
Een leugen die vaak genoeg verteld wordt, wordt op de duur zelf waarheid. (Lenin)
4229, dat is volgens de Washington Post het aantal leugens dat Trump de laatse anderhalf jaar gedebiteerd heeft via Twitter en (campagne) speeches. Interessant. Zou hij ze zelf allemaal geloven, of zou hij weten dat hij liegt? En zijn medewerkers, die er ook rustig op los liegen? Ik heb werkelijk geen idee.
Nog interessanter is dat volgens Bas den Hond (Trouw, 11 augustus) driekwart van de Republikeinen gelooft dat hij de waarheid spreekt. Als je dat extrapoleert naar de hele bevolking van de VS komt dat neer op een derde van de bevolking, waarschijnlijk meer, want er zijn natuurlijk ook nog partijlozen en democraten die hem geloven. Zijn populariteit bij de Republikeinen schommelt trouwens rond de 90 %, bij de bevolking als geheel rond de 40 %. Het lijkt me dan ook vrij waarschijnlijk dat de Republikeinen de congresverkiezingen van dit najaar gaan winnen.
Deze cijfers zijn niet zonder precedent in de geschiedenis. Het lijkt me dat Stalin, zeker tijdens de oorlog, deze cijfers op zijn minst evenaarde. Dat was zeker ook met Hitler het geval. En heden ten dage komen leiders als Erdogan, Jaczynski, Poetin, Orban en Salvini ook aardig in de buurt. Deze leiders zijn ook niet in hun eerste leugens gestikt, maar zij hanteren een andere methode dan Trump: zij werken met repressie en bespelen de media. Zij leggen minder de nadruk op afzonderlijke leugens, maar scheppen een vertekend wereldbeeld. (Hitler had daarvoor een meester manipulator in dienst: Joseph Goebbels, zijn minister voor propaganda). Ook deze leiders hadden en hebben massale aanhang onder hun bevolkingen.
Je vraag je af of dit soort dingen ook in Nederland zou kunnen gebeuren. Als je kijkt naar de ‘leiders’ die enigszins met de genoemde heren te vergelijken zijn, dan ziet het er voor hen niet bemoedigend uit. Mussert kwam nooit verder dan 8 % van de kiezers, Hans Janmaat, boer Koekoek en Henk Krol bleven daar nog ver onder. Van Thierry Baudet moeten we nog maar zien hoe ver hij komt. De enige die op enig succes kan bogen is Geert Wilders, maar ook hij is tot dusverre niet verder gekomen dan een krappe 17 % van de kiezers. (Hij is trouwens ook de eerste politicus die zich persoonlijk bedient van Twitter – dezelfde methodiek als Trump, maar op veel bescheidener schaal.) De kans dat de massale verwording van de samenleving zoals die nu in de VS plaats vindt bij ons ook plaats zou vinden lijkt dus niet zo groot.
Kunnen we dus rustig gaan slapen? Dat nu ook weer niet. In de eerste plaats niet, omdat er bijna geen politicus is die niet op zijn tijd de waarheid verdraait, of zelfs gewoon liegt. Daarvan hebben we in de afgelopen tijd enige voorbeelden gezien, en dat is alleen maar wat er aan het licht is gekomen. De ‘ruis’ die bovendien veroorzaakt wordt door de meer extremistische elementen in de politieke en in de samenleving maakt het moeilijker om de politieke en maatschappelijke dialoog te voeren over de dingen die er werkelijk toe doen: klimaatbeleid, technologische ontwikkelingen, asielbeleid, en sociale ongelijkheid. Laten we dus waakzaam blijven, de werkelijkheid onder ogen zien zoals die is, en onze stem verheffen als de waarheid geweld wordt aangedaan.

Angst heeft in ons leven een belangrijke functie: het geeft ons de gelegenheid moedig te zijn. Om moedig te zijn moet je eerst bang zijn, anders is moed nergens voor nodig, en zal het dus niet ontwikkeld worden. En moed is beslist iets wat we nodig hebben in deze barre wereld. Het is een van de kardinale deugden. In ons hart weten we dat wel en daarom scheppen mensen die zich niet bewust zijn van hun eigen angsten vaak situaties, die een zeker risico inhouden. Door onze angst gade te slaan, er niet in te verdrinken maar het ook niet weg te stoppen, trainen we moed. We kunnen dit proces versterken door ons veiligheidsgebied te verlaten, en een redelijk risico te nemen (growing edge). Join the club!
Gelukkig brengt de bijbel opnieuw uitkomst. ‘Oordeel met een rechtvaardig oordeel’ (Joh. 7.24) of ‘Openlijk zult gij uw volksgenoten terechtwijzen.’ (Lev, 19:17). Vooral die laatste uitspraak (die vooraf gaat aan de beroemde uitspraak: ‘Gij zult u naaste liefhebben als uzelf’ is interessant: oordelen mag niet alleen, soms moet het zelfs. Dit roept natuurlijk weer allerlei nieuwe vragen op zoals: wanneer moet je oordelen en wanneer niet; wanneer is een oordeel rechtvaardig, en wie bepaalt dat? Maar daarover een andere keer.
vraag is niet óf Nederland onder water verdwijnt, maar wannéér. Een jaar geleden hield het KNMI nog rekening met 1,20 meter zeespiegelstijging aan het eind van deze eeuw; nu wordt een stijging van 2 meter niet uitgesloten. Niet heel waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. En uiteindelijk zal het gaan naar een
zeespiegelstijging van 15 meter, maar waneer, dat weten we niet (zoals L. Meijer, onze vertegenwoordiger bij het IPCC, al zei in 2017). Citaat van Peter Kuipers: ‘Het jaar 2100, 2400 of 4000 als houdbaarheidsdatum voor Nederland. Hier stelt de natuurwetenschap een interessante, filosofische vraag aan de politiek. Voor wie moet je nog klimaatbeleid maken? Voor wie de dijken ophogen? Voor de komende drie generaties? Voor de komende tien? Hoe lang moet de arm van je beleid zijn?’
Het is wel een interessant gedachte-experiment om je voor te stellen wat je als grafschrift op je steen zou willen zien staan, of, als je niet begraven wil worden, hoe een voor jou belangrijk of dierbaar persoon jou in een oneliner zou karakteriseren na je overlijden. En een ander gedachte-experiment: als je zou weten dat je morgen, over een week, over een jaar zou overlijden: wat zou je nog willen doen? Doe dat dan nu. Deze gedachte-experimenten zijn oude technieken uit de groeibeweging van de zestiger en zeventiger jaren, die hun relevantie nog geenszins verloren hebben.
Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden. (Socrates)*
More and more nowadays we are governed by a sort of leaders for whom public applause and/or personal power is more important than anything. They all perform a show, and succeed in labeling every act as a success, even if that is damaging their countries. President Trump is a wonderful example. He is meeting Kim – success! -, is giving away America’s right to do military manoeuvres in the Yellow and Japanese Seas without getting anything in return – successful negotiations! – , is placing children of immigrants in custody – successful immigration policy! – is letting them free after protests – see how empathic he is; success! – , is lowering taxes, thus giving the economy a boast, and raising the budget deficit and damaging the economy in the long run; success! -, is setting import tariffs – America first! fighting unemployment, improving economy, success!, – and is getting export tariffs in return – trade battle, loosing jobs, damaging the economy, success! -, is brutalizing Merkel, Xi Jinping – see how undaunted I am, success! – , and so on and so forth. The same is true for European leaders: Salvini (no freemasons in the government; cf Mussolini!), Erdogan, Scholz (I close the German border for immigrants), Kurz (I close the Austrian border for immigrants), Orban (no immigrants in Hungary) etc. They all have in common that they have no compassion and no idea about what is on the long term beneficial for their countries. That is not their interest. Their interest is just showing how decisive and energetic they are, no matter what are the consequences of their deeds. And they succeed: many citizens see them as strong, stout and powerful. At last we have leaders who at least do something. They remind me of another book: Watership Down, in which General Woundwort is exactly the kind of leader I am talking about.*)
Afgelopen zaterdag woonde ik op de Universiteitsdag van de UvA een college bij met bovenstaande titel. Hoewel het een zeer boeiende bijeenkomst was, gaven de sprekers geen antwoord op de vraag die in deze titel verborgen ligt – Is Amsterdam veranderd? – ; die vraag kwam niet aan de orde. Prof. Gabri van Tussenbroek, hoogleraar stedelijke identiteit, liet de parallellen zien tussen de huidige situatie, met name de negatieve aspecten daarvan (overmatige drukte, tekort aan goede betaalbare woningen, transportproblemen) en de situatie in de tweede helft van de zestiende eeuw – opmerkelijke overeenkomsten. Dat geldt overigens ook voor de situatie aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e. Fenne Pinkster, stadsgeograaf, beschreef vervolgens op indringende en humoristische wijze de chaotische toestand in het centrum van Amsterdam, met name de grachtengordel, en had goede ideeën over wat je daaraan zou kunnen doen. Hoewel beiden niet politiek stelling wilden nemen, lieten ze toch wel doorschemeren dat het aantreden van het nieuwe college hen hoopvol stemde over wat de gemeente daaraan zou kunnen doen. Maar een antwoord op bovenstaande vraag gaven ze niet.