De verhalen van deze tijd.

Soms zegt een leraar iets dat je eigenlijk al wel weet, maar zet het zo mooi op een rijtje dat het toch overkomt als een nieuw inzicht.  Dit overkwam me dezer dagen in een sessie met Joanna Macy (de bedenker van de Council of Alle Beings) vanuit Findhorn. Zij stelde dat in onze samenleving drie verhalen de boventoon voeren. Verhalen die werken als een lens waardoor we de realiteit zien en beoordelen. Die drie verhalen zijn:

  1. Business as Usual
  2. Het grote uiteenvallen (the Great Unraveling)
  3. De grote omkeer (the Great Turning)

Het eerste verhaal spreek voor zichzelf. Het tweede verhaal  beschrijft de vernietiging van de wereld zoals wij die kennen, door de ineenstorting van ecosystemen, klimaatrampen, atoombommen, enfin, u kent het wel. Het derde verhaal is het scenario van de hoop, soms tegen beter weten in. Het schetst een wereld waarin we de problemen van het tweede verhaal overwinnen, hetgeen resulteert in een meer harmonieuze wereld.

Deze denkscenarios bestaan tegelijkertijd in vrijwel elke samenleving in deze wereld. Wat Joanna wel zijdelings noemt maar niet benadrukt, is dat deze scenarios ook stevig zijn verankerd in elk van ons persoonlijk, ook al verdringen we sommige van die scenario’s. In mijn eigen leven bijvoorbeeld wordt een groot deel van mijn denken en leven nog steeds in beslag genomen door ‘business as usual’, hoewel ik me van die andere scenario’s best bewust ben. 

Het punt dat ik in dit blog wil maken is dat we er goed aan doen ons bewust te zijn en blijven van de rol die elk van deze scenario’s speelt in ons denken en handelen. Zouden we ons beperken tot ‘business as usual’, zoals veel voorkomt in de politiek en het bedrijfsleven (al wordt soms lippendienst bewezen aan een van de andere scenario’s *), dan verandert er niets en koersen we zeker af op een of meer rampen. Als we onevenredig veel nadruk geven aan scenario 2, dan verliezen we de moed, en worden we apathisch, angstig of machteloos woedend. Aandacht geven aan scenario drie is het lastigst, omdat er nog maar weinig in deze tijd is wat daarop wijst. Maar wat in elk geval niet helpt, is de beide andere verhalen ontkennen, want dan belanden we in een soort ongegronde ‘airy-fairy’ wereld.

In de komende blogs zal ik ingaan op wat we kunnen en moeten doen om scenario 3 meer werkelijkheidsgehalte te geven. Ten dele ben ik daar in de vorige blogs over geloof en hoop al op ingegaan, maar er valt nog meer over te zeggen. Wordt vervolgd. 

*) Voorbeelden hiervan: het idee dat economische groei nog mogelijk is, gecombineerd met een houtsnijdend klimaatbeleid, dat aangehangen wordt door alle politieke partijen met uitzondering van de Partij voor de Dieren. Of het idee dat we toe moeten naar allemaal een elektrische auto, en gasloze huishoudens en dat we dan alle benodigde elektriciteit tijdig duurzaam kunnen opwekken . Quod non. 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Vitaliteit

Geloof, hoop en liefde worden vaak in één adem genoemd, maar er is een essentieel verschil tussen hoop en geloof enerzijds en liefde anderzijds.Hoop en geloof zijn gedachteconstructies, en beïnvloeden in positieve zin je stemming en je gevoelens van welbevinden. Liefde is, zoals ik vorige week al zei, een uiting van de levenskracht zelf.

Deze levenskracht kan zich op vele manieren uiten. Fysieke levenskracht manifesteert zich als behoefte aan eten, drinken, sex, voortplanting, beweging, slaap, en bovenal als de drang tot ademhaling. Geestelijke levenskracht kan zich uiten als: verlangen (naar intimiteit of schoonheid), woede, levensvreugde, creativiteit, angst (met name voor de dood – allerlei andere angsten zijn daarvan als regel afgeleiden), moed, (diep) verdriet en liefde; alsook in allerlei combinaties daarvan.

Persoonlijk geloof ik niet in een doodsdrift als uiting van de levenskracht – zoals die door Freud werd gesteld. Al kan ik me in zekere omstandigheden en aan het eind van je leven een verlangen naar de dood wel voorstellen.

Als sommige uitingen van de levenskracht in jouw leven permanent ontbreken of uiterst zwak zijn, dan leef je niet in balans en tevredenheid. Je leeft dan niet ten volle en je leven heeft dan niet de rijkdom die het zou kunnen hebben. Waarschijnlijk vervul je dan ook niet je levensopdracht. Als het blijft bij het ontbreken van één enkele vorm valt het nog wel te compenseren. Anders leidt het tot gevoelens van ontevredenheid en tekort, en soms zelfs ziekte. Ik denk dat dit bij de lezers van dit blog weinig voorkomt, maar je kan het vaak wel zien in je omgeving. Je kan zulke mensen ondersteunen door hen middels vragen of een milde observatie hiervan bewust te maken. Soms als een antwoord op hun onlust of ontevredenheid. Voorbeeld: “Ik heb jou nog nooit eens kwaad gezien? Ben je echt nooit boos?” Uiteraard kan dit alleen maar als je met de betrokkenen een goede relatie hebt. In dat geval kan het zijn dat jouw vraag of observatie bij de ander iets in beweging brengt. En daarmee draag je zelf weer een steentje bij tot wat de wereld nodig heeft: de levenskracht van ons allemaal.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De hond of de kat.

     Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde. (1.Cor. 13.13)

Alle spirituele tradities sporen ons aan lief te hebben. Maar wat als we met deze liefde niet in contact denken te zijn? Je kunt liefde immers niet per besluit activeren?

Dat staat nog te bezien. Wat we ons niet realiseren is dat liefde vele gedaanten kan aannemen. Het zit openlijk of verkapt in allerlei gevoelens en handelingen. Ik noem: medeleven, compassie, vriendelijk zijn, ontroering, gehecht zijn, vrijen, rekening houden met anderen, verontwaardiging, (zelf)respect, genegenheid, tederheid, genieten, betrokkenheid, engagement, zorgzaamheid, dankbaarheid; ja soms zelf in agressie (‘Was sich liebt, das neckt zich’). En zo kan ik, of u, nog wel even doorgaan. Alle uitdrukkingsvormen van liefde zijn een expressie van de levenskracht zelf.

In het Engels wordt onderscheid gemaakt tussen loving en liking. In het Nederlands kan beide vertaald worden door houden van. En dat klopt voor mijn gevoel: zogenaamde ‘hogere’ of ‘diepere’ liefde is niet wezenlijk anders dan de liefde die doorschemert in de gewone dagelijks gang van zaken. Ik houd van appelmoes, en ook van mijn vrouw. Beide liefdes verwijzen naar het wonder van het ‘hogere’: de appelmoes naar het wonder van de zintuigen, mijn lichaam, de schepping, de giften van Gaia; de liefde voor mijn vrouw naar verbondenheid en eenheid. Daarmee is overigens tegelijkertijd gezegd dat de ervaring van beide vormen van liefde in beide situaties geheel verschillend is. Er is nog een verschil: de liefde voor appelmoes kan ik moeiteloos oproepen door lekkere appelmoes te maken en daarvan te proeven. Maar de liefde voor mijn vrouw komt veeleer spontaan, en soms komt ze niet, en kan ik haar ook niet met een wilsbesluit oproepen  (waar is ze dan?).

Ik ben ervan overtuigd dat de bron van liefde in ieder mens aanwezig is, zoals de levenskracht in ieder mens aanwezig is. Zelf iemand die eenzaam is en wrokkig, zoals Scroodge in de de Christmas Carol van Dickens, heeft die vlam op als een onderhuidse veenbrand in zich smeulen.

Mocht u nu het gevoel hebben dat de liefde in uw leven onvoldoende aanwezig is dan heb ik twee tips voor u. In de eerste plaats: richt u op het geven van liefde, in plaats van het krijgen. En als u die liefde niet voelt, stop het dan in een handeling (geef een of twee euro aan een straatmuzikant bijvoorbeeld). U kunt altijd klein beginnen, en het dan langzaam uitbreiden. The love you take is equal to the love you make.

En de tweede tip ligt hierin. De koninklijke weg naar liefde is het opzoeken en ervaren van schoonheid. En schoonheid is werkelijk overal te vinden: in muziek, in kunst, in stedeschoon, in mensen, in de natuur, boeken, in de ogen van je kat, in een met vakmanschap gemaakt object, ja zelfs in zoiets gewoons als eten op je bord of een brandende kaars. Je kunt altijd besluiten voor schoonheid open te staan, en dan komt de liefde vanzelf. En liefde heeft altijd de neiging zich uit te breiden.

Maar kijk uit! Want zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook.(Khalil Gibran). Hoe dieper de liefde, hoe groter de kans op diepe vreugde, maar ook op pijn en verdriet. Dus als je dat niet wilt: dan doe je beter om van liefde’s dorsvloer weg te gaan (Gibran). Je loopt dan wel een ander risico: weerloos te zijn tegen de hardheid van het bestaan. Het schijnt zo te zijn, dat moeilijkheden en pijn onlosmakelijk verbonden zijn met het leven zelf. Wel kunnen we kiezen of we door de hond of door de kat worden gebeten: door een leven met liefde of een zonder. Aan u de keus.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Zonder hoop vaart niemand wel.

Geloof, hoop en liefde – zonder deze drie is het leven leeg en zinloos. Vorige keer heb ik het over geloof gehad, nu wil ik het hebben over hoop.

Hoop hebben we, net als geloof, nodig om de werkelijkheid zonder omwegen in de ogen te zien en te bijven kijken, zonder te vervallen tot moedeloosheid of erger. Zoals ik al eerder zei: er is veel schoonheid in de wereld (daarover meer in het volgende blog), maar de koers die wij als mensheid hebben ingezet, en die vooralsnog niet wezenlijk lijkt te worden gewijzigd, stemt niet hoopvol. De ondergang van ons totale Gaia ecosysteem is niet ondenkbaar. Dus hoe kunnen we hoop ontwikkelen tegen de klippen op?

In mijn vorige blog zei ik al dat we hoop kunnen ontlenen aan ons geloof in een bovennatuurlijke, grotendeels onzichtbare  wereld. We staan er niet alleen voor – we hebben subtiele maar krachtige bondgenoten die net als wij belang hebben bij het voorbestaan van de mensheid.

Een tweede bron van hoop is gelegen in onszelf. Havel zei het al in een aan hem toegeschreven uitspraak: ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt . . . Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, Niet alleen omdat het kans van slagen heeft. Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is onafgezien van de afloop, het resultaat.’ We kunnen dus onze hoop versterken door te doen wat ons hart en onze hand te doen vinden.

Een derde bron van hoop is te vinden in ons verstand. We weten dat we de toekomst niet kunnen kennen. We kunnen scenario’s maken die waarschijnlijke ontwikkelingen beschrijven, maar die kunnen nooit rekening houden met volstrekt onvoorziene gebeurtenissen. Die gebeurtenissen kunnen heel onwaarschijnlijk lijken, maar we kunnen nooit met zekerheid voorspellen dat ze niet plaats vinden. Ik noem als voorbeelden: een sprong in het bewustzijn van de overgrote meerderheid van de mensheid, een invasie van buitenaardse wezens (non-materieel, zodat ze niet aan de beperkingen van de tijd onderhevig  zijn), of in het algemeen: gebeurtenissen of ontwikkelingen die we ons niet kunnen voorstellen omdat ze in niets met onze ervaringen te vergelijken zijn. Zoals mijn vader zei: het is niet realistisch niet te hopen.

Een andere lijn van denken ligt in de systeemtheorie. We weten dat als een systeem uit de bocht vliegt, zoals met ons Gaia-ecosyteem dreigt te gebeuren, er twee mogelijkheden (scenario’s ) zijn. Of het systeem valt in elkaar, of het maakt een sprong naar een ‘hoger’ niveau van integratie. Dat zou ook met onze ecologie kunnen gebeuren. We moeten er maar het beste van hopen.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Zonder geloof vaart niemand wel.

Wat zouden de motieven kunnen zijn om met de subtiele, onzichtbare wezens in contact te willen komen. Ik noem er enkele:

  • nieuwsgierigheid
  • behoefte aan steun, bemoediging of advies
  • het bevorderen van een genezingsproces, bij jezelf of iemand anders
  • een behoefte aan het ontwikkelen van spirituele autoriteit
  • het versterken van je geloof

Over dat laatste wat meer.

In deze woelige, bedreigende tijden is het moeilijk de werkelijkheid onder ogen te zien zonder de moed te verliezen, wanhopig te worden of te vervallen in apathie. Daarom neigen we er toe om een roze bril op te zetten, en de werkelijkheid mooier voor te stellen dat hij is (Er is natuurlijk echt ook heel veel prachtigs in deze wereld, maar dat is het punt niet – het punt is onze ontkenning van wat niet mooi is). We ontlenen daaraan hoop en vertrouwen, maar het is valse hoop en vertrouwen op een wankele basis. Zie bijvoorbeeld de column van Jan Paul van Soest in Energiepodium: http://www.energiepodium.nl/opinie/item/twijfelbrigade-20-gekleurde-klimaat-brillen-nopen-niet-tot-actie. Er zijn betere manieren om hoop en vertrouwen op te bouwen. Het in ‘gesprek’ komen met de subtiele wezens is zo’n manier. Een ervaring van contact met de subtiele wezens versterkt je geloof in het bestaan ervan, en dan weet je dat we niet alleen zijn in deze wereld. We staan er niet alleen voor. Bovendien, als er een niet-fysische wereld is waar andere wetten gelden; dan zijn ook wonderen mogelijk. Zoals de Cursus in Wonderen zegt: ‘Wonderen zijn natuurlijk. Als ze niet plaats vinden is er iets misgegaan.’

Contacten met de subtiele wezens versterken ons geloof in een bovennatuurlijke wereld. Als het contact maar duidelijk genoeg is kan het geloof zich zelfs ontwikkelen tot een weten. En dan is echt alles mogelijk. Dit versterkte geloof houdt ons dan overeind in deze wankele, hachelijke wereld, en geeft ons de moed de werkelijkheid zonder roze bril onder ogen te zien.

Ik heb echter al eerder gezegd dat het velen van ons, waaronder ikzelf,  niet gegeven is direct contact met de subtiele wezens te ervaren. Wij zullen dus harder moeten werken om ons geloof in die wereld te versterken. Dat kunnen we doen door een open geest: luisteren naar ons innerlijk, en met name onze intuïtie, en naar hen die die ervaring wel hebben (gehad). Dan leren we vanzelf wel het kaf van het koren te scheiden: we leren wat intuïtie is en wat bijvoorbeeld wensdenken, en wat betreft de ervaringen van anderen: we leren  te onderscheiden tussen authenticiteit en waarheidsgetrouwheid aan de ene kant, en (zelf)misleiding aan de andere kant. Zelf ken ik een aantal weldenkende, verstandige mensen, met hun beide benen op de grond, die deze directe ervaringen hebben (gehad), en die mij absoluut hebben overtuigd. En ook heb ik een aantal keren in mijn leven ervaren hoe intuïtie voor me kan werken. Ik voelde me geleid en gedragen.

In dat geloof in een bovennatuurlijke wereld is ook plaats voor het geloof in een alomvattende scheppende kracht. Voor sommige mensen kan dat God zijn, maar dat is dan een andere God dan de God uit de leer van Christendom en Islam. Dit geloof, met of zonder God, is een voorwaarde voor samenwerking met de subtiele wezens. Een samenwerking die niet zal ontstaan als wij het alleen voor het zeggen willen hebben. We blijven natuurlijk wel verantwoordelijk voor wat er in de wereld gebeurt, maar voor samenwerking is er vooral bescheidenheid en overgave nodig. In nood leren we onze vrienden kennen, en daarin ligt mijn hoop voor de wereld.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Subtiele spiritualiteit.

In mijn vorige blogs heb ik gesproken over twee typen wezens die zich in de onzichtbare werelden bevinden: de natuurwezens en de Sidhe. Wie bevinden zich verder nog in die werelden? Een volledige opsomming kan ik niet geven, maar ik kom een heel eind:

  • onze voorouders, inclusief recent overledenen;
  • de engelen en deva’s van alles wat door mensen is geschapen: de engelen van steden en landen, je huisgeest, en de ‘techno-elementals’: de geesten van machines en voorwerpen;
  • onze eigen onzichtbare natuur;
  • engelen met een speciale missie of karakteristiek.

Over elk van die wezens een enkel woord.

Het is omstreden of onze ouders en voorouders na de dood als individualiteit blijven bestaan. De overgrote meerderheid van de mensheid heeft altijd geloofd, en gelooft nog, van wel. Contact met hen wordt bereikt middels goed opgeleide of getrainde sjamanen en paragnosten, maar vooral ook in een BDE (bijna-dood-ervaring).

Ook over de engelen en deva’s van steden en landen wordt al eeuwenlang gesproken. Zo hebben vele steden een stedemaagd (Amsterdam bijvoorbeeld), of een beschermengel of patroon (in Amsterdam Sint Nicolaas, Frankrijk Jeanne d’Arc). Findhorn kent zowel de ‘Angel of Findhorn’ als de landschapsengel. David Spangler stelt dat elke voorwerp dat en elke machine die door mensen is gemaakt ook een eigen ‘techno-elemental’ heeft; reden waarom het een wijdverbreid gebruik is om dierbare machines, zoals computers of auto’s een naam te geven (ik heb dat zelf ook vaak gedaan). Het maakt het makkelijker een persoonlijke relatie met die machines aan te gaan.

In vele tradities en leringen wordt aangenomen dat wij mensen naast onze materiële, fysieke natuur ook bestaan als een onzichtbare geestelijke natuur. Voor een deel valt dat samen met de aura om ons heen, waarin zich het etherische en het astrale lichaam bevinden (Sommige mensen kunnen deze aura waarnemen). Maar er is ook een volledig onzichtbaar, veel meer omvattend deel. David Spangler (in Subtle Worlds) noemt dat de ziel. Maar zelf gebruik ik vaker het woord ‘geest’ (in het Engels spirit) ter onderscheiding van ‘verstand’ (in het Engels mind). Misschien kun je onze persoonlijke beschermengelen en gidsen ook in deze categorie scharen, al kun je die ook beschouwen als een categorie apart.

En tenslotte zijn er nog de engelen en deva’s die niet per se gebonden zijn aan een fysieke aanwezigheid. In het transformatiespel worden die aangeduid met een specifieke kwaliteit, maar er zijn er naar ik aanneem veel meer, al dan niet met een speciale rol of functie. Ook in sommige christelijke tradities worden ze genoemd.

Dit was het vierde blog in een serie over de onzichtbare wereld, die tezamen met onze fysieke wereld te zien is als een alomvattend ecosysteem. Rest nu de vraag: bestaat die niet-materiële wereld nu echt, en waarom zouden we, als we dat aannemen, daarmee in contact willen komen? Wordt vervolgd.

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

De Sidhe

De Hudra (Denemarken, Zweden), de Selkies (Faeroer), de Samodiva’s (Bulgarije), de Iele (Roemenië), de Gatwinha (Sami, Noord Scandinavië), de Turhu (Maori, Nieuw Zeeland), de Muminske (India), de Sidhe (Ierland) – kent u ze? Dit zijn de namen van een wereldwijd verspreid verborgen volk, dat in vele verhalen, mythen en legenden wordt genoemd. In de Christenheid zijn ze bekend onder de naam van gevallen engelen (met een wat ongunstige bijklank). Er zijn vele verhalen van mensen die ze ontmoet hebben; ze worden beschreven in fictie literatuur (bijvoorbeeld de hoge elven bij Tolkien) en ze zijn geschilderd door George William Russell (zie bijgaand). Mijn kennis van de Sidhe (spreek uit: sjieje, Engels: she), zoals ik ze nu verder zal noemen, heb ik uitsluitend uit de tweede hand, van Sören Hauge op de Findhorn conferentie Co-creative Spirituality.

Drie Sidhe met een meisje (The stolen child van W.B.Yeats?)

Volgens de legenden zijn de Sidhe afstammelingen van de Tuatha Dé Danann, een oud, Iers mythisch volk. Om ze te ontmoeten zul je, net als bij de ‘nature spirits’ , eerst in hun bestaan moeten geloven – op zijn minst als werkhypothese. Van die werkhypothese ga ik voorshands uit. De Sidhe zijn echter van andere aard dan de andere onzichtbare, subtiele wezens. Die wezens zijn allemaal van niet-fysieke aard, maar de Sidhe zijn wel degelijk fysiek aanwezig. Echter, zoals Hauge zegt, ze bestaan op een iets andere fysische golflengte, als het ware aan de rand van onze fysische werkelijkheid (zoals ultraviolet licht bestaat aan de rand van ons zichtbare licht). Ze zijn niet zo volledig geïncarneerd op aarde zoals wij mensen – op weg naar de aarde hebben ze als het ware een andere afslag genomen. Maar ze zijn hier wel.

Ze zijn verwant aan ons mensen, zoals wij verwant zijn aan hen. Wij hebben allemaal een Sidhe-natuur in onszelf, die normaliter is ondergesneeuwd in de wereld van rationaliteit en materialisme. Om die kant in onszelf te ontdekken moeten we weten wat de natuur van de Sidhe is. Het is interessant om het woord Sidhe (of de andere benamingen) etymologisch te onderzoeken. Je komt dan op de volgende karakteristiek: vrede, zitten, en wind. Vrede staat voor: mildheid, zachtheid. Het zitten staat voor: geworteld zijn in de aarde in de natuur (zoals een berg). En de wind staat voor beweeglijkheid en wildheid (zoals een vlinder). Als we die kanten van onszelf opzoeken en uitleven krijgen we meer verbinding met onze Sidhe natuur. Dat hebben we nodig als we in de komende tijd als mensen willen overleven in de ‘rolling coaster’ die ons wacht.

Naast de vreugde en de wildheid die de Sidhe wereld kenmerken, heerst er in die wereld ook een ondertoon van melancholie, een gevoel van verlorenheid. Dat komt omdat ze zich niet volledig geïncarneerd voelen en niet volledig verbonden met hun verwanten: wij. Daarom willen ze graag contact met ons. Door de verbinding met de Sidhe natuur in onszelf te ontwikkelen zal dat van ons uit makkelijker gaan. Daar zullen we allemaal wel bij varen – zij en wij.

Er is veel, veel meer te vertellen over de Sidhe, maar dat gaat de beperktheid van dit blog te boven. Zoekt en gij zult vinden. De volgende keer ga ik verder over wie zich nog meer in de subtiele spirituele werelden bevinden

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De architecten en behoeders van planten en dieren.

De Findhorn foundation is groot geworden door hun contact en samenwerking met natuurwezens, ‘nature spirits’. Als je daar iets meer over wilt weten: er zijn goede boeken over geschreven, en een samenvatting vind je op hun website: https://www.findhorn.org/about-us/. Hoe hebben ze dat gedaan?

1. In de eerste plaats was er een leider, Peter Caddy, die zelf geen direct contact had met de ‘nature intelligence’, maar de wijsheid en de intuïtie had om te luisteren naar een huisvriendin, die dit contact wel had.

2. Deze vriendin, Dorothy Maclean, had een uitvoerige spirituele training achter de rug, en had de openheid van geest om zich zonder beelden vooraf open te stellen voor wat deze ‘intelligenties’ haar suggereerden.

Interessant is om te zien dat er dus twee manieren zijn om contact te krijgen met de subtiele werelden: via anderen of rechtstreeks. Het gaat echter in beide gevallen alleen maar lukken als je het bestaan van die subtiele werelden het voordeel van de twijfel geeft. In dit geval is het van belang dat je op zijn minst vermoedt, dat er achter elke plant en elke plantensoort, en achter elk dier en elke diersoort, een  voor die planten en dieren unieke scheppende en dragende aanwezigheid is. Deze entiteiten zijn in het algemeen in directe zin onzichtbaar, al zijn er wel verhalen van mensen die deze wezens direct kunnen waarnemen. Zelf heb ik meegemaakt dat iemand dat in mijn nabijheid overkwam, terwijl ik zelf niets zag. En ik zou die iemand bepaald geen warhoofd noemen.

Het contact met deze natuurwezens is vooral van belang voor hen die als hobby of voor hun beroep werken in tuinen of in de landbouw, en zich door de natuurwezens te laten leiden. Maar ook voor anderen kan het helpen om een meer direct contact met de aarde, en daarmee met het grote geheel, Gaia, te ervaren, en dat kan ons weer stimuleren om te doen wat nodig is in deze wereld.

Het lijkt voor de hand te liggen de natuur in te gaan om het contact met de natuurwezens te ervaren. Maar dat is toch niet altijd het geval. Wysiwyg: what you see is what you get. De natuur kan een ontroerende schoonheidsbelevenis oproepen, en het beleven van schoonheid brengt ons in verbinding met de bron van het licht en de liefde in onszelf. Maar een direct contact met de natuurwezens hoeft het niet te zijn. We maken contact met de vormen; de planten en dieren zelf. We kunnen echter maar in beperkte mate rechtstreeks communiceren met planten en met dieren, hoewel sommige mensen daar wel heel goed in zijn.  Maar die communicatie, hoe diepgaand ook, heeft toch zijn beperkingen – en daardoor blijven we dan nog enigszins afgescheiden van de natuur. Al we werkelijk willen ervaren dat we zelf deel zijn van de natuur dan is communicatie met de natuurwezens de koninklijke weg. Wij maken dan verbinding tussen hen, en daarmee met de planten en dieren die ze vertegenwoordigen enerzijds, en ons eigen diepste zelf anderzijds. Ik denk dat degenen die werkelijk diep contact met dieren en bij voorbeeld bomen ervaren, in feite ook contact hebben met de ‘spirit’ van dat dier of die boom. Dan beleven we daadwerkelijk eenheid. Maar daarvoor hoeven we niet in de natuur te zijn. Alle bewustzijn is non-lokaal – dat van ons en ook dat van de natuurwezens.*)

Volgende week kom ik te speken over de Sidhe.

 

*) DE DAPPERSTRAAT

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J. C. BLOEM (1887-1966)

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Het ontwikkelen van onze gevoeligheid voor de onzichtbare werelden.

Dit blog is een vervolg op de vorige twee en gaat uit van de werkhypothese (niet de zekerheid) dat onzichtbare wezens bestaan.

Als je met de onzichtbare wereld contact wil maken moet je realiseren dat de onzichtbare wezens van hun kant niet contact maken zoals wij. Ze hebben geen taal, en sommigen van hen wellicht ook geen zintuigen zoals wij die kennen. Ze communiceren voornamelijk via gevoelens, intuïties en ‘energieën’. Dit laatste is natuurlijk een vaag begrip als je het niet beperkt tot fysieke energie. Toch hebben we allemaal wel niet-fysieke energieën ervaren (een contradictio in terminis) – denk bijvoorbeeld aan stemmingen of een sensitiviteit voor sfeer of onderhuidse processen bij anderen of in teams. We spreken dan vaak van ‘aanvoelen’.

Als we dus met onzichtbare wezens in contact willen komen moeten we ons vermogen tot niet-zintuigelijke communicatie ontwikkelen. Gelukkig hebben we allemaal intuïtieve vermogens. Maar velen van ons hebben die niet ontwikkeld zoals we onze fysieke, emotionele of mentale vermogens hebben ontwikkeld. Daarom vraagt het ontwikkelen van intuïtie training. En de beste training is training in aandacht en  openheid – in het bijzonder aandacht en open staan voor wat er zich binnen in ons afspeelt.

Het is maar weinig mensen gegeven de onzichtbare wezens direct te zien of te horen, zelfs niet na training. Zelfs Peter Caddy, een van de oprichters van Findhorn had dat vermogen niet. Maar hij had wel een sterke intuïtie, en de wijsheid te luisteren naar zijn vrouw Eileen en hun levensgezel Dorothy MacLean. Daarnaast had hij organisatorische en leiderschapskwaliteiten, en vooral veerkracht,  – en dat was voldoende voor zijn bijzondere rol bij het ontstaan van de Findhorn gemeenschap.

Naast onze intuïtieve vermogens hebben we , zoals boven gezegd, allemaal een zekere sensitiviteit voor niet-fysieke energieën (laten we die vanwege de onmogelijkheid van deze term verder maar geestelijke energieën noemen). Maar ook die sensitiviteit moet getraind worden, op dezelfde manier als we onze intuïtie trainen. Ik spreek wat dat betreft uit eigen ervaring. Van nature ben ik niet erg gevoelig, maar mijn vermogens tot empathie, inspiratie, intuïtie en het aanvoelen van wat er in situaties onder de oppervlakte speelt, zijn in mijn mijn leven steeds meer ontwikkeld. In mijn contacten met cliënten, en tijdens het schrijven van mijn boeken is het herhaaldelijk voorgekomen dat ik dingen zei of schreef die ik heb ervaren als komend ‘van boven’, in elk geval als niet door mijzelf bedacht. Ik was op een dergelijk moment het kanaal waardoor een hogere wijsheid door mij heen kon spreken. Mijn eigen verdienste was dat ik dat kanaal gezuiverd en geopend had.  Blijft natuurlijk de vraag wie er dan spreekt. En daarmee komen we bij de vraag: wat is die onzichtbare wereld dan, en wie bewonen die wereld? Daarover kom ik in het volgende blog te spreken.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Ik geloof er niks van . . .

Ik had beloofd verslag te doen over de Findhorn conferentie Co-creativity; shaping our future with the unseen worlds, die ik eind september online heb bijgewoond. Ik had me bij die conferentie ingeschreven om te kijken of ik mijn contact met die onzichtbare wereld zou kunnen verdiepen. Het liefst zou ik natuurlijk een directe ervaring willen hebben met een of meer entiteiten uit die wereld, maar dat is niet gebeurd. In plaats daarvan gebeurde er wel iets anders. Ik werd helemaal ingezogen door de conferentie. Het was nog sterker dan als ik er fysiek bij geweest zou zijn, zeker als je het vergelijkt met de laatste keer dat ik lijfelijk in Findhorn aanwezig was. Ik heb de conferentie samen met mijn vrouw op de bank in de huiskamer bijgewoond, en werd uiteraard niet afgeleid door alle logistiek van de conferentie. In sommige sessies kon ik ook direct participeren; het woord nemen. Het was intiem en direct. Toen het voorbij was had ik een gevoel van weemoed: zoals na een goede vakantie. Alles gaat voorbij! De wonderen van het internet!

Maar nu naar de inhoud. Een van de eerste dingen die ik me realiseerde is hoeveel verschillende wezens er in de onzichtbare wereld rondwaren. Zoals Mary Inglis zei: je kun dat eigenlijk niet in een schema of landkaart uitbeelden, maar het conferentieteam had toch een poging gedaan. Bijgaand logo is daaruit voortgekomen. De drie cirkels geven als het ware drie domeinen aan van spirituele wezens. De bovenste cirkel bevat de ‘nature sprits’: engelen, deva’s of ‘elemental beings’ die het dieren- en plantenrijk besturen. (Voor meer concrete informatie, zie http://findhorn.org). De rechter cirkel omvat de Sidhe (spreek uit: als het Engelse she, sjie), een aan ons mensen verwante soort, die echter niet volledig op deze aarde geïncarneerd is. En de linkercirkel bevat de engelen en deva’s van de door mensen gecreëerde omgeving (het landschap, steden, communities, organisaties, apparaten), onze voorouders en onze beschermengelen (engelbewaarders, zou een katholiek zeggen). Deze opsomming is niet volledig, maar voor het moment voldoende.

Ik besef dat op dit moment in mijn verhaal al veel mensen neigen af te haken. Ondanks het feit dat eeuwenoude sprookjes, legendes, mythes, godsdiensten en spirituele tradities deze wezens hebben beschreven (soms met andere namen) en hun bestaan als realiteit hebben aangenomen, zijn de meeste hedendaagse westerse mensen hier uitermate sceptisch over. Alleen wat je via de zintuigen, eventueel indirect via instrumenten, kunt waarnemen wordt door hen als reëel bestaand aanvaard.

Nu is het een vaststaand feit dat als je ergens niet in gelooft je het als regel ook niet kunt waarnemen.   We kunnen niet allemaal het geluk hebben als de ongelovige Thomas (uit de bijbel) die de kans krijgt eerst te zien en dan te geloven. Maar zonder geloof vaart niemand wel. Zonder er in te geloven kun je geen contact maken met de ‘subtle beings’. Wat te doen?

De enige uitweg uit dit dilemma is wat ik de methode van de werkhypothese noem. Neem als werkhypothese aan dat de onzichtbare wezens bestaan, en kijk wat er dan gebeurt. Wellicht wordt de werkhypothese bevestigd, maar zo niet, dan kun je hem later nog altijd over boord gooien. Als je bereid bent het bestaan van de onzichtbare wereld te overwegen, vergroot je de kans er mee in contact te komen. En alleen onder die voorwaarde is wat ik er in de volgende blogs over ga schrijven zinvol. Anders moet je met het lezen van mijn blogs maar een aantal weken wachten tot ik weer op aarde ben teruggekeerd. Maar ik hoop dat je er de volgende week weer bij bent.

 

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ... 35 36   Next »