Onbarmhartigheid.

De grote wereldgodsdiensten hebben vaak grote leraren of wereldleiders voortgebracht. Ik noem Gandhi, bisschop Desmond Tutu, de Dalai Lama. Verder zijn er onder de gelovigen natuurlijk miljoenen, wellicht miljarden mensen van goede wil. De belangrijkste waarden in het Christendom zijn barmhartigheid, rechtvaardigheid en compassie, en dat verschilt niet veel van de centrale waarden in de andere godsdiensten. En ook kunnen godsdienstige rituelen en gebed een heilzame invloed uitoefenen op onze spirituele ontwikkeling. Dit alles valt in te brengen tegen de kritiek op de wereldgodsdiensten die ik in mijn blog twee weken geleden naar voren bracht.

En toch. . . Hoe is het dan te verklaren dat, hoewel in Europa de Christelijke volkspartijen nog steeds domineren, zo’n hardvochtig asielbeleid wordt uitgevoerd? En dat we nog steeds maar doorgaan de bevolkingen in de ontwikkelingslanden uit te buiten? En dat er, met name in de lidstaten, zo onzorgvuldig met de natuur wordt omgegaan? En dat daar geen massaal protest tegen komt vanuit de bevolking? Dat is in vele andere landen waar een godsdienst domineert vaak niet anders. In Nederland hebben de partijen die daar wel meer werk van maken nauwelijks invloed op het beleid.

Terzijde: tijdens de kabinetsformatie van 2017 haakte GroenLinks af vanwege het asielbeleid. Dat wordt ze met name door het CDA en D66 tot op de huidige dag nagedragen. Ze zouden geen verantwoordelijkheid willen nemen voor het regeringsbeleid. Kennelijk impliceert voor het CDA en D66 (en later de CU) het nemen van verantwoordelijkheid het verloochenen van je principes en het sluiten van je hart.

Natuurlijk kun je dit povere natuur- en asielbeleid niet alleen afschuiven op de godsdienst. Het is ingebed in onze post-moderne cultuur – in de moderniteit was het trouwens niet veel beter. Maar een krachtig tegengeluid vormt de godsdienst in elk geval niet. Daarbij komt dat de krachtige structuren van Kerk en dogmatiek een beperkende invloed hebben op het denken van de (ex-) gelovigen, die zich daarvan vaak nauwelijks bewust zijn. Dat kan, minstens ten dele, het uitblijven van protest verklaren.

Alleen nog 2e hands verkrijgbaar

Tot zover mijn vertoog over godsdienst. Zonder geloof, in enigerlei vorm, vaart niemand wel, maar geloof is nog geen godsdienst. Het zou mooi zijn als de kerk zich zou beperken tot het faciliteren van bijeenkomsten waarin verbinding (religie), gebed en rituelen centraal staan, en zich niet zou verliezen in leerstelligheid en eigendunk.

Volgende week een gastcolumn: een reactie op onze collectieve onbarmhartigheid.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Sensus numinis – de beleving van de ‘bovenwereld’.

Vorige week schreef ik over de mijns inziens verderfelijke invloed van godsdiensten. Maar rond mijn veertigste jaar was ik nog niet zover, en trad ik toe tot wat toen nog de Hervormde Kerk heette. Ik had wel een probleem: ik kon de geloofsbelijdenis niet in letterlijke zin onderschrijven. ‘Ach’, zei dominee Ter Linden, ‘je moet hem niet zo letterlijk maar meer symbolisch nemen, en bovendien hoef je hem niet op te lezen – we zingen hem gezamenlijk. Dan voelt het heel anders.’ Een merkwaardig standpunt als je er achteraf over nadenkt.

Ik liet me overtuigen en deed belijdenis. Tijdens het zingen van de geloofsbelijdenis werd ik overvallen door een gevoel van diepe ontroering, deemoed en verbinding. Wonderlijk – gezien het feit dat ik de tekst nog steeds niet pruimen kon. Ik heb die ervaring later, meer of minder diepgaand, nog wel vaker gehad: bij het zingen van psalmen tijdens de completen in een klooster, tijdens een workshop bio-energetica, tijdens een boeddhistische retraite bij het zingen van mantra’s, tijdens een inwijding in de ‘hoge graden’ van de vrijmetselarij, en zeer recent in het Concertgebouw tijdens de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos van Sergej Rachmaninov. En deze opsomming is niet volledig. De teksten van de psalmen (in de op zichzelf prachtige vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde) en van de liturgie van Rachmaninov roepen evenveel weerstand bij me op als de geloofsbelijdenis. Maar blijkbaar doet dat er niet toe.

Kennelijk zit er in het geloof, of in de rituelen en teksten daarvan, toch iets verborgen wat uitstijgt boven de verderfelijke kant die ik in mijn vorige blog heb belicht.

Het kan aanleiding geven tot wat Rudolf Otto ‘Das Gefühl des Überweltlichen’, sensus numinis, heeft genoemd. Anders gezegd: we komen in contact met het heilige, in de woorden van Otto: iets wat ongrijpbaar buiten de mens is en hem raakt. Het is ontzagwekkend en anders. De vraag hoe we dat element van het geloof kunnen behouden en niet met het verwerpen van de godsdienst het kind met het badwater weggooien (in verband met het Christendom een interessante beeldspraak . . .😉 ) behandel ik in het volgende blog.

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

Godsdienst

Ik heb het moeilijk met godsdiensten. Zij richten onnoemelijke schade aan in de wereld en hebben dat door de eeuwen heen gedaan. Het Christendom is gebaseerd op de verheerlijking van een misdaad – het slachtoffer heeft zich namelijk uit liefde opgeofferd – , met onder meer als gevolg een eeuwenlange verkettering en vervolging van de Joden. Bovendien heeft het Christendom geleid tot veel onderdrukking en geweld; denk aan de inquisitie met zijn onvoorstelbare wreedheid, de kruistochten met hun al even onvoorstelbare wreedheid, de godsdienstoorlogen en -twisten tot op de huidige dag. En wordt de heer Trump, die toch niet bekend staat om zijn democratische gezindheid, niet gesteund door de overgrote meerderheid van de orthodoxe christenen in de VS? Ook steunt de meerderheid van Christenen – uit schuldgevoel? – Israël door dik en dun, inclusief hun gewelddadige, imperialistische bezettingspolitiek. Trouwens, de joodse godsdienst heeft op die politiek ook een niet te onderschatten negatieve invloed. Tot zover over de Christelijk-Joodse traditie.

Dan het Boeddhisme. Japan ken een eeuwenlange traditie van gewelddadige Boeddhistische monniken (Yamabushi). Bekend zijn de misdaden van Japanse Boeddisten tijdens de tweede wereldoorlog. En wat te denken van de ethnische zuivering van de Rohingya in Myanmar en de onderdrukking van de Tamils in Sri Lanka, die leiden tot een rebellenbeweging van de Tamil Tijgers en de daaruit voortvloeiende burgeroorlog. (1983-2009).

Nee dan het Hindoeïsme. Gandhi moest bij de verzelfstandiging van India in hongerstaking gaan om het geweld van hindoe’s tegen moslim’s te beteugelen. Het geweld in India onder invloed van de huidige regering van Narendra Modi neemt hand over hand toe. Wat er met vrouwen in alle uithoeken van het land gebeurt is afgrijselijk en je wilt niet weten hoe er met Dalits (de laagste kaste) wordt omgegaan. Trouwens, het hele kastesysteem is onrechtvaardig en leidt tot misstanden.

De Islam dan. Nou ja, we weten allemaal wat de gewelddadige tak van de Islam te weeg brengt. We weten hoe in sommige landen – denk Saoedi-Arbië, Syrië, enz. – mensenrechten met voeten worden getreden. En we weten ook welke verderfelijke denkbeelden over Christenen, Joden, ongelovigen en de democratie binnengeslopen zijn in de geesten van zelfs gematigde moslims (niet allemaal natuurlijk).

Is er dan niet goeds over godsdienst te vertellen? Natuurlijk wel. Maar. . . (wordt vervolgd).

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties

Identiteit – slot.

Visie of onrealistische utopie?

Waaraan kan een groep, bijvoorbeeld een natie, zijn identiteit ontlenen (en zo innerlijke verdeeldheid vermijden), anders dan aan ingroup-outgroep attitudes, een sterke man, of een doelstelling die in feite het vermijden van ongewenste situaties (oorlog, watersnood, een klimaatramp) inhoudt? In vorige blogs hebben we gezien dat die niet werken.

Misschien zijn er enkele waarden te vinden die iedereen van nature onderschrijft, en zou een groepsidentiteit ontleend kunnen worden aan een inspirerende slogan die deze waarden bevat. Daarbij denk ik aan waarden als veiligheid, vrijheid en eerbied voor het leven. De geschiedenis leert ons echter dat die waarden niet door iedereen worden gedeeld behalve misschien de waarde ‘veiligheid’, die echter ook een negatieve connotatie heeft: gevaar! Of ze worden zodanig geïnterpreteerd dat de essentie ervan weer verloren gaat en juist verdeeldheid scheppen (denk bijvoorbeeld aan de waarde ‘vrijheid’ na de Franse revolutie, of in de wereld van Trump).

Zij die me kennen en door de jaren heen enigszins gevolgd hebben weten dat ik me zelf, zo goed en zo kwaad als dat ging, heb laten leiden door het volgende devies: We willen streven naar het hoogste, graven naar het diepste en de wereld omspannen met vriendschap. Dit lijkt een simpele uitspraak, maar blijkt, als je er over nadenkt, een grote diepte en inspirerende kracht te hebben. Ik denk dat een dergelijk motto elke groep en ook de samenleving als geheel zou kunnen verbinden. Deze lijfspreuk moet dan wel innerlijk doorleefd worden door diegenen die leiding geven aan die samenleving, en dat vraagt van die leidinggevenden een grote mate van zelfinzicht. Als een dergelijke devies leidend zou kunnen worden voor ons land, dan zou het in de grondwet moeten worden opgenomen. Tevens zou er dan een orgaan moeten worden opgericht dat als taak zou hebben: een voortdurend proces van studie over hoe die uitspraak in de praktijk gerealiseerd zou kunnen worden. Zoiets als de wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (de WRR): een principiële raad voor het regeringsbeleid (de PRR). Dat zou een soort burgerforum moeten zijn, waarin naast deskundigen ook vertegenwoordigers van ‘gewone’ oudere en jongere burgers zitting zouden moeten hebben. En de uitspraak (zoals de hele grondwet) zou moeten worden opgenomen en besproken in het curriculum maatschappijleer in het onderwijs.

Daarnaast zouden het beleid en de uit te voeren wetten getoetst moeten worden op hun consistentie met het motto door een speciale afdeling van de Raad van State, zoals dat nu al gebeurt met wetten, die getoetst worden op uitvoerbaarheid en juridische consistentie. Als dit allemaal zou gebeuren, dan zou dat zeker bijdragen tot de groepsidentiteit van dit land, waarmee de burgers zich zouden kunnen vereenzelvigen.

Zou zoiets mogelijk zijn? Of is dit te utopisch en onrealistisch gedacht? Het antwoord op deze vraag laat ik graag bij de lezer. Hiermee eindig ik mijn miniserie over groepsidentiteit. Maar op de diepte en reikwijdte van mijn motto kom ik later nog wel eens terug.

Zonsopgang

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Identiteit – III

In de vorige blogs hebben we gezien dat elke groep of gemeenschap een eigen identiteit nodig heeft om goed te functioneren, en dat wij-zij gevoelens of ons afzetten tegen wat we niet willen (oorlog, armoede, migranten, overstromingen of een klimaatramp) geen duurzame, verbindende groepsidentiteit oplevert. In een groep zonder sterke, gemeenschappelijke identiteit ontstaat onvermijdelijk de roep om een sterke, charismatische en autoritaire leider. Maar uiteindelijk loopt zo’n leiderschap niet uit op verbinding, maar op verdeeldheid en vaak erger. Daarvan hebben we in de geschiedenis genoeg voorbeelden gezien en we zien dat nu weer in Polen, Hongarije, Turkije en de Verenigde Staten. Maar hoe kunnen we dan wel een groepsidentiteit scheppen? Het voorbeeld van de Verenigde Staten is interessant.

De Verenigde Staten zijn er een tijdlang in geslaagd een gemeenschappelijke identiteit op te bouwen op grond van twee pijlers: de onafhankelijkheidsverklaring en de boodschap in de “State of the Union’ van Franklin Delano Roosevelt in 1941. Om met het eerste te beginnen, het gaat daarbij voornamelijk om de tekst: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness. En wat betreft de State of the Union gaat het om de zogenaamde vier vrijheden, die Roosevelt van wezenlijk belang achtte voor een democratische rechtsorde, te weten: de vrijheid van spreken en meningsuiting; de vrijheid van elk persoon om God te aanbidden op zijn eigen manier; de vrijwaring van gebrek; de vrijwaring van vrees.

vrijheidsbeeld, New York

In de VS hebben deze twee pijlers tot aan de opkomst van de Tea Party in 2009 gediend als een bron voor een gemeenschappelijke groepsidentiteit. Dat had onder andere tot consequentie dat iedere nieuwkomer, iedere immigrant meteen erkend werd als Amerikaan, en zich ook als zodanig identificeerde: ik ben een Amerikaan uit Mexico, Japan, Engeland, of waar vandaan dan ook. De VS waren in dit opzicht een voorbeeld voor de wereld.

Helaas is deze groepsidentiteit verloren gegaan door de opkomst van het populisme, culminerend in de verkiezing van iemand die weliswaar deze principes formeel niet loochent – dat kan zelfs hij zich (nog) niet permitteren – maar ze in feite met voeten treedt. Toch biedt het Amerikaanse voorbeeld een inspiratie voor hoe het vormen van een gemeenschappelijke groepsidentiteit zou kunnen – daarover de volgende keer. Wordt vervolgd.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Identiteit – II

In mijn vorige blog stelde ik dat elke groep een groepsidentiteit nodig heeft om goed te functioneren, en dat we die groepsidentiteit vaak ontwikkelen door ons af te zetten tegenover andere groepen: Nederlanders tegenover Belgen of Duitsers, christenen tegenover andere denominaties, Joden of moslims, moslims tegenover christenen en Joden, atheïsten tegenover gelovigen, witte mensen tegenover zwarte mensen en v.v., mannen tegenover vrouwen, welgestelden tegenover minder bedeelden, arbeiders tegenover ‘kapitalisten’, het ‘volk’ tegenover de elite, enzovoort en zo verder.

Dit proces levert weliswaar een identiteit op, maar het bergt ook een aantal gevaren in zich, zoals we allemaal wel weten. Het wij-zij gevoel loopt erg gemakkelijk uit op vooroordeel, segregatie, discriminatie, racisme, extreem nationalisme, populisme of geweld. Zo doet de identiteit van een subgroep vaak afbreuk aan de identiteit van de grotere eenheid (bijvoorbeeld de natie) waarvan hij deel uitmaakt.

Tot zover heb ik niets nieuws verteld, hooguit op een rijtje gezet wat u allemaal wel weet. Maar nu rijst de vraag: kunnen we de groepsidentiteit niet aan iets anders ontlenen dan aan ingroup-outgroup-attitudes?

Een mogelijkheid die zich aandient is: het hebben van een gemeenschappelijke doelstelling of ideaal. Daarvan zijn voorbeelden. Het Westen en Noorden van Nederland hadden als gemeenschappelijk ideaal: de strijd tegen het water. En na de oorlog had de overgrote meerderheid van Nederland het ideaal van de wederopbouw voor een rechtvaardige, harmonieuze en welvarende samenleving. En Europa had een tijdlang het ideaal van vrede als bindende factor: nooit meer oorlog.

Al die idealen/doelstellingen hadden als nadeel dat ze een negatieve connotatie hadden: geen overstromingen, geen fascisme, geen oorlog. En als die negatieve verschijnselen zich dan een tijdje inderdaad niet voordoen, wordt de ideaaldoelstelling sleets en verliest zijn bindende kracht.

Wat zou dan wel de bron kunnen zijn van een groepsidentiteit? Daarover wil ik graag in een volgende blog met u van gedachten wisselen. Wordt vervolgd.

Diversiteit
Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Identiteit-I

Ieder van ons heeft, bewust of onbewust, behoefte aan het antwoord op de vraag: Wie ben ik (eigenlijk)? We kunnen deze vraag diepgaand onderzoeken, en komen dan uiteindelijk uit op ons (voorlopig) ultieme antwoord. Dat antwoord is niet voor iedereen hetzelfde, het duidt echter wel ons wezen, onze kern aan. En hoewel de woorden die we daarvoor gebruiken dus niet voor iedereen hetzelfde zijn, zijn we op dat niveau toch wezenlijk aan elkaar gelijk. Dat is de weg naar eenheidsbewustzijn.

Dit is allemaal makkelijk gezegd, maar de weg naar dit bewustzijn (meer dan een oppervlakkig idee) is vaak moeilijk en soms pijnlijk en wordt daarom door velen niet begaan. Niettemin blijft de behoefte aan een eigen identiteit en dan wordt die vaak oppervlakkiger bevredigd. We zijn in feite weliswaar allemaal gelijk, maar toch ook uniek. Het is als met onze vingerafdruk en onze iris: geen twee vingerafdrukken of irissen ter wereld zijn aan elkaar gelijk (maar we hebben wel allemaal een vinger en een oog – afgezien van ernstige beschadigen natuurlijk). Het is eenvoudiger onze identiteit te ontlenen aan ons uniek zijn, dan aan onze kern. We kunnen ons uniek zijn makkelijker aanvoelen, en vatten dat samen in onze naam, of in de manier we waarop we denken of ons gedragen. We zijn er van nature van overtuigd dat we uniek zijn.

We kunnen deze beide identiteiten, die ontleend aan eenheid en aan ons uniek zijn mooi combineren in het zinnetje, uitgesproken of gedacht tegenover de ander: “Ik ben anders dan jij, maar niet echt”. Dat impliceert overigens dat de eenheidsidentiteit fundamenteler is dan de uniciteit.

So far so good. Maar als we in een groep functioneren – een natie, een organisatie, een gemeenschap, een volk, een familie – hebben we aan deze individuele identiteiten niet genoeg. Want een groep kan niet goed functioneren zonder een collectieve identiteit, samengevat in het woordje ‘wij’. Zonder die groepsidentiteit is het ontwikkelen van een gedeelde doelstelling en activiteit vrijwel onmogelijk. De eenheidsidentiteit kan niet goed dienen als collectieve identiteit, want die onderscheidt de groep niet voldoende van de buitenwereld. En dat onderscheid is wel nodig omdat we voor een gevoel van veiligheid allemaal tot een duidelijk af te bakenen groep willen behoren. Die behoefte aan veiligheid is een oeroude levensbehoefte, nog uit de tijd daterend dat we in stammen leefden. Zonder de groep waren we ten dode opgeschreven. Dat anderzijds uniciteit zich niet tot een groepsidentiteit kan ontwikkelen ligt in het begrip zelf besloten.

Om in de behoefte aan groepsidentiteit te voorzien kiezen de leiders van de groep vaak voor de gemakkelijkste weg, en dat is je als groep af te zetten tegen andere groepen. Wij maken dan onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’. Dit onderscheid wordt dan overgenomen door de leden van de groep. Dit fenomeen van ‘ingroup-outgroup attitudes’ is bij mijn weten voor het eerst diepgaand geanalyseerd door Gordon W. Allport (The Nature of Prejudice, 1954). Op de deels schadelijke effecten van dit verschijnsel, dat in vrijwel elke groep voorkomt, ga ik in het volgende blog nader in. Wordt vervolgd.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De wolk van niet weten.

Er waren twee periodes in mijn leven dat ik dacht wel aardig te weten hoe het leven en de wereld in elkaar zat: mijn late puberteit en jonge adolescentie, en zo rond mijn veertigste. Hoe arrogant! Daartussenin en daarna heb ik nog veel kennis en ervaring opgedaan, waaruit ik concludeerde dat ik nog heel veel NIET wist. Want kennis is nog iets anders dan dieper weten. En uiteindelijk is dat, zo na mijn 75e, uitgelopen op het besef dat ik op een dieper niveau eigenlijk maar heel weinig weet. Wat een rust! Dat leidde ergens in mijn 80e levensjaar (dat is dus vorig jaar) tot een gedicht dat ik heb voorgedragen op het symposium op mijn verjaardag. Zelf heb ik altijd moeite om een voorgedragen gedicht echt te volgen (het gaat me vaak te snel), en misschien is dat wel voor meer mensen het geval. Daarom laat ik het hier nog eens volgen, ook voor diegenen die niet op mijn symposium aanwezig waren, en voor hen die me verzochten het gedicht nog eens te mogen lezen.

  • Wat is geloof, en wat is zeker weten?
  • Bij geloof hoort twijfel, bij weten zekerheid.
  • Ouder wordend raak ik beide steeds meer kwijt. 
  • Bestaat God wel? Of ben ik dat vergeten?
  • Je weet het niet.
  • Er is meer tussen hemel en de aarde,
  • Dan ooit gedroomd in mijn filosofie. 
  • Zo spreekt de dichter. Maar alles wat ik zie
  • is slechts materie van meer of minder waarde.
  • Je weet het niet.
  • Er is een subtiel rijk, met engelen en geesten.
  • En velen hebben daarmee echt contact.
  • Voor mij bleef dit helaas nog erg abstract
  • ondanks een intensieve, lange queeste.
  • Je weet het niet. 
  • Velen hebben bijna-dood ervaren.
  • Hun hersenfuncties gingen dan teloor.
  • Maar het bewustzijn werkte toch nog door.
  • Hoe kan de rede zoiets nu verklaren?
  • Je weet het niet.
  • Die mensen weten het inmiddels zeker: 
  • Er is beslist een leven na de dood.
  • Waarom dan blijft mijn twijfel toch nog groot?
  • Ik hoorde meer; mijn weten werd steeds weker.
  • Je weet het niet.
  • Degeen die uit zijn lichaam is getreden
  • kon zonder ogen vele dingen zien.
  • Dat is nu wel bewezen, maar misschien 
  • is mijn verstand te klein, want tot op heden
  • vat ik het niet.
  • Miljarden geloven in reïncarnatie.
  • Maar mij spreekt het idee nog steeds niet aan.
  • Wie leeft er dan nu eigenlijk in een waan?
  • Ik houd het maar op mijn eigen aberratie.
  • Je weet het niet.
  • Er wordt gezegd: je kan je leven helen.
  • Het denken schept je eigen werk’lijkheid.
  • Maar waarom is het leven dan soms strijd?
  • En teistert angst voor onheil vaak zovelen?
  • Je weet het niet.
  • Toeval bestaat niet, hoor je ook vaak zeggen.
  • Ik denk, het is maar hoe je het bekijkt.
  • Niet alles is precies zo als het lijkt.
  • En wat gebeurt is vaak niet uit te leggen.
  • Je weet het niet.
  • Is er in ons een dieper innerlijk weten?
  • Worden we soms door een gids geleid?
  • Ik voel vaak zijn of haar aanwezigheid.
  • Maar wie het is? Dat ben ik dan vergeten.
  • Ik weet het niet.
  • Is er een bouwplan voor de aarde en de kosmos?
  • Of is het toeval dat de evolutie drijft?
  • En is er iets dat eindeloos beklijft?
  • Vervalt wat we creëren weer tot chaos?
  • Je weet het niet.
  • En dan de moeder aller grote vragen:
  • Wat is het dat we hier hebben te doen?
  • Wat moet er staan op ons symbolisch blazoen?
  • Wat is de taak waarmee we willen slagen?
  • Je weet het niet.
  • Zo weet ik niet, maar ik geloof in schoonheid.
  • Die heb ik in mijn leven vaak ervaren.
  • Een diepte die ik ook niet kan verklaren,
  • Verbinding vormt ze met de eeuwigheid.
  • Dat geloof ik.
  • En toen mijn oudste dochter was geboren.
  •  – dokter en zuster waren weggegaan –
  • Toen wist ik: ze komt ergens vandaan:
  • Een uniek mens treedt aan in ’t ochtendgloren. 
  • Dat weet ik.
Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Blij-moedig.

Mijn vorige blog eindigde ik met mijn voornemen om mijn 80e verjaardag aandachtig en in blijmoedigheid door te brengen. Dat kostte me weinig moeite, want ik had een symposium georganiseerd met als titel: Hoe blijmoedig te leven in een hachelijke wereld, en daarvoor sprekers uit te nodigen van wie ik wist dat ze een mooie voordacht konden houden. En dat deden ze. Bovendien was er een musicus die samen met de zaal ontroerende muziek tot klinken bracht.

Graag vat ik hieronder nog eens samen wat voor mij de belangrijkste conclusies waren van het symposium.

  1. Als we het over een hachelijke wereld hebben kan het gaan over moeilijkheden in ons persoonlijk leven, maar ook over de samenleving als geheel. Dan denken we al gauw aan de klimaat problematiek, die door de traagheid van de processen eigenlijk niet meer op te lossen is.  We zijn het kantelpunt voorbij. Dat wil niet zeggen dat het niet goed is om klimaatbewust te leven en handelen – dat is op zichzelf al waardevol. Doen wat ons hart en onze hand te doen vinden, geeft ons hoop, ongeacht het resultaat.
  2. Naast het klimaatprobleem is het wereldvoedselprobleem bedreigend. Het ontstaat door drie factoren: we gaan onzorgvuldig, om niet te zeggen roekeloos, met de aarde om, we zijn met te velen op deze aarde, en de klimaatverandering doet de rest. Ook dit probleem is moeilijk op te lossen. De deskundigen zijn het er niet over eens of het überhaupt kan.
  3. Dit zo zijnde vergt het moed om blij-moedig te leven. Je kunt niet blij zijn door de situatie te ontkennen of te verdoezelen. Maar je kunt je in het bewustzijn daarvan wel richten op de schoonheid en de liefde in jezelf en de wereld. Daar worden we blij van.
  4. We kunnen het klimaatprobleem dan wel niet oplossen, maar we kunnen wel gaan voor een wereld waarin verbinding tussen mensen, tussen mensen en de andere dieren en de overige natuur centraal komt te staan. Ik zelf zou zeggen: waarin de heiligheid van het leven een kernwaarde is.
  5. Als we praten over verbinding, dan gaat het niet alleen over de horizontale verbinding waarvan in het vorige punt sprake was, maar ook over de verticale verbinding met de aarde en de ‘hemel’. Of anders gezegd met de onzichtbare, niet fysieke wereld(en). Wie of wat dat is wordt door iedereen weer anders ingevuld, dat bleek ook op het symposium. De verticale verbinding is even belangrijk voor ons persoonlijke en collectieve heil als de horizontale verbinding. Op het kruispunt van de verticale en de horizontale verbinding (zie de afbeelding hieronder) ligt ons hart, zodat we dan allemaal een ‘warrior of the heart’ kunnen worden en blij-moedig kunnen leven.
  6. En tenslotte: wonderen bestaan; op individueel niveau en op gemeenschappelijk niveau.  Uiteindelijk kunnen we de toekomst niet kennen. Dus wat er daadwerkelijk gaat gebeuren: we weten het niet. Misschien is het niet de bedoeling (van wie?) dat de mensheid ten onder gaat. Misschien zullen we als mensheid niet fysiek overleven, maar misschien wel op geestelijk niveau. Wie zal het zeggen?          
De roos van liefde ontbloeit aan het rozenkruis
Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Niets bijzonders – of toch wel?

Vandaag ben ik 80 geworden. Niets bijzonders zou je zeggen; in deze tijd worden er iedere dag duizenden mensen 80 jaar, mondiaal waarschijnlijk vele miljoenen. Maar voor mij is het wel een onwezenlijke gedachte. Ooit had ik het voornemen 74/75 jaar te worden, niet ouder, en dat is dus grandioos mislukt.

Natuurlijk is 80 jaar worden geen concrete, fysieke gebeurtenis. Dat zijn verjaardagen in het algemeen niet; het zijn artefacten, kunstmatige verschijnselen, ontstaan door een symbolische handeling. In sommige culturen worden ze dan ook niet gevierd. Maar in onze cultuur dus wel. Wij hechten er betekenis aan. En voor mij geldt dat in het bijzonder voor deze 80ste verjaardag. Wat roept deze dag dan bij me op?

In de eerste plaats verbijstering. Verbijstering over het feit dat ik nog fysiek en geestelijk gezond rondloop, terwijl er om me heen mensen van mijn leeftijd of soms (veel) jonger ziek worden of zelfs doodgaan. Zo stierf er in mijn loge dezer dagen iemand op de leeftijd van 47 jaar aan een bloedvergiftiging nadat hij genezen leek van kanker. Het leven is verbijsterend, in zijn schoonheid, mysterie, maar ook in zijn willekeur. Wat overigens ook verbijsterend is, bijna onvoorstelbaar, dat er allerlei zaken gepland zijn en ontwikkelingen gaande zijn waarvan ik de voltooiing niet meer zal meemaken. Dat het leven zomaar ineens kan ophouden.

In de tweede plaats roept deze leeftijd vragen op over de dood. Wat is er na dit leven? In de vrijmetselarij speken we over sterven als ingaan in het Eeuwige Oosten. In onze tempel (werkplaats) onderscheiden we windrichtingen; het Westen staat dan voor de profane wereld van alledag, met zijn hectiek, verdeeldheid en verwarring. Het Oosten staat voor de spirituele wereld. Het opschrift op de muur in het Oosten luidt: Des Wetens End. En zo is het. We weten niet waar we naar toe gaan. Blijft onze identiteit als afzonderlijke entiteit voortbestaan, of gaan we op in een ongedifferentieerd bewustzijn? Ik weet het niet.

In de derde plaats maakt deze dag me extra bewust van de gevoelens van dankbaarheid die bij me leven. Dankbaarheid voor het feit dat ik geestelijk en lichamelijk niet lijd aan ernstige kwalen, mijn familie gezond is, dat ik verkeer in aangename materiële omstandigheden en dat de aarde maar blijft geven ondanks het feit dat we haar gruwelijk maltraiteren. Dankbaarheid jegens wie? Dat zou ik ook zou gauw niet weten, maar in elk geval voel ik me hoe dan ook gezegend.

Ik kan nog wel even doorgaan over alle gedachten en gevoelens die door deze artificiële gebeurtenis bij mij geactualiseerd worden, maar dan wordt dit blog veel te lang. Bovendien zijn die gedachten en gevoelens niet voorbehouden aan deze leeftijd – meer of minder bewust zijn ze allemaal al eerder voorbijgekomen en ook bij u wel bekend. Daarom laat ik het hier maar bij. En zal ik deze dag aandachtig en in blijmoedigheid doorbrengen.

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties