Maatregelen die de politiek – nationaal en op Europees niveau – al jarenlang niet neemt:
- een reëler beprijzing van de CO2 uitstoot.
- een btw op vliegtuigtickets
- een accijns op kerosine
- regulering van het internet (met name het aan banden leggen van de monopolies van de zeer grote internetbedrijven, zoals Google, Facebook, en Amazon)
- een grondige regulering van het financiële stelsel, zodat we niet weer afstevenen op de volgende financiële crisis
- een regulering van de belastingconstructies zodanig dat Nederland niet meer behoort tot de landen die ‘legale’ belastingontduiking mogelijk maken
- emissienormen instellen EN HANDHAVEN ten aanzien van de autoindustrie
- een structurele aanpak van het vluchtelingenvraagstuk
- maatregelen gericht op een verduurzaming van de landbouw
Ik zou dit lijstje moeiteloos kunnen uitbreiden (onderwijs, defensie, gezondheidszorg), maar dat laat ik maar aan u over. Overigens is de politiek onder leiding van Merkel, Schäuble, Rutte en vooral Dijsselbloem op één gebied uitzonderlijk succesvol geweest: het vernietigen van de Griekse economie (Hoe zij dit voor hun geweten kunnen verantwoorden zou ik niet weten. Voor details verwijs ik naar De Groene Amsterdammer van 30 november – een artikel van Edward Geelhoed.).
Over al deze maatregelen wordt al jarenlang, soms decennialang, gesteggeld maar er gebeurt nooit iets dat de kwestie fundamenteel aanpakt. Waarom niet?
Er worden altijd drie typen argumenten aangevoerd om dergelijke maatregelen niet te nemen.
- Deze maatregelen hebben alleen effect als je ze neemt in internationaal verband.
- Ze schaden de economie (bedoeld is: de groei van het bnp).
- Ze vragen een belastingverhoging.
Deze argumenten hangen overigens samen, want als we de maatregelen eenzijdig zouden nemen, zou dat ook de economische groei kunnen schaden. Persoonlijk zou ik dat echter een voordeel vinden, want de economische groei moet hoe dan ook afnemen, willen we niet omkomen in de klimaatproblematiek.
Maar als puntje bij paaltje komt blijkt uit de argumenten dat financieel gewin – voor de welgestelden, het bedrijfsleven en de aandeelhouders – en koopkracht – voor de anderen – altijd voorrang heeft boven de kwaliteit van onze samenleving. Deze politiek wordt gesteund door de overgrote meerderheid van het electoraat, zoals keer op keer blijkt uit de uitslag van de verkiezingen. Intussen geven we de overheid de schuld van alles wat niet goed gaat. Tja. . .
Als we het echt anders zouden willen, zouden we misschien kunnen beginnen met het beestje bij de naam te noemen: zien wat er aan de hand is en onze eigen medeplichtigheid erkennen, en er over praten met wie het maar wil horen. Dan zou het kunnen zijn, dat kleine stapjes in een andere richting daarvan het gevolg zijn. Of dat iets oplost weet ik niet, maar in elk geval bevordert het onze innerlijke gemoedsrust. Zoals David Broza, door mij geciteerd in het vorige blog zei: “I don’t think I am going to change this world. I am going to change my world, and this makes me happy.”



Het is niet alleen het verdriet dat ons bij elkaar brengt. Ook het succes van de vrouwen in het EK – ik weet nog niet of ze dat vanavond kunnen voortzetten – verbroedert en verzustert (Och heden, die termen mogen vandaag de dag niet meer. . . )
trouwens vanaf het begin al in. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop Abraham Kuyper in 1903 met zijn ‘worgwetten’ de spoorwegstaking brak, het eerste massale arbeidersprotest dat Nederland kende). Niet bepaald een inspirerend voorbeeld. Ook het Joodse volk ontleent zijn visie aan zijn verleden, zowel het bijbelse verleden als de latere diaspora en al het vreselijke wat daarin gebeurd is, van pogroms tot de shoa. Dat is in Israël verworden tot een repressieve en reactionaire politiek, evenmin een inspirerend voorbeeld. Bovendien zie je dat een land wat zich te zeer identificeert met zijn verleden altijd kan vervallen tot een eng nationalisme met ‘Blut und Boden’ – theorieën, uiteindelijk leidend tot uitsluiting van minderheden en racisme. Dat moeten we natuurlijk niet hebben.
De hele situatie doet me sterk denken aan de situatie voor de tweede wereldoorlog, toen de landen ook slechts mondjesmaat Joodse vluchtelingen opnamen. Als kind las ik het jeugdboek Het Zwervende Schip van Lisa Tetzner, over een schip met voornamelijk Joodse vluchtelingen uit Europa dat vergeefs rondzwalkte voor de kusten van Zuid-Amerika, maar zijn lading wanhopige mensen niet kwijt kon: ze werden in geen enkel land toegelaten. Gelukkig leed het schip schipbreuk in een storm, zodat in elk geval voor deze groep het probleem was opgelost. . .
De allergrootste verliezer is echter het klimaat. Met een beetje goede wil tel ik 52 zetels als voorstanders van een klimaatbeleid dat enig hout snijdt (overigens bij geen van die partijen wordt de problematiek ten volle onderkend, behalve misschien bij de Partij voor de Dieren). Dat is natuurlijk wat meer dan een paar jaar geleden, maar het is toch treurig dat er voor dit levensbedreigende probleem – we hebben nog maar twee decennia de tijd om het allerergste, waar onder de ondergang van Nederland, te voorkomen – slechts bij een derde van de kamerleden aandacht is. Ik zou pas blij geweest zijn met een verkiezingsuitslag waarbij dat bij de meerderheid van de kamerleden het geval zou zijn.
I always thought that we needed one or more disasters to turn the tide; to cause a new state of consciousness that could heal the planet, or at least let humanity survive. But then I always thought of disasters caused by climate change. What I didn’t realize is that calamities can be produced even more directly by the ‘leaders’ we choose and can come earlier. I think the contrast between the benevolence of Obama and the maliciousness of Trump may accelerate our transformation of consciousness. There can be no awareness of light without the absence of it. It is called darkness. Where Obama didn’t succeed in: uniting us, Trump may accomplish by the rebellion he creates. In the words of Caroline Myss: We have to say to him, “Well done. Thank you for uniting us. Honestly. We thank you. No one else could have done this.”
Je kunt dit dilemma goed zien aan de verkiezingsprogramma’s van de zeven politieke partijen met de hoogste scores in de peilingen. De Volkskrant heeft daar op 29 november een analyse over gepubliceerd: