Tag archieven: verantwoordelijkheid

Schuldig?

Vergeten te stemmen? Gestemd op populistisch rechts?

Er is geen zonde zo groot als onwetendheid
(Joseph Rudyard Kipling)
Als jij jaarlijks naar Thailand vliegt, staan je kleinkinderen straks in de fik.Wil je dat?
(Frank Ankersmit in Trouw, d.d. 3 mei 2024)

Ik word een beetje moe van de excuus cultuur: excuses over het slavernijverleden, over oude oorlogen in Indonesië en Nieuw Guinea, over het gebrek aan verzet in WO II, kortom, over alles wat we verkeerd deden in het verleden. Ik vind die excuses goedkoop, zolang we niets wezenlijks doen aan de misdaden die we momenteel bedrijven. We brengen de wereld onnoemelijke schade toe door onze leefstijl en consumptiegedrag. Dat geldt ook voor hen die goedwillend zijn ten aanzien van klimaat, biodiversiteit, arbeidsomstandigheden elders in de wereld, of wat dan ook, zoals ik zelf. Ook ik doe mee aan die leefstijl, en zoals ik al vorige week schreef, daardoor voel ik me schuldig.*) Bovendien zijn we, zoals Karl Jaspers en Hanna Arendt stellen, medeplichtig aan het overheidsbeleid, ook al zouden we het zelf anders willen.

Vorige week weet ik onze gevoeligheid voor schuld aan de Christelijke traditie, maar het blijkt dat de beroemde Karel de Grote daar ook sterk aan heeft bijgedragen, met behulp van zijn retoricus Alcuinus. Dit wordt uiteengezet in een artikel in De Groene (15 mei 2024, nr. 20) van Thor Rydin. In dit artikel wordt verder beschreven hoe Karl Jaspers vier vormen van schuld onderscheidt: juridische, morele, metafysische (op grond van ethiek) en politieke. De eerste drie vormen komen alleen op individueel vlak voor, alleen de politieke is collectief. Jaspers stelt dat wij mensen de plicht hebben de politieke schuld om te smelten tot een morele: omdat politieke schuld zonder verdere morele begeleiding maatschappijen ontwricht en democratieën ondermijnt. Korter gesteld: de democratie mag niet alleen aan de politiek worden overgelaten.

Schuldig.

Het blog komt twee dagen eerder in verband met de Europese verkiezingen. Ik ben verantwoordelijk.
(antwoord van zuster Pilothea op de vraag wie er verantwoordlijk was voor de oorlogen in Joegoslavië)
Onwetendheid is geen onschuld maar zonde.
(Robert Browning)

Onze ‘beschaving’ is geworteld in de Christelijke traditie. Zonde speelt in die traditie een centrale rol. ‘De mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ (Heidelbergse catechismus). De erfzonde rust als een last op ons en volgens de hoofdstroom in het Christendom kunnen we van deze last verlost worden door de genade Gods, die we alleen kunnen ontvangen door het geloof in Jezus Christus en diens opstanding uit de dood. Met de secularisatie is de algemene verbreiding van dit dogma sterk afgenomen, maar in het verborgene leeft dit voort in de vorm van het gevoel tekort te schieten. Dat heeft te maken met de klimaat verandering. 96 % van de mensen weet dat de klimaatverandering plaats vindt en geheel of voor een deel door de mens wordt veroorzaakt; dat is dus ook door onszelf (bron: CBS). Tegelijkertijd beseft men dat we daar in feite te weinig tegen doen. We dragen bij tot de klimaatcatastrofe door ons consumptiegedrag en onze leefstijl. (Terzijde: daardoor dragen we ook bij tot uitbuiting en ellende in de wereld.) De meeste mensen zijn zich daar wel van bewust, maar er zijn ook velen die deze kennis over onszelf zo oncomfortabel vinden dat ze het bewustzijn daarvan onderdrukken. Maar uit de psychologie weten we dat de kennis daarmee niet verdwenen is; deze leeft onbewust in ons voort en heeft van daaruit zijn uitwerking. Een van de gevolgen daarvan is het algemene schuldgevoel. Het maakt daarbij niet uit of de wetenschap over de klimaatramp en onze eigen rol daarin volledig bewust is of niet. Ook dit schuldgevoel kan onderdrukt worden, maar is daarmee evenmin verdwenen. Het is in de plaats gekomen van het voorheen bestaand zondebesef, dat ons vatbaar heeft gemaakt voor dit nieuwe gevoel van tekort te schieten.

Het is mijn overtuiging dat we allemaal op de wereld komen met een levensopdracht. Die kan heel simpel zijn of wat meer gecompliceerd. We kunnen deze levensopdracht vinden door het antwoord op de vragen wat ik in dit leven te leren, te doen en te geven heb. Als het ons duidelijk is geworden wat onze levensopdracht is, en we die ook waar maken, leidt dat tot tevredenheid en voldoening, en vormt dat een effectief medicijn tegen de last van ons schuldgevoel. We kunnen dan een bevredigend leven hebben zonder het schuldgevoel te hoeven weg te stoppen. Het schuldgevoel en de voldoening kunnen dan naast elkaar bestaan. Als we daarentegen eigenlijk niet weten wat onze opdracht of bestemming is, of het gevoel hebben deze niet waar te malen, dan wordt het moeilijker. Een volledige levensvervulling is dan niet mogelijk.

llustratie van François Chifflart, voor La conscience van Victor Hugo

Tijdens mijn werkzame leven was ik wat dit betreft goed in balans: ik wist wat mijn levensopdracht was en maakte die zo goed als ik kon ook waar. Dat ik daarbij ook mislukkingen moest incasseren maakte niet uit, al vond ik dat best wel moeilijk. Maar nu ik sinds mijn 75e niet meer werk weet ik niet zo precies meer wat mijn levensopdracht is. Ik geloof in de uitspraak van Richard Bach: Here is a test to find whether your mission on earth is finished: If you are alive, it isn’t. Maar ik mag hangen als ik weet wat mijn missie nu is. En inderdaad, nu heb ik meer last van mijn schuldgevoel. Werk aan de winkel: mijn missie vinden dan wel leren hoe om te gaan met het schuldgevoel. Over dat laatste kom ik nog te spreken.

Individualisme 2.0

Bij duurzaamheid denken veel mensen toch al snel aan de hoogte van de energierekening en aan zonnepanelen op ons dak. 
(de Kunst van Wel – Liekje Welten/Imke Musterd)

Maar om een werkelijk duurzame maatschappij te bereiken is wel meer nodig dan beschreven in bovenstaande uitspraak. Zoals Liekje en Imke zeggen: nodig is een nieuw en groeiend bewustzijn, dat de plaats inneemt van een leefwijze zoals die de afgelopen eeuwen vorm heeft gekregen en waarin ons streven naar materieel gewin centraal staat. Dat vraagt om een nieuwe levenshouding, waarvoor Liekje en Imke de term individualisme 2.0 muntten. Om ze nogmaals te citeren: Als ieder van ons bewust is van zijn diepere waarden en verlangens,  en in contact leeft met zijn hart en lijf, dan zorgen we goed voor onszelf en spreekt het vanzelf dat we ook goed voor onze naasten en voor onze leefwereld willen zorgen.

Rutger Bregman stelt, zoals bekend dat alle, of althans de meeste, mensen deugen. Ik ben het daar niet mee oneens, maar alle mensen deugen ook niet. Het goede en het kwade leeft allebei in ons. Het nadeel van dit gezichtspunt is echter dat het een sterke morele kant heeft: het kwade is verkeerd, en we hebben de neiging de mensen die niet het goede kiezen te veroordelen. Zo lopen we ook de kans om negatief te oordelen over hen die niet gaan voor individualisme 2.0.

Ik houd niet van deze moralistische houding in mezelf. Daarom was ik blij met het artikel van Jos de Mul in De Groene Amsterdammer van 6 juli.*) Op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek stelt hij dat wij mensen van nature (dus biologisch verankerd) zowel een centrische als een excentrische positionaliteit bezitten. Wat wil zeggen dat we enerzijds gaan voor het naakte eigenbelang maar anderzijds ook het vermogen hebben om ons in de buitenwereld te verplaatsen.We kunnen voorbij ons egocentrisme denken, en bijvoorbeeld denken aan het belang van de andere dieren.

Dus ja, we hebben een keuze, en dus zijn we verantwoordelijk. Als we geen keuze zouden hebben zouden we dat niet zijn. Maar het is geen keuze of/of, maar een keuze en/en, zoals ook Liekje en Imke zeggen in bovenstaand citaat. Het valt me op dat als ik op deze manier naar mensen en mezelf kijk ik minder snel verval in morele oordelen, al hoop ik natuurlijk nog wel dat we de wijsheid ontwikkelen om de traditie van eeuwen te doorbreken en onze excentrische positie sterk laten meespreken. Liekje , Imke en Nanda organiseren eind augustus een summerschool, die je bij die transitie kunnen ondersteunen: https://dekunstvanwel.nl/events/summerschool/. Lees die website!

Summerschool Lijf, Lied & Levenskunst
Een veilige bedding om iets nieuws in jezelf aan te boren. En voorts plezier, ontspanning en samenzijn.

*) Er staat veel meer in dit artikel, zeer lezenswaardig en aanbevolen.

Je stem telt.

Je neemt 100% verantwoordelijkheid voor je leven. – Dank je
(Inzicht/feedback die je kan ontvangen in het Transformatiespel*)

In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld of we er verantwoordelijk voor zijn (en dus in staat zijn) de klimaatcatastrofe het hoofd te bieden, of dat de uitkomst is voorbeschikt. En als we verantwoordelijk zijn moeten we dan gehoorzaam zijn aan een externe, bovenpersoonlijke, transcendente autoriteit die uiteindelijk zal boordelen of we juist of niet juist hebben gehandeld; of zijn we wezenlijk vrij in onze beslissingen?

Degenen die me kennen en me al een tijdje hebben gevolgd weten wel dat ik er voor kies de laatste optie te geloven. Maar als dat zo zou zijn, dan verbaast het me hoe weinig mensen de daaruit de konsekwentie trekken. Dat geldt ook voor mezelf; ik heb daarover in mijn blog van 16 februari gesproken. Het is nu wel algemeen bekend dat we door de klimaatcatastrofe als mensheid groot gevaar lopen – ik noemde dat eerder een catastrofe in slow motion – maar we trekken daaruit voor ons gedrag geen of weinig consequenties. In meerderheid blijven we vliegen, vlees eten, consumeren (kleren!) enzovoort aslof er niets aan de hand is.

Het is natuurlijk moeilijk om uit onze comfort zone te komen, en wat van de luxe waarin we leven op te geven. Dat geldt ook voor mezelf. Het laaghangend fruit – geen vlees meer eten, niet meer vliegen, korter douchen, de verwarming wat lager, geen nieuwe kleren meer kopen behalve het meest noodzakelijke ondergoed, enz. – heb ik intussen geoogst. Ik acht dat geen verdienste, want ik doe het gewoon omdat ik me er beter bij voel. Daarmee is mijn voetafdruk verlaagd tot 4,25 ha, maar dat is nog heel ver verwijderd van de 1,7 ha waar ik recht op heb. Maar om in die richting te komen zou ik werkelijke offers moeten brengen: vakantie opgeven, auto wegdoen, niet meer douchen, binnentemperatuur veel verder verlagen, niet meer uitgaan, enz.,enz. Kortom, vrijwel alles opgeven wat mijn leven aangenaam maakt, al zou ik natuurlijk nog kunnen genieten van alles wat gratis is: wandelen bijvoorbeeld. Als ik alles wat ik enigszins zou kunnen missen zou opgeven maar in mijn huidige huis zou blijven wonen zou mijn voetafdruk toch nog 2,62 ha bedragen. Hoe dit zij, ik ben daartoe voorshands niet bereid. Ik kan daar allerlei (drog)redenen voor aanvoeren , maar die wou ik u maar besparen. Feit is dat ik me net zo gedraag als veruit de meeste mensen.

Aristoteles

Wat moeten we hier nu mee? Wel, ik denk dat het in elk geval nuttig is ons van ons gedrag bewust te blijven en met het ongemak daarvan te leven. Dat hoeft, naar ik uit ervaring weet, een gelukkig leven niet in de weg te staan. Ongemak en levensvreugde kunnen naast elkaar bestaan – sterker: het toelaten van ongemak kan de levensvreugde verdiepen, want we hoeven dan niets meer weg te stoppen. Bovendien zal dit bewustzijn op subtiele wijze ons gedrag gaan beïnvloeden – bij voorbeeld onze stem verheffen en onze stemkeuze bepalen bij de verkiezingen van morgen. En ten slotte, laten we ons de wijsheid van Aristoteles herinneren: Het kan niet anders dan dat de middenweg in het leven het beste is.

.

*) Zie elders op deze website (Spelen voor het leven). Deze feedback is een van de twee diepste inzichten die je in het spel kunt verwerven. Een ander inzicht uit het spel is: Plezier hebben in je leven betekent niet dat je pijn vermijdt.

Timshel

Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen, maar jij moet sterker zijn dan deze. (Genesis 4:7)

Disclaimer: Veel wat ik in dit blog aan de orde stel is al eerder neergeschreven (John Steinbeck, East of Eden, en bijvoorbeeld: https://peterdejaegher.com/2016/02/11/timshel/.) Niettemin heb ik er voor gekozen er ook zelf nog eens op in te gaan. Excuses voor de lezers die hier al alles over weten.

De bijbel is nog geen vier bladzijden oud of de mensheid wordt al twee keer opgezadeld met de erfzonde. De eerste keer is de bekende zondeval (Genesis 3); de tweede keer is de val van Kaïn nadat de Heer zijn offer had afgewezen. Tussen beide verhalen is een belangrijk verschil.

Na de eerste zondeval wordt de mensheid zonder meer gestraft. Dat heeft er toe geleid dat de leer van de erfzonde – wij zijn alzo verdorven, dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad (Heidelbergse catechismus) – in Christelijke kringen wijd verbreid is. Slechts de genade Gods kan ons redden – tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden (Heidelbergse catechismus, vervolg).

In het geval van Kaïn ligt dat anders – zie het citaat hierboven, dat de reactie van God is op de woede van Kaïn. Opvallend is dat in alle bijbelversies die ik heb gelezen het woordje moet is gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse timshel. Zo vertaald klinkt het als een bevel; vriendelijker geformuleerd, een opdracht. Het kan echter ook vertaald worden als zal, en dan is het meer een voorspelling, iets wat is voorbeschikt. En tenslotte is de meest voor de hand liggende vertaling: kan. Dan wordt de verantwoordelijkheid geheel gelegd bij Kaïn: je hebt een keuze.

We zien dat achter deze vertalingsmogelijkheden drie verschillende levensbeschouwingen schuil gaan. Wat zegt het over de westelijke cultuur dat vanaf de middeleeuwen timshel steeds vertaald is als moet, (Engels: must) terwijl de vertaling kan dichter bij het oorspronkelijke Hebreeuws schijnt te liggen (hierover kan ik niet zelf oordelen – want ik ben geen kenner van het bijbels Hebreeuws. Ik moet dus afgaan op het oordeel van ter zake kundigen).

Wat denkt u, welke visie overheerst in de hedendaagse Westerse cultuur, die in de wereld zo dominant is geworden? Als we deze vraag bijvoorbeeld toepassen op de klimaatcatastrofe: is de uitkomst onvermijdelijk (voorbeschikt), is de uitkomst afhankelijk van of we een bevel of opdracht uitvoeren van een externe instantie die beslist wat juist en niet juist is, of zijn we zelf verantwoordelijk en hebben we een keuze? Volgende week kom ik hierop terug.

Citaat uit John Steinbeck, East of Eden.

NB: In verband met de verkiezingen verschijnt het volgende blog al op dinsdag.

De zin van het kwaad.

(vervolg op mijn blog van vorige week)

Het wezen van de wereld ligt in het kwade en in het goede en het een kan zonder het ander niet in leven zijn.
Jacob Boehme

Waar komt het kwaad vandaan? Ik ga er van uit dat dit heelal voortkomt uit één oorsprong – een theorie die ondersteund wordt door de huidige wetenschappelijke inzichten dat dit universum is voorgekomen uit één – bijna – singulariteit middels de oerknal*). De consequentie hiervan is dat het kwaad en het goede voortkomen uit een gemeenschappelijke bron. Ik geloof dus niet in een aparte bron van het kwaad zoals Ahriman (in het Zoroastrisme) of Satan of de demiurg bij de Katharen en in sommige gnostische geschriften. Als die aparte bron wel zou bestaan zouden er dus twee naast elkaar bestaande oorsprongen moeten zijn – maar dan rijst de vraag: waar komen die beide ‘oorsprongen’ dan vandaan? Dat zou dan een oudere ‘echte’ oorsprong moeten zijn – dus dan komt het kwaad toch weer uit dezelfde oorsprong als het goede. Kortom: het bestaan van een kwaad als onafhankelijke entiteit naast het goede is in elk geval logisch onwaarschijnlijk. (Overigens zijn er ook in de bijbel al metaforische aanwijzingen voor het feit dat het kwaad naast het goede ook door God zou zijn geschapen. Denk bijvoorbeeld aan de slang, en de boom van kennis van goed en kwaad in Genesis, beide door God geschapen.)

Dit antwoord op de vraag ‘waar vandaan’ geeft echter geen antwoord op de vraag ‘waartoe is het kwaad geschapen?’ Deze vraag verwijst naar een nog fundamentelere vraag: waartoe is dit heelal überhaupt geschapen? Heeft de schepping eigenlijk wel een doel? Is het wel doelbewust geschapen? Strikt genomen kunnen we dat niet weten – maar we kunnen door schouwing van de wereld wel tot een vermoeden komen. Diepe schouwing kan leiden tot gevoelens van verwondering, ontzag, ontroering, mystieke openbaringen en ervaring van schoonheid. Daaruit kan zich een geloof ontwikkelen in de betekenis van deze wereld. Volgens velen wordt die gezien in de ontwikkeling van het bewustzijn.

Als we hier zijn aangekomen kunnen we de vraag naar de zin van het kwaad stellen. Traditioneel worden hier voor zover ik kan overzien twee redenen voor gegeven.

  1. Zonder de aanwezigheid van het kwaad zouden we het goede niet kunnen waarnemen. Zoals een vis het water niet kan waarnemen (omdat er in zijn leven geen tegenstelling van water is) zo kunnen wij alleen het goede waarnemen door het af te zetten tegen het kwaad. Wij kunnen de werkelijkheid om ons heen überhaupt alleen waarnemen middels antinomieën (onderling verbonden tegenstellingen). Daarom is het zo dat hoe meer we ons in het kwaad verdiepen, des te meer we in het goede kunnen doordringen.
  2. De tweede reden hangt hier nauw mee samen. Door het waarnemen van het goede en het kwade naast elkaar kunnen we er tussen kiezen. Zonder het kwade is er geen keuzemogelijkheid en dus geen vrijheid en verantwoordelijkheid. Deze vrijheid is nodig voor de ontwikkeling van ons bewustzijn.

Zo bezien vervult Poetin een belangrijke functie. Doordat hij het kwaad faciliteert confronteert hij ons met de mogelijke goedheid van de mens. Dat is een mooi bruggetje naar het blog van volgende week, dat zal gaan over de oorlog waarin we meer en meer verwikkeld raken.

Jezus en de duivel
Simon Bening – The Temptation of Christ (16e eeuw)

•) Een singulariteit is in de kosmologie een punt met een oneindig klein volume en een oneindig grote dichtheid.

Nogmaals: vrije wil?

Degenen die me in de loop van de jaren gevolgd hebben weten dat ik een fel bestrijder ben van de theorie dat de vrije wil – het vermogen te kiezen tussen alternatieven – niet bestaat. Het argument voor die stelling is dat processen in de hersenen aan bewuste keuzen vooraf gaan (zie afbeelding hieronder). Waarbij volledig aan de mogelijkheid voorbij wordt gegaan dat het ook zo kan zijn dat hersenbewegingen door een non-lokaal bewustzijn worden aangestuurd. Daaruit heb ik afgeleid dat de vrije wil wel bestaat, maar dat is bij nader inzien toch een beetje kort door de bocht. Weliswaar heb ik het bewijs dat de vrije wil niet bestaat hiermee onderuit gehaald, maar het omgekeerde nog niet bewezen. Het zou zo kunnen zijn, dat in dat non-lokaal bewustzijn deterministische processen een overheersende rol spelen. Met andere woorden dat onze keuzen schijnbaar vrij zijn, maar in feite zijn voorbestemd.

Als ik nadenk over de belangrijkste beslissingen en keuzen die ik in mijn leven gemaakt heb, dan voelen die als vrije keuzen. Maar als ik er dieper over doordenk lijkt het wel of juist de meest wezenlijke beslissingen niet genomen zijn maar gevallen. Ik had de keuze al gemaakt, de beslissing was al genomen, voordat ik me daarvan – soms pas maanden later – bewust werd. Dat inzicht wordt ondersteund doordat ik sterk ervaren heb geleid te worden door een innerlijke gids – maar wat komt die vandaan?

Uiteraard heb ik op al deze vragen geen antwoord. Waarom is het toch belangrijk hierover na te denken? Dat heeft met verantwoordelijkheid te maken. Als er geen vrije wil is, zijn we ook niet verantwoordelijk. Dat geldt voor onszelf, maar ook voor al die mensen wier gedrag we afkeuren of zelfs verafschuwen.

Of ik verantwoording neem of niet voelt voor mij op zichzelf als een keuze. Ik kies daarvoor. Weshalve ik het als werkhypothese voorlopig maar houd op het bestaan van een vrije wil.

Een fantasie van een man op leeftijd.

In mijn blogs van 17 november en 1 december pleitte ik ervoor onze stem te verheffen tegen de de opkomst van reactionaire bewegingen en hun ‘leiders’. Door te zwijgen worden we medeplichtig, zoals velen in de dertiger jaren medeplichtig waren aan de opkomst van nazisme en fascisme. Vorige week kwam ik daar op terug met de vraag: wat te doen?

Wat mijzelf betreft voel ik me daarbij gehandicapt door mijn leeftijd. Dit is de tijd van jongere generaties. Zij zullen de wereld vorm moeten geven waarin zij zelf en hun nageslacht zullen leven. Mijn rol is meer die van het doorgeven van de essentiële waarden van onze cultuur, en mijn medeburgers aansporen hun hersens te gebruiken en hun hart te laten spreken. Maar ik heb wel een fantasie: wat als ik in deze tijd pas 45 jaar zou zijn?

Ik noem met name de leeftijd van 45 jaar omdat dat de leeftijd was waarop ik zelf tot een zekere balans en rijpheid was gekomen. Daarvoor was ik eigenlijk nog niet volwassen (al was ik allang echtgenoot, vader en nam ik deel aan het arbeidsproces – zo goed en zo kwaad als dat ging). Wat zou ik doen als ik, in deze tijd, 45 jaar zou zijn?

Dan zou ik, denk ik, allereerst een manifest schrijven. In dat manifest zou ik allereerst schetsen wat voor mij een waardige wereld zou zijn, en daarna een aantal concrete dingen opsommen die mijns inziens zouden moeten gebeuren. Waarden als eerbied (respect), zorg(zaamheid), vrijheid en openheid zouden daarbij centraal staan. En wat betreft de dingen die zouden moeten gebeuren zou ik denken aan concrete maatregelen op het gebied van de economie (radicaal anders belastingstelsel, terugdringen van het marktdenken), klimaat, samenleven (immigratie en integratie). Enfin, ieder kan zich die maatregelen wel voorstellen denk ik. Het manifest zou eindigen met een oproep om tot een massale beweging te komen die een antwoord zou zijn op het neoliberalisme en op de reactionaire bewegingen die er in de samenleving al zijn. Zoiets als Occupy dus, maar dan duurzamer.

Ik zou proberen om dat manifest te schrijven in een taal die verstaan zou worden door een veel grotere groep dan mijn reguliere achterban en clientèle, die je namelijk voornamelijk moet zoeken bij hoger opgeleiden. Daarvoor zou ik zo nodig de hulp inroepen van tekstschrijvers of journalisten van populaire media.

Dan zou ik met dat manifest de boer opgaan bij al mijn relaties, zakelijk en privé. Ik zou het op Facebook zetten en zou er naar verwijzen op Twitter en LinkedIn. Ik zou er wellicht ook op andere manier over publiceren. En dan zou ik hopen dat de bal zou worden opgepikt door mensen die geschikt zijn om zo’n massabeweging te beginnen en te leiden. Niet één man of vrouw, maar een team, minsten twee, een man en een vrouw, die het kristallisatiepunt van die beweging kunnen vormen. De beweging zou zich kunnen ontwikkelen tot een echte volksbeweging. En dan zou die beweging het publiek, en daarna het bedrijfsleven en de politiek kunnen gaan beïnvloeden.

Tot zover mijn fantasie. Maar ik ben geen 45, en voel me tot een dergelijke actie niet meer geroepen. Ik beperk me dus voorshands tot het schrijven van mijn blogs, en het vieren van het leven. Toen ik daarover de vorige week iets had geschreven, stuitten we bij ons avondgebed op een lied, dat voor mij de viering van dat leven wonderwel tot uitdrukking bracht. Er naar luisteren was een feest. Wie het stuk zelf wil horen verwijs ik naar You Tube, een iets mindere uitvoering, maar mooi genoeg.

https://www.youtube.com/watch?v=BjAADS6Nu-Q

Het leven vieren in zware tijden.

De nieuwjaarskater. Na een heerlijk rustige feestweek met familie val ik in de jaarlijks post-oud-en-nieuw dip. Ik heb het nooit opgehad met de maand januari: koud, donker, saai. Dit jaar wordt dat nog versterkt door het perspectief op 2017, waarin we een opmars zullen zien van populistisch rechts. Zonder het rechtse populisme gelijk te stellen aan het fascisme en het nationaal socialisme, doet deze tijd me toch denken aan de twintiger en dertiger jaren, toen Franco, Hitler en Mussolini aan de macht kwamen. Achteraf werd wel gezegd dat dat mede gebeurde door dat weldenkende mensen zich daar niet met hand en tand tegen verzetten. Daarom zie je nu sommigen (onder wie Rutger Bregman en Otto Scharmer) oproepen tot actie tegen de extreem rechtse, racistische vloedgolf met hun leiders: Trump, Orban, Kascynski, Erdogan, Poetin, Assad, Netanyahu, LePen, Wilders. . . Misschien niet allemaal fascisten, maar zeker allemaal racisten (heeft u wel eens opgemerkt dat Wilders ook racistisch is met betrekking tot Joden? Want anders kan ik zijn onvoorwaardelijk steun voor Netanyahu niet uitleggen. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig).

Actie dus, maar wat en hoe? Kijken, de werkelijkheid onder ogen (willen) zien en dan blijven kijken, dat is de eerste stap. En dan ook de blik naar binnen richten: waar zit de wrok, het racisme, het de-anderen-de-schuld-geven in mezelf? De eerste actie lijkt me wel te zijn: dat in elk geval onder ogen zien en op een of andere manier onschadelijk maken.

Maar dan? We kunnen het hier niet bij laten. Een actie naar buiten toe lijkt me geboden. Maar wat en hoe? En dan valt de schrijver stil. Vandaar mijn nieuwjaarsdip. Met zeer vele anderen heb ik het idee dat het weinig uitmaakt wat ik zeg en doe.

Elk jaar met oudejaar trek ik een engel voor het nieuwe jaar, als inspiratie, en misschien ook als steun. Dit jaar was dat de engel van ‘Celebration’, viering. En inderdaad, er valt ondanks alles nog veel te vieren: er is veel om dankbaar voor te zijn en veel om te genieten. Misschien is het wel mijn belangrijkste opdracht voor 2017 om dat niet te vergeten. Misschien kan die engel ook mijn lezers inspireren. En verder blijf ik maar mijn blogs de wereld insturen. Baat het niet, ik kan ook niet zien dat ze veel schade aanrichten.

Het failliet van het midden.

“2016 is het 1933 van mijn generatie. Tijd om op te staan. – Hoe willen we herinnerd worden? Als generatie die zichzelf in slaap suste terwijl de planeet werd gefrituurd en het fascisme de kop opstak? Of als generatie die in verzet kwam en nieuwe dromen formuleerde? Geen tijd te verliezen,”  betoogt Rutger Bregman (https://nl.wikipedia.org/wiki/Rutger_Bregman) in een bevlogen stuk De Correspondent van 18 november. Een must read (https://decorrespondent.nl/5694/2016-is-het-1933-van-mijn-generatie-tijd-om-op-te-staan/1698534116136-6e61d5e6).

In mijn blog van 17 november pleitte ik voor een massabeweging als antwoord op enerzijds het neoliberalisme van Clinton (te onzent van Rutte, Pechtold, Asscher en Samson) en anderzijds  het reactionaire machtsdenken van extreem rechts. Dit stuk van Rutger Bregman is daarvoor een goede eerste aanzet, maar het is nog niet meer dan dat: een aanzet. Volgens hem is een van de redenen waarom links, of breder en beter geformuleerd, de gematigde en progressieve krachten geen krachtig verweer hebben tegen het reactionaire populisme, dat die krachten geen verhaal hebben. Dat ben ik met hem eens. De reactie (Trump, Wilders, LePen en anderen) heeft dat verhaal wel. Bregman probeert in zijn stuk die leegte van links op te vullen door aan te geven hoe zo’n verhaal er uit zou kunnen zien, en welke actiepunten daaruit zouden voortvloeien (Terzijde: zoals ik destijds ook al geprobeerd heb in mijn boek Voor niets gaat de zon op – blauwdruk voor een waardige samenleving. Ook toen al miste ik het verhaal van het midden)

Zoals ik al zei: dit is een goed begin. Maar het verhaal moet nog veel aansprekender geformuleerd worden voor die groepen waaruit populistische leiders hun aanhang rekruteren. De eisen die daaruit voortvloeien moeten ook nog veel concreter en scherper verwoord worden. Dat zijn de eerste voorwaarden voor de brede volksbeweging waar zowel hij als ik voor pleiten. En dan moet er gezocht worden naar hartstochtelijk leiderschap (een man en een vrouw!).

Bregman stelt, mijns inziens terecht, dat dit alles van de grootste urgentie is. Diegenen die zeggen dat het met de opmars van het populisme en de verkiezing van Trump (wie volgt?) allemaal wel mee zal vallen hebben volgens hem (en mij) volslagen ongelijk. Citaat: “Als de geschiedenis iets leert, dan is het dat autocraten menen wat ze zeggen.”

wake-up-callBregman eindigt zijn stuk als volgt: “Als ik jullie, en mijn leeftijdsgenoten *) in het bijzonder, iets op het hart mag drukken, dan is het dit: word wakker. Het is tijd om het comfortabele midden, waar je een beetje neer mag kijken op Henk en Ingrid en alleen wat filmpjes van Unicef hoeft te liken, vaarwel te zeggen. Het is tijd om ons weer echt te engageren, om veel en veel politieker te worden.” I couldn’t agree more.

 

*) Rutger Bregman is 28 jaar en heeft o.m. de volgende boeken geschreven: Met de kennis van toen, Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers, Gratis geld voor iedereen.