Vlak voor Gertrude Stein stierf, vroeg ze ‘Wat is het antwoord?’ Er kwam geen antwoord. Ze lachte en zei: ‘In dat geval, wat is de vraag?’ Toen stierf ze.
Wie of wat ben ik?
Over deze vraag heb ik eigenlijk mijn hele leven nagedacht, en daarop ook wel antwoorden gevonden. Ik sta daar niet alleen in – ik denk dat wel duizenden filosofen, psychologen, theologen en ‘leken’ daarover hebben gedacht en geschreven. En toch hebben we die vraag nooit definitief kunnen beantwoorden.
Dat komt om te beginnen omdat we onszelf beschouwen als individu, dat wil zeggen als eenheid, maar toch ook allemaal onderdelen, een veelheid kunnen waarnemen. De meest fundamentele onderscheiding is die tussen lichaam en geest. Subtieler wordt het als als we een onderscheid maken tussen lichaam, geest en ziel. Vervolgens zijn er tientallen typologieën bedacht, voornamelijk op geestelijk terrein, maar soms ook lichamelijke. Enkele bekende zijn die van Freud, Reich, Lowen, Kretschmer, Jung, Heijmans, Berne, Myss, Assagioli en het enneagram. Maar wie zijn we nu eigenlijk? Zijn we een eenheid of een verzameling, al dan niet geordend?
Deze vraag wordt vooral belangrijk als we het hebben over onze ziel. Bestaat die eigenlijke wel, of is het een constructie van ons verstand? Deze vraag wordt belangrijk als we het hebben over ons ideaal van zelfkennis, zelf-waardering. Vele spirituele leiders, en ikzelf ook, hebben gezegd dat zelfkennis of zelf-waardering de grondslag is voor ons levensgeluk, geestelijke balans, spirituele ontwikkeling, en verantwoording nemen voor ons leven. En onder zelfkennis zonder kennis van onze ziel stel ik me eigenlijk niets voor.
Deze vragen ontstaan zodra we ons begeven op het terrein van ons bewustzijn. We denken dat we weten wat dat is, maar eigenlijk weten we dat helemaal niet. Sommige psychologen en neurologen stellen dat het een onderdeel is van onze hersenen, maar dat is een beperkend concept en zegt eigenlijk nog niets. Het bewustzijn is een mysterie, een enigma en tegelijkertijd een wonder. Net als het leven als zodanig. Zolang we ons blijven realiseren dat een model van de werkelijkheid, zoals een typologie, nooit de werkelijkheid zelf is, zoals een landkaart ook niet het landschap is, is er weinig aan de hand. Want dan kunnen we ook bedenken dat al onze zelfanalyse en zelfreflectie nooit tot de absolute werkelijkheid kan leiden. Uiteindelijk zal het leiden tot de wolk van niet weten. Daarover later nog eens wat meer.










