Wie lacht niet die de mens beziet. . .

Ruim dertig jaren gelden werden, op initiatief van Walter Etty en  Michael van der Vlis, in Amsterdam de stadsdelen ingesteld: deelgemeenten in de grote stad,  ter grootte van een middelgrote gemeente  (zeker na de fusies van 2010). Het argument was destijds tweeërlei: het bestuur dichter bij de mensen brengen, en een efficiencyslag (lees bezuinigingslag) maken. Het Amsterdamse gemeenteapparaat was zo ondoorzichtig en duur geworden, dat niemand er meer controle over had – wel in de laatste plaats B&W en de gemeenteraad (berucht waren met nama de afdeling onderwijs en publieke werken).

Beide doelstellingen zijn bereikt en over het algemeen hebben de stadsdelen voortreffelijk gefunctioneerd. Dus worden ze nu weer opgeheven. Het argument: een efficiencyslag (lees bezuinigingsslag) maken. De stadsdelen, met ca. 100.000 inwoners,  zijn ‘immers’ te klein om een volwaardig bestuur uit te oefenen, evenals alle ander middelgrote gemeenten in Nederland (die zouden dan ook gefuseerd moeten worden tot molochen van 750.000 inwoners, totaal 25). Ik ben benieuwd of ik, over dertig jaar, vanuit mijn wolk in de hemel met een grijns zal waarnemen hoe de stadsdelen weer zullen worden ingesteld.

Tegelijkertijd wordt de jeugdzorg en de thuiszorg gedecentraliseerd, althans de uitvoering daarvan gaat naar de gemeenten. Argument: een efficiency slag (lees bezuinigingslag) maken en het bestuur dichter bij de burger brengen. Die uitvoering  wordt door het rijk zo minutieus voorgeschreven dat de gemeenten weinig mogelijkheden hebben hier eigen accenten te leggen, terwijl toch de bedoeling was om de gemeenten meer zeggenschap te geven bij de uitvoering (dat heet maatwerk).

Ondanks de voorschriften van het Rijk blijft er toch nog een heel klein beetje speelruimte voor de gemeenten. Gezien de noodzaak tot bezuiniging zullen de gemeenten daarvan optimaal gebruik maken. Daardoor zullen verschillen ontstaan tussen gemeenten. Zo zal Tante Truus in de ene gemeente meer schoonmaakhulp krijgen dan in de andere. Dat lijkt me prima, want dan kan de gemeente inderdaad enig beleid voeren en prioriteiten stellen,  en kan de burger via inspraak en via de gemeenteraad daarop invloed uitoefenen. Maar over die verschillen zullen vervolgens wel kamervragen worden gesteld, want het kan toch niet zo zijn dat mensen in verschillende gemeente verschillende rechten hebben. Daarom zal over twintig of dertig jaar de jeugdzorg en de thuiszorg weer een rijkstaak worden. Ik ben benieuwd of ik dat dan vanuit mijn wolk in de hemel met een grijns zal kunnen waarnemen.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Antwoord aan Wie lacht niet die de mens beziet. . .

Reactie toevoegen