Uitbuiting in Nederland – terug naar de 19e eeuw

Ik ben best een progressieve man, maar ben niettemin behept met het virus van nationalistisch chauvinisme. Ik vind het leuk als we winnen op sporttournooien en ben geraakt als dan het Wilhelmus klinkt. Ik vind het mooi als er op Koningsdag en in het buitenland Nederlandse vlaggen waaien. En ik ben graag trots op ons land, met name op het feit dat we een democratie en een rechtsstaat zijn. En ik zou ook wel trots willen zijn op onze politici en mijn medeburgers die hen kiezen. Maar dat laatste wordt me wel erg moeilijk gemaakt.

Ik wil het nu even niet hebben over ons erbarmelijk klimaat- en energiebeleid, maar voor nu over de arbeidsomstandigheden van grote groepen Nederlanders en andere ingezetenen. Wij zijn een rijk land met een bloeiende, groeiende economie, maar grote groepen profiteren daar niet van, zoals we allemaal wel weten. De lonen van de laagste inkomensgroepen en de verdiensten van grote groepen flexwerkers worden verhoudingsgewijs steeds lager, en de vermogens van de rijken en welgestelden groeien, terwijl de minvermogenden steeds armer worden en moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. In een artikel van Mirjam de Rijk in De Groene Amsterdammer van 1 maart j.l. wordt bijzonder helder uiteen gezet met welke maatregelen, wetten en particuliere besluiten dit allemaal wordt gerealiseerd. We leven echt in een ouderwets kapitalistische maatschappij. Het is wat minder zichtbaar, omdat het algehele welvaartspeil veel hoger is dan aan het eind van de 19e eeuw en met name de relatieve welstand van de middengroepen en – nog steeds –  de uitkeringen de armoede verdoezelen. Maar we gaan steeds meer naar Amerikaanse toestanden, waarbij het met één gezinsinkomen niet meer mogelijk is deel te nemen aan essentiële sociale en culturele activiteiten of met vakantie te gaan.

Maar dit valt allemaal in het niet als we onze blik richten op de duizenden (honderdduizenden?) legale en illegale arbeidsmigranten die werken in bedrijfstakken als de tuinbouw, bouw, horeca, of als au pair. De arbeidsomstandigheden (lonen, huisvesting, veiligheid, en zo meer) tarten werkelijk elke beschrijving. Gelukkig is het wel beschreven, en wel opnieuw in de onvolprezen Groene van 22 maart j.l. Lees het en huiver (https://www.groene.nl/artikel/ik-had-mijn-eigen-huid-in-mijn-handen ). Mocht u het meer literair willen hebben: lees over de misstanden in de boeken van Charles Dickens en u heeft een vergelijkbaar beeld. De arbeidsinspectie laat dit passeren, en het openbaar ministerie kan niet veel doen zonder aangiften – die de betrokkenen niet kunnen doen, omdat ze geen geld hebben voor het aanspannen van een procedure en bovendien in dat geval hun laatste restje inkomen en onderdak (hoe primitief ook) kwijtraken; of, in het geval van illegaliteit,  worden vast- of uitgezet.

Dit alles zou allemaal makkelijk te voorkomen zijn bij een ander politiek klimaat en beleid. (Ook dat is magnifiek beschreven door Mirjam de Rijk in De Groene van 12 april). Maar de politici van de gevestigde politieke partijen (ook D’66, ook de PvdA die zijn wortels de afgelopen twintig jaar heeft verloochend), en ook een aantal van de extreem-rechtse partijen, hebben andere prioriteiten: groei, groei, groei, en vervolgens groei (laat de markt zijn werk doen). We kunnen hen moeilijk iets verwijten, want we kiezen ze zelf. Hoe dat werkt beschreef ik al in mijn blog van 5 april.

Nee ik ben niet trots op Nederland. En dan heb ik het nog niet eens over hoe we onze medeburgers van buitenlandse afkomst segregeren en discrimineren. Of over ons vluchtelingenbeleid. Ik ben trots op het Concertgebouw(orkest), de opera, ons ballet, onze waterwerken, onze spoorwegen en ja, toch nog wel op wat we ondanks alles hier aan zekerheid en veiligheid hebben gecreëerd. Allemaal zaken waar ik persoonlijk weinig tot niets aan heb bijgedragen. Dus waarom ik er eigenlijk trots op ben zou ik niet weten. Het zal mijn identiteit wel wezen. . . 😉

 

©Afbeelding: Kamagurka, De Groene Amsterdammer, 1 maart 2018

 

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Invloed?

Er zijn nogal wat mensen die een beslissende invloed hebben gehad op mijn leven. Ik wil graag het idee hebben dat ik zelf mijn keuzes en beslissingen bepaal en bepaald heb; maar moet, als ik enige afstand neem en mijn leven overzie, toegeven dat dit maar zeer ten dele het geval is geweest. Mensen die voor mij richting bepalend zijn geweest, zijn onder meer de volgende: mijn ouders, mijn ex, Meadows/Meadows/Forrester (Club van Rome), Nadine Scott, Hans Kramer, Danaan Parry, Fritz Perls, Carien Everwijn, en waarschijnlijk nog enkele anderen die ik nu even over het hoofd zie. Als ik zeg: richting bepalend, dan bedoel ik dat ook echt: ze hebben me een weg doen inslaan die ik anders waarschijnlijk niet gegaan zou zijn.

Tot deze overweging kwam ik naar aanleiding van een column (ik weet helaas niet meer van wie) waarin de schrijver aan het eind van zijn leven tot de conclusie kwam dat zijn leven weinig verschil had gemaakt voor de wereld om hem heen. Hij had zich ingezet voor vele zaken die hem ter harte gingen, maar vroeg zich af of de wereld er ook maar enigszins anders zou hebben uitgezien als hij niet geleefd had, en zijn conclusie was dat dit waarschijnlijk niet het geval was. Hij citeerde bovendien een aantal bekende schrijvers en anderen, die zich eveneens met veel energie voor de samenleving hadden ingezet, en tot dezelfde conclusie kwamen. Een conclusie waarin ik me, wat mezelf betreft, ook heel goed kon vinden. Opvallend was overigens dat al deze mensen daar niet bijzonder ontmoedigd door werden, maar er eerder in een kalme acceptatie wel vrede mee hadden. Ook dat geldt voor mezelf.

Maar wacht even . . . als mensen op mij zo’n beslissende invloed hebben gehad, dan is het waarschijnlijk dat ik zelf ook invloed heb gehad. Bij nader inzien geloof ik dat ook wel, maar dat was de vraag niet. De vraag was: zou de wereld er ook maar enigszins anders hebben uitgezien als ik niet geleefd zou hebben (en mijn kinderen dus ook niet)? Dat geloof ik niet, en ik geloof al heel lang dat ‘mijn arbeid in het Westen’, om een vrijmetselaarsterm te gebruiken, weinig effect had. (Vaak wordt het modewoord ‘impact’ gebruikt – het is me een raadsel waarom we niet gewone Nederlandse woorden als effect, verschil of invloed gebruiken).

De vraag is dan: waarom doe je het dan? Waarom werk je aan of voor een betere samenleving? Het simpele antwoord is: omdat ik het niet laten kan. Het is een ‘innerlijke drang’ (weer een vrijmetselaarsterm), en door daar aan toe te geven vind ik vrede in mezelf. Ook is het een prachtige uitlaatklep voor gevoelens als verontwaardiging en woede, die ik daarom niet hoef op te kroppen en dan (verkapt) op meer negatieve wijze uit. En tenslotte: het voedt mijn hoop, en wie zou dat niet willen? Om met Vaclav Havel te spreken: Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet . . . omdat het kans van slagen heeft. En daar houd ik het maar op.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Twee weken later.

Het is nu twee weken later. Tijd om eens met enige afstand te kijken naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen.

Opvallend is dat alle partijen – met uitzondering van de PVV en de SP –  de uitslag als een overwinning presenteerden. Maar in feite waren er van de landelijke partijen maar drie  overwinnaars: GroenLinks, de Partij van de Dieren en Denk. En zelfs van GL kun je zeggen dat het resultaat niet veel beter was dan bij de kamerverkiezingen van vorig jaar. De echte winnaars waren de lokale partijen.

Maar interessanter is het om te kijken naar de globale verdeling conservatief-progressief. En dan zie je wat je altijd ziet: globaal gesproken hebben de conservatieven de meerderheid, in een verhouding die al sinds de opkomst van de sociaal-democratie ongeveer constant is: conservatief ongeveer 55-60 %, progressief ongeveer 40-45 procent. Dit is niet een uitsluitend Nederlands fenomeen; het doet zich in de hele geïndustrialiseerde wereld voor. Er zijn in de geschiedenis enkele incidentele uitzonderingen geweest op deze regelmatigheid, maar voor zover ik kan nagaan werd de bovengenoemde verhouding steeds weer snel hersteld. Terug naar Nederland: ook bij de raadsverkiezingen geldt die verhouding: de winst van GL en PvdD werd gecompenseerd door het verlies van SP en PvdA. In Nederland, en ook in sommige andere landen, wordt het beeld enigszins vertroebeld door een typische middenpartij als D’66, die op cultureel en bestuurlijk gebied als progressief kan gelden, maar op sociaal economisch gebied als conservatief-liberaal moet worden gezien. (Er zijn trouwens her en der ook wel partijen in opkomst die niet zo makkelijk in de dichotomie links-rechts zijn te plaatsen, zoals bijvoorbeeld de vijf sterren beweging in Italië. Een interessante vraag is of dat de partijen van de toekomst worden – maar dat terzijde).

Waar zou die voorkeur voor het conservatisme vandaan komen? Om een antwoord op die vraag te vinden zullen we bij onszelf te rade moeten gaan. Voor zover ik kan nagaan, leven er twee zielen in onze borst: een conservatieve en een progressieve. De conservatieve ziel hangt naar voorspelbaarheid en veiligheid, en kenmerkt zich door een zekere nostalgie naar een geïdealiseerd verleden. De progressieve ziel verlangt naar  een rechtvaardiger, eerlijker en meer zorgzame maatschappij, en is gericht op de toekomst. Maar de toekomst is onzeker, en vaak moet je bovendien voor die ideale toekomst het een en ander opgeven (bijvoorbeeld door meer belasting te betalen).

Ik herken deze beide kanten in mezelf, en ik denk dat velen dat met mij zullen herkennen. Ik kan dus moeilijk anderen verwijten maken omdat ze stemgedrag vertonen dat me niet bevalt. Het enige waar ik me wel tegen kan verzetten is onverdraagzaamheid en racisme – behalve als dat ook van mijn kant tot onverdraagzaamheid leidt, want dan drijf ik de duivel uit met Beëlzebub. In mijn vorige blog heb ik gepleit voor een leiderschap gebaseerd op eenheidsbewustzijn. Ik hoop dat in de toekomst de partijen die dat soort leiderschap voortbrengen en de waarden van verdraagzaamheid en broederschap/zusterschap niet alleen met woorden, maar ook met daden en hun stijl van communicatie in praktijk brengen, de boventoon gaan voeren. Wat mij betreft zijn die waarden zelfs nog belangrijker dan de waarden vrijheid en gelijkheid.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Healing the Planet (II)

In my blog of February 28 I said that in in order to heal the planet – us – we need new leadership. I then promised to specify more in detail what I meant by this.

The leadership we need I call spiritual leadership. In my book about this I described that as a leadership that (quote):

  • is based on unity of minds. In other words a realisation of a connection between myself and another, myself and the world. . . . What I do with myself, I do with the surroundings and what I do with the other I also do with myself. It is also the awareness that the other may be different to myself but then again not really. This has significant consequences in the way in which I communicate with the other.
  • is based on vision. . . an image of that which I want to create, possibly together with others, which is fed through my desires, my aim in life, my actual talents etc. It is therefore something from the person as a whole, from the mind, body and soul and not only something intellectual such as an aim.
  •  is based on honesty. With this I mean: facing up to reality in a direct manner. This concerns both the external reality and the reality within ourselves. This is not always easy. We have the tendency to perceive both the external and internal world in a more positive light (or even more negative) than it actually is. It takes courage in order to take an honest look at the world around us and to look inside ourselves without guilt, anger, disapproval or judgment.

I also wrote: . . . spiritual leadership has nothing to do with gurus or sects or such like. It is a form of leadership which can occur anywhere, from the top to the bottom, in the business sector, in the government, in education and in the health care sector, in the arts and in the church, with men and women, with young and old and yes, even in politics.

So the first step is to develop this leadership in ourselves by growing our own awareness and taking responsibility. But in order to heal the planet we also need guides or leaders who are capable of mobilizing multitudes, creating a mass movement; and at the same time have the characteristics I mentioned above.

What can we do to promote this kind of leadership? Two things. In the first place we can support this kind of leadership wherever we see it developing, even if it is only in an early stage of development. We can do this through voting, joining a movement or mass demonstration, making conscious choices in our behavior as consumer or citizen, etc. The second way is avoiding any consent or endorsement with (political or commercial) actions that are damaging the planet, or even actively protesting against it by any form of nonviolent action, like – again – participating in a public demonstrating, signing petitions (Amnesty International, Greenpeace, Avaaz) or just speaking up when necessary, even among friends, etc.

We can support our action by daily prayer: for the healing of the planet and for the wellbeing and success of the leaders we endorse. Anyway: if we care for our our planet (including ourselves and our family and offspring) we should move, both inwardly and externally, and not sit on our hands and wait. Because again: our planet is ill, even though we don’t feel it. Be aware! In the spirit of the resurrection, let’s heal and celebrate life! Happy Easter!

 

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Mannen en het klimaat

Dezer dagen werd ik geattendeerd op een YouTube bericht van Fox News: Tucker: Something ominous is happening to men in America:

https://www.youtube.com/watch?v=LrhHkQhglig&feature=share

Nu ben ik geen fan van het door de gebroeders Koch gefinancierde Fox News, maar Tucker staat wel bekend als een serieuze onderzoeksjournalist. Het filmpje laat zien hoe de mannelijke populatie in America op dramatische wijze in verval is geraakt, vergeleken met vrouwen. Dit is te zien op allerlei terreinen: onderwijs (meer uitval van jongens), gezondheid (kortere levensduur, obesitas, verminderde vruchtbaarheid), zelfs op het gebied van carrière – in tegenstelling tot wat op grond van onheldere statistieken algemeen gedacht wordt (ook in America). Het loont zeker de moeite dit filmpje even te bekijken: het is hilarisch als het niet ook zo ernstig was.

Men zegt dat wat in America gebeurt hier vijftig jaar later ook gebeurt. In die uitspaak zit veel waars, al is de termijn tegenwoordig veel korter – eerder tien jaar. Niet dat we America in ieder opzicht letterlijk imiteren, maar  in dit geval zie ik enkele trends die in dezelfde richting wijzen (zonder dit met cijfers hard te kunnen maken). Des te interessanter dat hier – en in Amerika- mannen nog steeds domineren in de samenleving.

Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de  gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.

Opvallend afwezig in de debatten was de klimaat problematiek, terwijl dat toch de grootste uitdaging is waar onze samenleving voor staat en gemeenten heel veel kunnen doen op dat gebied. Ten dele ligt dat aan de media. Zo vond bijvoorbeeld de NOS het niet nodig dat thema in het slotdebat te agenderen. Voor de NOS redactie bestaat het probleem kennelijk niet. Merkwaardig. Overigens zijn de enige partijen die een ruime voldoende scoren (B op een schaal van A – F; vergelijk het energielabel) op hun klimaatbeleid GroenLinks en de Partij voor de Dieren; zie http://kiesklimaat.nl/location/Amsterdam voor Amsterdam. Landelijk komt daar de ChristenUnie bij:  http://kiesklimaat.nl/milieukeur_partijen. Die partijen hebben het goed gedaan; dat geeft de burger moed. Ben benieuwd wat u gestemd hebt.

En wat de mannen betreft: de enige conclusie kan zijn dat we het zouden kunnen doen met een samenleving zonder mannen. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van de voortplanting (zie mijn blog van 15 februari) zijn ze daar in elk geval niet meer voor nodig. Maar ik vermoed dat het manlijk geslacht toch nog te taai is om onmiddellijk uit te sterven. En eerlijk is eerlijk, een samenleving met mannen EN vrouwen lijkt me leuker dan een met alleen vrouwen.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Between the devil and the deep blue sea.

Nog een weekje, en dan is er het referendum over de ‘sleepwet’. Voor of tegen?

De term sleepwet is eigenlijk misleidend, want de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIVD) regelt veel meer dan het ‘slepen’; het verzamelen van data via de kabel (zoals nu al mag met  data die via zenders verzonden worden). De wet breidt de bevoegdheden van genoemde diensten uit. Zo mag de AIVD onder de nieuwe wet een eigen DNA-bank oprichten en bijhouden, waarbij vrijwel zonder beperkingen DNA verzameld kan worden. Dat is anders dan de bevoegdheid van de politie, die alleen maar DNA mag verzamelen bij een concrete verdenking van een dader van een misdrijf.

Waarom is het een probleem dat het DNA van onschuldige burgers zonder meer kan worden opgeslagen en bewaard? Je zou denken dat die databank alleen gebruikt zal worden om terrorisme te bestrijden. Echter: “de ervaring leert dat databanken er in de politieke werkelijkheid om ‘vragen’ om ook voor andere doeleinden gebruikt te worden. De beste manier om dit risico in te perken, is om geen databank op te richten.” (prof. Koops, hoogleraar regulering van technologie aan de Universiteit van Tilburg in De Groene Amsterdammer van 1 maart). De bevoegdheden van de AIVD kunnen namelijk onder de nieuwe wet simpelweg worden verruimd door een Algemene Maatgeregel van Bestuur. De Tweede kamer moet daarover worden ingelicht, maar kan daar niet over stemmen. Dat is al gebeurd met de bevoegdheden van de politie in relatie tot hun databank, en het is bijvoorbeeld ook gebeurd in Frankrijk, na de aanslagen aldaar: door de noodtoestand zijn de bevoegdheden onder het strafrecht in Frankrijk nu permanent verruimd. Als er iets ergs gebeurd is, dan vervallen alle redelijke argumenten en vieren de emoties hoogtij.

Daarbij komt dat de doeleinden van de WIVD ook op een andere manier bereikt kunnen worden. Prof Koops: “Natuurlijk is het voor de aivd nuttig om de dna-profielen van potentiële aanslagplegers te hebben, maar nut is niet hetzelfde als noodzaak.”

Daarom ben ik niet voor de WIVD. Tegen stemmen dus? Hier zit een addertje onder het gras. Door tegen te stemmen legitimeer je het principe van dit referendum als zodanig. En ik ben geen voorstander van hoe het referendum thans geregeld is (opkomstpercentage, vrijblijvend advies, emoties overheersen argumenten, enzovoort). Bovendien hebben de huidige coalitiepartners gezegd de uitslagen van het referendum hoe dan ook naast zich neer  te leggen. Stemmen voor de kat zijn viool dus? Daar voel ik niet zo veel voor.

Ik moet dus kiezen tussen tegen stemmen, of mijn  stem bij het referendum onthouden – zoals ik ook vorige keren heb gedaan. Ik ben er nog niet uit. U wel? We hebben nog een paar dagen om er over na te denken.

 

Erratum: In mijn vorige blog staat een fout jaartal. Het aantal passagiers in de luchtvaart was 3,5 miljard in 2004, niet in 1970 – ik had twee jaartallen door elkaar gehaald.

© Afbeelding: DutchCowboys

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Vliegen kan niet meer*)

In 1944 is er, na intensief onderhandelen, een luchtvaartverdrag afgesloten dat het in principe vrije civiele verkeer in de lucht regelde, en werd afgesproken het  luchtvaartverkeer te bevorderen, onder andere door kerosine niet te belasten. Aanvankelijk tekenden 52 van de 55 deelnemende landen het verdrag  dat is uitgemond in de oprichting van de International Civil Aviation Organisation (ICAO), waarin vrijwel alle landen vertegenwoordigd zijn. De motieven voor dit verdrag waren niet alleen maar commercieel, er zat ook idealisme achter. Na de verschrikkingen van twee wereldoorlogen snakte men naar meer begrip en harmonie tussen de landen in de wereld. Het idee achter het verdrag was, dat als je vrij kon reizen naar allen landen ter wereld, dit zou leidden tot een grotere bekendheid met andere volken en culturen. Onbekend maakt onbemind, en zodoende dacht men dat dit fysieke contact zou kunnen bijdragen tot de wereldvrede.

Zoals we weten heeft dit maar gedeeltelijk gewerkt. Niettemin is het vrij kunnen reizen naar vrijwel alle landen ter wereld, althans voor het meer welgestelde deel van de wereldbevolking, een groot goed. 3,7 miljard passagiers in 2004! Helaas, zoals we allen weten, heeft die explosieve groei van het luchtverkeer ook een keerzijde. Om het kort samen te vatten, er is geen enkele manier om, als dit zo doorgaat, de klimaatdoelen van het verdrag van Parijs uit 2015 te halen. In de verre toekomst is het misschien mogelijk om min of meer klimaatneutraal te vliegen, maar op middellange termijn zijn die technische mogelijkheden er niet. In de woorden van Paul Peters, lector duurzaam transport en toerisme aan de NHTV in Breda: ‘Ik heb allerlei scenario’s doorgerekend, maar er is geen enkel scenario denkbaar waarin we de opwarming tot twee graden kunnen beperken zonder het vliegverkeer te beteugelen. Het past gewoon niet.’ **) Dat lukt overigens ook op andere gronden niet, maar dat terzijde.

Waarom heeft het zin hierbij stil te staan? We kunnen er immers toch niets aan doen? De belangen van regeringen en luchtvaartmaatschappijen zijn zo groot dat – zoals ook op andere terreinen – de klimaat problematiek hieraan ondergeschikt wordt gemaakt. Er is geen enkele kans dat op korte termijn een accijns op kerosine zal worden ingevoerd. Waarschijnlijker lijkt nog een hogere beprijzing van de CO2 uitstoot, maar ook dat zal veruit onvoldoende zijn.

Toch kunnen we wel iets betekenen. We kunnen onze medeplichtigheid beëindigen. Dan zullen we ten eerste moeten stoppen met vliegen. In Europa kunnen  we alles bereizen per trein, en desnoods per auto.

Intercontinentaal zouden we alleen moeten vliegen in het geval van ernstige familieomstandigheden. We kunnen echt niet meer voor ons plezier naar Afrika, Amerika, Azië en China reizen – heel jammer. Conferenties en zakelijke contacten moeten plaats vinden via videoverbindingen. Zelf had ik nog eens de droom om naar IJsland te gaan, maar dat zal ik moeten opgeven en uit mijn ‘bucket-list’ moeten schrappen. (Tussen haakjes: compenseren door bomen planten is een doekje voor het bloeden – maar dat stelpt het bloeden niet!). Als enkelen van ons stoppen met vliegen heeft dat in directe zin weinig effect, maar er gaat zeker een voorbeeldwerking van uit (Je ziet dat nu al met vleesgebruik). Op de wat langere duur zal dat resultaat afwerpen.

Ten tweede kunnen we binnen ‘groene’ partijen het standpunt dat ik hier verwoord uitdragen. Misschien leidt dat ooit tot politieke actie. Voor de Nederlandse overheid is het heel simpel om het vliegverkeer op zijn minst te beperken: als je het vliegveld Lelystad niet opent, of na opening gewoon weer sluit, zoals je nu moet doen met kolencentrales die nog lang niet afgeschreven zijn, dan loopt het vliegverkeer in Nederland vanzelf tegen zijn grenzen op. Natuurlijk leidt dat tot beperking van onze economische groei – precies wat er moet gebeuren.

Maar het allerbelangrijkste blijft ook in dit geval: Laten we onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid. Dan komen we vanzelf in beweging; zo niet in de lucht dan wel op de grond.

 

*) Met een knipoog naar: https://www.youtube.com/watch?v=sE2yz-L64ag

**) In De Groene Amsterdammer, 22-2-2018

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Healing the planet.

The planet is seriously ill. This is no news for the readers of this blog – they all know this. But what many of us don’t realize – the planet that is we. We are part of the planet, Gaia, the total ecosystem. We are cells of one of its organs: humanity. So we are ill, but we, the majority in the Western World,  don’t feel sick. That reminds me of the days I had cancer. I didn’t feel sick at all, but was very ill, even in mortal danger. So it is with us: we are dangerously ill, but don’t feel it. Furthermore, if we think about the illness of the planet we take the symptoms – ecological collapse, extinction of species, pollution, global warming, violence, the market, gun-addiction, etc. –  for the illness itself. But that is not the illness. So we need a more holistic thinking, and then we can see what the illness is. It is, as many guides, including our inner guide, tell us, a lack of awareness in the human race. In think this awareness was greater in the seventies, when we talked about ‘healing the planet’. Nowadays one hardly hears that expression anymore.

When you are ill you are going looking for a cure, or a healer that can provide that cure. Some illnesses are so serious, that effective cures or healers are difficult to find. But, if we want to live, that doesn’t stop us from searching. Even if we are successful in finding the healer however, that doesn’t release us from our own responsibility for our healing process. We have to cooperate with the healer, and with our own mind and body.

And that is what we should do as humanity: looking for ways to heal the planet, including ourselves. That is partly an individual process: developing our own awareness: becoming conscious of what is going on in ourselves and the world around us. But is also a collective process: developing our collective consciousness. That is hardly possible without medicine men or women. In the collective field we call these guides or leaders.

In 1998 I published Spiritueel Leiderschap, my magnum opus, translated in English as Spiritual Leadership, Wisdom for Work, Wisdom for Life.*) That opens with the following sentences: ‘There is a harrowing lack of leadership in the world. Is this the way you see it too?’ That book already then dealt with the kind of leadership we need in this world. Next month (around the first of April) I’ll say something about that kind of leadership or guidance. In the meantime I invite you to think about that yourself: what is the kind of leadership we need, and how do we find this?

 

*https://www.amazon.com/Spiritual-Leadership-Wisdom-Work-Life/dp/1931044880

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Even het licht zien in deze af en toe donkere wereld.

Voor mensen die geïnteresseerd zijn in hun spirituele ontwikkeling zijn er verschillende hulpmiddelen, Meditatie is wel het bekendste, maar ook zeer effectief is het werken met raadselachtige of diepgravende vragen. In de zen traditie zijn dat koans,  vragen of verhaaltjes die je logische denken tarten. Voorbeelden: Alle dingen keren tot het Ene terug, waartoe keert het Ene terug? of: Als een boom valt in het woud, en er is niemand om hem te horen, maakt hij dan een geluid? Zelf heb ik meer gewerkt met vragen naar de essentie, zoals: Wie ben ik, Waar ga ik naar toe of Wie (of wat) is God? Dit zijn vragen die in vele spirituele tradities centraal staan. Het is de bedoeling dat je daarop geen rationele antwoorden geeft, maar de antwoorden vindt die voortkomen uit je diepste weten en aan verstandelijke redenering voorbij gaan. Het denken kan helpen dit proces te stimuleren, maar soms ook dat weten in de weg staan.  Er zijn retraites ontwikkeld die speciaal gericht zijn op het leren vinden van de antwoorden op dit soort vragen. Zie bijvoorbeeld: http://www.quantumsprong.org

Zelf ben ik in mijn column van 14 december blijven steken steken op de vraag: wie of wat zijn (is) wij? Het maakt nogal verschil als je vraagt: wie zijn wij, of wat is wij? Dat wordt onmiddellijk duidelijk als je de vragen: Wie ben ik en Wat ben ik? vergelijkt. In het eerste geval zoek je naar het zeker weten wie je bent, in het tweede geval naar de diepste ervaring van wat je bent. In het eerste geval vallen onderzoeker en het onderwerp van onderzoek uiteindelijk samen: je wordt één. In het tweede geval is dat niet zo: er blijft een onderscheid tussen waarnemer en het waargenomen concept of object.  In het geval van ‘wij’ komt daar nog een onderscheid bij. In het eerste geval – wie zijn wij? – gaat het om het bewust zijn van een veelheid, waarmee je je dan volkomen vereenzelvigd hebt; in het tweede geval – wat is wij? – om het ervaren van een ondeelbare eenheid.

Tot zover ben ik nu met mijn vragen gekomen. Wordt wellicht vervolgd.

Waarom is het van belang met deze spirituele vragen bezig te zijn? Wat mij betreft is het de meest fundamentele en tegelijkertijd meest verheven vorm van zelfonderzoek. Je moet er echter wel aan toe zijn – het is vaak verstandig er eerst een gewoonte van te maken je innerlijk leven (je lichamelijke gewaarwordingen,  gedachten en gevoelens) en je gedrag gade te slaan. Dat brengt je op het spoor van je kracht, je vreugde, maar ook je  struikelblokken, je pijn en verdriet. Als je dat allemaal een beetje een plaats hebt gegeven dan komen de spirituele vragen aan de orde. De spirituele ontdekkingsreis is geen panacee voor onlustgevoelens!

Maar als je aan die spirituele ontdekkingsreis toe bent loont het de moeite er voor te gaan. Het maakt je sterker, evenwichtiger, vrediger. Bovendien heeft de
samenleving aan dat soort mensen een schreeuwende behoefte. Het is moeilijk die reis alleen te gaan. Er zijn vele gezamenlijke wegen. Vele daarvan ben ik zelf gegaan, en ga ik nog: retraites, pelgrimages, vrijmetselarij, en meer. Bijzonder effectief vond ik de hierboven genoemde retraite, die  ik daarom van harte aanbeveel. Om in hun eigen woorden te spreken: je kunt daar éven het licht zien, zelfs in deze af en toe donkere wereld.

 

 

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

De Übermensch is in aantocht.

Drie technologieën staan op het punt de menselijke voortplanting revolutionair te veranderen, zo lees ik in een artikel in De Groene Amsterdammer*). Dat zijn de volgende:

  • De productie van kunstmatige zaad- en eicellen (in-vitrogametogenese of IVG)
  • Het wijzigen van het DNA van embryo’s door middel van human gene editing (HGE) voorafgegaan door pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD), en
  • Celkerntransplantatie.

In het eerste geval worden zaad- en eicellen in het lab opgekweekt uit gewone, niet geslachtelijke cellen, bijvoorbeeld huidcellen. Het geslacht van de huidcel donor is niet van belang: mannelijke personen kunnen eicellen produceren en vrouwen zaadcellen. Daarmee kunnen dus eindeloos embryo’s worden geproduceerd zonder dat daar enige geslachtelijke vereniging aan te pas komt: eicellen kunnen namelijk bevrucht worden met zaadcellen van dezelfde persoon. Deze techniek is nog niet operationeel, maar zal dat waarschijnlijk binnen twintig jaar wel zijn. Deze techniek gecombineerd met IVF maken allerlei vormen van voorplanting mogelijk, zoals solo-voortplanting, meer-ouder voorplanting, of voorplanting onafhankelijk van leeftijd. Op den duur is wellicht zelfs geen baarmoeder meer nodig.

In het tweede geval worden genen in het embryo vervangen of verwijderd. Deze techniek is al wel operationeel, en wordt gebruikt om genen die ernstige ziekten veroorzaken te verwijderen. Maar de techniek kan ook gebruikt worden om gewenste eigenschappen toe te voegen (moderne eugenetica). Zo zullen wensouders in de toekomst een embryo met gewenste eigenschappen op bestelling geleverd kunnen krijgen. Het kan zo gedaan worden dat de gewenste eigenschappen ook doorwerken in het nageslacht van het volwassen geworden embryo (kiembaan modificatie). Dit is overigens nu nog in de meeste landen en verschillende internationale verdragen verboden.

In het derde geval gaat het strikt genomen juist niet om een transplantatie in de celkern, maar om een transplantatie in het mitochondrion, de energiecentrale van de cel. Deze transplantatie wordt altijd doorgegeven aan het nageslacht. Ook hier is het doel het vermijden van ziekten. Een effect kan zijn dat het kind verwant kan zijn aan meer dan twee ouders.

Dit was een lange uitleg om aan te tonen dat in de nabije toekomst het construeren van elke gewenste baby en elke gewenste voorplantingsvorm mogelijk is, ja zelfs dat we in staat zullen zijn het menselijk genoom structureel te veranderen. De ervaring leert dat als de mensheid iets uitvindt, het dan ook altijd toegepast wordt. Als deze toepassing aan beperkingen wordt onderworpen door regulering, dan zal die regulering altijd worden ontdoken, zo wijst het verleden uit.

Ik vind dit een griezelig vooruitzicht, en ben blij dat ik het zelf niet meer hoef mee te maken. Aanvankelijk zullen deze technieken met de beste bedoelingen (het uitbannen van ziekte, het bevorderen van het menselijk welzijn) worden toegepast. Het laat zich raden dat deze technieken commercieel zullen worden uitgebuit (embryo’s en kinderen worden consumptiegoederen!), en dat er ook (crimineel) misbruik van zal worden gemaakt. Gezien de kosten zullen deze technieken alleen toegepast kunnen worden door de welgestelden, en zodoende de kloof tussen rijk en arm bestendigen en verdiepen. Het allergrootste gevaar acht ik echter, dat gesleutel aan het menselijk genoom tot onvoorziene gevolgen zal kunnen leiden (zoals met alle nieuwe technieken altijd het geval is). Je moet er niet aan denken dat deze technologie gecombineerd gaat worden met het implanteren van chips in de hersenen die verbonden zijn met kunstmatige intelligentie.**) Dan zijn de gevolgen niet meer te overzien.

Het verbaast me dat hier niet meer over wordt gesproken en dat er niet groot alarm wordt geslagen. Maar misschien zie ik het allemaal (weer) te pessimistisch. Wat denkt u? Kan dit worden tegengehouden, of is dat helemaal niet nodig?

 

*) Britta van Beers in De Groene Amsterdammer, 8 februari 2008.

**) Zie mijn blog van 4 januari

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 32 33   Next »