Een goed leven (II)

                              Anderen begrijpen is wijsheid. Jezelf begrijpen is verlichting                                         (Lao Tse, Tao te Tjing, 33)                                                                                                                               

Je kunt je leven op verschillende manieren indelen, en één manier is de volgende. De periode tot 25 jaar is de periode van de zonsopkomst, het Oosten, de lente. Het is de tijd van geboorte en opgroeien tot volwassenheid. De tweede periode, tot 50 jaar, is die van het Zuiden, de zomer. Je staat in volle bloei. Je schept je privé-leven, je woonplaats en je werk en brengt dat tot ontwikkeling. De derde periode, tot 75 jaar, is die van de herfst,  van het Westen, een periode van vrucht dragen, oogsten, verdieping, zingeving, en spirituele ontwikkeling. En in de vierde periode is de zon weer ondergegaan. Het is nu winter, en het is een tijd van contemplatie, en het delen van de levenservaring. Het is de periode van de ‘Elder’.

Ik zit nu in die laatste periode, en vandaar mijn behoefte aan terugblikken. In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld: wat is eigenlijk een goed leven, en daarvoor een aantal vragen geformuleerd die als criteria kunnen dienen om je eigen leven in dat opzicht te boordelen. Een leuk tijdverdijf voor oudere mensen, zoals ik. Ik heb elke vraag geherformuleerd in de voltooide tijd en aan elke vraag een score toegekend tussen 1 en 10; en die scores vervolgens gemiddeld. Als ik dat zo eerlijk en objectief mogelijk doe kom ik op een krappe acht. Dat waardeer ik als goed. Wel verbazend eigenlijk, daar ik helemaal niet zo tevreden ben over wat ik daadwerkelijk heb bereikt en nagelaten. Ik leid hieruit af, dat ik misschien wat milder over mezelf zou moeten denken.

Als je jonger bent dan ik en geïnteresseerd in een tussentijdse evaluatie van je leven, kan je dezelfde procedure toepassen, waarbij je de vragen weer in de tegenwoordige tijd formuleert. Je kunt uiteraard vragen die je niet relevant vindt weglaten en eigen vragen toevoegen. Niet te kritisch zijn, maar ook niet te makkelijk met jezelf. Als je tevreden bent met het resultaat is dat een aansporing om zo door te gaan. Zo niet, dan is het een uitdaging om je levensdoelen misschien wat scherper of hoger te stellen en na te streven. Misschien moet je je ‘growing edge’ wel opzoeken.

Het is wel een interessant gedachte-experiment om je voor te stellen wat je als grafschrift op je steen zou willen zien staan, of, als je niet begraven wil worden, hoe een voor jou belangrijk of dierbaar persoon jou in een oneliner zou karakteriseren na je overlijden. En een ander gedachte-experiment: als je zou weten dat je morgen, over een week, over een jaar zou overlijden: wat zou je nog willen doen? Doe dat dan nu. Deze gedachte-experimenten zijn oude technieken uit de groeibeweging van de zestiger en zeventiger jaren, die hun relevantie nog geenszins verloren hebben.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een goed leven (I)

Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden. (Socrates)*

Een aspect van ouder worden is dat je terug kijkt op je leven. Een vraag die daarbij speelt is: ben ik tevreden over het leven wat ik geleefd heb? En een vraag die daaruit weer voortvloeit is: wat is eigenlijk een goed leven? En die vraag zou je eigenlijk al veel eerder moeten stellen dan als je oud bent, want dan kan je er nog meer aan doen. Vandaar dat ik mijn beschouwingen over deze vraag maar eens met jullie deel. (Met een goed leven bedoel ik dan: zowel goed in morele zin als geslaagd)

Je zou kunnen zeggen: een goed leven is een leven waarbij je jezelf en de anderen om je heen gelukkig maakt. Maar dat is wat kort door de bocht. Want enerzijds is het maar de vraag of je geluk op die manier kunt ‘maken’ (in elk geval niet bij anderen), en bovendien is het nog niet zo eenvoudig om te definiëren wat geluk eigenlijk is. Dus dat werkt niet. Een ander antwoord op de vraag is: een goed leven is als je eruit haalt (hebt gehaald) wat erin zit. Maat ook dat is een onduidelijk criterium, want wie wie kan zeggen of dat zo is? Misschien heb je wel hele interessante mogelijkheden over het hoofd gezien, en dan weet je niet dat je er niet uit gehaald hebt wat er in zat.

Ik denk dat je de vraag of je een goed leven leid (of geleid hebt) het beste kan beantwoorden aan de hand van een aantal criteria, die te formuleren zijn als deelvragen. Zoals:

  • Heb je ontdekt wat jouw unieke bijdrage aan de wereld kan zijn, en lever je die bijdrage ook?
  • Sta je liefdevol in het leven? Houd je van mensen, je werk, en de natuur? Ben je je medemens tot steun? Slaag je erin niet te snel te (ver)oordelen? Kun je duurzame relaties opbouwen met een partner, vrienden en op je werk? Houd je als regel; rekening met anderen?
  • Ben je vergevingsgezind, naar jezelf en anderen (je ouders!)? Kun je mild zijn voor jezelf als je een fout hebt gemaakt of hebt gefaald?
  • Leef je in het algemeen bewust en aandachtig?
  • Ben je in staat te genieten, en situaties te scheppen die je plezier opleveren?
  • Ben je in staat pijn en ziekte te vermijden, en als ze toch optreden, ze stoïcijns te aanvaarden?
  • Kun je tegen alle vormen van verlies?
  • Heb je vrede gesloten met de dood (van jezelf en anderen)?
  • Kun je op constructieve of creatieve manier omgaan met je driften, woede en lust? Met andere woorden: kun je passies beheersen in plaats van ze te onderdrukken?
  • Is er intimiteit in je leven, en zo nee, zie je kans dat te creëren?
  • Durf je risico te nemen? Durf je je veilige vertrouwde fysieke of geestelijke omgeving te verlaten een onzekere toekomst in te gaan? (zie de afbeelding: de growing edge, precies het gebied waar je naar toe moet om te groeien)
  • Houd je vol bij tegenslag als je een voor jouw belangrijk doel nastreeft?
  • Durf je steeds te zeggen wat je te zeggen hebt en te doen wat je te doen hebt, ongeacht het oordeel van anderen?
  • Heb je het gevoel meester te zijn over je eigen leven?
  • Geloof je in jezelf en vertrouw je het leven?
  • En tenslotte: lukt het je om contact te krijgen met je diepste (ge)weten, en volg je dat ook?

Enzovoorts en zo verder. Dat zijn dus wel erg veel vragen. En je bent vast en zeker in staat zelf nog een aantal fundamentele vragen toe te voegen. Wat moet je daar nu mee? Daarover in een volgend blog.

 

Over zelfreflectie, zie bijvoorbeeld: https://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/170199-zelfreflectie-tips-om-kritisch-naar-jezelf-te-kijken.html

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Our strong leaders.

More and more nowadays we are governed by a sort of leaders for whom public applause and/or personal power is more important than anything. They all perform a show, and succeed in labeling every act as a success, even if that is damaging their countries. President Trump is a wonderful example. He is meeting Kim – success! -, is giving away America’s right to do military manoeuvres in the Yellow and Japanese Seas without getting anything in return – successful negotiations! – , is placing children of immigrants in custody – successful immigration policy! – is letting them free after protests – see how empathic he is; success! – , is lowering taxes, thus giving the economy a boast, and raising the budget deficit and damaging the economy in the long run; succes! -, is setting import tariffs – America first! fighting unemployment, improving economy, success!, – and is getting export tariffs in  return – trade battle, loosing jobs, damaging the economy, success! -,  is brutalizing Merkel, Xi Jinping – see how undaunted I am, succes! – , and so on and so forth. The same is true for European leaders: Salvini (no freemasons in the government; cf Mussolini!), Erdogan, Scholz (I close the German border for immigrants), Kurz (I close the Austrian border for immigrants), Orban (no immigrants in Hungary) etc. They all have in common that they have no compassion and no idea about what is on the long term beneficial for their countries. That is not their interest. Their interest is just showing how decisive and energetic they are, no matter what are the consequences of their deeds. And they succeed: many citizens see them as strong, stout and powerful. At last we have leaders who at least do something. They remind me of another book: Watership Down, in which General Woundwort is exactly the kind of leader I am talking about.*)

We have seen this before in history, and also then the majority of the population was deluded by disguise and false promises, with terrible results.

What as citizens, who see through this facade, can we do? Being aware, speaking up and supporting those leaders who do not fall in this trap. Not becoming cynics. And hoping for the best.

 

*) As far as I am concerned, the novel Watership Down, by Richard Adams, is by far the best book about leadership I know. A must read for anyone who wants to be leader or manager.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een wetenschappelijke revolutie.

Degenen die me kennen of regelmatig mijn blogs lezen weten dat ik het wetenschappelijk reductionisme – de theorie die alle zijn, ook het menselijk zijn, reduceert tot een louter fysisch proces – altijd met scepsis heb bekeken. Mijn reserves waren gegrond op twee typen argumenten: wetenschappelijke en intuïtieve. Ik vond het reductionisme wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd en methodologisch niet kloppen. En intuïtief: ik ‘voelde’ gewoon dat de reductionistische visie niet waar kon zijn. Vanuit ‘objectief” wetenschappelijk gezichtspunt is dat laatste natuurlijk geen sterk argument.

Voordat ik het reductionisme in dit blog de definitieve doodsteek toebreng eerst nog even enkele van de meest bekende consequenties van de reductionistische visie: 

  • de vrije wil bestaat niet
  • ook het geweten is een artefact (schijnbare werkelijkheid)
  • de geest is niets anders dan een reeks fysisch-chemische processen in de hersenen – is als afzonderlijk begrip dus obsoleet (verouderd, nutteloos)
  • de evolutie is volledig verklaarbaar uit fysische processen

Het eerste punt heb ik al eens eerder op methodologische gronden weerlegd, en wat het derde punt betreft: er is nooit een duidelijke wetenschappelijke verklaring gevonden voor hoe de verbinding tussen hersenprocessen en beleving in elkaar steekt. Deze relatie is het beste te beschrijven als een ‘black box’; dat wil zeggen: we weten niet wat zich in het intermediair tussen de hersenen en ‘bewustzijn’ afspeelt. En wat het laatste punt betreft: evolutiebiologen hebben nog steeds geen verklaring gevonden voor de sprong in de evolutie van dode materie naar leven, en van leven naar taal, cultuur, en vandaar typisch menselijk bewustzijn. Ook hebben ze geen antwoord op de vraag: waar komt de drijvende kracht in de evolutie – overleving – vandaan?

Maar om mezelf toch nog eens op de proef te stellen heb ik me door het boek Van bacterie naar Bach en terug van Daniel Dennett (een van de meest leidende theoretici op het gebied van de evolutietheorie, die een verwoede poging doet om de evolutie reductionistisch te verklaren) heen geworsteld. Geworsteld, omdat hij er werkelijk de hele wereld en driehonderd publicaties bij haalt om zijn betoog te ondersteunen. En ook omdat zijn redenering niet bepaald eenvoudig is. Maar ondanks deze indrukwekkende poging (het boek telt 500 pagina’s!) is hij er naar mijn menig niet in geslaagd de reductionistische casus onweerlegbaar te grondvesten.

Dezer dagen kreeg ik steun voor mijn standpunt uit onverwachte en onverdachte hoek. Door een broeder uit mijn loge werd ik geattendeerd op een blog in Scientific American van 29 mei.j.l.: Coming to Grips with the Implications of Quantum Mechanics door Bernardo Kastrup, Henry P. Stapp en Menas C. Kafatos, natuurkundigen die expert zijn op het gebied van quantum mechanica en kunstmatige intelligentie. Zij tonen in dit blog aan dat experimenten in de quantum mechanica – die al eerder waren bedacht maar pas sinds enkele jaren daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd – ondubbelzinnig wijzen op het primaat van de geest. De geest schept de materie en niet omgekeerd, zoals de reductionisten graag beweren. *)

Het reductionisme is nu dus met zijn eigen methodiek, het objectieve wetenschappelijk experiment, verslagen. De implicaties hiervan zijn zo groot, dat het nog wel even zal duren voordat de consequenties van deze wetenschappelijke ontwikkeling tot de mainstream zijn doorgedrongen. Overigens: het feit dat het primaat van de geest nu wetenschappelijk is aangetoond, maakt het mysterie van de geest niet minder groot; ik zou eerder zeggen: integendeel. Ik nodig u van harte uit om over deze quantum revolutie in de wetenschap te reflecteren. Het helpt daarbij als u zich door het genoemde blog heen worstelt (zie voetnoot), of zich anderszins verdiept in een moderne, voor leken min of meer begrijpelijke uiteenzetting over de quantum mechanica. Verbaas en verwonder u, en stuit op de grenzen van uw intellectuele begrip. Goed voor uw spirituele ontwikkeling. Veel plezier!

😉

*) Wie de details wil nalezen verwijs ik naar: https://blogs.scientificamerican.com/observations/coming-to-grips-with-the-implications-of-quantum-mechanics/

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Hee Amsterdam, ze zeggen dat je bent veranderd.

Afgelopen zaterdag woonde ik op de Universiteitsdag van de UvA een college bij met bovenstaande titel. Hoewel het een zeer boeiende bijeenkomst was, gaven de sprekers geen antwoord op de vraag die in deze titel verborgen ligt – Is Amsterdam veranderd? – ; die vraag kwam niet aan de orde. Prof. Gabri van Tussenbroek, hoogleraar stedelijke identiteit, liet de parallellen zien tussen de huidige situatie, met name de negatieve aspecten daarvan (overmatige drukte, tekort aan goede betaalbare woningen, transportproblemen) en de situatie in de tweede helft van de zestiende eeuw – opmerkelijke overeenkomsten. Dat geldt overigens ook voor de situatie aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e. Fenne Pinkster, stadsgeograaf, beschreef vervolgens op indringende en humoristische wijze de chaotische toestand in het centrum van Amsterdam, met name de grachtengordel, en had goede ideeën over wat je daaraan zou kunnen doen. Hoewel beiden niet politiek stelling wilden nemen, lieten ze toch wel doorschemeren dat het aantreden van het nieuwe college hen hoopvol stemde over wat de gemeente daaraan zou kunnen doen. Maar een antwoord op bovenstaande vraag gaven ze niet.

Oppervlakkig gesproken verandert de stad natuurlijk altijd. De stad is groter gegroeid (en groeit nog steeds), in de loop van de jaren is er waterleiding, electriciteit, riolering, nieuwe gezondheidszorg, nieuwe industrie en ten slotte veel, heel veel autoverkeer gekomen.  Ik kan dat lijstje moeiteloos uitbreiden. Een stad verandert, zoals wij zelf tijdens ons leven ook veranderen. Maar de vraag is: blijven we in essentie niettemin onszelf? Een dergelijke vraag kan je ook stellen over grotere verbanden: organisaties, steden, landen.

In mijn praktijk als organisatieadviseur ben ik altijd getroffen door de eigen kleur, de identiteit, de ziel van de organisatie. Mensen komen en gaan, reorganisaties vinden plaats, maar de kracht en de zwakte van de organisatie en de problemen blijven vaak hetzelfde. Daarom was mijn vak ook zo boeiend: om veranderingen in organisaties te bewerkstelligen is het niet voldoende als alleen de mensen en hun gedragingen veranderen. De structuur en de cultuur moet ook veranderen – en dat kan alleen maar als je de essentie, de identiteit van de organisatie aan het licht brengt, respecteert, en een stem geeft in het proces. (Terzijde: een van de redenen van het mislukken van fusies is dat men de identiteit van de fuserende organisaties onvoldoende in acht neemt. Wie dat bijvoorbeeld wel heel goed gedaan hebben zijn ABN-topman R. J. Hazelhoff en Amro-topman R. Nelissen. Helaas is dat gezichtspunt vervolgens uit het oog verloren door Rijkman Groenink, die uitsluitend heeft voortgebouwd op de AMRO-cultuur).

Als we er nu van uitgaan dat steden evenzo een identiteit hebben, wat is dan de identiteit, de ziel van Amsterdam? Is Amsterdam in essentie wel veranderd? Mijn stelling, die ik niet kan bewijzen, is van niet. Haar identiteit is door de eeuwen heen dezelfde gebleven (let op mijn intuïtieve gebruik van het vrouwelijk voornaamwoord). En die identiteit openbaart zich steeds in enkele karaktertrekken. Ik noem er een paar: de opstandigheid van Amsterdam tegenover het centrale gezag (zie mijn vorige blog), het vrijgevochten karakter van haar bewoners, de onderlinge solidariteit, tolerantie en openheid voor immigranten (zelfs vandaag – we moeten ons niet laten misleiden door een kleine minderheid die anders doet voorkomen), de humor, de warmte, de gezelligheid, een voor de Noordelijke Nederlanden ongekende bourgondische levensstijl, enzovoort.  Het zijn precies die eigenschappen die Amsterdam voor een groot aantal mensen geliefd maakt, en voor anderen juist zeer onaantrekkelijk. Door die laatsten wordt Amsterdam vaak met afkeer bekeken. Begrijpelijk als je van meer orde houdt. Maar bestuurders (regenten) die te veel orde willen scheppen in de wat chaotische stad Amsterdam, gaan onvermijdelijk op hun bek. Geef mij maar Amsterdam!*

*https://www.youtube.com/watch?v=XKjupnDXn9k

Datum Door erik.van.praag 3 Reacties

Amsterdam als ‘fearless city’.

Heeft u afgelopen zondag Buitenhof gezien? Een curieuze uitzending. Eerst minister Wiebes, die uitging van een imaginaire realiteit betreffende de opwarming van de aarde – hij dacht dat 2 graden, en zelfs 1,5 graden opwarming nog een realistisch scenario was – en daarna een gesprek met Jason Moore, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Birmingham, en Willem Schinkel, hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus universiteit,  die de realiteit onverbloemd benoemden. Wat Wiebes betreft: zou die nu echt niet weten wat er werkelijk gaande is? Met andere woorden: is hij nou zo dom, of is hij een leugenaar? Ik laat het oordeel graag over aan u en aan hemzelf.

Moore en Ginkel stelden beiden dat onze redding, zij het niet zonder veel leed en schade, nog mogelijk is als we overgaan tot een volstrekt andere manier van politiek en economie bedrijven. Met andere woorden: als we inzien dat het einde van het kapitalisme, of neo-liberalisme, het is maar hoe je het noemen wilt, nu toch echt nabij is. Dat betekent een zeer grondig overheidsingrijpen, nationaal en mondiaal. Moore was optimistisch, want hij achtte dat mogelijk, en noemde als voorbeeld het ingrijpen van de Amerikaanse overheid na Pearl Harbor. Maar dat was in een acute noodsituatie, die overigens concreter en tegelijkertijd minder bedreigend was dan de situatie waar we ons nu in bevinden. Ik leid daar uit af dat een dergelijk ingrijpen pas zal plaats vinden als de eerste steden in zee verdwijnen, of als een acute voedselschaarste de hele wereld bedreigt. Maar dat het einde van het neo-linberalisme nabij is, is niets nieuws. Daar zijn weldenkende mensen het al geruime tijd over eens.

Des te interessanter is de reactie van onze premier op het coalitieakkoord in Amsterdam. Daar staan o.a. enkele begrijpelijke en concrete doelen in: betaalbaar wonen, goed openbaar vervoer, grondige aanpak van de luchtverontreiniging, aanpak van het massatoerisme. Het akkoord is ook helder over de maatregelen waarmee men dat denkt te bereiken. Onze premier liet echter weten bijzonder ongelukkig te zijn met het akkoord. De stad was ‘verloren gegaan aan ‘links’. Een onthullende terminologie. De premier liet zich  kennen als een diehard aanhanger van het neo-liberalinsme, dat ons  in zulke ernstige problemen heeft gebracht.

Mijn verwachting is dat het Amsterdamse gemeentebestuur het nog moeilijk gaat krijgen. Niet alleen zal het veel weerstand ondervinden van plaatselijk gevestigde belangen (bijvoorbeeld woningbouwverenigingen), maar ook zal Den Haag alles op alles zetten om de uitvoering van dit coalitieakkoord onmogelijk te maken. Daarbij zal het principe van de gemeentelijk autonomie (Thorbecke) onder druk komen te staan. Het coalitieakkoord is immers de eerste aanval op het neoliberalisme  die het niet laat bij woorden maar komt met daden.

Om sterker te  staan zal Amsterdam zich aansluiten bij het Fearless Cities-netwerk: een netwerk van andere Europese steden die zich verzetten tegen de neo-liberale dogma’s. En dat sluit weer aan bij een ontwikkeling, waarbij de macht vande centrale overheden afbrokkelt en verschuift in twee richtingen: enerzijds naar de steden, en anderzijds naar internationale organen. Wen er maar aan.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Who is our neighbour?

Back from a magnificent holiday in Switzerland – what a beautiful country! – and Italy I am inspired to talk with you about love. I did that many times before, since it is an inexhaustible subject, but recently I discovered some new aspects. Let’s start with the Bible book Leviticus 19:18: Love your neighbour as yourself: I am the Lord.

This phrase has led to endless feelings of guilt, because what if you don’t feel this love, or doesn’t know how to develop this? Then one fails, exactly in the domain that seems to be the most important in life.

One of the problems is that this quote is probably wrongly translated. Meant is: Love your neighbor, who is like you. That sounds certainly more logical and true. Because in the more current translation your self love, that can be very limited, is the criterion for the love you can give, whereas clearly is referred to a higher standard: the love for and from the the Architect of the Universe: I am the Lord. To that love we are always capable, no matter of our own state of being, and no matter if we are believers of atheists.

But who is our neighbor? That surely is not everyone and anyone. To love that whole would be an abstraction, a cerebral concept, and that is not love. The neighbor is the one who enters our life. He/she has to give us something, or may need something from us. But anyway we have to deal with him or her. Only in that situation we can practice love, either by receiving or giving, or both. One can start with practicing open mindedness, mindfulness, and random acts of kindness. From there contact is possible. When, in contact, one succeeds in open listening and open speaking (without judging the other or wanting to influence him/her, or defending yourself) love will come into bloom. Sounds simple, is it not? It IS simple, but that is not to say that it is easy. But it is reachable for anyone who is determined to love one’s neighbor.

Of course we don’t love our neighbor immediately after meeting him/her, or continuously. As Carl Jung wrote in a letter to Mrs. A. Schim van de Loeff: “The general idea of christian love for one’s neighbour is a pretense. In that way one can interact with everyone in a nice and detached way, because you are loving everyone after all. I possess no christian love, so why should I pretend to love you? I take you seriously, and that, in all honesty, is the only thing I can do.”

 

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Wat is tijd?

Het is een heel gek gezicht als ik de mensen zie lopen, het lijkt net of ze allemaal verschrikkelijke haast hebben en bijna over hun eigen voeten struikelen. De fietsers, nou, dat tempo is helemaal niet bij te houden, ik kan niet eens zien wat voor een soort individu er op het vehikel zit.

Op dit citaat uit het dagboek van Anne Frank, die dit kon zien vanuit het achterhuis door een kier in het gordijn, stuitte ik tijdens de 4 mei herdenking. Deze waarneming dateert uit 1942, in het midden van de oorlog, en het is verbijsterend hoe actueel dit is en hoe goed het aansluit op mijn betoog van vorige week. Dat ging over tijd, maar wat is tijd?

Over deze vraag hebben geleerden zich al eeuwen lang gebogen. Een tijdlang werd gedacht dat tijd is te zien als een constante stroom, die één richting op stroomt. Vandaar ook de tweede wet van de thermodynamica, die luidt, kort door de bocht: de wanorde van elk gesloten systeem neemt toe in de tijd. Of anders gezegd: warmte stroomt altijd één kant op, van warm naar koud. Maar aan dit beeld werd door Einstein radicaal een einde gemaakt met zijn algemene relativiteitstheorie. Ruimte en tijd vormen een onverbrekelijk geheel, dat ontstaan is met het ontstaan van het heelal, en dat weefsel van de ruimtetijd is vervormbaar. Het kromt onder invloed van de zwaartekracht, en niet iedere gebeurtenis of handeling duurt overal even lang. Er bestaat in de kosmos geen gemeenschappelijk nu.  De tijd zou uiteindelijk zelfs circulair kunnen zijn, en het verschil tussen heden en verleden zou kunnen verdwijnen.

Dat helpt ons dus niet veel verder, als we de tijd echt willen begrijpen. Daarom ga ik te rade bij de spirituele tradities. En dan kom ik uiteindelijk uit bij de uitspaak: niets bestaat behalve het nu, en zelfs dat niet. Het verleden bestaat niet meer, en de toekomst bestaat nog niet. Maar zodra je het ‘nu’ gaat beschouwen, verdwijnt dat ook. Het is immers oneindig klein en kort, want zodra je er een zekere duur aan toekent bestaat het weer alleen uit verleden en toekomst, die dus niet bestaan. Begrijpt u het nog?

Omdat ook dit me niet helpt bij het begrijpen van de tijd neem ik mijn toevlucht tot de beproefde methoden van meditatie en een Zen-koan. De vraag is dan: wat is tijd? Door middel van de methodiek van de quantumsprong (http://www.quantumsprong.org) heb ik voor mezelf een antwoord op die vraag gevonden. En dat helpt me dan weer om beter met mijn tijd om te gaan. Graag wil ik eindigen met het volgende citaat uit Onder het melkwoud van Dylan Thomas:

Tijd gaat voorbij. Luister. Tijd gaat voorbij. Kom dichter nu.

Dat lijkt me een goede start voor het onderzoek naar tijd. Zelf neem ik nu de tijd voor vakantie, dus mijn eerstvolgende blog zal pas verschijnen in de eerste week van juni. Ik neem Het mysterie van de tijd van  Carlo Rovelli mee – dat schijnt een fantastisch goed boek te zijn. Dus misschien kom ik op dit onderwerp nog wel weer terug.

 

Due to holiday no blogs until the first week of June.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Tijd van leven.

Onlangs kreeg ik van mijn schoondochter het kinderboek Momo en de tijdspaarders van Michael Ende (de schrijver van het Oneindige Verhaal) omdat ik, zo dacht ze, daar wel geïnteresseerd zou zijn en daar wat mee zou kunnen op mijn blog. Daar had ze gelijk in, en dit blog is het eerste resultaat.

Het is een grappig, goed geschreven kinderboek dat al dateert uit 1973. Er is een musical en een film van gemaakt; toch kende ik het niet. Zoals ieder goed kinderboek is het ook heel leesbaar voor volwassenen. Het beschrijft hoe gewetenloze ‘zakenlieden’ een hele samenleving er toe brengen om tijd te (be)sparen, en deze daarmee vrijwel te gronde richten. Maar de kleine heldin Momo, het meisje dat goed luisteren kan, slaagt er in dit onheil uiteindelijk af te wenden.

Het is verbazend hoe actueel dit boek is. Ende  – al in in 1973! – schept een wereld die bedrieglijk veel lijkt op onze dolgedraaide samenleving. Tijd vervult daarin de rol van geld. Je kunt het sparen, net als geld. De ‘tijdspaarders’ vormen een opmerkelijke metafoor voor diegenen die in onze wereld de woekerpolissen en ondeugdelijke beleggingsproducten aan de man en vrouw brachten (en in bepaalde vorm nog steeds brengen). Niemand heeft ergens meer tijd voor, en kilte neemt de plaats in van aandacht en warmte.

Hoewel dit boek helemaal geschreven is rondom het begrip ‘tijd’, is tijd in dit boek dus een metafoor voor geld. Tijd is geld, zoals de zegswijze luidt. In onze neo-liberale consumptiemaatschappij  zijn we in een situatie terecht gekomen waar we, net als in het boek, veel tijd te kort komen. Onze materiële behoeften maken dat we  alles steeds efficiënter willen doen. Dat lukt ook, mede door de ontwikkelingen op IT gebied, maar we vullen de daardoor vrijgekomen tijd steeds met nieuwe activiteit, en hebben dien ten gevolge altijd haast. Haast wordt een houding, zelfs in situaties waarin we genoeg tijd tot onze beschikking hebben. Ik neem mijzelf als voorbeeld. Hoewel ik al een ‘oude van dag’  ben, en mijn dagen in zekere zin geteld zijn, heb ik niettemin tijd in overvloed ter beschikking. Ik zou dus geen tijdsdruk moeten voelen. Maar toch ben ik soms gehaast, en geërgerd als ik voor een stoplicht moet wachten. Of neem ik te weinig tijd als ik ergens op tijd moet zijn, waardoor ik in de stress kom – en alles langer duurt. Als ik gehaast ben trek ik bijvoorbeeld mijn schoenveter in de knoop, of probeer ik met twee benen in één broekspijp te komen. Ik kan ook moeilijk wachten, in een rij bijvoorbeeld. Ik ben een ongeduldig man. Dat is zeker een persoonlijke karaktertrek, maar ik zie deze processen toch ook vaak om me heen. Hoe dit zij, velen, zeer velen,  klagen over tijdtekort. In 1988 schreef ik hier al over:

Wij hebben altijd haast, en staan niet even stil, opdat onze ziel ons in kan halen. Wij hebben de kunst van het wachten verleerd. Zoals de I Tjing zegt:’Kracht laat zich gevaar niet overhaasten, maar neemt de tijd, terwijl zwakte erdoor in opwinding geraakt en het geduld verliest.’ En verderop: ‘ Het wachten in geen ijdel hopen, maar bevat de innerlijke zekerheid dat het doel bereikt zal worden.’ (5. Siu. Het wachten).

Tijd om eens wat dieper op dit begrip ‘tijd’ in te gaan. Daarover meer in mijn volgende blog.

 

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Sisiphos and the meaning of life.

You probably be acquainted with the ancient Greek myth of Sisiphos. As the legends say he founded Corinth and became its first king. “He promoted navigation and commerce but was avaricious and deceitful. He also killed travellers and guests, a violation of xenia which fell under Zeus”s domain. He took pleasure in these killings because they allowed him to maintain his iron-fisted rule.” If you want to read more about him I advise you to read https://en.wikipedia.org/wiki/Sisyphus . (Quotes in this and next paragraph are form this lemma).

“As a punishment for his trickery, King Sisyphus was made to endlessly roll a huge boulder up a steep hill. The maddening nature of the punishment was reserved for King Sisyphus due to his presumptuous belief that his cleverness surpassed that of Zeus himself. Zeus accordingly displayed his own cleverness by enchanting the boulder into rolling away from King Sisyphus before he reached the top, which ended up consigning Sisyphus to an eternity of useless efforts and unending frustration. Thus it came to pass that pointless or interminable activities are sometimes described as Sisyphean.”

Many authors wrote about him, seeing the metaphor with life itself: a continuous uphill struggle to no avail, especially when you want to make a difference. But there are essential differences between the labour of Sisiphos and the struggles in life. The first difference is that in life we have free choice. Most of the time we can choose if we want to make this effort or not, and even when fate hits us badly we always have the choice to resist or to surrender. Sisiphos doen’t have this choice – he is forced to give in (how? About this the myth is not clear). The second difference is that for Sisiphos nothing changes. Every time uphill, and during his descend downhill, his situation and his activity are absolutely the same. But in real life no uphill struggle is the same as the last one. Every activity we do is unique in itself, and never done by me or anyone else before in exact the same way. If I write a book, deliver a speech, write a blog, or even when I just say or do a tiny thing I can be sure that this is never an exact copy of earlier behavior, either by me or somebody else. Nor will it be copied exactly in the future. For example: as I write a book, hardly any idea in that book is new. Most are formulated ages before. But the pattern that I create with these ideas is new indeed and a unique expression of the unique me. And so it is with everything I do and say.

Also in real life the environment is changing constantly. That is not true for Sisiphos: his surroundings are every time exactly the same. It is as if time doesn’t exist. And finally: in real life every action has an effect. That is not so with the act of Sisiphos.

So my conclusion is that life never can be a Sisyphean labour. We can see it that way, but that then is a distortion of reality that undermines the idea that we can give meaning to our lives. With this concept I open a complete new subject, but that is for another time. So let us end here, with a quote of Joseph Campbell: Life is without meaning. You bring the meaning to it. The meaning of life is whatever you ascribe it to be. Being alive is the meaning. And so it is.

 

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker

Picture by Franz von Stuck

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter