Ik wil het niet weten! Ik wil het niet weten!! IK WIL HET NIET WETEN !!!
Ik aarzel om weer over het klimaatprobleem te beginnen. De berichten daarover zijn namelijk zo somber, dat ik, als ik daarmee doorga, al mijn lezers en mijn eigen veerkracht dreig te verliezen. We willen nou eenmaal niet geconfronteerd worden met ellende, zeker als die ons (nog) niet onmiddellijk treft. Dat is nu echter juist het probleem. Omdat we de realiteit van de situatie niet tot ons willen laten doordringen ontbreekt in de samenleving het gevoel van urgentie, dat nodig is om de gevolgen van de klimaatproblematiek te verzachten. Dit proces is nog versterkt door de pandemie, die ons wel onmiddellijk bedreigt, en die alle andere problemen naar de achtergrond verdringt.
Is de situatie wat het klimaat betreft dan al helemaal hopeloos? Dat denk ik toch niet, maar we zullen er wel aan moeten werken om de hoop levend te houden en zelfs te versterken. We zullen naast het bewustzijn van de dreiging, en het verdriet en de woede die daaruit voort kan vloeien, de kracht moeten ontwikkelen om niettemin blijmoedig voort te gaan en te genieten van de schoonheid en de plezierige zaken in ons leven. We, en ook de samenleving, hebben er niets aan als we door het slechte nieuws depressief worden en ons er helemaal door laten verlammen. Zij die op het symposium waren ter gelegenheid van mijn 80ste verjaardag weten dat dit precies het thema was van dat symposium.
Ik zal in de komende blogs dus toch weer aandacht geven aan de opwarming van de aarde en het verlies van onze biodiversiteit, en wat dat betekent, maar tegelijkertijd onderzoeken hoe we daarbij geestelijk overeind kunnen blijven. Ik zal daarbij mijn neiging tot doemdenken omzetten in doendenken. Daarbij denk ik dan niet primair aan de actie die we in de buitenwereld moeten ondernemen (al is die zeker niet onbelangrijk), maar vooral aan de geestelijke discipline die we moeten ontwikkelen (dat is ook een vorm van doen). Ik nodig u uit me bij dit avontuur te vergezellen, en kan dan van mijn kant beloven dat ik de balans tussen hoop, vreugde en veerkracht aan de ene kant, en verdriet, vrees en woede aan de andere kant zal bewaren. Ik kan nu al vast zeggen dat daarbij twee dingen uitvoerig aan de orde zullen komen: ten eerste wat houdt de omslag van het bewustzijn in, en hoe kunnen we die bevorderen, en ten tweede: wat is, afgezien van de klimaatcrisis, een inspirerend doel om naar te streven, en hoe kunnen we daaraan werken?





vraag is niet óf Nederland onder water verdwijnt, maar wannéér. Een jaar geleden hield het KNMI nog rekening met 1,20 meter zeespiegelstijging aan het eind van deze eeuw; nu wordt een stijging van 2 meter niet uitgesloten. Niet heel waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. En uiteindelijk zal het gaan naar een
zeespiegelstijging van 15 meter, maar waneer, dat weten we niet (zoals L. Meijer, onze vertegenwoordiger bij het IPCC, al zei in 2017). Citaat van Peter Kuipers: ‘Het jaar 2100, 2400 of 4000 als houdbaarheidsdatum voor Nederland. Hier stelt de natuurwetenschap een interessante, filosofische vraag aan de politiek. Voor wie moet je nog klimaatbeleid maken? Voor wie de dijken ophogen? Voor de komende drie generaties? Voor de komende tien? Hoe lang moet de arm van je beleid zijn?’
Des te interessanter is de reactie van onze premier op het coalitieakkoord in Amsterdam. Daar staan o.a. enkele begrijpelijke en concrete doelen in: betaalbaar wonen, goed openbaar vervoer, grondige aanpak van de luchtverontreiniging, aanpak van het massatoerisme. Het akkoord is ook helder over de maatregelen waarmee men dat denkt te bereiken. Onze premier liet echter weten bijzonder ongelukkig te zijn met het akkoord. De stad was ‘verloren gegaan aan ‘links’. Een onthullende terminologie. De premier liet zich kennen als een diehard aanhanger van het neo-liberalinsme, dat ons in zulke ernstige problemen heeft gebracht.
Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.
In de verre toekomst is het misschien mogelijk om min of meer klimaatneutraal te vliegen, maar op middellange termijn zijn die technische mogelijkheden er niet. In de woorden van Paul Peters, lector duurzaam transport en toerisme aan de NHTV in Breda: ‘Ik heb allerlei scenario’s doorgerekend, maar er is geen enkel scenario denkbaar waarin we de opwarming tot twee graden kunnen beperken zonder het vliegverkeer te beteugelen. Het past gewoon niet.’ **) Dat lukt overigens ook op andere gronden niet, maar dat terzijde.
Intercontinentaal zouden we alleen moeten vliegen in het geval van ernstige familieomstandigheden. We kunnen echt niet meer voor ons plezier naar Afrika, Amerika, Azië en China reizen – heel jammer. Conferenties en zakelijke contacten moeten plaats vinden via videoverbindingen. Zelf had ik nog eens de droom om naar IJsland te gaan, maar dat zal ik moeten opgeven en uit mijn ‘bucket-list’ moeten schrappen. (Tussen haakjes: compenseren door bomen planten is een doekje voor het bloeden – maar dat stelpt het bloeden niet!). Als enkelen van ons stoppen met vliegen heeft dat in directe zin weinig effect, maar er gaat zeker een voorbeeldwerking van uit (Je ziet dat nu al met vleesgebruik). Op de wat langere duur zal dat resultaat afwerpen.
Wie echt wil weten hoe het er met de wereld voorstaat leze The Uninhabitable Earth van David Wallace-Wells uit New York Magazine. **) Als u dat doet moet u wel doorlezen tot het eind, anders eindigt u in een depressie. De laatste alinea biedt nog enige hoop.