toekomst

De onzichtbare werelden.

Zoals beloofd zal ik in dit blog iets vertellen naar aanleiding van de conferentie in Findhorn die ik vorige week online heb bijgewoond (Co-creativity; shaping our future with the unseen worlds). Maar eerst twee opmerkingen vooraf.

Ik had het in mijn vorige blog over ‘de genezing van onze wereld’. Maar er is natuurlijk geen sprake van, dat onze fysieke wereld zich binnen afzienbare tijd zal herstellen van de schade die de mens al  heeft toegebracht en doorgaat toe te brengen aan de ecosystemen van de wereld. De fysieke aarde zal alles wel overleven, zoals ze ook eerdere extincties heeft overleefd. Met ‘genezing’ bedoelde ik meer de genezing van onze samenleving. Ik heb niet de illusie dat we zullen ontwikkelen naar een wereld van uitsluitend harmonie en geweldloosheid, maar het zou kunnen dat we, als reactie op de klimaatramp, niet ten onder gaan aan oorlog maar in plaats daarvan de problemen in collectieve samenwerking te lijf gaan, mede met behulp van de technologische revolutie. Dat zou al heel wat zijn. Om dat te bereiken is een geheel nieuw niveau van collectief bewustzijn nodig. Dat is voor mij de operationele definitie van genezing.

Een tweede punt. Als u zich alleen in een kamer bevindt bent u natuurlijk niet alleen. U bevindt zich in het gezelschap van miljoenen microben en virussen. En ook op andere manieren is de ruimte vol. Er zijn talloze electromagnetische velden, kunstmatige zoals die van uw Wifi (en die van de buren!), talloze audio-en videogolven (die interessante informatie bevatten), uitstraling van elektrische apparaten, en natuurlijke velden, zoals het magnetische veld van de aarde, deeltjes die uit de kosmos op ons afkomen, en uw eigen electro-magnetische veld. Waarschijnlijk vergeet ik nog het een en ander.

Niets van dit alles kunt u onmiddellijk waarnemen. In toenemende mate heeft de mensheid apparatuur ontwikkeld om deze onzichtbare aanwezigheid wel waar te nemen (vaak indirect), maar er is nog steeds veel dat we niet kunnen zien, horen, ruiken of voelen, zelf niet via apparatuur. Zwarte materie bijvoorbeeld.

Daarom is het niet vreemd om te veronderstellen dat er nog een onzichtbare wereld is, die we (vooralsnog) ook niet kunnen zien of horen. Denk aan engelen, demonen (goed- en kwaadaardig), djinns, deva’s, ‘nature spirits’, en, volgens sommige tradities, overledenen. Als die wereld inderdaad bestaat, dan is uw kamer , waarin u zogenaamd alleen aanwezig bent, nog veel voller dan u al dacht, want er is geen enkele reden om aan te nemen dat er niet een aantal van deze zogenaamde  ‘subtiele wezens’ door heen zweven.

De vraag is natuurlijk hoe we kunnen onderzoeken of deze wereld überhaupt bestaat en hoe we daar dan mee in contact kunnen komen. En nog verder: hoe we er mee kunnen samenwerken. Daarover volgende week meer. Dan hoop ik ook iets meer te vertellen over de Findhorn conferentie.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Van de ‘elite’ moeten we het niet hebben.

In mijn vorige blogs beschreef ik dat de godsdiensten en het humanisme er niet in geslaagd zijn een waardige wereld te scheppen, en dat het niet waarschijnlijk is dat dit in de nabije toekomst wel gaat gebeuren. Volgens Frits Bosch, gezaghebbend econoom  en auteur van ‘Wereld op een keerpunt -waarheen?’ moeten we dat ook niet verwachten van de ‘Nederlandse elite: mensen die zaken naar hun hand kunnen zetten in de netwerk-, informatie- en dienstenmaatschappij.’ (citaat uit Het Parool van 20 augustus). Van de grote maatschappelijke problemen – verminderde samenhang in de samenleving, verminderend vertrouwen in de democratie, vluchtelingenprobleem, klimaat probleem, enzovoorts; u weet het zelf wel – ‘maakt de elite  deel uit door ze te ontkennen. Het gaat geweldig goed met Nederland, althans in economische zin. Maar: “It’s not the economy, stupid!” ‘, aldus Frits Bosch in hetzelfde artikel. Hij komt tot deze conclusie nadat hij, om inzicht te krijgen in hun gedachtenwereld, had gesproken met mensen van serviceclubs, de pers, de financiële wereld, het midden- en kleinbedrijf en wetenschappers. Daarnaast sprak hij met ‘de gewone man’ en met allochtonen.

(Terzijde: ook de vrijmetselarij, die vrijwel dezelfde waarden en doelstellingen koestert als het humanisme, en die in het verleden een grote bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de democratie, laat het afweten).

Vanwaar moet de genezing van onze wereld dan wel komen? In de eerste plaats natuurlijk van onszelf. Ik citeer hier graag Caroline Myss (salon-archief): bewustwording, spirituele ontwikkeling bestaat niet alleen uit jezelf leren kennen, maar is een combinatie van vier processen:

  1. De beslissing om jezelf diep, eerlijk, naar waarheid te leren kennen.
  2. De keuze om een ​​intieme en ervaringsgerichte relatie met het goddelijke aan te gaan, door je intellectuele raamwerk opzij te schuiven over wat je “denkt” of “gelooft” dat God is. Ideeën zijn zinloos. Het zijn illusies. Ervaring is veel belangrijker.
  3. De keuze om je op een positieve manier in te zetten voor acties die de wereld om je heen direct beïnvloeden, om buiten jezelf te treden.
  4. Je realiseren dat al je keuzes invloed hebben op de gemeenschap van mensen om je heen, net als op jezelf.

En wat de tweede bron van genezing van onze wereld betreft, daar ben ik veel onzekerder over. Misschien moeten we open staan voor hulp van en samenwerking met de ‘unseen world’, zoals ze dat in Findhorn (https://www.findhorn.org) noemen: de wereld van ‘deva’s’, engelen, ‘nature spirits’ en zo meer. Bestaat die wereld? Ik geloof van wel, maar heb er weinig directe ervaring mee. Daarom ga ik de komende week een online conferentie bij Findhorn volgen: Co-creativity; shaping our future with the unseen worlds. Misschien weet ik na afloop wat meer. Ik houd u op de hoogte.

Van een ding ben ik echter overtuigd: ook de entiteiten uit de unseen world kunnen niets beginnen zonder onze eigen inzet. Op ons komt het aan, zoals we in de vrijmetselarij zeggen.

In verband met de conferentie schrijf ik volgende week geen blog. Daarna hoort u van mij.

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

Hoe nu verder?

In mijn vorige blog vroeg ik me af waarom het humanisme niet in staat is gebleken een dam op te werpen tegen nihilisme, racisme, populisme en nationalisme. Ik zie hiervoor een aantal redenen, en beperk me daarbij tot de situatie in Nederland (van andere landen weet ik onvoldoende af).

In de eerste plaats heeft het humanisme in Nederland zich onder invloed van het Humanistisch Verbond  (HV) sterk rationalistisch ontwikkeld. Daarmee spreekt het minder tot het hart, en voldoet het niet aan de behoeften van diegenen die niet gewend zijn aan redeneren en analyseren.

In de tweede plaats is het HV er niet in geslaagd een plek van veiligheid en geborgenheid te bieden voor diegenen die door de het wegvallen van de vooroorlogse structuren en de verzakelijking van de werkomstandigheden geïsoleerd in de wereld zijn komen te staan. Dat hangt samen met het eerste punt: de bijeenkomsten van het Verbond zijn voor grote groepen mensen te intellectualistisch. Ook mist het HV rituelen, die tot verdieping en verbinding zouden kunnen leiden.

In de derde plaats is het Nederlandse humanisme (en zelfs het internationale humanisme) sterk beïnvloed door de uitgangspunten (de zogenaamde postulaten) van Jaap van Praag (medeoprichter en jarenlang voorzitter van het HV). Die vindt men op de website van het Humanistisch Verbond. Het zijn vijf stellingen over het wezen van de mens, en vijf stellingen over de aard van de werkelijkheid. Hier zijn ze in beknopte samenvatting: De mens is volgens de postulaten van Van Praag: natuurlijk (in plaats van bovennatuurlijk), verbonden (in plaats van geïsoleerd), gelijk (in plaats van ongelijk), vrij (in plaats van onvrij), redelijk (in plaats van onredelijk). In het wereldbeeld van Van Praag is de wereld: ervaarbaar (in plaats van gedacht), bestaand (in plaats van een verschijning), volledig (in plaats van onvolledig of verwijzend naar iets anders), toevallig (in plaats van bedoeld) en dynamisch (in plaats van onveranderlijk). Deze stellingen zijn zeer interessant en het overdenken waard, maar ze spreken niet iedereen aan. Met name de stellingen  over het redelijke karakter van de mens, en over de volledigheid en de toevalligheid van de ervaarbare wereld roepen vragen op.

In de vierde plaats mist het humanisme een concrete visie op waar we met zijn allen naar toe zouden moeten gaan. Er zijn wel humanistische idealen die voortvloeien uit de humanistische waarden: verantwoordelijkheid voor de medemens, de samenleving en de natuur; rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en persoonlijke vrijheid. Maar die waarden zijn niet vertaald in een concrete visie die grote groepen mensen aanspreekt. En daarmee heeft het humanisme ook geen slogan die mensen in beweging brengt.

En tenslotte: het humanisme in Nederland heeft niet een leider voortgebracht die in staat was de brede massa te bereiken en in beweging te brengen. Van Praag, die jarenlang gezichtsbepalend was voor het Nederlandse humanisme, heeft samen met anderen veel tot stand gebracht: met name de emancipatie van de buitenkerkelijken. Hij heeft vele mensen geïnspireerd, is persoonlijk veel mensen tot steun geweest en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van geestelijke verzorging en humanistische vorming. Maar een leider die grote volksmassa’s aansprak, zoals bij ons Den Uijl en in America Obama,  is hij niet geweest.

Het naoorlogs humanisme, hoe beloftevol ook, heeft zijn eigen doelstelling (nog) niet gehaald. Hoe nu verder? Het stelt diegenen die met de humanistische waarden en doelstellingen sympathiseren voor een interessante uitdaging: wat nu? Wordt vervolgd.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Amsterdam als ‘fearless city’.

Heeft u afgelopen zondag Buitenhof gezien? Een curieuze uitzending. Eerst minister Wiebes, die uitging van een imaginaire realiteit betreffende de opwarming van de aarde – hij dacht dat 2 graden, en zelfs 1,5 graden opwarming nog een realistisch scenario was – en daarna een gesprek met Jason Moore, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Birmingham, en Willem Schinkel, hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus universiteit,  die de realiteit onverbloemd benoemden. Wat Wiebes betreft: zou die nu echt niet weten wat er werkelijk gaande is? Met andere woorden: is hij nou zo dom, of is hij een leugenaar? Ik laat het oordeel graag over aan u en aan hemzelf.

Moore en Ginkel stelden beiden dat onze redding, zij het niet zonder veel leed en schade, nog mogelijk is als we overgaan tot een volstrekt andere manier van politiek en economie bedrijven. Met andere woorden: als we inzien dat het einde van het kapitalisme, of neo-liberalisme, het is maar hoe je het noemen wilt, nu toch echt nabij is. Dat betekent een zeer grondig overheidsingrijpen, nationaal en mondiaal. Moore was optimistisch, want hij achtte dat mogelijk, en noemde als voorbeeld het ingrijpen van de Amerikaanse overheid na Pearl Harbor. Maar dat was in een acute noodsituatie, die overigens concreter en tegelijkertijd minder bedreigend was dan de situatie waar we ons nu in bevinden. Ik leid daar uit af dat een dergelijk ingrijpen pas zal plaats vinden als de eerste steden in zee verdwijnen, of als een acute voedselschaarste de hele wereld bedreigt. Maar dat het einde van het neo-linberalisme nabij is, is niets nieuws. Daar zijn weldenkende mensen het al geruime tijd over eens.

Des te interessanter is de reactie van onze premier op het coalitieakkoord in Amsterdam. Daar staan o.a. enkele begrijpelijke en concrete doelen in: betaalbaar wonen, goed openbaar vervoer, grondige aanpak van de luchtverontreiniging, aanpak van het massatoerisme. Het akkoord is ook helder over de maatregelen waarmee men dat denkt te bereiken. Onze premier liet echter weten bijzonder ongelukkig te zijn met het akkoord. De stad was ‘verloren gegaan aan ‘links’. Een onthullende terminologie. De premier liet zich  kennen als een diehard aanhanger van het neo-liberalinsme, dat ons  in zulke ernstige problemen heeft gebracht.

Mijn verwachting is dat het Amsterdamse gemeentebestuur het nog moeilijk gaat krijgen. Niet alleen zal het veel weerstand ondervinden van plaatselijk gevestigde belangen (bijvoorbeeld woningbouwverenigingen), maar ook zal Den Haag alles op alles zetten om de uitvoering van dit coalitieakkoord onmogelijk te maken. Daarbij zal het principe van de gemeentelijk autonomie (Thorbecke) onder druk komen te staan. Het coalitieakkoord is immers de eerste aanval op het neoliberalisme  die het niet laat bij woorden maar komt met daden.

Om sterker te  staan zal Amsterdam zich aansluiten bij het Fearless Cities-netwerk: een netwerk van andere Europese steden die zich verzetten tegen de neo-liberale dogma’s. En dat sluit weer aan bij een ontwikkeling, waarbij de macht vande centrale overheden afbrokkelt en verschuift in twee richtingen: enerzijds naar de steden, en anderzijds naar internationale organen. Wen er maar aan.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Zo moge het zijn.

De situatie waarin wij als mensheid zijn komen te verkeren doet mij denken aan de tijd dat ik te horen kreeg dat ik kanker had. Ik voelde me niet ziek, maar was wel in levensgevaar. Als de kanker zou uitzaaien zou ik er nu niet meer geweest zijn. Anderzijds was de kans echter reëel dat ik het zou overleven. Zoals u merkt was het laatste het geval, en ik heb er niets aan overgehouden.

Het nam enige tijd in beslag voordat ik destijds zekerheid had, en al die tijd leefde ik in spanning. Tegelijkertijd werd ik me ervan bewust hoe kostbaar het leven is en hoe fragiel mijn lichaam. Ik ging scherper waarnemen. Dat bleek al meteen de eerste week nadat ik het schokkende bericht ontving. Ik moest direct geopereerd worden, maar zou de volgende week op wintersportvakantie gaan. Na enige aarzeling werd me dat toegestaan door de behandelende arts. Zelden heb ik zo intens genoten van een vakantie, en de schoonheid van het winterse berglandschap zo intens ervaren. Tegelijkertijd sloot ik in die tijd vrede met de dood, ook al had ik nog lang geen zin om van het leven afscheid te nemen.

Als mensheid verkeren we thans in een soortgelijke situatie. We verkeren in levensgevaar, maar het zou ook  kunnen dat we het overleven. Natuurlijk gaat de metafoor enigszins mank: de tijdsspanne is heel anders; de meesten van ons zullen de daadwerkelijk extinctie niet meer meemaken en worden niet acuut met de dood bedreigd. En ook zou het kunnen zijn dat een deel van de mensheid het overleeft, terwijl miljarden anderen in de catastrofe omkomen. Het is dus niet: overleven of sterven, maar er is ook een derde mogelijkheid: zwaargewond doorleven. Maar toch,  zodra we tot eenheidsbewustzijn komen en ons identificeren met de ‘family of man’ – en is dat niet het doel van elke spirituele ontwikkeling? – dan is er wel degelijk een overeenkomst te zien tussen de situatie van een individu dat kanker krijgt (en wellicht nog kan overleven) en de situatie waarin we nu collectief verkeren.

In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld of het nog wel zinvol is de werkelijkheid onder ogen te zien, als die er zo grimmig uitziet. Ik heb toen gesteld dat ik denk dat dit wel zo is, maar dat het afhankelijk is van hoe we erop reageren. De analogie met kanker geeft ons wat dat betreft enige aanwijzingen.

In de eerste plaats is het van belang dat we ons de kostbaarheid van het leven realiseren, het ten volle ervaren en genieten, en tegelijkertijd vrienden worden met de dood. Dat lijkt een tegenstrijdigheid, maar is het merkwaardigerwijs niet. Hoe meer we het leven vieren, en des te intenser we het leven,  des te meer kunnen we ons verzoenen met het afscheid als onze tijd is gekomen.

In de tweede plaats is het van belang dat we onze aandacht gaan richten op de  zaken die er wezenlijk toe doen: schoonheid, liefde, eenheid, verwondering, licht, stilte. Omdat van binnenuit te kunnen doen – en niet alleen maar op mentaal niveau – is spirituele groei nodig, en die komt vaak niet vanzelf. Er is aandacht, oefening, tijd en inspanning voor nodig. De werkelijkheid onder ogen zien helpt daarbij.

En in de derde plaats is het natuurlijk niet verkeerd om intussen te doen wat nodig is. Met name niet meer vliegen, met het openbaar vervoer reizen en geen vlees eten verhogen de kans dat het allemaal iets minder erg wordt. Bovendien geven dit soort handelingen onszelf een goed gevoel, ook nooit weg.

Deze drie reacties zijn natuurlijk ook op zichzelf waardevol. Maar ook is deze levenshouding een voorwaarde om tegelijkertijd te leven in vol bewustzijn van wat er gaande is, en toch met vreugde en voldoening in het leven te staan. Het is ook de enige manier om het leven ten volle te leven en in dit leven te doen wat je te doen hebt, en te geven wat je te geven hebt. Zo moge het zijn.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Leven op het randje

Door niets werd de onbenulligheid van de Nederlandse politiek en (de meeste) televisiejournalistiek beter geïllustreerd dan door de Buitenhof uitzending van afgelopen zondag. In een uur slaagden interviewer Paul Witteman en premier Marc Rutte er in de tijd te vullen met volstrekt nietszeggende prietpraat. Wat bijvoorbeeld niet aan de orde kwam was een vraag in de trant van: ‘meneer Rutte, u streeft voortdurend naar economische groei, maar weet u dan niet dat duurzame groei voorlopig niet mogelijk is en alle groei voorshands bijdraagt tot de klimaatcatastrofe waar we in volle vaart op af stevenen? Kan u dat helemaal niet schelen?’ *)  Of: ‘meneer Rutte: ‘u streeft voortdurend naar economische groei, maar weet u dan niet dat alle groei voorshands bijdraagt tot een steeds grotere ongelijkheid in de wereld? Hoe denkt u dat op te lossen, of althans die trend te keren?’ Enzovoort.

Van premier Rutte kan je je deze onnozelheid nog voorstellen – hij  heeft per slot nog nooit iets anders gezegd en bovendien wordt hem, noch door de journalistiek, noch door de tweede kamerleden ooit het vuur na aan de schenen gelegd. En ook van Paul Witteman had ik niet meer verwacht, na een leven waarin hij voortdurend lof heeft geoogst en zijn ego daardoor uiteraard is gegroeid tot onhanteerbare proporties. Maar van de redactie van Buitenhof. . . ? Treurig.

Ik ben door vrienden, relaties en familieleden vaak getypeerd als een doemdenker of alarmist. Zelf zie ik dat zo niet. Im zie mezelf meer als iemand die de werkelijkheid zonder omwegen onder ogen ziet, maar daarnaast hoop houdt op een waardige wereld (en dat ook uitdraagt). Eigenlijk ben ik te optimistisch. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek dat ik met Jan Paul van Soest in 2008 heb gepubliceerd: De Aarde heeft koorts. Hoewel we weliswaar een doemscenario van 4 graden opwarming als waarschijnlijkheid beschrijven blijken we daarbij op twee manieren veel te optimistisch te zijn geweest. In de eerste plaats is een opwarming van 4 graden of meer inmiddels vrijwel zeker, en in de tweede plaats zijn de door ons aldaar beschreven gevolgen verre onderschat. Bovendien besteden we in dat boek veel aandacht aan wat we er nog aan zouden kunnen doen, en spreken we de hoop uit dat dit ook gaat gebeuren. Maar zoals we allen weten is dat niet gebeurd, en zijn we ook wat dat betreft door de werkelijkheid achterhaald.

Wie echt wil weten hoe het er met de wereld voorstaat leze The Uninhabitable Earth  van David Wallace-Wells uit New York Magazine. **) Als u dat doet moet u wel doorlezen tot het eind, anders eindigt u in een depressie. De laatste alinea biedt nog enige hoop.

Maar de vraag is natuurlijk wel, als het er echt zo rampzalig voorstaat met onze wereld, en er nog maar zo weinig aan te doen lijkt, waarom zouden we daar dan nog aandacht aan geven? Daar worden we dan immers alleen maar treurig van? Waarom zouden we niet leven vanuit een houding van’ Na ons de zondvloed’?

Toch denk ik dat het wel degelijk zinnig is om de werkelijkheid zoals die is onder ogen te zien, hoe beroerd er dat ook uitziet. Maar het hangt er daarbij wel van af hoe we met die waarneming omgaan. Daarover hoop ik de volgende week met u te spreken.

 

*) Zie bijvoorbeeld het interview met Kate Raworth, econoom, in NRC/Handelsblad van 17 Januari j.l.

**) http://nymag.com/daily/intelligencer/2017/07/climate-change-earth-too-hot-for-humans.html

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Homo spiritus, homo mechanicus of homo servus? – III

Er zijn in de geschiedenis van de mensheid altijd perioden en momenten geweest waarin een veelheid van  mensen zich heeft onderworpen aan een externe autoriteit (God, priester, goeroe, demagoog), godsdienst, ideologie of hype ten koste van hun individuele autonomie. Ook heden ten dage zien we dat gebeuren. Het kan zich op massale schaal voordoen (nazisme, fascisme, communisme, godsdienst), of op kleinere schaal (goeroe’s, sektes). Het kan eeuwen duren (middeleeuwen), jaren, of enkele dagen of uren (bijv. in voetbalstadions of bij massademonstraties). Een merkwaardig aspect van dit verschijnsel is dat de mensen in een dergelijk proces in hoge mate hetzelfde gedrag vertonen en hetzelfde denken, maar vaak weinig diepgaand onderling contact hebben (zie bijvoorbeeld: Kurt Baschwitz, Denkend mens en menigte, 1940). Ze blijven relatief geïsoleerde individuen.

De interessante vraag die zich nu voordoet, zullen we ons ook op die manier gaan uitleveren aan de grote, zelflerende intelligenties die in de komende tijd zullen worden ontwikkeld? Zullen we ons in ons dagelijks gedrag laten leiden door de adviezen, of zelfs instructies die deze systemen aan ons voorleggen, met name als blijkt dat die adviezen en instructies veel sneller en veel effectiever tot voor ons heilzame gevolgen leiden dan we dat zelf kunnen doen?

Maar zal het echt zo zijn, dat die adviezen, instructies en ‘handelingen (via ‘cyborgs’) van die systemen altijd heilzaam zijn? Dat hangt van een paar dingen af. In de eerste plaats van hoeveel die systemen van ons weten. Het is nu al zo dat Facebook, Google, Amazon en dergelijk organisaties al meer weten over onszelf dan we zelf op een rijtje hebben, dus dat ze vaak beter lijken te weten wat we in bepaalde situaties moeten doen of kiezen dan wijzelf. Het valt te verwachten dat in de nabije toekomst dit nog verder geperfectioneerd gaat worden.

In de tweede plaats hangt het er van af hoe die systemen geprogrammeerd gaan worden. Wat is het doel waarnaar zij streven? Is het zo dat die systemen altijd werken tot heil van het individu of van de collectiviteit? En wat zullen de systemen doen als er tegenstrijdigheid ontstaat tussen de effecten van verschillende handelingen? Is het bijvoorbeeld geoorloofd mensen te doden om erger onheil te voorkomen, en waar ligt in dat geval de grens? (Een interessante case is aan de orde in het toneelstuk Terror, nog te zien in Juni 2018, zie https://www.ntk.nl/voorstelling/terror. Ook science fiction, zoals de roman Ik, robot, van Isaac Asimov, gratis uitgedeeld door Openbare Bibliotheken, laat zien waar die situatie toe kan leiden ).

Wat zal het worden? Zal de post-humane mens, de homo spiritus, meester blijven over de intelligentie-systemen, of zullen we er slaaf van worden (homo servus)? En in het laatste geval: wie zijn de meesters? De (super-)rijke bezitters van de systemen? Maar zij zijn niet in staat die systemen te programmeren. Dus misschien zijn het de weinige techneuten die deze systemen nog min of meer begrijpen, en ze min of meer kunnen programmeren die de werkelijke meesters zijn. In dat geval mag je hopen dat zij geen cyborgs zijn, want dan is de kans niet uitgesloten dat de zelflerende systemen de macht overnemen, en de techneuten zelf ook slaven worden.

Ik denk dat onze enige hoop gelegen is in de menselijke geest, waarin we dus allereerst moeten geloven, en die we dan vervolgens zo goed mogelijk moeten ontwikkelen. Die geest zal dan beseffen, dat moeilijkheden en pijn een onlosmakelijk deel uitmaken van het leven zelf, en dat we gemakzucht niet boven alles zouden moeten stellen en niet zouden moeten streven naar een uitsluitend soepel en gladjes verlopend bestaan. Een  dergelijk bestaan zou armoedig en leeg zijn. Als velen van ons zich dat realiseren, kan het zijn dat de toekomst niet is aan de systemen, maar aan de homo spiritus, die dan zelf kan beoordelen of, en in welke mate, die systemen bijdragen tot ons welzijn, en in hoeverre en op welke wijze hij van die systemen gebruik wil maken. Intussen raad ik u aan om uiterst kritisch te zijn met het toelaten van gadgets en apparatuur in uw huis of auto, en zeker in uw lichaam (of dat van uw kinderen!), die verbinding heeft met internet. U heeft die apparatuur al (bijvoorbeeld uw navigatiesysteem, thermostaat, telefoon of computer), dus u kunt er maar beter zeker van zijn dat die apparatuur niet op oneigenlijke wijze gebruikt wordt.

 

Verantwoording.

Deze blogs over KI zijn sterk geïnspireerd door: Dorien Pessers, Afscheidscollege op de VU, 7 juli 2017, zie De Groene Amsterdammer, 7 september 2017; het artikel van Christian Jongeneel in Het Technisch Weekblad van 8 dec. 2017: Kunstmatige intelligentie, van hype naar hype; en het boek van Yuval Noah Harari, Homo Deus, 2017.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Homo spiritus, homo mechanicus of homo servus? – II

Gaat kunstmatige intelligentie (KI) ons overheersen?

In een vorig blog (21 december) heb ik gesteld dat het antwoord op deze vraag mede afhangt van hoe we de mens zien: als een elektrochemisch systeem van algoritmen, of als een beest met geest, om Troelstra even te citeren.

In het eerste geval is een uiteindelijke overheersing door zelflerende systemen, zoals die nu al ontwikkeld worden door Google en Amazon, erg waarschijnlijk. Het is in dat geval namelijk heel gemakkelijk om een verbinding te maken tussen mens en machine (het virtuele systeem), door elementen van dat systeem in de mens te implanteren. In feite gebeurt dat nu al in de medische praktijk. Zo worden automaatjes geïmplanteerd, die bij suikerpatiënten de insuline afgifte reguleren, of pacemakers, die de hartritmes regelen. Het is een kleine moeite om die implantaten te verbinden met een virtueel systeem, dat dan vervolgens meer kan regelen dan hetgeen waarvoor die implantaten bedoeld zijn. Zo zullen er ook hersenimplantaten beschikbaar komen, die gestoorde hersenfuncties, als gevolg van een beroerte of herseninfarct,  kunnen overnemen. De volgende stap is dan dat ook meer gecompliceerde stoornissen, zoals Alzheimer, Parkinson of Multiple Sclerose op die manier kunnen worden verholpen. En als laatste niet ondenkbare mogelijkheid kunnen meer mentale hersenfuncties, zoals de gewetens- of wilsfunctie door implantaten worden aangestuurd. Dit is echter zo’n complex proces, dat dit alleen maar zal kunnen als die implantaten met een groot zelflerend systeem zijn verbonden. Voor die mensen is dan de overheersing door KI een feit. En het zou kunnen zijn dat dit zo ‘perfect’ werkt, dat niet alleen zieke mensen, maar ook gezonde mensen op dit soort systemen kunnen worden aangesloten. Het is denkbaar dat daar massaal gebruik van wordt gemaakt. De mensen hebben volgens deze visie immers geen vrije wil, dus als gezien wordt dat de systemen op het eerst gezicht effectiever en succesvoller zijn dan het per definitie beperkte menselijk brein, dan is de ‘keuze’ snel gemaakt. We gaan dan leven in een wereld die overheerst wordt door ‘cyborgs’ (cybernetic organisms): humanoïde robotten, oftewel de posthumane mens, de homo mechanicus.*)

Dit alles zou ook nog kunnen gebeuren via het ‘internet der dingen’. Er worden dan gadgets in je huis of in je auto geplaatst, die behalve datgene doen wat ze moeten doen (thermostaat, zelfsturende auto, enz.) ook opnemen wat er in je huis of in je auto gebeurt. Deze gegevens worden dan weer opgenomen door de zelflerende systemen, die op die manier nog weer meer over je te weten kunnen komen. Vervolgens kunnen vanuit die ‘dingen’ ook weer instructies gestuurd worden naar je hersenen – al zal dat nog vrij lastig zijn als er in je hersenen of elders in je lichaam niet een ‘ontvangsttoestel’ is geplaatst.

Als de mens echter een ‘beest met geest’ is met een vrije wil, dan ligt de zaak wat gecompliceerder. Weliswaar kan ook in dat geval de route van geest via hersenen naar bewustzijn en gedrag geblokkeerd worden door een virtueel systeem, maar dan wordt daar wel bewust voor gekozen. En het is heel wel denkbaar dat een aanzienlijk aantal mensen daar dan niet voor kiest. Zij zien dan willens en wetens af van de voordelen die aansluiting op het virtuele netwerk biedt, omdat ze niet door het netwerk gedomineerd willen worden. Zelfs is het denkbaar dat deze mensen op een bewuste wijze gebruik kunnen maken van KI, terwijl ze zelf meester blijven. Deze mensen zijn dan geen cyborg maar een verbeterde versie van de humane mens: de homo spiritus.**)

Welke kant zal het opgaan, en wat zullen in beide gevallen de consequenties zijn? Daarover in het volgende blog.

 

*) De term is van Dorien Pessers, Afscheidscollege op de VU, 7 juli 2017, zie De Groene Amsterdammer, 7 september 2017.

**) Yuval Noah Harari gebruikt hier de term: Homo Deus, de mens als scheppende God. Zie zijn boek met die titel, 2017.

 

 

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

Ons stukje van de planetaire puzzel.

In De Groene Amsterdammer van vorige week las ik dat de tien bedrijven in Nederland die de grootste bijdrage leveren aan de CO2 uitstoot in feite nog geen wezenlijke stappen hebben gezet om die uitstoor te verminderen, en ook niet voornemens zijn dat binnen afzienbare tijd te doen.  De uistoot is nog even groot als tien jaar geleden. Van de energietransitie waarover in Nederland sprake is  komt zodoende natuurlijk niets terecht. Het is dus niet alleen de overheid die in gebreke blijft.

Reden te meer om ons in gebed tot onze partners in de subtiele werelden te wenden, zoals ik in de vorige blogs heb beschreven. Maar nadat we ons in gebed tot hen gewend hebben, komt het weer op onszelf aan! Hoe kunnen wij ons aandeel leveren bij het helen van de wereld en het redden van de mensheid? Wat kunnen wij in deze wereld manifesteren, creëren, zichtbaar maken?

Van belang is dat we allereerst vast stellen wat het is dat we werkelijk willen. Is dat een wereld waarin de opwarming beperkt is tot twee graden? Of willen we feitelijk een wereld waarin de mensheid op liefdevolle en daardoor effectieve wijze omgaat met de problemen die ontstaan zijn door een opwarming van twee graden of meer? Ik voor mij geloof niet meer in de eerste visie, dus richt ik me op de tweede.

Hoe dit zij, wat je visie ook is: denk groot! Ook als eenling kan je al veel bereiken, met name als je daarbij ook samen werkt met anderen die hetzelfde willen.  (Zie bijvoorbeeld wat Boyan Slat te weeg brengt in verband met het opruimen van de plastic soep in de oceanen). Hoeveel machtiger word je dan niet als met elkaar aan de slag gaat.

Maar overigens gaat het er om dat datgene wat je wilt manifesteren in lijn is met de vraag die je voorgelegd hebt aan de subtiele werelden (zie mijn vorige blog). Je wilt immers met je partners aldaar samenwerken? En ook is het van belang dat wat je wilt manifesteren een expressie is van wie je bent en wilt zijn. Manifesteren tegen je eigen natuur en de levensstoom in zal niet lukken (Over hoe effectief te manifesteren heb ik eerder geschreven in Spiritueel Leiderschap).

Hoewel ik je aanraad om niet te beperkt te denken, gaat het er toch om jezelf niet te overschreeuwen. We zijn niet allemaal een Boyan Slat. Iedere bijdrage aan een humanere wereld is welkom en nodig, ook al lijkt het misschien een druppel op een gloeiende plaat. Doe gewoon wat je hand en je hart te doen vinden. Maar vermijd de valkuil om in het wilde weg maar wat te doen. Manifesteren is iets anders dan handelen: je actie dient organisch uit het manifestatie proces voort te komen. Een criterium om vast te stellen of je goed bezig bent is vreugde en voldoening. De partners in de subtiele werelden willen waarschijnlijk graag met ons samenwerken. Als je daarentegen iets wilt forceren is frustratie je deel.

Onze collectieve bestemming is te zien als een grote legpuzzel. (Het beeld is van Danaan Parry). Je hebt een stukje van die legpuzzel in handen. Zonder dat stukje is de legpuzzel nooit te maken. Moge jij je plekje voor jouw stukje vinden. . . Dat is het wonder waarover ik eerder sprak, en als dat bij velen van ons gebeurt kun je spreken van de wederkomst; het paradijs op aarde.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Leren in het donker te zien.

Er worden vaak parallellen getrokken tussen de huidige periode en de dertiger jaren. Is dat terecht? Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen?

In beide perioden werd/wordt onze samenleving ernstig bedreigd, en in beide perioden werd/wordt dat gevaar ernstig onderschat. Maar er zijn zeker verschillen. In de dertiger jaren werden we maar bedreigd door één gevaar: de aanval op de democratie en de mogelijke gevolgen daarvan: racisme, dictatuur, immigratiegolven, geweld en oorlog. Nu worden we bedreigd door minstens drie gevaren: weer een aanval op de democratie, maar ook de ondergang van onze fysieke leefomgeving door het gebruik van atoomwapens  dan wel de klimaat catastrofe. En die laatste bedreiging heeft bovendien onomkeerbare gevolgen.

Andere verschillen zijn: we zijn nu veel welvarender dan toen. Het individualisme, materialisme  en consumentisme is verder voort geschreden, en we zijn nog meer gehecht, om niet te zeggen vastgeklonken aan ons comfort en ons bezit. Een ander verschil is dat de gevaren nu abstracter lijken en moeilijker voorstelbaar. Maar ze zijn niet minder reëel.

Er is ook een grote overeenkomst: in grote getale kijken we weg van de bedreiging. Dat was toen zo, en nu is het niet anders. Weliswaar wordt er in de media in toenemende mate over gepubliceerd, maar in ons dagelijkse leven spelen de bedreigingen slechts een marginale rol. Ook onze leiders in de politiek en in het bedrijfsleven lijken de problemen niet echt serieus te nemen. Soms wordt er enige verbale aandacht aan gegeven, maar doortastende maatregelen
blijven uit. Dat komt omdat kiezers en aandeelhouders niet gediend zijn van slecht nieuws. Zou er over de reële gevaren worden gesproken, dan kost dat kiezers dan wel waarde van het bedrijf op de beurs – althans dat denkt men (of dat werkelijk zo is staat nog te bezien. Het is nooit geprobeerd). Enkele voorbeelden: de EU komt maar niet tot een realistische beprijzing van de CO2 uitstoot, de VVD laat elke referentie aan de klimaat problematiek weg uit haar verkiezings program, over klimaat wordt in de verkiezingscampagne niet of nauwelijks gesproken (zelfs niet door GroenLinks), en de Shell, doet vrijwel niets aan de verduurzaming van de energieproductie, hoewel ze al sinds de jaren tachtig waarschuwden voor de noodlottige gevolgen van de opwarming van de aarde door CO2 uitstoot (hoe misdadig kun je zijn?).

Wat kan je hier nu tegen doen? De eerste stap is dat je de toestand onder ogen ziet. Maar dat is als individu vrijwel onmogelijk. Niet voor niets word ik door kennissen en vrienden vaak gezien als een pessimist. Daar zit wat in, al zie ik het zelf  meer als realisme. De situatie is echter zo somber, dat je of vervalt tot machteloze woede, of verlamd als een konijn in de koplampen blijft staren.  Beide is niet bevorderlijk voor je gezondheid en helpt de wereld geen stap verder. Dus moet je wat anders verzinnen. Mensen als Joanna Macy (http://www.truth-out.org/news/item/39448-learning-to-see-in-the-dark-amid-catastrophe-an-interview-with-deep-ecologist-joanna-macy), Peter Senge en Otto Scharmer (de U-methode) wijzen ons de weg. Je moet anderen opzoeken met wie je je zorgen kunt delen. Die kunnen we vinden in ons werk, in onze vriendenkring, in de kerk of in een ander genootschap, in een politieke partij, een cursus of opleiding, een leergroep, of waar dan ook. Of anders vorm je zelf een groep buiten die verbanden om (je kunt mensen ontmoeten bij lezingen, in workshops, meditatiegroepen, yogalessen, enz.). Gedeelde smart is halve smart. Als je gezamenlijk de toestand onder ogen ziet, en daar met elkaar over praat, vind je in het gedeelde verdriet en in de stilte ook troost en moed en onderlinge verbondenheid. En merkwaardigerwijs lucht het ook op als je de werkelijkheid zonder omwegen onder ogen ziet. Dan wordt het ook duidelijk wat je hand en je hart te doen vinden, en als je dat dan doet versterkt dat weer je hoop.
Dus vind een groep, of richt er een op, en deel je angsten en zorgen, tot je gezamenlijk in de put zit. En dan, na een moment van stilte, klim je eruit. Je kunt het licht aan het eind van de tunnel pas zien als je eerst de tunnel ingaat.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter