden kunnen kiezen. Ik heb een percentage van vermindering in mijn hoofd waar ik zonder meer toe bereid zou zijn; dat maak ik hier niet bekend, want de ‘proof of the pudding is in the eating.’ Het valt nog maar te bezien wat ik daadwerkelijk zonder mopperen zou kunnen en willen doen, als ik voor de keuze werd gesteld.

Solidariteit

Het is overigens wel duidelijk dat een groot deel van onze bevolking niet bereid is tot een offer, en de overheid dus niet zo’n initiatief zou nemen. Auto opgeven, geen vlees eten, niet meer vliegen? – no way. Maar dan moeten we niet zeuren over tekorten in de zorg, het onderwijs, een duur ov, een verschralende natuur, maatschappelijke ongelijkheid, en uiteindelijk een rampzalige toekomst voor onze nabestaanden, enzovoort, enzovoort.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *