Je moet zoeken zonder te zoeken.
Woe- men (chinees zenmeester)
Nadat ik beland was in de wolk van niet weten (zie vorige twee blogs) kwam ik terecht in een toestand van geestelijke rust. Maar na enige tijd begon het te kriebelen. Ik had altijd twee levensdoelen: het vervullen van mijn ‘sacred contract’ en het zoeken naar waarheid. Beide doelen waren intussen bereikt voor zover mogelijk, maar mijn leven was nog niet ten einde. Hoe nu verder?
Ik merkte dat ik nog steeds een onderzoekende geest had. Maar het doel was nu niet meer de ultieme waarheid vinden als antwoorden op essentiële vragen, want ik was er nu wel achter gekomen dat ik die antwoorden nooit zou vinden. In plaats daarvan was ik terecht gekomen in een toestand van ‘awe’, ontzag, verwondering, eerbied. Maar het bleek dat mijn onderzoekende geest niet tot stilstand was gekomen. Wat was dan nu mijn levensdoel? Ik geloof in de uitspraak van Richard Bach: Here is a test to find whether your mission on earth is finished: If you’re alive, it isn’t.
Het is duidelijk dat ik nog in leven ben – dus wat is mijn missie nu? Ik zie twee doelen: 1* doorgaan met onderzoeken, en 2* kijken wat ik nog kan bijdragen voor een betere wereld. Wat het eerste betreft: het gaat nu niet meer om het vinden van ultieme antwoorden, maar om nieuwe dingen te ontdekken. Het onderzoeksproces is nu minder doelgericht (zie het citaat hierboven), en vraagt een open geest, ontvankelijkheid, nieuwsgierigheid. De toestand van niet weten helpt daarbij.
Die open geest helpt ook bij het tweede doel. Mijn fysieke conditie beperkt me intussen voor wat betreft mijn mogelijke bijdrage aan een betere wereld. Dus ik weet zo gauw niet wat ik nog kan bijdragen. Ik denk ik dat ik me maar moet overgeven aan het leven zelf, en alert zijn op wat er aan mogelijkheden voorbij komt. Eigenlijk geldt wat dit betreft hetzelfde als voor mijn eerste doelstelling – ook in dit geval is het van belang geen concrete doelen te stellen. Het wordt misschien eens tijd voor het Ongekerfde Blok, oftewel de Poeh Manier*).
*) Benjamin Hoff, Tao van Poeh, De Kunst van het Zijn geopenbaard door de Beer met maar een heel klein beetje Verstand, 1982










