Maandelijks archief: september 2022

Voorbij de vijf zintuigen.

Voorbede is het reinigende bad waarin het individu en de geloofsgemeenschap zich iedere dag moet dompelen. – Dietrich Bonhoeffer

Alle natuurgodsdiensten, en vrijwel alle religieuze stromingen en (wereld)godsdiensten gaan er van uit dat er een niet zichtbare, transcendente wereld bestaat waarin zich allerlei wezens bevinden: engelen, voorouders, deva’s, demonen, geesten – je kunt het zo gek niet bedenken of het is wel ergens geponeerd en is er over hun verschijningen gerapporteerd. Het zou ook zo maar kunnen dat er wezens bestaan die we ons helemaal niet kunnen voorstellen. Niettemin zijn er heden ten dage, met name in de westerse cultuur, vele materialisten die het bestaan van zo’n wereld ontkennen, omdat hij niet met de ‘gewone’ zintuigen direct of indirect kan worden waargenomen en niet wetenschappelijk kan worden vastgesteld. De zorgvuldige, gecontroleerde rapporteringen van inheemse rituelen, het spiritisme, regressietherapie en bijna-doodservaringen*) worden dan als niet-wetenschappelijk terzijde gesteld. Ook de goed gedocumenteerde scheppingen in de Findhorn tuinen worden dan wegverklaard (zie: https://www.findhorn.org/about-us/findhorn-foundation-our-story/). Overigens is het een algemeen bevestigd wetenschappelijk principe, dat je nooit kunt bewijzen dat iets niet bestaat.

Als deze wereld bestaat – en daar ga ik wel vanuit – dan zou er naast het materiële, zichtbare heelal nog een waarschijnlijk gigantisch onzichtbaar heelal bestaan. Alle daarin voorkomende wezens zijn dan ook scheppingen van de oorsprong, net zo als alle wezens die in het zichtbare heelal voorkomen. Het zou echter ook kunnen zijn, dat sommige van deze wezens niet zozeer scheppingen van de oorsprong zijn, maar manifestaties van de oorsprong zelf. Eerder heb ik gesteld dat de oorsprong een welhaast oneindige verscheidenheid kent. Het lijkt dan waarschijnlijk dat de oorsprong zich op elke wijze die hij ‘wenst’ zou kunnen manifesteren. Er zijn talloze mythen waarin de oorsprong zich ook op deze aarde heeft gemanifesteerd – alleen al in de bijbel: Gen:17-1, 18-9; Ex:3-2, 33-23, enzovoort. Wellicht ook in mensengedaante. In het Hindoeïsme bestaat het geloof dat de oer-moeder Devi de gedaante kan aannemen van de godinnen Lakshmi, Sarasvati, Durga of Kali.

Wat denkt u? Bestaan de onzichtbare werelden of niet? Als u gelooft van wel of hun bestaan het voordeel geeft van de twijfel, loont het de moeite daarmee in contact te komen. Er zijn talloze manieren waarop u dat zou kunnen doen, maar niet iedere manier werkt bij iedereen even goed. Dat hangt af van uw aanleg en uw archetypische structuur. Twee wegen die ik in elk geval zou aanraden zijn: goed luisteren naar uw innerlijke gids (wie spreekt daar?), en gebed. U hoeft zich dan niet tot de oorsprong te richten als abstractie, maar tot een concrete manifestatie van de oorsprong in de onzichtbare wereld. Het gebed dat aan alle gebeden voorafgaat, is: ‘Geef dat het de ware ik is die spreekt. Geef dat het de ware U (of jij) is met wie ik spreek.’ ( C.S. Lewis).

Over bovengenoemd citaat van Bonhoeffer kom ik nog te spreken.


*) Bijvoorbeeld: Eben Alexander, Proof of Heaven/ Na dit leven, 2012/2014

Het leven geeft, het leven neemt. . .


Het leven houdt zijn wonderen verborgen
tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat
J.C.Bloem

Ik voel me een gezegend mens. Dat slaat op mijn huidige situatie, maar ook op om mijn levenshistorie. Er zijn veel kansen op mijn weg gekomen, die ik heb kunnen benutten. Veel in mijn leven is gelukt, en wat er niet is gelukt heeft ook zijn positieve sporen nagelaten. Er zijn ook moeilijke perioden en crises geweest, maar zelfs die hebben, achteraf gezien, hun positieve effecten gehad. Kun je nu zeggen dat mijn leven was voorbestemd, of heb ik dat zelf gecreëerd?

Het is denk ik beide, een interactie tussen wat het leven me geeft en hoe ik daar zelf mee omga. Welke keuze ik maak. Of ik de kansen zie en grijp, of dat ze aan me voorbijgaan. Dat neemt niet weg dat ik toch het gevoel heb geleid en gedragen te worden. En dat gevoel lijkt me moeilijk op te brengen voor mensen die wel door heel veel ongeluk getroffen worden. Maar ook voor hen geldt: er is altijd een keuze voor hoe je met de situatie omgaat – al is dat soms wel moeilijk in te zien.

Dit soort overwegingen komen bij me op als ik nadenk over de spanning die bestaat tussen voorbeschikking en vrije wil. Zoals ik in eerdere blogs (vorig najaar) heb laten zien geloof ik dat dit heelal niet toevallig in elkaar is gesmeten, een onwillekeurige keten is van oorzaak en gevolg. Ik geloof daarentegen dat aan dit heelal een oorsprong ten grondslag ligt, en dat van daaruit een bouwplan, een blauwdruk, een doel uitgaat. En dat wij mensen uitgenodigd worden mee te werken aan die bouw. Wij leven dus in een kader, een context, niet in een soort luchtledige. Maar ons leven wordt daar niet 100% door bepaald. We hebben daarbinnen een keuze – en dat is wat we vrije wil noemen.

Ik geloof dat vrije wil in laatste instantie niets anders is dan de keuze of we al dan niet willen meewerken aan die bouw. We hebben ook de vrijheid ons afzijdig te houden, of tegen te werken. Anders gezegd, om ons door de levensstroom mee te laten voeren, of daar tegen in te zwemmen (Stanley Keleman, Living your dying). Elke beslissing die we nemen, elke keuze die we maken, hoe futiel ook, is uiteindelijk terug te voeren op onze fundamentele houding ten aanzien van de bouw.

We worden bij het maken van de meer fundamentele keuzen waarvoor we in ons leven komen te staan ondersteund door onze innerlijke gids, de aanwezigheid van de oorsprong binnen in ons. Die kan zich tonen in woorden, beelden, intuïtie. We hebben de vrijheid die ondersteuning te negeren, en die leiding al dan niet in de wind te slaan. Wat we beslissen heeft altijd consequenties: de resultaten van onze beslissingen komen altijd bij ons terug (de wet van karma). We hebben er dus baat bij om inzicht in deze processen te verwerven, en daarom is het goed om af en toe eens na te denken over de relatie tussen predestinatie en vrije wil.

Waar gaat het (ga ik) heen?

Hebben we nu een vrije wil of niet? In de discussie daarover gaat het doorgaans om de vraag of het bewustzijn primair is, of dat de vrije wil altijd vooraf gegaan wordt door door een hersenactiviteit. In dat laatste geval zou van een eigenlijke vrije wil geen sprake zijn., omdat die hersenactiviteit onbewust is en altijd door materiële oorzaken bepaald wordt. Lang geleden heb ik al gesteld dat deze visie mijns inziens berust op een dwaling, en in die mening word ik door vele gerenommeerde wetenschappers gesteund.

Maar veel interessanter vind ik de discussie over de relatie tussen vrije wil en predestinatie, voorbeschikking. Lang heb ik het begrip predestinatie geassocieerd met Calvijn (en tot op zekere hoogte Luther), maar bij nader inzien blijkt dat deze discussie al minstens duizend jaar eerder is begonnen (en misschien nog wel veel eerder). In de rabbijnse literatuur van na de Babylonische ballingschap wordt deze discussie met verve gevoerd, en ook bij de Stoa, de Essenen en de vroege Christenen speelde deze discussie een rol.

Als we het hebben over predestinatie moeten we onderscheiden tussen de voorbestemming van de mensheid (de wereld) als geheel, en de persoonlijke predestinatie van ieder mens persoonlijk. In het eerste geval wordt verondersteld dat het heelal zoals wij dat kennen met een zekere bedoeling is geschapen. Het ontwikkelt zich dan volgens een soort blauwdruk, een bouwplan, waarvan onder meer de wetten van de evolutie een manifestatie zijn. Eindtijd theorieën zijn van deze opvatting een voorbeeld, maar men kan ook in een bouwplan geloven zonder dat er van een eindtijd sprake is. Over de vraag of een bouwplan kan samen gaan met vrije wil kom ik later te spreken.

Persoonlijke predestinatie kan volgens mij niet samen gaan met vrije wil. De leer dat men al dan niet is uitverkoren is er een voorbeeld van, maar ook als de goddelijke genade ons daarvan kan bevrijden, is er geen sprake van onze eigen vrije wil. Natuurlijk kunnen we goede werken verrichten of juist slechte dingen doen, maar dat zou op zichzelf ook voorbeschikt zijn en dan kan je niet echt van vrije keuzen of beslissingen spreken. Ook als de leer van het al dan niet uitverkoren zijn je niet aanspreekt, kan je geloven in volledige voorbeschikking.

Vele theologen en filosofen hebben met dit probleem geworsteld. De Farizeeën geloofden in voorbeschikking, maar wilden toch de vrije wil niet opgeven (zoals de Sadduceeën en de Essenen deden). Zij moesten zich dus in allerlei filosofische en theologische bochten wringen om deze paradox te verklaren. Datzelfde geldt voor de Stoa, de Griekse tragedieschrijvers, en voor Hillel, Johannes de Doper en Jezus. Voor Augustinus was het duidelijk: die geloofde hartstochtelijk in predestinatie, zowel op collectief als op individueel niveau. Maar voor Thomas van Aquino was dat toch niet bevredigend, en ook de lutheranen hebben dit absolute standpunt gaandeweg verlaten. De befaamde strijd tussen Arminius en Gomarus ging hier ook over, waarbij Gomarus het absolute predestinatie standpunt innam.

In een volgende blog ga ik er op in waarom hierover nadenken voor ons belangrijk is.

Synode van Dordrecht

Niet aan alles komt een eind.

Mijn vorige blog heeft een onjuiste titel: ‘Aan alles komt een eind’. Dat geldt wel voor de materiële wereld zoals we die kennen, maar niet voor de oorsprong van alles, zoals ik in mijn blog van 16 september vorig jaar heb aangetoond. De oorsprong bestaat eeuwig. Bovendien heb ik in mijn blog van 23 september laten zien dat de oorsprong bewust is. Uit deze twee feiten valt af te leiden dat bewustzijn ook eeuwig is. Bewustzijn vergaat niet – dus niet aan alles komt een eind.

We weten dat ons bewustzijn niet gebonden is aan ons lichaam, maar deel uit maakt van een non-lokaal bewustzijn (blog 16/6/2016), en ook dat ons bewustzijn na de dood waarschijnlijk voort blijft bestaan (ego-loos gewaar zijn). Dat zou dus ook voor ons als collectiviteit gelden, in het geval dat het einde van de wereld zoals wij die kennen ook het einde van de mensheid zou inhouden. Dit weten zou als tegengif kunnen werken voor al te grote somberheid over de toekomst van de wereld. Voor mij werkt dat wel zo, maar dat neemt niet weg dat ik toch heel verdrietig word als ik me realiseer wat er allemaal verloren dreigt te gaan. Ik ben gewoon te gehecht aan de schoonheid van de materiële wereld. En vreemd genoeg houd ik ook nog teveel van de lichamelijke manifestatie van mijn medemensen – ondanks de ergernis die ze me vaak bezorgen – om me maar zo te kunnen neerleggen bij hun fysieke verdwijnen.

Maar misschien overleeft een deel van ons het wel. Wat de toekomst brengen moge. . . we weten het niet.

Aan alles komt een eind.

Er zijn vele scenario’s die het einde van de wereld zoals wij die kennen beschrijven. Die wereld kan ten einde komen door kosmische rampen (een meteorietinslag , een gammaflits, enz.), door een pandemie, door een atoomoorlog, door een wetenschappelijk ongeluk, door de klimaatverandering, en zo voorts en zo verder. Een overzicht van alle mogelijke scenario’s is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Einde_van_de_wereld.

Een speciale plaats in het denken daarover nemen de eschatologische*) theorieën uit de verschillende spirituele en godsdienstige tradities in. Jodendom, Christendom, Islam, Boeddhisme, de Maya’s en de Hopi kennen allemaal een eindtijd theorie. Bij David Flusser (Tussen oorsprong en schisma, 1984) lees ik dat met name het Jodendom een lange en ook heden ten dage nog levende eschatologische traditie kent. En we kennen allemaal de Openbaring van Johannes, en ook uitspraken van Jezus (Matth. 24). In de meeste van die traditionele theorieën gaat aan het einde der tijden een periode vooraf waarin de mensheid vervalt tot een samenleving van conflict, naakt eigenbelang, extreem hedonisme en bandeloosheid, waarna een acute crisis (zondvloed, natuurramp of een door mensen veroorzaakte catastrofe) de overgang markeert naar een vreedzame en liefdevolle wereld. Om die reden is het geloof aan een eindtijd vooral populair in tijden van crisis, chaos en extreme onzekerheid: voor en na een oorlog, tijdens een pandemie of een economische depressie. Daarna zie je vaak een tijdelijke opleving van deugdzaam gedrag in de samenleving (zoals bij ons na WO II).

In deze tijd is er ook een sterk geloof aan een eindtijd, want ook nu leven we in een tijd van chaos en strijd. Maar er is een verschil met alle vorige keren, want in deze tijd wordt het geloof aan de naderende catastrofe ondersteund door de wetenschap, en wordt die catastrofe, als die plaats vindt, rechtsreeks door onszelf veroorzaakt. Boven draagt de catastrofe niet een abrupt karakter, maar komt die sluipend dichterbij. Hij tekent zich nu al af in het klimaat, de vluchtelingencrisis, de voedselcrisis, pandemieën en de crisis in onze democratische instellingen. En dat zal allemaal alleen maar erger worden. Deze wereld zal, zoals alle materie, uiteindelijk vergaan. Of zich daarna een vreemde en liefdevolle wereld zal ontwikkelen is onzeker. Dat hangt er vanaf of we in staat zijn om nu al tot een spiritueel ontwaken te komen.

*) Eschatologie:  leer van het einde van de wereld en het laatste oordeel