klimaat

Zo moge het zijn.

De situatie waarin wij als mensheid zijn komen te verkeren doet mij denken aan de tijd dat ik te horen kreeg dat ik kanker had. Ik voelde me niet ziek, maar was wel in levensgevaar. Als de kanker zou uitzaaien zou ik er nu niet meer geweest zijn. Anderzijds was de kans echter reëel dat ik het zou overleven. Zoals u merkt was het laatste het geval, en ik heb er niets aan overgehouden.

Het nam enige tijd in beslag voordat ik destijds zekerheid had, en al die tijd leefde ik in spanning. Tegelijkertijd werd ik me ervan bewust hoe kostbaar het leven is en hoe fragiel mijn lichaam. Ik ging scherper waarnemen. Dat bleek al meteen de eerste week nadat ik het schokkende bericht ontving. Ik moest direct geopereerd worden, maar zou de volgende week op wintersportvakantie gaan. Na enige aarzeling werd me dat toegestaan door de behandelende arts. Zelden heb ik zo intens genoten van een vakantie, en de schoonheid van het winterse berglandschap zo intens ervaren. Tegelijkertijd sloot ik in die tijd vrede met de dood, ook al had ik nog lang geen zin om van het leven afscheid te nemen.

Als mensheid verkeren we thans in een soortgelijke situatie. We verkeren in levensgevaar, maar het zou ook  kunnen dat we het overleven. Natuurlijk gaat de metafoor enigszins mank: de tijdsspanne is heel anders; de meesten van ons zullen de daadwerkelijk extinctie niet meer meemaken en worden niet acuut met de dood bedreigd. En ook zou het kunnen zijn dat een deel van de mensheid het overleeft, terwijl miljarden anderen in de catastrofe omkomen. Het is dus niet: overleven of sterven, maar er is ook een derde mogelijkheid: zwaargewond doorleven. Maar toch,  zodra we tot eenheidsbewustzijn komen en ons identificeren met de ‘family of man’ – en is dat niet het doel van elke spirituele ontwikkeling? – dan is er wel degelijk een overeenkomst te zien tussen de situatie van een individu dat kanker krijgt (en wellicht nog kan overleven) en de situatie waarin we nu collectief verkeren.

In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld of het nog wel zinvol is de werkelijkheid onder ogen te zien, als die er zo grimmig uitziet. Ik heb toen gesteld dat ik denk dat dit wel zo is, maar dat het afhankelijk is van hoe we erop reageren. De analogie met kanker geeft ons wat dat betreft enige aanwijzingen.

In de eerste plaats is het van belang dat we ons de kostbaarheid van het leven realiseren, het ten volle ervaren en genieten, en tegelijkertijd vrienden worden met de dood. Dat lijkt een tegenstrijdigheid, maar is het merkwaardigerwijs niet. Hoe meer we het leven vieren, en des te intenser we het leven,  des te meer kunnen we ons verzoenen met het afscheid als onze tijd is gekomen.

In de tweede plaats is het van belang dat we onze aandacht gaan richten op de  zaken die er wezenlijk toe doen: schoonheid, liefde, eenheid, verwondering, licht, stilte. Omdat van binnenuit te kunnen doen – en niet alleen maar op mentaal niveau – is spirituele groei nodig, en die komt vaak niet vanzelf. Er is aandacht, oefening, tijd en inspanning voor nodig. De werkelijkheid onder ogen zien helpt daarbij.

En in de derde plaats is het natuurlijk niet verkeerd om intussen te doen wat nodig is. Met name niet meer vliegen, met het openbaar vervoer reizen en geen vlees eten verhogen de kans dat het allemaal iets minder erg wordt. Bovendien geven dit soort handelingen onszelf een goed gevoel, ook nooit weg.

Deze drie reacties zijn natuurlijk ook op zichzelf waardevol. Maar ook is deze levenshouding een voorwaarde om tegelijkertijd te leven in vol bewustzijn van wat er gaande is, en toch met vreugde en voldoening in het leven te staan. Het is ook de enige manier om het leven ten volle te leven en in dit leven te doen wat je te doen hebt, en te geven wat je te geven hebt. Zo moge het zijn.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Leven op het randje

Door niets werd de onbenulligheid van de Nederlandse politiek en (de meeste) televisiejournalistiek beter geïllustreerd dan door de Buitenhof uitzending van afgelopen zondag. In een uur slaagden interviewer Paul Witteman en premier Marc Rutte er in de tijd te vullen met volstrekt nietszeggende prietpraat. Wat bijvoorbeeld niet aan de orde kwam was een vraag in de trant van: ‘meneer Rutte, u streeft voortdurend naar economische groei, maar weet u dan niet dat duurzame groei voorlopig niet mogelijk is en alle groei voorshands bijdraagt tot de klimaatcatastrofe waar we in volle vaart op af stevenen? Kan u dat helemaal niet schelen?’ *)  Of: ‘meneer Rutte: ‘u streeft voortdurend naar economische groei, maar weet u dan niet dat alle groei voorshands bijdraagt tot een steeds grotere ongelijkheid in de wereld? Hoe denkt u dat op te lossen, of althans die trend te keren?’ Enzovoort.

Van premier Rutte kan je je deze onnozelheid nog voorstellen – hij  heeft per slot nog nooit iets anders gezegd en bovendien wordt hem, noch door de journalistiek, noch door de tweede kamerleden ooit het vuur na aan de schenen gelegd. En ook van Paul Witteman had ik niet meer verwacht, na een leven waarin hij voortdurend lof heeft geoogst en zijn ego daardoor uiteraard is gegroeid tot onhanteerbare proporties. Maar van de redactie van Buitenhof. . . ? Treurig.

Ik ben door vrienden, relaties en familieleden vaak getypeerd als een doemdenker of alarmist. Zelf zie ik dat zo niet. Im zie mezelf meer als iemand die de werkelijkheid zonder omwegen onder ogen ziet, maar daarnaast hoop houdt op een waardige wereld (en dat ook uitdraagt). Eigenlijk ben ik te optimistisch. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek dat ik met Jan Paul van Soest in 2008 heb gepubliceerd: De Aarde heeft koorts. Hoewel we weliswaar een doemscenario van 4 graden opwarming als waarschijnlijkheid beschrijven blijken we daarbij op twee manieren veel te optimistisch te zijn geweest. In de eerste plaats is een opwarming van 4 graden of meer inmiddels vrijwel zeker, en in de tweede plaats zijn de door ons aldaar beschreven gevolgen verre onderschat. Bovendien besteden we in dat boek veel aandacht aan wat we er nog aan zouden kunnen doen, en spreken we de hoop uit dat dit ook gaat gebeuren. Maar zoals we allen weten is dat niet gebeurd, en zijn we ook wat dat betreft door de werkelijkheid achterhaald.

Wie echt wil weten hoe het er met de wereld voorstaat leze The Uninhabitable Earth  van David Wallace-Wells uit New York Magazine. **) Als u dat doet moet u wel doorlezen tot het eind, anders eindigt u in een depressie. De laatste alinea biedt nog enige hoop.

Maar de vraag is natuurlijk wel, als het er echt zo rampzalig voorstaat met onze wereld, en er nog maar zo weinig aan te doen lijkt, waarom zouden we daar dan nog aandacht aan geven? Daar worden we dan immers alleen maar treurig van? Waarom zouden we niet leven vanuit een houding van’ Na ons de zondvloed’?

Toch denk ik dat het wel degelijk zinnig is om de werkelijkheid zoals die is onder ogen te zien, hoe beroerd er dat ook uitziet. Maar het hangt er daarbij wel van af hoe we met die waarneming omgaan. Daarover hoop ik de volgende week met u te spreken.

 

*) Zie bijvoorbeeld het interview met Kate Raworth, econoom, in NRC/Handelsblad van 17 Januari j.l.

**) http://nymag.com/daily/intelligencer/2017/07/climate-change-earth-too-hot-for-humans.html

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Na ons de zondvloed?

Zouden ze nu echt niet beter weten, of doen ze maar alsof? Zijn ze dom of leiden ze ons om de tuin? Deze vraag komt bij me op als ik zie dat de overgrote meerderheid van onze politici, managers, leiders, ambtenaren – kortom zij die deze samenleving vorm geven, nog steeds doen alsof een temperatuurstijging van 2 graden een haalbare kaart is. En als ik zie dat ze uitgaan van een zeespiegelstijging van enige tientallen centimeters.

Bij het KNMI zijn ze iets wijzer. Zij gaan uit van een ‘worst case scenario’ van 1,20 meter in 2100. Dat zouden we in dit land nog net aankunnen met onze huidige watertechnologie. Maar volgens recent onderzoek kan het ook wel 2 meter worden. . .

Dat zegt de heer L. Meijer, klimaatdeskundige en onderhandelaar namens Nederland voor het akkoord van Parijs, in een bijdrage van zijn hand in NRC/Handelsblad van 3 juni. Hij laat ook nog een ander geluid horen: de stijging van de zeespiegel kan wel doorgaan tot 15,00 meter in 2500. Dat is geen zeker, maar wel een mogelijk scenario. Een ware zondvloed, waarbij de inmiddels waarschijnlijk gehalveerde mensheid samen klit op de hooglanden van deze wereld  – als we inmiddels niet op een andere manier zijn omgekomen. Wij Nederlanders zijn dan al lang klimaatmigranten geworden.

Wat is beter – deze ontmoedigende waarheden onder ogen zien, of, zoals onze leiders en hun medewerkers doen, leven in een illusionaire wereld? Per slot van rekening komt de zondvloed pas na ons.

Bij mij werkt het beter als ik de waarheid onder ogen zie. Niet dat ik daar veel vrolijker van word, maar het maakt me, vreemd genoeg, minder angstig en woedend. Er komt dan ook ruimte om de pijn en het verdriet te voelen om alles wat misschien verloren kan gaan. En zoals Etty Hillesum zegt: verdriet ” hoort bij het leven en het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in z’n zinloosheid.” *) Juist door dit alles toe te laten komt er ruimte vrij voor andere gevoelens. Zoals vele leraren me geleerd hebben: de waarheid maakt me vrij. Vrij om mijn gedrag en mijn toekomstbeelden te kiezen, schoonheid te ervaren, te hopen en het leven te vertrouwen ondanks alles. Want uiteindelijk weten we natuurlijk niet wat de toekomst voor ons in petto heeft. Ook daarvoor zijn vele scenarios denkbaar. Een daarvan is een moeizame weg naar uiteindelijk een stralende toekomst: een verkleinde mensheid levend in harmonie en vrede op een kleiner stuk land (en misschien wel op kunstmatige eilanden – de zogenaamde Noach-eilanden) met een diep religieus bewustzijn. Het zou zo maar kunnen.

 

*) Het verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943 (ingeleid door Jan Geurt Gaarlandt), Haarlem: De Haan, 1981. (34e druk 2014: ISBN 978-94-6003-726-9)

Datum Door erik.van.praag 4 Reacties

Ons stukje van de planetaire puzzel.

In De Groene Amsterdammer van vorige week las ik dat de tien bedrijven in Nederland die de grootste bijdrage leveren aan de CO2 uitstoot in feite nog geen wezenlijke stappen hebben gezet om die uitstoor te verminderen, en ook niet voornemens zijn dat binnen afzienbare tijd te doen.  De uistoot is nog even groot als tien jaar geleden. Van de energietransitie waarover in Nederland sprake is  komt zodoende natuurlijk niets terecht. Het is dus niet alleen de overheid die in gebreke blijft.

Reden te meer om ons in gebed tot onze partners in de subtiele werelden te wenden, zoals ik in de vorige blogs heb beschreven. Maar nadat we ons in gebed tot hen gewend hebben, komt het weer op onszelf aan! Hoe kunnen wij ons aandeel leveren bij het helen van de wereld en het redden van de mensheid? Wat kunnen wij in deze wereld manifesteren, creëren, zichtbaar maken?

Van belang is dat we allereerst vast stellen wat het is dat we werkelijk willen. Is dat een wereld waarin de opwarming beperkt is tot twee graden? Of willen we feitelijk een wereld waarin de mensheid op liefdevolle en daardoor effectieve wijze omgaat met de problemen die ontstaan zijn door een opwarming van twee graden of meer? Ik voor mij geloof niet meer in de eerste visie, dus richt ik me op de tweede.

Hoe dit zij, wat je visie ook is: denk groot! Ook als eenling kan je al veel bereiken, met name als je daarbij ook samen werkt met anderen die hetzelfde willen.  (Zie bijvoorbeeld wat Boyan Slat te weeg brengt in verband met het opruimen van de plastic soep in de oceanen). Hoeveel machtiger word je dan niet als met elkaar aan de slag gaat.

Maar overigens gaat het er om dat datgene wat je wilt manifesteren in lijn is met de vraag die je voorgelegd hebt aan de subtiele werelden (zie mijn vorige blog). Je wilt immers met je partners aldaar samenwerken? En ook is het van belang dat wat je wilt manifesteren een expressie is van wie je bent en wilt zijn. Manifesteren tegen je eigen natuur en de levensstoom in zal niet lukken (Over hoe effectief te manifesteren heb ik eerder geschreven in Spiritueel Leiderschap).

Hoewel ik je aanraad om niet te beperkt te denken, gaat het er toch om jezelf niet te overschreeuwen. We zijn niet allemaal een Boyan Slat. Iedere bijdrage aan een humanere wereld is welkom en nodig, ook al lijkt het misschien een druppel op een gloeiende plaat. Doe gewoon wat je hand en je hart te doen vinden. Maar vermijd de valkuil om in het wilde weg maar wat te doen. Manifesteren is iets anders dan handelen: je actie dient organisch uit het manifestatie proces voort te komen. Een criterium om vast te stellen of je goed bezig bent is vreugde en voldoening. De partners in de subtiele werelden willen waarschijnlijk graag met ons samenwerken. Als je daarentegen iets wilt forceren is frustratie je deel.

Onze collectieve bestemming is te zien als een grote legpuzzel. (Het beeld is van Danaan Parry). Je hebt een stukje van die legpuzzel in handen. Zonder dat stukje is de legpuzzel nooit te maken. Moge jij je plekje voor jouw stukje vinden. . . Dat is het wonder waarover ik eerder sprak, en als dat bij velen van ons gebeurt kun je spreken van de wederkomst; het paradijs op aarde.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

In gesprek met de subtiele werelden.

Prachtig, zoals in reactie op de weerstand tegen maatregelen om het klimaatprobleem aan te pakken, er allerlei bewegingen ontstaan die die aanpak juist bevorderen. Protestbewegingen, maar ook nieuwe technologische ontwikkelingen, en bedrijven en overheden die eindelijk bij zinnen komen (onze overheid nog niet, helaas). Niettemin zullen we er niet in slagen de opwarming beneden de twee graden te houden, zoals ik in vorige blogs heb laten zien – het zal eerder drie of vier graden worden – en dat vormt een directe bedreiging voor de mensheid. We hebben hulp nodig van onze partners in de onzichtbare werkelijkheid. Om die hulp kunnen we vragen in gebed.

Gebed is een dialoog met een onzichtbare gesprekspartner. Dat hoeft niet God te zijn, het kan eigenlijk ieder wezen zijn uit de subtiele werelden. Je hoeft in het bestaan van hen niet echt te geloven, maar je moet dan wel doen alsof je gelooft. De kans dat je dan echt gaat geloven is overigens niet denkbeeldig.

Over gebed heb ik eerder geschreven *) maar voor nu beperk ik me tot het volgende. Een gebed is vooral luisteren: wat heeft de subtiele wereld me te zeggen? Die boodschap kan komen in woorden, maar ook in beelden, intuïtie, inspiratie, min of meer vage gevoelens of gewaarwordingen, hoe dan ook. Het kan soms lang duren, maar als je open en verwachtingsvol bent komt die boodschap eigenlijk altijd. Geduld! Het is overigens niet altijd een boodschap die we graag horen. We hebben soms de neiging ons onwelgevallige boodschappen weg te drukken. Daarom is het van belang dat we luisteren met open oor en open geest.

Maar soms willen we ook wat zeggen: iets (mee)delen, of in dit geval iets vragen: hulp bij de genezing van de wereld (de natuur, waarvan we zelf deel uitmaken). Die vraag moet geboren zijn uit gevoelde nood, anders werkt het uiteraard niet. En verder moet de vraag ook een gift inhouden: onze bereidheid om samen te werken met onze partners in de subtiele wereld, en daar zonodig offers voor te brengen. We moeten voorts bereid zijn ons over te geven aan de inzichten en aanwijzingen uit de subtiele wereld. Overgave is, zoals ik vaker heb gezegd, iets heel anders dan onderwerping. Bij overgave blijven we zelf verantwoordelijk, we geven onze autoriteit niet op. In tegendeel: we versterken die juist.

Het is belangrijk dat we de vraag maar één keer stellen. Als we het vaker doen, wordt het al gauw gezeur. We moeten er op vertrouwen dat we gehoord worden. Daarom is het van belang dat we de vraag pas stellen als we er echt klaar voor zijn: de vraag moet komen vanuit ons diepste zelf. Hij moet gesteld worden met hart en ziel. En er moet voldaan zijn aan de voorwaarden die ik in vorige blogs en ook hierboven heb genoemd. Beter wachten, dan de vraag stellen als we er eigenlijk nog niet klaar voor zijn.

Gehoord worden betekent niet dat ons gebed ook verhoord wordt. Vragen staat vrij, maar het recht van weigeren behoort daarbij. Wij weten natuurlijk niet wat de overwegingen zijn van onze partners om al dan niet aan onze wensen te voldoen. We kunnen ook niet weten op welke wijze ons gebed eventueel verhoord wordt. Het kan wel zijn dat het in een heel andere vorm komt dan we verwachten, en zoals gezegd  kan het ook zijn dat we een boodschap krijgen die ons helemaal niet uitkomt.

In elk geval zal een vervulling van onze wensen en verlangens komen door middel van ons zelf. Zoals ik al eerder zei: het is niet zo dat onze onzichtbare partners de zaken wel even voor ons oplossen. Dat zal altijd moeten gaan via ons eigen bewustzijn en ons eigen handelen. Daarmee kom ik op de wetten van manifestatie, waar ik in een volgend blog op zal ingaan.

 

*) https://www.bol.com/nl/p/gebedsboekje-voor-zoekers/1001004010181124/#modal_open

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Wij buigen in deemoed het hoofd. . .

Wij mensen hebben een collectieve structuur ontworpen die schadelijk is voor de wereld waarin we leven. Dat is al begonnen met de landbouwrevolutie, en daar zijn de industriële revolutie en de informatie-revolutie op gevolgd. Dat is gepaard gegaan met maatschappelijke en economische ontwikkelingen – natiestaten, kapitalisme, neoliberalisme -, die  geleid hebben en nog steeds leiden tot geweld, ongelijkheid in vermogen en inkomen en tenslotte uitputting van de aarde. Dat neemt de individuele verantwoordelijkheid niet weg, maar het is niettemin voor een individu bijzonder moeilijk zich aan ‘het systeem’ te onttrekken. Weshalve we allemaal medeplichtig zijn aan de negatieve effecten van het systeem.

Het heeft weinig zin om ons daarover schuldig te gaan voelen, maar enige bescheidenheid  en nederigheid is daarentegen wel op zijn plaats. We mogen blij en trots zijn op de mooie dingen die we als mensheid bereikt hebben: kunst, wetenschap, democratie en een toenemende welvaart voor velen van ons, maar moeten tegelijkertijd de ogen niet sluiten voor wat we elkaar en de planeet aandoen.

“Gezegend zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven”. Het ontwikkelen van zachtmoedigheid is de tweede voorwaarde voor een effectief verzoek om hulp aan onze partners in de transcendente werkelijkheid, waarover ik in mijn vorige blog kwam te spreken. Hulp die we nodig hebben om de klimaat problematiek te overleven.

Het woord zachtmoedigheid bevat twee aspecten: zachtheid en (ge)moed. Als we zachtmoedigheid in onszelf willen ontwikkelen, zullen we zachter moeten worden. Ons hart zal open moeten staan voor mededogen voor en verdriet om de pijn van de wereld en de onmacht van de mensheid. Tegelijkertijd zullen we moed moeten ontwikkelen: moed om de werkelijkheid waarin we ons bevinden onder ogen te zien.

Als we dusdoende ons geloof in de transcendente wereld, in de mogelijkheid van wonderen en een leefbare toekomst (zie mijn vorige blog),  en zachtmoedigheid hebben ontwikkeld zijn we klaar om hulp te vragen aan de wezens in de ‘subtle realms’. We doen dit in gebed.  Velen van ons zijn niet gewend te bidden – daarom ga ik daar in een volgend blog op in. Maar nu al vast dit: we kunnen niet verwachten dat onze partners in de ‘subtle worlds’ dit eventjes voor ons gaan oplossen. We moeten zelf ook een substantieel aandeel leveren. Wat en hoe? Ook daarover kom ik later te spreken.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Be realistic, plan for a miracle.

Zoals ik in mijn vorige blog zei ziet het er niet naar uit dat de mensheid op eigen kracht het klimaatprobleem gaat oplossen. Daarom hebben we hulp nodig, hulp van buiten, van boven, vanuit de transcendente werkelijkheid. Maar die hulp komt niet vanzelf. We zullen daarom moeten vragen. En omdat op een effectieve manier en vanuit een bescheiden houding te kunnen doen zullen we ons moeten voorbereiden.

Een van de eerste voorwaarden voor een effectief verzoek om hulp is dat we in de mogelijkheid daarvan moeten geloven. Geloven we in een transcendente wereld van waaruit ons hulp kan worden geboden? Voor velen van ons is dat pure fantasie, wensdenken. Anderen, die de mogelijkheid van het bestaan van een transcendente wereld niet uitsluiten worden niettemin geplaagd door twijfel: bestaat die wereld wel, en bekommeren de wezens daar zich ons om ons lot? Zelfs diegenen die gelovig of godsdienstig zijn kennen die twijfel: geloof zonder twijfel is per definitie onmogelijk (wat niet betekent dat gelovigen  zich steeds van die twijfel bewust zijn).

Hoe gaan we om met twijfel? In elk geval niet het wegstoppen of onderdrukken; daar wordt het alleen maar sterker van. Het beste is deze twijfel rustig onder ogen te zien, maar ons tegelijkertijd te realiseren, dat we ook nooit zeker kunnen weten dat de transcendente wereld niet bestaat, en dat de daarin levende wezens zich niet om ons bekommeren. Het is dus niet realistisch niet te hopen, zoals mijn goede vader reeds zei. Wonderen zijn altijd mogelijk. En als we met deze houding naar de wereld om ons heen kijken, dan zien we hiervoor ook de bewijzen. In mijn vorige blog noemde ik al de praktijk van de Findhorn community, maar er is veel meer. De wereld, het leven als geheel, is een wonder, dat nooit geheel door de natuurwetten kan worden beschreven en begrepen. Er is altijd ruimte voor het mysterie en wonderbaarlijke gebeurtenissen. ‘Miracles are natural. When they do not occur, something has gone wrong.” (A Course in Miracles)

Deze houding van een open staan voor de toekomst, verwachtingsvol zijn zonder pessimisme maar ook zonder irrealistisch optimisme, is de eerste voorwaarde voor een effectief verzoek om hulp. Over de tweede voorwaarde kom ik in een volgend blog te spreken.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Dood en herrijzenis, de wereldcrisis in een wonder (Pasen 2017).

In de oude Esseense en Iers-Keltische tradities is de periode voor Kerstmis (voorafgaand aan de winterzonnewende) er een van inkeer en bezinning,  om dan in de periode naar Pasen toe de aandacht weer meer op het handelen in de buitenwereld te richten, in harmonie met de ontluikende natuur (Essene Book of Days). Maar in de Christelijke traditie is de vastentijd vanaf aswoensdag, culminerend in de stille of lijdens-week voor Pasen, eveneens een periode van bezinning.

Zelf heb ik wel wat me beide periodes. In de vastenperiode onthoud ik me van snoepen en alcohol, zoals tegenwoordig velen doen, om me wat los te maken van de routine van alledag. Bij  de avondmeditatie draaien we klaagliederen of passiemuziek. Dit alles culmineerde dit jaar in een aantal bijzondere gebeurtenissen, die ik hier kort zal memoreren (voor een meer uitvoerige rapportage is dit blog niet geschikt, helaas).

Afgelopen zondag woonde ik een uitvoering bij van de Kanon Pokajanen van Arvo Pärt, een boetekanon gebaseerd op teksten uit de traditie van de Russisch-orthodxe kerk. Meestal vind ik het bijzondere van goede vocale muziek dat tekst en muziek elkaar zo prachtig kunnen versterken, maar hier werkte dat niet voor mij. De muziek was prachtig en werd schitterend uitgevoerd door Cappella Amsterdam, maar de tekst was zo zwaar van schuld en boete, dat ik er door werd afgeleid, en begon na te denken over wat wij (ikzelf incluis)  zo verschrikkelijk verkeerd doen in de wereld. Ter illustratie:

Ik las eergisteren  in Trouw dat het ‘Great Barrier Reef’, een van de 20  cruciale ecosystemen in de wereld, op sterven na dood is ten gevolge van de opwarming. Dit kan een kettingreactie inluiden van de ineenstorting van de andere ecosystemen, en als dat gebeurt helpe God ons de brug over. Tegelijkertijd las ik dat de Australische regering eigenlijk niets doet om dit rif te beschermen. Net als Trump ontkent die regering het klimaatprobleem, en staat op het punt een nieuwe kolenmijn te openen. We kunnen hier in Nederland erg verontwaardigd over doen, maar intussen zijn we hier verwikkeld in complexe onderhandelingen over het klimaatbeleid, waarbij Rutte en Buma er alles aan zullen doen om het programma van GroenLinks af te zwakken, dat op zichzelf al onvoldoende is om de opwarming tot 2 graden te beperken (zelfs als het zou worden overgenomen door de rest van de wereld).

Andere gebeurtenissen in onze  vastentijd: Eerder deze maand woonde ik een Mattheus Passie bij van de IJ-salon in een scenische uitvoering. Ook geen vrolijk werkje, maar toch beter te verdragen, omdat er een duidelijke verhaallijn in zit en Bach’s muziek veel minder zwaar is dan die van Pärt. Ontroerende uitvoering. En gisteravond zongen we met ons koor de Johannes Passion in het Concertgebouw. Ongeloofijk hoe actueel dat werk is, als je kijkt naar de volkswoede en de vreselijkste dingen die worden gezegd en gedaan.

Maar het hoogtepunt van de afgelopen weken was voor mij het transformatiespel dat ik mocht begeleiden in het kader van de Leiderschapsacademie voor de Energietransitie (zie: http://www.greenbridges.nl/contact/).Voor lezers die het spel niet kennen: het is een bordspel, waarbij de deelnemers symbolisch hun eigen levensweg aflopen, aan de hand van een persoonlijke levensvraag. Zonder uitzondering maakt het op de deelnemers een diepe indruk, en verschaft het baanbrekende inzichten. In dit geval belandden de deelnemers in een wereldcrisis, terwijl er tegelijkertijd een wonder plaats vond. Zij die het spel kennen weten hoe bijzonder dat is. En dat vond ik een prachtige metafoor voor deze tijd.

In mijn ervaring is het spel een spiegel van de werkelijkheid, en ik ontleende dan ook hoop aan deze gebeurtenis. Als we zonder al te veel kleerscheuren de klimaatcrisis willen overleven is er echt een wonder nodig, een transcendente gebeurtenis. Een overwinning van het leven op de dood. En is dat niet precies de betekenis van Pasen? Het transformatiespel laat zien dat dit mogelijk is. Maar we zullen er wel voor moeten werken en een regelmatig gebed op zijn tijd is ook niet weg: Ora et labora (bid en werk).

Ik wens u een hoopvol Pasen!

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Pretentie en mystificatie.

“Burgers willen wel duurzamer, maar niet minder consumeren. Overheden willen best vergroenen, zolang het maar geen pijn doet in de koopkrachtplaatjes. En bedrijven zijn niet langer de boeman, maar onderdeel van de oplossing.” Dit is een citaat uit een gedegen artikel in De Groene Amsterdammer van 23 maart j.l. over Unilever: Duurzaamheid uit een pakje *)

“Unilever wil zijn omzet verdubbelen en zijn milieu-impact met de helft verminderen. Dat is revolutionair; het is nog geen enkel bedrijf gelukt.” (Dit is een citaat uit een college op Nijenrode van professor ‘Sustainable Business and Stewardship’ André Nijhof, docent in good practices van bedrijven.) En, maar dat zegt de professor niet, dat gaat Unilever ook niet lukken. Dat blijkt duidelijk uit bovengenoemd artikel (een ‘must read’ voor wie in dit soort zaken geïnteresseerd is). En naar mijn mening zal dat op redelijke termijn geen enkel productiebedrijf lukken. Want omzet of winst vergroten vraagt meer grondstofffen, en draagt bij tot de ‘global warming’, hoe maatschappelijk verantwoord je dat ook probeert te doen. Misschien is in de verre toekomst een volledig circulaire economie zonder CO2 uitstoot technisch mogelijk, maar daarvan zijn we nog zeer ver verwijderd, en tot zolang is een doelstelling als die van Unilever een onhaalbare utopie.

In genoemd college vraagt een student zich af:  “Wordt de wereld er eigenlijk wel beter van als wij onze omzet verdubbelen”. Niet relevant, oordeelt de professor  streng. ‘Een non-discussie.” En hiermee wordt de wezenlijke discussie uit de weg gegaan.

Paul Polman, de CEO van Unilever geldt als de duurzaamheidskampioen van het bedrijfsleven. Hij heeft binnen Unilever het ‘Sustainable Living Plan’ gelanceerd en wordt daar alom voor geprezen. Volgens Polman is Unilever ‘de grootste NGO ter wereld’. Unilever werkt samen met Oxfam, Wereldnatuurfonds en andere NGO’s. De Verenigde naties roepen Polman uit tot ‘Champion of the Earth’, de hoogst mogelijke milieu-onderscheiding.

Ik word van dit alles lichtelijk onwel. Natuurlijk is het goed dat Unilever en andere bedrijven aandacht geven aan de duurzaamheid van hun productieprocessen, en dat ook uitdragen. Maar als dan tegelijkertijd blijkt dat Unilever haar duurzaamheidscriteria aanpast aan wat er mogelijk is, en dat Unilevers duurzame landbouw nauwelijks afwijkt van de reguliere landbouw; als je ziet dat hun streven naar het duurzaam verbouwen van palmolie nog lang niet bereikt is (en ook niet bereikt kan worden, terwijl ze dat wel pretenderen), en als je ziet dat ze streven naar een giga vergroting van hun omzet in cosmetica producten, dan kom je vanzelf uit bij de vraag van die student op Nijenrode.

Ik word niet goed van de pretentie en de misleidende woorden waarmee dit duurzaamheidsstreven gepaard gaat. Voor een werkelijk duurzame wereld is een totale omslag van ons denken nodig, waaruit dan een totale herstructurering van onze samenleving kan voortvloeien, en bedrijven zoals Unilever, met in hun voetspoor professors zoals Nijhof dragen daar niet aan bij, om het maar eens gematigd uit te drukken. In tegendeel, hun mystificatie bevordert dat we over dit soort vraagstukken niet echt gaan nadenken.

Dit is geen aanklacht specifiek bedoeld voor Unilever – het geldt het hele bedrijfsleven, met name die bedrijven die pretenderen een wezenlijke bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. Het zou mooi zijn als die bedrijven zich wat realistischer en bescheidener zouden opstellen. Wel vragen aan het het nieuwe kabinet om miljarden te spenderen voor een groene politiek, maar zelf alleen maar vage intenties uitspreken in plaats van concrete investeringen toe te zeggen. Kom  niet alleen halen, kom eerst eens wat brengen, zeg ik samen met Marike Stellinga (NRC/Handelsblad van j.l. dinsdag).

Kortom, wees waakzaam en doorzie de pretenties. Volgende week ga ik in op een mystificatie op dit gebied in de politiek.

 

*)door Daphné Dupont–Nivet, Anouk Ruhaak, Marije Schuurs, Jaap Tielbeke & Emiel Woutersen

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Van ‘Tja. . .’ naar ‘Ach. . .’

In mijn vorige blog schreef ik dat mijn reactie op de uitslag van de verkiezingen niet veel verder kwam dan ‘Tja. . . ‘. Maar nu heb ik een diepere gedachte. Dat kwam zo.

Vorige week woonde ik een prachtige scenische uitvoering van de Matheus Passie bij door de IJ- salon. Het deel na de pauze begint met de aria: “Ach, wo ist mein Jesus hin?’, hier gezongen door de zowel qua stem als uiterlijk beeldschone alt Rosina Fabius (een naam om in de gaten te houden). In deze aria zingt ze haar vertwijfeling uit na de gevangenneming van Jezus. In deze aria komt 11 keer het woord ‘Ach’ voor. (Dominee Klaas Vos dacht dat dit verwees naar de elf apostelen – Judas is dan immers al afgevallen).

Deze aria was voor mij de aanleiding tot een contemplatie over het woordje ‘Ach’. Er zijn maar weinig tussenwerpsels in de Nederlandse taal die zoveel kunnen uitdrukken: verdriet (zoals in de aria), medelijden, medeleven, meewarigheid, verwondering, onverschilligheid (zoals in de uitdrukking: ‘Ach, wat kan mij dat schelen!’), verbazing, een klacht, en nog veel meer. Maar het wordt zelden zonder emotie gebruikt. Daarom was het voor mij een goede reactie op de uitslag van de verkiezingen.

Zoals ik die uitslag waarneem zijn er vrijwel uitsluitend verliezers. Kijk maar naar de uitslag: Rechts: 60 zetels, Links: 42 zetels, Populisten: 29 zetels (hebben in de peilingen op 37 zetels gestaan!), gematigd/midden (D66): 19 zetels. Je kunt het ook wat anders indelen, maar de trend is duidelijk. Tegelijkertijd beschouwen alle lijsttrekkers, behalve die van de PvdA, zich als winnaars. Interessant. Met enig recht zouden Pechtold en Klaver zich wel winnaar kunnen noemen, maar hun ruimere doelen zijn niet bereikt; een breed midden, respectievelijk een krachtig links. Ik vermoed dat hun invloed beperkt zal blijken.
De allergrootste verliezer is echter het klimaat. Met een beetje goede wil tel ik 52 zetels als voorstanders van een klimaatbeleid dat enig hout snijdt (overigens bij geen van die partijen wordt de problematiek ten volle onderkend, behalve misschien bij de Partij voor de Dieren). Dat is natuurlijk wat meer dan een paar jaar geleden, maar het is toch treurig dat er voor dit levensbedreigende probleem – we hebben nog maar twee decennia de tijd om het allerergste, waar onder de ondergang van Nederland, te voorkomen – slechts bij een derde van de kamerleden aandacht is. Ik zou pas blij geweest zijn met een verkiezingsuitslag waarbij dat bij de meerderheid van de kamerleden het geval zou zijn.

In twee jaar kan natuurlijk veel veranderen. Het kabinet kan vallen, er kunnen vervroegde verkiezingen komen, het kan ook zijn dat de rechtse partijen tot inkeer komen. Ik hoop dat het boek Drawdown, The 100 Things We Need To Do To Reverse Global Warming van Paul Hawkes zoveel impact zal hebben dat er wezenlijk wat verandert. Het komt uit eind april, dan kom ik er op terug.

Zoals gezegd is mijn reactie op de verkiezingsuitslag en de arme politici en de burgers van Nederland die hiermee moeten leven een welgemeend ‘ach. . . ‘ Daarin kan ik alle bovengenoemde emoties en betekenissen kwijt. Het is wat emotioneler en dieper vdan het ‘tja.. . ‘ van vorige week.

Datum Door erik.van.praag 2 Reacties