De worstelingen van een wereldverbeteraar

Ik had een onsmakelijke droom. Voor diegenen die hier niet tegen kunnen: eerste alinea overslaan.toiletpot_3_onderafvoer_model_ao

Ik moest een toilet vol poep en andere smerigheid opruimen; afval van een crimineel (die was ik natuurlijk zelf, conform het principe van droomuitleg). Ik trok het toilet door, maar dat stroomde over, en de smurrie liep over de vloer en door de openstaande deur naar en op het grasveld buiten. Uiteindelijk verdween de rest door het toilet, en ik dacht: eerst maar eens de vloer dweilen, met flink wat chloor in het sop, al is dat niet goed voor het milieu. Einde droom.

Ik interpreteer de droom onder meer als een aansporing om oude troep (verschilt maar twee letters van poep) op te ruimen. Dat geldt zeker voor allerlei materiële zaken, inclusief allerlei oude archiefstukken, die ik zoals iedereen verzameld heb en met me meesleep. Maar het geldt zeker ook voor wat rommel op de zolderkamer van mijn geest. Met name zou ik eens willen kijken naar de archiefkast met het opschrift: wereldverbetering.

Ik ben een pathologisch wereldverbeteraar. Ik had dat al tijdens de middelbare school, met name in de Humanistische Jeugdbeweging. Later  zat ik in actiegroepen (dat was in de 70-er jaren heel modieus); zo bijvoorbeeld de actiegroep Schiphol Stop tegen de aanleg van de vijfde baan op Schiphol. Dat was heel leuk, en daar heb ik heel veel van geleerd, en het resultaat was dat Schiphol niet alleen met een vijfde baan maar ook met een zesde baan is uitgebreid. Dat was dus niet helemaal zo bedoeld en daarom bekeerde ik me tot het New Age adagium: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf”. Ik interpreteerde dat zo dat je, als je maar genoeg aandacht besteedde aan je eigen persoonlijke ontwikkeling, het goede in de mens (dus ook in mezelf) vanzelf zou vrijkomen en een heilzame werking in de samenleving zou hebben. Onze negatieve intenties zouden dan vanzelf verdwijnen.

Toch was ik niet zo naïef, want toen het rapport van de Club van Rome uitkwam – dat kortweg stelde dat we met zijn allen naar de ratsmodee zouden gaan als we ons collectief gedrag niet drastisch zouden wijzigen – besefte ik meteen dat we dat niet zouden doen. Daarin heb ik helaas gelijk gekregen. Dit rapport was een ware wake-up call, en sindsdien heb ik me met verdubbelde energie niet alleen gestort op mijn eigen ontwikkeling, maar ook op die van anderen (middels trainingen, leergroepen en coaching). Vervolgens, in de tachtiger jaren, kwam ik tot het inzicht dat werkelijke verandering niet zou komen van de politiek maar van het bedrijfsleven (u ziet ik ging nog steeds met de trend mee). Ik richtte derhalve mijn aandacht nu op organisaties en bedrijven.

Daardoor zag ik dat wat we nodig hadden inspirerend en bezielend leiderschap was. Dat inzicht mondde uit in een uitvoerig studieproces over wat dat dan wel mocht zijn, en tenslotte in een boek: Spiritueel Leiderschap, 1996, mijn magnum opus (nog steeds verkrijgbaar). En daarna, met name vanaf 2002 heb ik, samen met anderen, gepoogd een school voor leiderschap op te richten, The Edge, waar dit ‘nieuwe’ leiderschap geleerd kon worden. Daarin zijn we echter maar zeer gedeeltelijk geslaagd. Misschien waren we onze tijd vooruit, of misschien bleven we qua vormgeving nog wel te veel hangen in het verleden. Dat kan ook allebei waar zijn.

Hoe dit zij, de resultaten van mijn pogingen de wereld te verbeteren waren niet erg indrukwekkend. In 2007 ontving ik een nieuw wakeup call: het vierde rapport van het IPCC*. Het was nu wel duidelijk dat we de wereld, althans de condities waaronder wij mensen ons hadden ontwikkeld,  inderdaad naar de kloten hielpen. Dat leidde tot een nieuwe oproep: zie toch onder ogen wat er gebeurt! (De Aarde heeft koorts, 2008**) Opnieuw een oproep tot bewustwording. Maar toen ik besefte dat het niet alleen om bewustwording en een cultuuromslag ging, maar ook om structurele verandering, schreef ik nog een boek: Voor niets gaat de zon op (2012), waarin ik mijn visie op een nieuwe, waardige samenleving ontvouwde. Maar ook dat alles heeft weinig betekend in het licht van de Eeuwigheid.

Mijn laatste inzicht heb ik uiteengezet in vorige blogs: Het gevaar van de inktzwarte toekomst onder ogen zien, is dat we daar bang voor worden en die met kracht willen vermijden. De Wet van Manifestatie leert echter dat we niet alleen creëren wat we verlangen, maar ook dat waar we bang voor zijn. Dat proces lijkt me op collectief niveau gaande. We scheppen met ons denken datgene waaraan we energie, aandacht geven.  Dus, zo stel ik, moeten we weliswaar de werkelijkheid niet ontkennen (dat zou ook een vorm van er aandacht aan geven zijn), maar daarnaast een persoonlijke en gedetailleerde visie ontwikkelen van wat we werkelijk verlangen. Een stralende toekomst. Alleen zo vinden we de moed om te blijven kijken en 100 % verantwoordelijkheid te nemen.

Maar  wat nu te doen om de wereld te verbeteren? Ja, daarop heb ik even geen antwoord (maar ik zal er wel op terug komen). Ik ben even aan het afkicken van mijn verbeterverslaving. Dat leidde tot de volgende haiku:

  • Veel zal voorbijgaan,
  • zo ook mens en natuur, maar
  • schoonheid is eeuwig.

Overigens ben ik van mening dat iedereen het MasterPeace concert van 21 september moet bezoeken. Er zouden zoveel bezoekers moeten zijn dat buiten schermen geplaatst moeten worden zodat iedereen kan meegenieten. Zie www.masterpeace.org.

* Intergovernmental Panel  on Climate Change

** Erik van Praag, Jan Paul van Soest en Judy McAllister, De Aarde heeft koorts, 2008

 

 

 

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

2 Antwoorden aan De worstelingen van een wereldverbeteraar

Reactie toevoegen