Tag archieven: bewustzijn

De tijd nemen.

Een groot deel van onze bevolking is niet tevreden met hun leven. Dat kan variëren van een vaag gevoel van onbehagen, tot een ernstige psychische stoornis. In het eerste geval gaat het om uitzichtloosheid of gevoelens van machteloosheid, het gevoel niet uit het leven te (kunnen) halen wat er in zit, geen toekomstperspectief zien, het gevoel hebben geen zinvolle bijdrage te kunnen leveren, schuldgevoel, geen plezier in werk of studie, geen werk kunnen vinden, verveling, en zo voort. In het geval van psychische problemen kan het gaan om verslaving, depressie, een psychiatrische stoornis, een jeugdtrauma, het niet kunnen verwerken van een verlies, en zo verder. Precieze cijfers zijn me niet bekend, maar mijn vermoeden is toch dat meer dan de helft van mijn medeburgers van alle leeftijden lijdt aan enige vorm van al dan niet bewuste onlust. De gevolgen daarvan zijn ernstig: op individueel niveau een sterk verminderde levenslust en vitaliteit, en op maatschappelijk niveau komt deze onlust vaak tot uiting door: collectieve negativiteit, massale schoolverlating, vatbaarheid voor geweld en een vastlopen van de ggz.

Als je aan je eigen welzijn wil werken moet je daar tijd en energie in steken. Er wordt wel gezegd door wijze leraren dat als je het maximum uit je leven wil halen, of de onvrede waar je mee zit echt wilt oplossen, je daar minstens een half uur per dag aan moet besteden. Maar wie kan dat nu opbrengen? Er is zoveel dat je aandacht opeist en bovendien, hoe moet je die tijd dan besteden? Er zijn natuurlijk hulpverleners en coaches, maar die zijn vaak maar beperkt beschikbaar, of ze zijn duur en er zijn lange wachtlijsten.

Zelf houd ik me in vorm door drie kwartier per dag aan mezelf te besteden: meditatie, gebed, en yoga. Daar komt nog bij: twee keer per week zwemmen, een keer wandelen, en herhaaldelijk fietsen. Nu heb ik makkelijk praten want ik ben gepensioneerd, maar ook toen ik nog een gezin had en hard werkte besteedde ik veel tijd, energie (en in mijn geval ook geld) aan mijn eigen ontwikkeling. Veel in het leven komt voor niets, maar niet alles. Voor geestelijke en lichamelijke gezondheid (en het handhaven daarvan) moet je moeite doen.

Voor wie de energie en de tijd er voor over hebben is er nu een aantrekkelijk alternatief voor externe hulpverlening. Voor hen biedt mijn zoon een oplossing: Hij ontwikkelde een progamma van dagelijkse podcasts dat van je vraagt inderdaad dat halve uur per dag te besteden, en je daarbij online begeleid. Ik denk niet dat veel van de lezers van dit blog echt behoefte hebben aan een dergelijk programma, maar misschien zijn er mensen in je omgeving die een dergelijk programma heel goed zouden kunnen gebruiken. Vandaar dat ik er in dit blog aandacht aan besteed. Omdat mijn zoon een bescheiden bijdrage vraagt kan deze aanbeveling natuurlijk gezien worden als een commerciële activteit, waar ik dit blog eigenlijk niet voor wil lenen. Maar het lijkt me dat de psychische nood in deze wereld zo hoog is met alle persoonlijke en collectieve schadelijke gevolgen van dien, dat ik voor deze ene keer maar over dat bezwaar heen stap. Meer informatie over dat programma is te vinden op http://www.tijdvoormezelf.nl.

Waarom het heelal geschapen is.

Dit blog maakt deel uit van een serie die op 12 augustus is begonnen

Beauty lies in the eyes of the beholder.

Een roosvenster in de Notre-Dame van Parijs. In de gotische bouwkunst werd licht beschouwd als de ultieme vorm van schoonheid.

Waarom zou het heelal geschapen zijn als alles uiteindelijk weer vergaat? Een eerste antwoord op die vraag is: schoonheid. Met het heelal wordt schoonheid geschapen. Maar wacht even, is dat zo? Is schoonheid wel een eigenschap van iets materieels? Of bestaat het alleen maar bij de gratie van de waarnemer? Is het een interactie tussen een voorwerp (hoe klein of hoe groot ook) en het bewustzijn van de persoon die het waarneemt? Persoonlijk geloof ik het laatste, ook al geloof ik tegelijkertijd dat schoonheid een absolute kwaliteit of waarde is; een van de grondslagen van de schepping. Geen schoonheid zonder bewustzijn!

Ha! Een bruggetje voor een tweede reden voor de schepping van het heelal. Met het scheppen van het heelal worden ook condities geschapen voor de manifestatie van het bewustzijn. Het kan heel wel zijn dat er al bewustzijn (geest) is voordat de kosmos is geschapen, maar dat was waarschijnlijk niet gekoppeld aan een materiële manifestatie. Je zou dus ook kunnen zeggen, niet gekoppeld aan ervaring zoals wij dat kennen. Door de schepping van het heelal krijgt ook het bewustzijn een heel specifieke vorm, als je dat tenminste zeggen kan van zoiets niet-materieels als een geestelijk proces. Het bewustzijn krijgt een nieuwe inhoud: beleving, en de mogelijkheid zich uit te drukken in een materiële context: communicatie, creatie.

Het is waarschijnlijk dat met het vergaan van alles wat materieel geschapen is het daarbij geschapen bewustzijn niet verloren gaat. (De wetenschap, in het bijzonder de natuurkunde en de astronomie, zegt hier voor zover ik weet niets over.) Daarmee is een doel van de schepping, in het bijzonder de evolutie, duidelijk geworden: het scheppen van nieuwe dimensies en mogelijkheden voor het bewustzijn. Dit is ook het gezichtspunt van Teilhard de Chardin, opgeschreven in Het Verschijnsel Mens (vertaling uit 1958). Het zou ook zo kunnen zijn dat de schepper zelf precies om deze reden de kosmos geschapen heeft. De schepper heeft weet van alle kwaliteiten van het bestaan, maar weten is iets anders dan beleven. De schepper mag dan weten wat liefde is, misschien zelf liefde zijn, en weten wat het kwade is, misschien zelfs zelf het kwaad zijn (Jes.45:7), maar daarmee heb je het nog niet ervaren. Derhalve heeft de schepper wezens geschapen, om middels hen die ervaring op te doen. Dat is in elk geval wat God(?) zelf zegt. (Neale Donald Walsch, Conversations with God, Book I, 1995).

Dit is nu al het derde blog dat op de schepper uitloopt. Tijd om hier eens iets naders over te zeggen. Maar dat moet wachten tot de volgende keer.

Verbeter de wereld – begin bij de grondwet.

In onze hedendaagse samenleving zijn we ver afgedreven van de natuur en van de onzichtbare werelden (wat de natuur betreft was dat trouwens al vastgesteld door Karl Marx). U weet dit natuurlijk al lang, maar toch nog even in concreto: Onze economie wordt (nog steeds) overheerst door eigenbelang, individualisme en marktdenken en is gericht op groei van het bbp. Er is een grote mate van sociale en economische ongelijkheid. Materialisme is een belangrijke stroming binnen onze cultuur. Een groot deel van ons spirituele leven wordt beheerst door godsdienstige dogmatiek. Veel mensen hebben weinig vertrouwen in de toekomst, en voelen zich machteloos en niet gehoord – terecht of ten onrechte. De democratie functioneert gebrekkig, en juist gisteren heeft er een fundamentele aanval plaats gevonden op onze rechtsstaat.

Onder deze omstandigheden is het niet waarschijnlijk dat een fundamentele bewustzijnstransformatie, een ‘Great Turning’ snel genoeg gaat plaats vinden om middels samenwerking met de onzichtbare werelden te komen tot de genezing van onze planeet. Hoe kunnen we deze impasse doorbreken?

Er wordt vaak gesteld dat een radicale omvorming van onze economie een uitweg biedt. Er bestaan al veel goede ideeën over hoe een duurzame economie er uit zou kunnen zien. Het probleem is echter dat vanwege de staat van onze samenleving die ik in de eerste alinea geschetst heb, een overgang naar een nieuw economisch systeem maar heel geleidelijk plaats vindt. De regeringsverklaring is daarvan weer een illustratie. Er wordt te weinig radicaal – uit de doos – gedacht: de voorgestelde maatregelen gaan niet ver genoeg en komen deels ook te laat voor de genezing van de planeet (dat is overigens een mondiaal probleem). Voor een snellere verandering zou eerst een totale omslag in ons denken moeten plaats vinden, maar dat gebeurt nou juist niet vanwege ons economische systeem. Zoals Marx al zei: “Niet het bewustzijn van de mensen bepaalt hun zijn, maar omgekeerd, hun maatschappelijk zijn bepaalt hun bewustzijn” .

Daarom denk ik dat, als we een radicale verandering willen, we niet bij de economie moeten beginnen, maar bij de inrichting van onze democratische rechtsstaat. We willen toch allemaal een beter functionerende democratie? En de democratische rechtsstaat begint bij de grondwet. In onze grondwet, en die van vrijwel alle andere landen klopt er al iets niet. Daarover de volgende keer.

Het onbegrijpelijke mysterie.

Wat is de relatie van ons collectieve bewustzijn met de onzichtbare werelden? Met die vraag beëindigde ik mijn vorige blog. Om op die vraag een antwoord te vinden moeten we ons allereerst realiseren dat ons collectieve bewustzijn zelf deel uit maakt van die werelden. Het bewustzijn manifesteert de fysieke werkelijkheid, maar maakt daar zelf geen deel van uit. Onze vraag wordt dan: wat is de relatie tussen ons collectieve bewustzijn en de overige onzichtbare werelden?

In oktober 2018 heb ik in deze blogs uitvoerige geschreven over de niet zichtbare werelden. Volgens mij is het zo dat die werelden gewoon naast ons bewustzijn kunnen bestaan. Maar misschien is er ook overlap, namelijk als het gaat om de schepping van onze fysieke wereld. Ik heb gesteld dat deze fysieke wereld door ons bewustzijn is geschapen, maar het is waarschijnlijk dat daar een centrale scheppende kracht achter zit, of deel van uitmaakt, die in het Christendom gedefinieerd wordt als God, in de Islam als Allah, in het Jodendom als יהוה, in de gnostiek als de demiurg, in het Taoïsme als Tao, in het Hinduisme als Brahma en en in de Vrijmetselarij als Opperbouwmeester des Heelals.

Sommige mystici hebben verklaard deze scheppende kracht direct of indirect ervaren te hebben. Zelf heb ik de directe ervaring niet, maar wel heb ik een aantal belevenissen gehad die ik als openbaringen van het goddelijke ervaren heb. Je kunt je overigens afvragen of deze kracht, het goddelijke, immanent is aan ons bewustzijn, of daarbovenuit stijgt, transcendent is. In dat laatste geval moeten we onze schepping beschouwen als een co-creatief proces: we scheppen samen met de Eeuwige. Dat laatste geloof ik, samen met bijvoorbeeld iemand als Neale Donald Walsch (Conversations with God). En dat roept dan weer de vraag op wat de Eeuwige motiveerde om onze wereld te scheppen. Het voert te ver om mijn geloof hierover in dit blog uiteen te zetten. Wie wil weten hoe ik daar over denk leze Voor niets gaat de zon op, pagina 94. Maar misschien is het veel interessanter daar voor uzelf op te reflecteren.

Tot slot: stel dat de ziekte waaraan we leiden terminaal is; dat alle leven op aarde ten einde komt en er een levenloze dode planeet, zoals Mars, overblijft. Is die planeet dan nog steeds een schepping van ons bewustzijn? Ik zou zeggen van wel. De consequentie van die gedachte is dat ons bewustzijn ons fysieke bestaan zal overleven. We blijven waarnemen, niet alleen de aarde, maar zelfs de kosmos zoals wij die kennen. Is die dan ook een manifestatie van ons bewustzijn?

Uiteindelijk lopen mijn reflecties over het bewustzijn uit op een voor mij onbegrijpelijk mysterie, en daar sta ik bepaald niet alleen in. En daarom ga ik voorlopig maar weer eens over tot de orde van de dag. Volgende keer over meer tastbare zaken.

Een te lang blog over een persoonlijke ergernis.

In 2010 verscheen het boek Wij zijn ons brein van Dick Swaab, en dat baarde nogal opzien, onder meer omdat hij het bestaan van een vrije wil ontkende. Deze stelling werd sindsdien herhaaldelijk op logische en wetenschappelijke gronden weerlegd (onder meer door mij zonder het boek overigens gelezen te hebben). Niettemin blijft deze stelling van hem hardnekkig rondzingen. Dus toen ik dezer dagen het boek bij toeval (?) in handen kreeg dacht ik: ik moet het toch eens lezen. En dat heb ik intussen gedaan.

Het was een interessante ervaring. Mijn metafoor voor de hersenen als een ontvangsttoestel van non-lokaal bewustzijn bleek toch wel wat te simpel. Je kunt de hersenen beter vergelijken met een netwerk (bijvoorbeeld een zelflerende computer, of internet), of (Swaabs eigen metafoor) het geallieerde commandocentrum tijdens de tweede wereldoorlog. Maar ook die metaforen laten zien dat de hersenen temidden van alles ook te vergelijken zijn met een ontvangst- en weergavetoestel. Tegelijkertijd is het verbijsterend om te zien wat de hersenen allemaal kunnen zonder interventie van de geest, en ik begrijp goed hoe bestudering daarvan zowel de wetenschapper als de ontwikkelde leek in verwarring kan brengen.

Zolang Swaab zich beperkt tot zijn eigen vakgebied, hersenonderzoek, schrijft hij deskundig, informatief en onderhoudend, en met empathie voor patiënten met hersenletsel of -ziekte. Zo laat hij overtuigend zien dat geslachtelijk identificatie (lhbti) wortelt in de hersenen, en niet, zoals lang gedacht werd, in de opvoeding. Maar zodra hij zich buiten zijn eigen vakgebied begeeft – en dat doet hij herhaaldelijk – gaat hij volledig de mist in. Zo komt hij tot de volgende stellingen:

  • lichaamsbeweging is ongezond
  • de vrije wil bestaat niet
  • het bewustzijn zetelt in, en is beperkt tot, de hersenen
  • er bestaat geen hiernamaals
  • God bestaat ook niet, evenmin als een transcendente wereld
  • het geweten en moreel gedrag zijn uitsluitend biologisch (fysiek) gefundeerd, en worden verder bepaald door socialisatie
  • het volledige geheugen is opgeslagen in de hersenen
  • de evolutietheorie verklaart het scheppingsproces volledig (bij de argumentatie van deze stelling haalt hij de theorie van intelligent design en creationisme door elkaar)
  • synchroniciteit bestaat niet

enzovoorts en zo verder. Ieder weldenkend mens, en zeker iedere weldenkende wetenschapper kan je uitleggen dat je nooit kan bewijzen dat iets niet bestaat, en dat andere stellingen gebaseerd zijn op een onbewezen aanname (axioma). Voorts heeft Swaab op een aantal fundamentele vragen – het ontstaan van het leven, waar komt de stuwende kracht van de evolutie vandaan, de relatie tussen hersenprocessen en beleving – geen antwoord, maar pretendeert dat deze antwoorden uit de bestudering van de hersenen en de evolutie te herleiden zijn. Het is voor mij onbegrijpelijk hoe een intelligent mens als Swaab zo de plank mis kan slaan. Hij beschouwt zijn meningen als feiten, en past daarmee in de trend die we heden ten dage zien op Twitter en bij populistische partijen.

Het voert voor dit blog te ver om al deze stellingen te weerleggen. Ik heb dat eerder gedaan; zie mijn blogs van 8 en 16 juni 2016, 21 december 2017 en 21 juni 2018. Je zou dus zeggen: laat het toch rusten. Ik zou die oude koe dan ook niet meer uit de sloot hebben gehaald, ware het niet dat Swaab, door zijn arrogantie, de stelligheid waarmee hij zijn meningen als absolute waarheden poneert, en het dedain waarmee hij diegenen die een andere mening zijn toegedaan aanspreekt, grote schade aanricht. Gerenommeerde wetenschappers als Cees Dekker, Pim van Lommel, M. Behe, en A. van den Beukel worden als kleine jongens in de hoek gezet. Hun theorieën kun je net zo min objectief bewijzen als het materialisme van Swaab, maar ze gaan daar, voor zover ik kan nagaan, met aanzienlijk minder pretentie en meer prudentie mee om. En natuurlijk maken zij ook wel eens een denkfout. Swaab heeft een scherp oog voor de splinters in hun werk, maar de balken in zijn eigen oog ziet hij niet.

Wat heb ik toch een hekel aan dogmatiek, en aan mensen die hun eigen subjectieve meningen tot heilige waarheden verheffen. Ik vind dat dodelijk voor debat, communicatie en onderling begrip. Misschien heb ik er ook zo’n hekel aan omdat ik er zelf ook niet geheel vrij van ben, maar ik hoop dat dit in de loop van de jaren minder is geworden. Ik heb moeizaam moeten leren dat iedere ‘waarheid’ relatief en persoonlijk is, hooguit een aspect van de grotere Waarheid (als die er is) en altijd moet kunnen worden opgegeven als je je vrijheid van denken wilt behouden. Over dogmatiek in de Christelijke kerk een volgende keer.

Eindeloos en geborneerd bewustzijn.

In mijn vorige blog heb ik in dichtvorm het accent gelegd op wat ik allemaal niet weet en niet geloof. Uiteindelijk bleven er maar twee ‘zekerheden’ over (zie aldaar). Maar dat was toch niet helemaal correct. In dit blog wil ik een ander punt noemen waar ik in geloof. En dat is dat bewustzijn niet afhankelijk is van het functioneren van de hersenen. Sterker, dat het bewustzijn (denken, voelen, ervaren. beleven, waarnemen, het aansturen van ons lichaam) helemaal niet in de hersenen plaats vindt.

Dit is in verscheidene studies aangetoond. Een van de bekendste kunt u vinden in het boek Eindeloos bewustzijn van de cardioloog Pim van Lommel. Aan de hand van bijna-dood ervaringen (BDE’s)  en lichaamsuittredingen (BLE’s: buiten-lichamelijke ervaringen), die ook plaats kunnen vinden als de hersenen (tijdelijk) niet meer functioneren (hersendood) laat hij op wetenschappelijk overtuigende wijze zien dat bewustzijn kan plaats vinden onafhankelijk van het functioneren van de hersenen. Dit onderzoek is voor het eerst gepubliceerd in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet (2001).

Deze bevinding wordt ondersteund door het zeer zeldzame, maar wel gedocumenteerde verschijnsel van ‘hersenloze mensen”, mensen waarbij nauwelijks of sterk verminderde hersenmassa aanwezig is, die toch normaal functioneren (James Lorber, Science, 1980). En ook door het verschijnsel van terminale luciditeit, mensen met Alzheimer die enkele dagen of uren voor hun sterven opeens normaal en helder kunnen functioneren (Michael Nahm, Ph.D.: Terminal Lucidity in People with Mental Disease and Other Mental Disability; The Journal of Near-Death Studies, Volume 28, No 2, 2008)

19072011109Dit zijn alle opmerkelijke en overtuigende fenomenen, die mijns inziens maar tot één conclusie kunnen leiden: het bewustzijn is te zien als een eindeloos veld, dat zich niet tot een bepaalde plaats beperkt. Van Lommel spreekt van een non-lokaal bewustzijn in een niet plaats gebonden ruimte. Grappig dat hij hierbij langs wetenschappelijke weg tot eenzelfde conclusie komt als de filosoof Teilhard de Chardin die het concept noösfeer heeft gemunt (Het verschijnsel mens, 1958).

Ik ben een sceptisch mens, en ik geloof niet gauw iets dat ik niet zelf heb waargenomen, zoals u in mijn vorige blog heeft kunnen lezen. Maar ik ben ook een wetenschapper, en tegenover zoveel overweldigend bewijs kan ik niet op. Dus ja, ik geloof in eindeloos bewustzijn. Des te opmerkelijker vind ik het dat vele bekende en minder bekende wetenschappers, materialisten en sceptici, het bestaan van dit fenomeen blijven ontkennen met een hardnekkigheid, die ik niet anders kan duiden dan als een emotionele hechting aan een onbewezen vooronderstelling, namelijk dat alleen dat bestaat wat zintuigelijk kan worden waargenomen. (Een dergelijke hardnekkigheid zien we ook in de discussie over de vrije wil). Een vooronderstelling overigens die door de kwantum mechanica wordt gelogenstraft. Waar zou dit gebrek aan openheid van geest toch vandaan komen? Ik zou het niet weten, al kan ik als psycholoog daar wel over speculeren. Maar dat laat ik verder maar aan u, de lezer, over.

.