Tag archieven: yin en yang

De Koningin

In mijn vorige blog heb ik de ontwikkeling van de man beschreven van kind naar volwassenheid, zoals die beschreven is door Jung. Naar aanleiding van die beschrijving is door Jung en zijn leerlingen de ontwikkeling van de vrouw in spiegelbeeld beschreven. Haar ziel wordt dan beschreven als animus, en het is de opgave van de vrouw haar animus te ontwikkelen. Die ziel zou dan haar mannelijke binnenkant zijn.

Deze redenering gaat volgens mijn ervaring en inzicht volstrekt mank. In de eerste plaats is de ziel altijd vrouwelijk, en hoeft de vrouw haar ziel dus niet zo te herkennen en ontwikkelen als een man – Terzijde: het woord ‘animus betekent in het latijn dan ook niet ‘ziel’ maar ‘verstand -. Haar ziel is al vanaf de geboorte volop aanwezig in haar bewustzijn en expressie.

Wat de vrouw echter moet ontwikkelen is niet haar anima, maar haar ‘spiritus’, haar geest. Dan komen naast haar yin-eigenschappen (zoals ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid ) ook haar yang-eigenschappen (wilskracht, agressie, autonomie, besluitvaardigheid en doortastendheid) tot ontwikkeling. Als dat proces in balans met haar anima verloopt dan zie je vrouwelijke leiders naar voren komen die kracht paren aan mildheid. Voorbeelden van dergelijke leiders zijn Gro Harlem Brundtland, Jacinda Ardern, Mette Frederiksen en in ons land: Sigrid Kaag, Femke Halsema en anderen. Zij tonen het leiderschap dat we nodig hebben. Ook de ontwikkeling van de vrouw is in een mythe beschreven: de mythe van Amor en Psyche.

Maar onder invloed van de verharding in de cultuur gaat bij de ontwikkeling van het vrouwelijk leiderschap ook veel mis. Als vrouwen hun aandacht richten op de ontwikkeling van hun kracht en autonomie, maar daarbij hun anima geen ruimte meer geven, dan krijg je leiders die iedere barmhartigheid ontberen. Ik denk daarbij aan iemand als Margaret Thatcher, en in ons land Marjolein Faber, Mona Keijzer en Dilan Yeşilgöz. Dat is het soort leiderschap dat we kunnen missen. Vandaar dat ik mijn voorkeur voor vrouwelijk leiderschap vandaag de dag nuanceer.

.

© Caroline Myss, Archetype kaarten

Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?

Er zijn in principe twee soorten mensen:
mensen die dingen bereiken en mensen die claimen dat ze dingen hebben bereikt.
In die eerste groep is het minder druk.
(Mark Twain)
Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?
(Lao-tse)

Jarenlang heb ik gepleit voor meer vrouwen in leidinggevende functies. Maar nu merk ik dat ik dat standpunt moet nuanceren. Daar heb ik twee blogs voor nodig, want ik maak eerst een omweg via de ontwikkeling van de vrouwelijke kant van de man.

Baanbrekend werk op dat gebied is verricht door C.G. Jung. Hij stelde dat in de man, diep in zijn binnenste, zijn ziel leeft, door Jung ‘anima’ genoemd. Zijn ziel is de vrouwelijke kant van zijn karakter – terzijde: in het Duits, frans, latijn en oud-nederlands is het woord ziel van het vrouwelijk geslacht – die bij een gezonde persoonsontwikkeling pas later in zijn leven naar buiten treedt. Daarvoor laat de man in ontwikkeling zijn typerende mannelijk kant zien (yang-kant), die door zijn fysieke natuur en de socialisatie in de cultuur is bepaald. Eigenschappen als wilskracht, agressie, besluitvaardigheid en doortastendheid treden daarbij op de voorgrond.

Zelfonderzoek zou er dan toe moeten leiden dat in de adolescentie zijn anima meer door hemzelf herkend en aanvaard wordt. Zij komt dan tot ontwikkeling, en de bovenstaande eigenschappen worden dan verzacht door bereidheid, ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid (yin-kant). Dit is een zeer oppervlakkige en korte samenvatting. Voor een meer uitgebreide bespreking van deze processen verwijs ik naar de boeken van Jung en mezelf.*) .

Onder invloed van de modernistische en post-modernistische cultuur wordt echter de ontwikkeling van de anima nogal eens geblokkeerd. Je ziet dan mannen en leiders opstaan waarbij de ‘vrouwelijke’ eigenschappen ook niet tot ontwikkeling zijn gekomen. In extremis krijg je dan ‘leiders’ als Trump, Wilders, Orban, Erdogan, Poetin, Stalin, Lenin. Kenmerkend voor deze ‘leiders’ is het totale ontbreken van barmhartigheid. Mark Carney, de premier van Canada, lijkt me iemand bij wie die ontwikkeling wel in balans is verlopen.

Volgelingen van Jung beschrijven de ontwikkeling van vrouwen als spiegelbeeldig aan de ontwikkeling van de man. Maar naar mijn menig klopt dat niet. In de literatuur heb ik daarover echter geen kritische kanttekening kunnen vinden. Merkwaardig! In mijn volgende blog ga ik daar verder op in.

*) C.G. Jung, Archetypen, 1987. Erik van Praag, Spiritueel leiderschap, 1996/9 en Voor niets gaat de zon op, 2012. In de boeken van mij wordt de graal-legende beschreven, die een prachtige metafoor is voor de ontwikkeling van de man.

Wat is goed?

Goedheid is sterker dan slechtheid
(Nelson Mandela)

Als een olievlek breidt het kwaad zich over de wereld uit. Daarom heb heb ik de afgelopen maanden veel geschreven over het kwaad en ben daarbij ingegaan op vragen als: waar komt het vandaan, wat is de functie ervan, en wat is het precies. Maar definitieve antwoorden heb ik niet gevonden. Ik realiseer me dat dit misschien niet mogelijk is – het bestaan van het kwaad is en blijft uiteindelijk een mysterie. Bovendien is het zo, dat we in deze wereld alles beleven in tegenstellingen, en het kwaad is misschien pas echt te begrijpen als we ook kijken naar het goede (zoals we duisternis pas kunnen begrijpen als we een idee hebben van wat het licht is). Daarom ga ik in dit blog maar eens in op wat het goede, wat Goed is.

Het is duidelijk dat de ideeën over wat goed is per cultuur verschillen. Maar de vraag is of onder die oppervlakte bij individuele mensen een universeel besef van wat goed, of van wat het goede is, bestaat. Een soort a priori kennis of weten, wat vervormd of zelfs onderdrukt kan worden door culturele waarden. Het zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de gulden regel – “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden” of “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet” – in alle culturen geldig is, zij het dat de invulling in de praktijk kan verschillen. De essentie blijft dan hetzelfde: het tonen van respect, empathie en eerlijkheid in de omgang met anderen, gebaseerd op de eigen wensen en behoeften. Het zou ook kunnen zijn dat mededogen en solidariteit universele waarden zijn, ook al kunnen daar in sommige culturen verschillende groepen van uitgesloten zijn. Zo zijn er vele anekdotes van mensen die vreemdelingen of vijanden die ziek of gewond zijn toch bijstaan, ook al hebben die vijanden eerder veel verdriet veroorzaakt.

Ik heb hier impliciet al een aanduiding gegeven van wat dat universele goed zou kunnen zijn. Ook in de kunst – muziek, beeldende kunst, literatuur, architectuur, enz. – komt dat universeel goede soms tot uiting. Volgens de recensent was dat bijvoorbeeld het geval in het recente North Sea Jazz Festival.

Mensen kunnen tot kwaadaardig gedrag vervallen als de balans in hun wezen om wat voor een reden dan ook verstoord is, met name de balans tussen Yang en Yin. Naar zijn aard is Yang initiërend, penetrerend, wilskrachtig en egogericht, terwijl de Yin energie meer verbindend, ontvankelijk, bereidwillig en ecogericht is. Als de yangkracht zich niet door wu wei (niet handelen) weet in te tomen, en de yin energie daar tegenover niet door intuïtie en wijsheid voldoende sterkte weet te ontwikkelen, dan is de balans zoek, en dat is de oorzaak van veel kwaad in de wereld. Dit soort processen spelen zowel op individueel als op collectief niveau. Volgende week werk ik dat verder uit.