Categoriearchief: Ecologie

Bronnen van kracht – II

Dit is een blog in een serie die begonnen is op 4 februari j.l.

Hier is een test om erachter te komen of je missie op aarde ten einde is: als je nog leeft, is dat niet het geval. (Richard Bach, Illusions)

Als we op het gebied van de klimaatontwrichting verschil willen maken, moeten we tot ons laten doordringen wat er werkelijk aan de hand is. Maar hoe bouwen we dan de veerkracht op om daar tegen te kunnen? In mijn vorige blog gaf ik drie mogelijkheden, hier volgen er meer.

Vele leraren zijn van mening dat we hier op aarde komen met een opdracht, een missie.* Die opdracht is voor elk van ons uniek. Hoewel we onbewust ‘weten’ wat die opdracht van ons vraagt is het toch een hele ontdekkingsreis om ons bewust te worden van wat die opdracht precies inhoudt. Wat is het puzzelstukje dat wij hebben en dat nodig is om de planetaire puzzel te vervolmaken (Danaan Parry)? Het helpt om ons daarbij af te vragen wat het is dat we hier op aarde te leren, te geven en te doen hebben, en daarover na te denken.** Als we hier meer duidelijkheid over hebben, gaat die opdracht richting geven aan ons leven, dat we daardoor als zinvol gaan ervaren. Ook dat is een bron van kracht (zie ook het citaat waarmee dit blog begint).

Nu we toch in de meditatieve sfeer beland zijn: meditatie beoefenen is ook een bron van kracht. Men kan mediteren zonder meer: zitten, de aandacht richten op en luisteren naar de stilte achter de geluiden. Je kan yoga beoefenen, of Aikido, loopmeditatie, dynamsiche meditatie, of wat dan ook. En je kan ook verzinken in gebed (maar probeer niet een hogere macht voor je karretje te spannen; dat werkt niet – we blijven zelf verantwoordelijk voor ons leven), of je kan je open stellen voor de niet-fysieke wereld achter de wereld die je waarneemt met je zintuigen. Het helpt als je daarbij contact zoekt met organisaties of personen die daar al mee in contact staan. *** Op den duur kan je het besef ontwikkelen dat je geleid en gedragen wordt. Uiteraard maakt dat je ook weer sterker.

Door dit proces van zelfreflectie, meditatie, contemplatie en gebed verandert je bewustzijn van een zuiver zintuigelijk en mentaal bewustzijn, gericht op de materiële wereld, in een meer spiritueel en mystiek bewustzijn, waarin ook plaats is voor de niet-materiële wereld en het grote mysterie van wat is. Zodoende stel je jezelf open voor de kwantum sprong in het collectieve bewustzijn, die al gaande is, maar die velen zich nog niet realiseren. Die bewustzijnstransitie kan ons ook hoop geven – daarover de volgende week meer.

De stukjes van de planetaire puzzel

*Zie bijvoorbeeld Plato, De Republiek. Caroline Myss spreekt van een ‘sacred contract’: Sacred Contacts, 2001. Ikzelf sprak vroeger van onze bestemming.

** Een handleiding hiervoor kun je vinden in mijn boek: Op weg naar jezelf . . . een pelgrimsreis in zeven etappes, pag. 74 e.v.

*** Bijvoorbeeld: https://www.findhorn.org, https://lorian.org. Er zijn hierover ook fantastische boeken geschreven, veel te veel om hier op te noemen. Ik maak een uitzondering voor Richard Bach, Illusions, buitengewoon inspirerend en zeer geestig (het citaat waarmee dit blog begon is hieruit afkomstig).

Bronnen van kracht.

Dit is een blog in een serie die begonnen is op 4 februari j.l.

Als we de ernst van de klimaatontwrichting werkelijk tot ons willen laten doordringen (en dat is nodig als we een verschil willen maken) dan moeten we er voor zorgen dat we in onszelf de kracht ontwikkelen om niet in wanhoop, vertwijfeling en machteloosheid te verzinken. Gelukkig zijn er vele bronnen waaruit we die kracht kunnen putten.

De eerste bron is de wanhoop zelf. Als we ons realiseren hoe vreselijk we het vinden als de wereld die we kennen, inclusief de mensheid, ten onder zou gaan, dan kunnen we ons realiseren dat die wanhoop uit liefde voortvloeit. Liefde voor de wereld, voor schoonheid, de natuur, de mensheid als geheel, en meer in het bijzonder voor ons eigen nageslacht (dan wel de nakomelingen van degenen die we liefhebben). Als die liefde er niet was, zouden we immers onverschillig staan tegenover deze dreigingen. Het zou ons dan weinig kunnen schelen wat er morgen gebeurt, maar dat het kan ons juist wel schelen! Die liefde is een expressie van de levenskracht zelf, en derhalve een bron van vitaliteit. Laten we die liefde koesteren, en in ons gedrag tot uiting brengen – dat maakt ons sterker.

Een tweede bron van kracht is ons vermogen om ons verdriet en onze woede even te parkeren. Niet onderdrukken, want dan wordt het alleen maar sterker, maar even ter zijde stellen, zoals je je auto kan parkeren bij de supermarkt, en dan in de supermarkt niet meer aan je auto denkt. Dan komt er ruimte vrij om te leven in het moment en te genieten van wat er is. De schoonheid van een sneeuwlandschap, een boterham met boerenkaas (dat is uiteraard persoonlijk), spelende of schaatsende kinderen, een bloem in een vaas of buiten, muziek, kunst, enfin, te veel om op te noemen. Je kunt de voorbeelden zelf eindeloos uitbreiden. Daar word je blij van, en dat maakt ons sterker. Organiseer ook voldoende leuke dingen en momenten in je leven. Er is voor alles een tijd: een tijd voor genieten en een tijd voor somberen. Verdriet en vreugde kunnen naast elkaar bestaan.

Daarbij aansluitend: een derde bron van kracht is aandacht te geven aan alles waarvoor we dankbaar kunnen zijn. Dat Gaia ons maar blijft voeden, ondanks alles wat we haar aandoen. Dat vele mensen het mogelijk maken dat die voeding dagelijks op ons bord komt (de boeren, de handelaren, de supermarkten, onze werkgevers of onze cliënten, die ons immers het geld verschaffen of verschaften die het mogelijk maken of maakten dat we dit alles kunnen kopen). Dat we een comfortabel huis hebben, dat er helder water uit de kraan komt, en zelfs zomaar warm water uit de douche. Dat er zoveel schoonheid is in deze wereld – kortom er is zoveel om dankbaar voor te zijn dat als we er bij stil staan het niet anders kan dan dat we dankbaar worden voor het leven zelf.

Er zijn nog veel meer bronnen van kracht; daarover de volgende week.

Klimaatramp voorkomen vereist acuut ingrijpen.

Dat was de kop in Trouw op 15januari boven een verslag van een studie van het milieubureau van de VN. Grote aanpassingen zijn in alle scenario’s nodig. En een andere kop, daaronder: De aarde is er al veel slechter aan toe dan de mensheid zich realiseert. En op 5 februari: Een verwoeste planeet? We kunnen er met ons hoofd niet bij (Esther Bijlo). Het is nu niet meer vijf voor twaalf, maar de twaalf uur is gepasseerd. En eindelijk verschijnen nu de eerste berichten die de ontwrichting niet meer verdoezelen. Zie ook De Groene van 4 februari: Het klimaat in de media. Daarin wordt beschreven hoe de laatste twintig jaar de ernst van de klimaatcrisis wordt verdoezeld door vanuit een vals gevoel voor objectiviteit de klimaatsceptici een volwaardig podium te geven.

In mijn vorige blog heb ik beloofd de balans te bewaren tussen tussen hoop, vreugde en veerkracht aan de ene kant, en verdriet, vrees en woede aan de andere kant. Dat zal ik ook doen, maar we moeten eerst de put in. Uit de organisatiekunde weten we dat als een bedrijf een ernstig probleem heeft het niet te snel naar ‘quick fixes’ moet zoeken. Het is nodig eerst gezamenlijk af te dalen naar de bodem van dat probleem, met alle vertwijfeling en gevoelens van machteloosheid die daarbij horen. Vanuit die bodem, en vanuit de gemeenschappelijkheid die daar beleefd kan worden (gedeelde smart) kan dan de creativiteit ontstaan van waaruit een oplossing mogelijk is. Dit staat bekend als de theorie U; zie de afbeelding hieronder. De verleiding is altijd groot om van seeing direct over te steken naar prototyping, maar dat werkt niet. Met de klimaatcrisis moeten we op dezelfde manier omgaan, ook al is een oplossing in de meest letterlijke zin hier niet meer mogelijk. Maar we zullen eerst moeten afdalen voordat we überhaupt iets zinnigs kunnen doen (het liefst dus samen met anderen – anders wordt het wel een erg eenzame reis).

Uit: Theorie U van Otto Scharmer. Zie ook: Peter Senge e.a.: Presence

Dus nu maar eerst eens kijken: hoe erg is het gesteld met de klimaatcrisis? Het antwoord: erger. De 1º temperatuurstijging zijn we in 2015 gepasseerd. Willen we de 2º graden niet overstijgen, dan zouden we in 2030 onze CO2 uitstoot* op 0 moeten hebben. Dat is al over negen jaar! Het is wel duidelijk dat daar geen schijn van kans op is. Dat betekent dat we in de eerste helft van de dertiger jaren de 2º zullen passeren. En dat betekent dat ten gevolge van allerlei terugkoppelingsmechanismen ook de 3º zal worden bereikt. Als je wilt weten wat 2 en 3 graden betekent, dan raad ik het boek Zes graden van Mark Lynas aan (laatste druk: 2020. De eerste druk uit 2007 is volkomen achterhaald). Geen vrolijke lectuur, maar de eerste stap voor iedereen om werkelijk van betekenis te zijn in de klimaatcrisis is het probleem onder ogen te zien. Dat gebeurt nog steeds veel te weinig, al is er in de media (met name Trouw) nu hier en daar een kentering gaande (zie de artikelen waarmee ik dit blog opende). Politici gaan nog steeds uit van volstrekt onrealistische doelen: onder de de 2º blijven (om van 1,5º maar te zwijgen), en de uitstoot van CO2 in 2045 halveren bijvoorbeeld.

Tja, nu heb ik alle ruimte in dit blog opgebruikt. Een hoopvoller verhaal moet dus toch nog maar even wachten tot volgende week.

  • Gemakshalve ga ik uit van zogenaamde CO2 equivalenten. Dat wil zeggen dat het opwarmingseffekt van andere broeikasgassen – methaan, lachgas, gefluroreerde gassen en waterdamp – is omgerekend naar de hoeveelheid CO2 die hetzelfde effect zou hebben.

Doendenken.

Ik wil het niet weten! Ik wil het niet weten!! IK WIL HET NIET WETEN !!!

Ik aarzel om weer over het klimaatprobleem te beginnen. De berichten daarover zijn namelijk zo somber, dat ik, als ik daarmee doorga, al mijn lezers en mijn eigen veerkracht dreig te verliezen. We willen nou eenmaal niet geconfronteerd worden met ellende, zeker als die ons (nog) niet onmiddellijk treft. Dat is nu echter juist het probleem. Omdat we de realiteit van de situatie niet tot ons willen laten doordringen ontbreekt in de samenleving het gevoel van urgentie, dat nodig is om de gevolgen van de klimaatproblematiek te verzachten. Dit proces is nog versterkt door de pandemie, die ons wel onmiddellijk bedreigt, en die alle andere problemen naar de achtergrond verdringt.

Is de situatie wat het klimaat betreft dan al helemaal hopeloos? Dat denk ik toch niet, maar we zullen er wel aan moeten werken om de hoop levend te houden en zelfs te versterken. We zullen naast het bewustzijn van de dreiging, en het verdriet en de woede die daaruit voort kan vloeien, de kracht moeten ontwikkelen om niettemin blijmoedig voort te gaan en te genieten van de schoonheid en de plezierige zaken in ons leven. We, en ook de samenleving, hebben er niets aan als we door het slechte nieuws depressief worden en ons er helemaal door laten verlammen. Zij die op het symposium waren ter gelegenheid van mijn 80ste verjaardag weten dat dit precies het thema was van dat symposium.

Ik zal in de komende blogs dus toch weer aandacht geven aan de opwarming van de aarde en het verlies van onze biodiversiteit, en wat dat betekent, maar tegelijkertijd onderzoeken hoe we daarbij geestelijk overeind kunnen blijven. Ik zal daarbij mijn neiging tot doemdenken omzetten in doendenken. Daarbij denk ik dan niet primair aan de actie die we in de buitenwereld moeten ondernemen (al is die zeker niet onbelangrijk), maar vooral aan de geestelijke discipline die we moeten ontwikkelen (dat is ook een vorm van doen). Ik nodig u uit me bij dit avontuur te vergezellen, en kan dan van mijn kant beloven dat ik de balans tussen hoop, vreugde en veerkracht aan de ene kant, en verdriet, vrees en woede aan de andere kant zal bewaren. Ik kan nu al vast zeggen dat daarbij twee dingen uitvoerig aan de orde zullen komen: ten eerste wat houdt de omslag van het bewustzijn in, en hoe kunnen we die bevorderen, en ten tweede: wat is, afgezien van de klimaatcrisis, een inspirerend doel om naar te streven, en hoe kunnen we daaraan werken?

Orkaan Halong

Een oudejaarsoverpeinzing.

Oudejaarsdag/avond is een moment van terugkijken op het afgelopen jaar: wat was fijn, wat was frustrerend, wat wil ik laten gaan, en wat wil ik het volgend jaar anders doen. Maar dit jaar verviel ik eigenlijk meer in een terugkijken op mijn 80-jarige leven tot dusverre. En wat ik zag beviel me. Ik heb een prachtig leven gehad, met heel mooie belevenissen. Natuurlijk waren er wel moeilijke tijden en momenten, maar over het geheel genomen ben ik toch wel heel tevreden. Zelfs de pijnlijke en moeilijke ervaringen hadden hun functie. Niet alles wat ik wilde bereiken is me gelukt, en daar heb ik wel een tijdje moeite mee gehad, maar dat heb ik intussen wel een plaats gegeven. Er is eigenlijk maar één ding dat me tot op de dag van vandaag frustreert. En dat is dat het boek De Aarde heeft koorts (2008) over de klimaatproblematiek, dat ik samen met Jan Paul van Soest en Judy McAllister heb geschreven, zo slecht is verkocht.

Ik heb het boek deze dragen weer eens ter hand genomen. Men zegt wel eens dat ‘eigen roem stinkt’, maar ik wil toch wel kwijt dat ik dat boek nog steeds een prachtig boek vindt. Het boek was geboren uit de nood die we alle drie voelden omdat wij zagen dat de opwarming van de aarde volledig uit de hand dreigde te lopen met alle desastreuze gevolgen van dien. Wij hadden de aarde en haar bewoners te lief omdat zomaar te laten gebeuren. Wij vulden elkaar als auteurs heel mooi aan. Jan Paul zorgde voor de feitenkennis (wetenschap), Judy voor de spirituele dimensie en ik zelf gaf mijn bijdrage als psycholoog/andragoloog. We hebben in dat boek vele bijdragen opgenomen van deskundigen op diverse terreinen, nationaal en internationaal, bekend en minder bekend. En we gaven na de analyse van het probleem ook een scala van dingen die we zouden kunnen doen om deze tragedie alsnog af te wenden.

Er zijn van dat boek slechts enkele honderden exemplaren verkocht. In het Engelse taalgebied liep de vertaling nauwelijks beter. Misschien waren we onze tijd te ver vooruit, wie zal het zeggen. Het probleem had niet de aandacht die nodig was – niet bij beleidsmakers en ook niet bij de bevolking als geheel – daarom hadden we het boek juist geschreven. En eigenlijk is dat nog steeds zo. Weliswaar is nu iedereen zich wel van dit probleem bewust, maar nog steeds laten zeer velen niet tot zich doordringen hoe erg de consequenties kunnen zijn. Ware dat wel zo, dan was er wel meer gevoel van urgentie en meer baanbrekend beleid. Het klimaat akkoord van Parijs laat het voorlopig voornamelijk bij mooie woorden. (Hoewel. . . de actie van Frans Timmermans en de Europese Unie is een bescheiden eerste stap. Voorshands alleen nog maar een plan en een budget, maar wie weet. . . ).

Gelukkig zien we onder jongeren nu ook een tegenbeweging opkomen. Daarbij denk ik aan mensen als Greta Thunberg, en te onzent Lena Hartog (https://www.collaction.org). Zij willen het puin ruimen dat mijn en de na mij komende generaties hebben laten liggen. Voor mij een signaal dat ik mijn frustratie nu maar eens moet loslaten. Dan kan ik schoon het nieuwe jaar in. U wens ik eveneens een nieuw begin toe.

Het boek is nog tweedehands verkrijgbaar, en de Engelse versie is als paperback en e-book verkrijgbaar

Ik-Gaia heb kanker.

Gaia is ziek. Een van haar organen leidt aan een gevaarlijke virus-pandemie, die haar hele welzijn bedreigt. Maar er is een meer ernstige chronische ziekte. Die kan ik het beste metaforisch beschrijven als kanker. Bij kanker zijn er cellen in tenminste één orgaan die niet normaal groeien en afsterven, maar die voortwoekeren ten koste van hun omgeving, en uiteindelijk ten koste van het hele organisme.

Het orgaan van Gaia waarin de kanker woekert is de mensheid. Deze woekert voort ten koste van de gezondheid van het geheel: andere organen, ecosystemen, biodiversiteit, en onderlinge destructiviteit van de cellen van dit orgaan (de mensen); en uiteindelijk wordt het orgaan zelf door zichzelf bedreigt. De metafoor gaat in die zin mank dat Gaia het wel zal overleven, maar niet dan na ernstige schade en gewondheid.

Als we nu willen oefenen met onze nieuwe identiteit – ik ben Gaia – dan zit er niets anders op dan te zeggen: ik heb kanker. Nu blijkt hoe moeilijk het is die nieuwe identiteit onder de huid te krijgen. Maar het loont de moeite om het minstens als oefening maar eens te proberen. Dan ervaren we pijn en angst, en dat brengt ons in beweging. Het levert meteen al een aantal inzichten op over hoe we die kanker te lijf kunnen gaan door na te gaan hoe we dat met onszelf als individu zouden doen. Dat is natuurlijk makkelijker te bedenken als je zelf ook kanker hebt of hebt gehad, maar anders kun je het je misschien ook wel inleven.

Ik behoor tot de bevoorrechte groep die inderdaad kanker heeft gehad, en er volledig van is genezen. Als ik er over nadenk wat die genezing bewerkstelligd heeft, dan kom ik op drie factoren: medische en psychisch-sociale ondersteuning (operatie, bestraling, natuurgeneeskunde, informatie, bemoediging), geestelijke oefening (geleide fantasieën volgens de methoden van Simonton en Siegel*, meditatie, het ontwikkelen van vertrouwen) en de voorzienigheid zelf, die me met genezende levenskracht heeft gezegend.

In het volgende blog zal ik beschrijven hoe we ons die factoren bij mij-Gaia kunnen voorstellen.

*) O. Carl Simonton e.a., Op weg naar herstel, 1983; Bernie S. Siegel, Lessen van wonderbaarlijke patiënten, 1987. Zie ook: Caroline Myss, Anatomy of the Spirit, 1996; ook vertaald.

De zoektocht naar waarheid, deel V

Een winde bij mijn raam schenkt me meer voldoening dan abstracte redeneringen in boeken‘ (Walt Whitman). Anders dan bij de samenleving kunnen we met de natuur wel in direct contact komen, omdat de natuur zowel in het detail als in het geheel volledig aanwezig is. Een ons open stellen voor de natuur levert bijna altijd een emotionele ervaring op: van ontroering, schoonheid, verwondering, soms ook van afkeer. Niet zelden beleven we de natuur als een in wezen onbegrijpelijk mysterie.

Maar als we de waarheid omtrent de natuur te weten willen komen kunnen we toch niet buiten abstracte informatie. De meeste mensen kunnen niet in directe zin waarnemen dat de biodiversiteit op de wereld ernstig achteruit gaat, of dat er een fatale klimaatcrisis aan de gang is, of hoe de evolutie in elkaar zit. En daarmee sluiten we op de zelfde problemen die ik in mijn vorige blog in verband met de betrouwbaarheid van informatie heb besproken. De wetenschap kan ons daarbij te hulp komen. Maar ook dan moeten we leren onderscheid te maken tussen echte wetenschap en als wetenschap vermomde onzin (bijvoorbeeld van wetenschappers die schrijven over een ander terrein dan waarop ze deskundig zijn, maar wel hun wetenschappelijk autoriteit gebruiken).

Als we diep in het mysterie van de natuur duiken dan kan het zijn dat we gaan zien, en tenslotte ervaren, dat alles op de wereld één is. Dat is een waarheid die je op verschillend niveau kan duiden. Dat in de fysieke natuur alles op en om deze wereld met alles samenhangt (de Gaia hypothese van Lovelock) wordt door de wetenschap intussen wel algemeen aanvaard. Op een dieper niveau kan je echter gaan geloven dat de aarde zelf, inclusief de fysieke natuur en de mensheid die daar deel van uit maakt, één levend organisme is, dat ademt, waarneemt (ook via de ruimtevaart zichzelf kan waarnemen, als het ware in de spiegel kan kijken), en bewustzijn en identiteit (ziel) heeft. Dit inzicht is niet door de traditionele wetenschap bevestigd, maar is niettemin de overtuiging van vele spirituele leraren over de hele wereld en het kan uw persoonlijke waarheid worden. De mensheid is dan een levend orgaan in dit organisme, en wij zijn te zien als de cellen van dat orgaan. Dit orgaan is thans ziek (niet alleen Covid-19, maar ook de op kanker lijkende woekering waarmee dit orgaan alle andere levende organen van Gaia, en daarmee uiteindelijk zichzelf, bedreigt). Daarmee kun je Gaia zelf als ziek beschouwen, ook al zal ze het, wellicht in verminkte vorm, wel overleven.

Aarde en maan vanuit de ruimte

Nu we wat dieper in het mysterie de natuur zijn doorgedrongen rijst er een interessante vraag: bestaat er een ‘overlighting intelligence’ van planten en dieren? Het bestaan ervan is niet wetenschappelijk bewezen, maar sterke aanwijzingen vinden we onder meer in de geschiedenis en het werk van de Findhorn organisatie en David Spangler (https://www.findhorn.org/about-us/ en https://lorian.org). De laatste stelt dat dergelijke ‘intelligenties’ ook bestaat bij de niet-levende natuur en door mensen gemaakte voorwerpen en apparaten. Ik ken weldenkende en op zichzelf verstandige en nuchtere mensen die met deze ‘intelligenties’ direct contact ervaren, maar zelf heb ik die ervaring niet. In de wetenschappelijke onderzoeken naar BDE’s (bijna doodservaringen) vinden we ook aanwijzingen voor het bestaan van een non-fysieke realiteit. Het is goed voor deze ‘onzichtbare werelden’ open te staan bij ons zoeken naar waarheid in de natuur. (Ik heb daar eerder over geschreven in oktober 2018)

Hiermee zijn we de grenzen van Gaia overschreden. In mijn volgende blog ga ik daar verder op door.

Blij-moedig.

Mijn vorige blog eindigde ik met mijn voornemen om mijn 80e verjaardag aandachtig en in blijmoedigheid door te brengen. Dat kostte me weinig moeite, want ik had een symposium georganiseerd met als titel: Hoe blijmoedig te leven in een hachelijke wereld, en daarvoor sprekers uit te nodigen van wie ik wist dat ze een mooie voordacht konden houden. En dat deden ze. Bovendien was er een musicus die samen met de zaal ontroerende muziek tot klinken bracht.

Graag vat ik hieronder nog eens samen wat voor mij de belangrijkste conclusies waren van het symposium.

  1. Als we het over een hachelijke wereld hebben kan het gaan over moeilijkheden in ons persoonlijk leven, maar ook over de samenleving als geheel. Dan denken we al gauw aan de klimaat problematiek, die door de traagheid van de processen eigenlijk niet meer op te lossen is.  We zijn het kantelpunt voorbij. Dat wil niet zeggen dat het niet goed is om klimaatbewust te leven en handelen – dat is op zichzelf al waardevol. Doen wat ons hart en onze hand te doen vinden, geeft ons hoop, ongeacht het resultaat.
  2. Naast het klimaatprobleem is het wereldvoedselprobleem bedreigend. Het ontstaat door drie factoren: we gaan onzorgvuldig, om niet te zeggen roekeloos, met de aarde om, we zijn met te velen op deze aarde, en de klimaatverandering doet de rest. Ook dit probleem is moeilijk op te lossen. De deskundigen zijn het er niet over eens of het überhaupt kan.
  3. Dit zo zijnde vergt het moed om blij-moedig te leven. Je kunt niet blij zijn door de situatie te ontkennen of te verdoezelen. Maar je kunt je in het bewustzijn daarvan wel richten op de schoonheid en de liefde in jezelf en de wereld. Daar worden we blij van.
  4. We kunnen het klimaatprobleem dan wel niet oplossen, maar we kunnen wel gaan voor een wereld waarin verbinding tussen mensen, tussen mensen en de andere dieren en de overige natuur centraal komt te staan. Ik zelf zou zeggen: waarin de heiligheid van het leven een kernwaarde is.
  5. Als we praten over verbinding, dan gaat het niet alleen over de horizontale verbinding waarvan in het vorige punt sprake was, maar ook over de verticale verbinding met de aarde en de ‘hemel’. Of anders gezegd met de onzichtbare, niet fysieke wereld(en). Wie of wat dat is wordt door iedereen weer anders ingevuld, dat bleek ook op het symposium. De verticale verbinding is even belangrijk voor ons persoonlijke en collectieve heil als de horizontale verbinding. Op het kruispunt van de verticale en de horizontale verbinding (zie de afbeelding hieronder) ligt ons hart, zodat we dan allemaal een ‘warrior of the heart’ kunnen worden en blij-moedig kunnen leven.
  6. En tenslotte: wonderen bestaan; op individueel niveau en op gemeenschappelijk niveau.  Uiteindelijk kunnen we de toekomst niet kennen. Dus wat er daadwerkelijk gaat gebeuren: we weten het niet. Misschien is het niet de bedoeling (van wie?) dat de mensheid ten onder gaat. Misschien zullen we als mensheid niet fysiek overleven, maar misschien wel op geestelijk niveau. Wie zal het zeggen?          
De roos van liefde ontbloeit aan het rozenkruis

Een gebed voor Gaia.

Voor de ouderen onder ons: herinner je je nog de campagne van de overheid voor zuiniger omgaan met energie en grondstoffen, met een iconisch plaatje dat leek op de afbeelding hierboven. Dat was naar ik meen in de 70-er jaren. Die campagne heeft alleen een marginaal effect gehad. Nu is de tijd aangebroken waarop delen van de wereld daadwerkelijk onleefbaar worden. Daarbij denken we vaak in de eerste plaats aan gebieden die overstromen of in zee verdwijnen, of aan gebieden die geteisterd worden door cyclonen of extreme droogte. De gebieden die echter eveneens onbewoonbaar worden zijn de gebieden van de extreme bosbranden: Amazonegebied, New South Wales en Queensland en Australië, Siberië en Californië (de vijfde economie ter wereld en eens het paradijs op aarde!). Met name in Californië dreigt de toestand onhoudbaar te worden, de voorsteden van San Francisco en Los Angeles worden nu rechtstreeks bedreigd.

Anders dan bij regionale droogtes en overstromingen bedreigen deze bosbranden het aardse ecosysteem als geheel. De massale branden verslechteren de luchtkwaliteit, voorshands voornamelijk door extra CO2 uitstoot, maar wellicht ook in de toekomst door een algehele verstoring van de atmosferische omstandigheden. Spraken mijn collega’s en ik in 2008 nog over “de Aarde heeft koorts’, thans zou ik eerder spreken van “Gaia – het fysisch-biologische ecosysteem waarvan we allen deel uitmaken – is gevaarlijk ziek’. De helft van haar organen (ecosystemen) zijn aangetast (Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (Intergovernmental science-policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services, of kortweg het IPBES, rapport 2019).

Dit is waarom ik iedere avond bid voor de genezing van de aarde. Met dit publiekelijk te verklaren neem ik een risico, want het overgrote deel van het ‘weldenkende’ deel van ons volk vindt bidden niet meer van deze tijd. Het past bij bijgeloof en primitief magisch denken. Ik denk daar persoonlijk anders over. Misschien moet ik even uitleggen wat ik onder bidden versta. Met bidden voor genezing (healing prayer) doe ik twee dingen: ik richt mijn eigen genezende kracht (die ik ontleen aan de kosmos en de aarde (sommigen zouden zeggen aan God en de Aarde) op een gekozen persoon of organisme (in dit geval Gaia), en ik laat mijn bezorgdheid zien aan de identiteiten in de onzichtbare werelden, wie of wat dat ook mogen zijn, in de hoop dat zij ons te hulp komen. Baat het niet dan schaadt het niet, maar persoonlijk geloof ik in de heilzame werking van dit soort gebeden. Misschien mag ik een uitspraak van Judy McAllister in herinnering brengen die ik een paar weken geleden in deze blogs citeerde: Stel dat jouw hart of verstand nu juist de cruciale druppel kan leveren die maakt dat het vat van de collectieve wil overstroomt. Dan is alles mogelijk.

In harmonie met de natuur.

Hoe kunnen we samenwerken met de deva’s en de engelen voor de genezing van onze planeet? Vorige week beschreef ik de weg van de Essenen, vandaag wil ik enkele andere mogelijkheden noemen.

Hèt voorbeeld van samenwerking met de natuur en de onzichtbare werelden is voor mij nog altijd de Findhorn community (https://www.findhorn.org). Andere inspirerende voorbeelden zijn: de Lebensgarten in Steyerberg, Duitsland, Ecolonie in Hennezel, Frankrijk en de Hobbitstee in Wapserveen. Kenmerkend voor deze voorbeelden is dat ze een woongemeenschap vormen en nieuwe land- en tuinbouwmethoden ontwikkelen: biologisch, bio-dynamisch, permacultuur, enzovoort. Deze landbouwmethoden vermijden het gebruik van bestrijdingsmiddelen, en worden ontwikkeld in harmonie met de natuur. Zij putten de bodem niet uit. Deze leefgemeenschappen bouwen duurzame woningen en zijn aangesloten bij het netwerk van eco-dorpen.

Er zijn ook eenlingen, boeren en burgers, die op deze manier land- en tuinbouw bedrijven. Vaak vormen ze een minicoöperatie met consumenten, of zijn ze aangesloten bij een grotere coöperatie, zoals Odin. Als je zelf in het gelukkige bezit bent van een tuin kun je deze werkwijze ook op kleine schaal toepassen. Voor de overige (stads)bewoners is er de mogelijkheid om deze woongemeenschappen en bedrijfjes te bezoeken, lid te worden van een coöperatie en zich daardoor te laten inspireren.

De Findhorn gemeenschap is het enige voorbeeld dat ik ken dat gebaseerd is op een directe samenwerking met de wereld van deva’s en engelen. In de andere voorbeelden wordt zoals gezegd gewerkt in harmonie met de natuur en soms met veronderstelde komische krachten, maar er is over zover ik weet van een directe en bewuste samenwerking met de onzichtbare werelden nog geen sprake. Ik ken naast Findhorn geen andere situaties waar dat wel het geval is, wat niet uitsluit dat die er wel zijn. Hoe dit zij, dit alles, zelfs Findhorn, is nog te kleinschalig om daar de genezing van de planeet van te verwachten. Daarvoor moeten op macro-niveau structurele en culturele veranderingen plaats vinden. Het hele sociale systeem moet transformeren, want zoals het nu is zijn de voorwaarden voor massale in- en afstemming met de natuur, laat staan voor de samenwerking met de onzichtbare werelden, niet vervuld. Deze gedachte is natuurlijk niet nieuw en al door vele wijze mensen in vele toonaarden verkondigd. David Korten en Joanna Macy spreken van een totale bewustzijnsverandering, ’the Great Turning’. Maar hoe moeten we ons die in concreto voorstellen; wat zijn de voorwaarden daarvoor? In een volgend blog zal ik er op ingaan welke dat zijn en hoe we die kunnen bevorderen.