In mijn werk en in vroegere publicaties heb ik steeds onderscheid gemaakt tussen twee soorten geweten: aangeleerde normen en waarden enerzijds, en ‘datgene wat we altijd al geweten hebben’ anderzijds. Daarbij ging ik er van uit dat we niet als ‘onbeschreven blad’ op de wereld komen, maar al een (aanvankelijk onbewust) ‘weten’ met ons meebrengen over hoe de wereld in elkaar zit en en over wat moreel goed is en wat slecht. Dat is wat Kant de ‘categorische imperatief’ heeft genoemd. We hebben kortom gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad.
Als dat zo is, dan zou je denken dat de inhoud van dat vooraf gekende voor alle mensen in de hele wereld gelijk is. Het is immers een feit dat de mensen over de gehele wereld genetisch op dezelfde manier in elkaar zitten (er is maar één menselijk genoom), ongeacht ethische afkomst of ‘ras’. Maar wat zou dan die inhoud zijn? Vaak wordt gedacht, in navolging van Kant, dat de categorische imperatief als volgt geformuleerd kan worden: : “juist handelen is zo handelen dat ik de mensheid, of het nu om mezelf gaat of om een of meer anderen, altijd als een doel behandel, en nooit als een middel”. Simpeler en minder nauwkeurig gezegd: ga met een ander om zoals je wilt dat die met jou omgaat, of negatief: doe een ander niet aan wat je niet wilt dat jouzelf wordt aangedaan. Je kunt deze imperatief eventueel uitbreiden naar alle levende wezens.
Je kunt zeggen dat de heiligheid van het leven, en zeker het bewuste of autonome leven, hieraan ten grondslag ligt. En een consequentie hiervan is dat als je zondigt tegen deze ‘wet’ dat leidt tot schuldgevoelens. Tot zover mijn opvattingen tot dusverre.
Maar onder invloed van andere culturen, met name de islamitsiche, ben ik recentelijk wat aan deze opvatting gaan twijfelen. Is het niet zo dat dit ‘inzicht’ een typisch westerse theorie is, ontstaan in een Europese cultuurgeschiedenis, die geworteld is in de Griekse (inclusief de hellenistische) en Joodse cultuur? Zou het niet zo kunnen zijn dat aan het diepste geweten in meer oosterse culturen niet de heiligheid van het autonome leven (en de daaruit af te leiden waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap) ten grondslag ligt, maar de ‘waardigheid’ van het (menselijk) leven? De imperatief wordt dan: ‘handel zo, dat jouw eigen waardigheid en die van de ander(en) niet wordt aangetast’. Een overtreding van die ‘wet’ leidt dan niet tot schuldgevoelens, maar tot schaamte.
Als dat zo zou zijn geeft dat een verklaring voor het reeds door Ruth Benedict in 1946 geïntroduceerde onderscheid tussen een schuld- en een schaamtecultuur. Het geeft ook een verklaring voor veel gedrag vanuit islamitische kring, variërend van ongewenst gedrag in de schoolklas en op straat (en met name de reacties op terechtwijzingen)*, tot zulke vreselijke dingen als terreur (het leven is immers niet ‘heilig’?). En als het waar is komt de hele theorie van het ‘a priori weten’ op losse schroeven te staan? Wat is waarheid? Ik zou het even niet weten.
*)Het voert te ver om hier in dit blog op in te gaan, maar prachtige illustraties hiervan vinden we in het artikel van Frank Mulder, Ik heb het niet gedaan in De Groene Amsterdammer van 21 december 2017. Zeer aanbevolen!


Om uit deze tegenstelling te geraken is ‘verwantschap’ nodig. Maar wat is dat eigenlijk? ‘Verwantschap’ is het besef dat we allemaal broeders en zusters zijn, voortkomende uit dezelfde bron: het leven zelf. Ook dieren en planten, de hele levende natuur, komt uit die bron voort. Dit werd beseft door Franciscus van Assisi, die de dieren en planten met ‘broeder’ en ‘zuster’ aansprak. ‘Verwantschap’ is dat je je verbonden voelt met de ander en met de natuur, dat het je kan schelen hoe het met hem of haar gaat, en dat je bereid bent je daarvoor in te zetten. Het is ook je realiseren dat wat die ander overkomt ook jouzelf overkomt.
Hebben alle mensen een geweten? Ik? U? Rutte (die niet in zijn eerste leugentje gestikt is – ik ook niet trouwens)? Merkel? Berlusconi? Trump? Zijn fundamentalistische kiezer? Mugabe? Poetin? Erdogan? Assad? Mladic? Een jihadist, die op onschuldige burgers of kinderen schiet? Een ‘onschuldig’ kind dat een koekje van een schaaltje pikt? Een verzetsstrijder, die een moord pleegt om erger te voorkomen? Een straaljagerpiloot die een gekaapt vliegtuig met passagiers uit de lucht schiet, omdat dat de piloot van dat toestel een aanslag wil plegen op een vol stadion? (Ik zag gisteravond het toneelstuk Terror van Ferdinand von Schirach dat handelt over dit dilemma. Een aanrader:
rekenen (het volgen van je geweten is dan leven volgens de deugden, zoals voorzichtigheid, gematigdheid, moed, enz.). Deze normen onderscheiden zich psychologisch nauwelijks van meer oppervlakkige voorschriften, zoals goede manieren of kledingvoorschriften. Het niet opvolgen daarvan kan tot dezelfde schuld- of schaamtegevoelens leiden als niet deugdzaam handelen.
Via mijn vrouw Anne kreeg ik een interessante vraag aangereikt uit de Hart Sutra Club: Wat is het om mens te zijn? Je kunt die vraag ook parafraseren: wat is de essentie van het mens zijn? Als ik het in abstracte zin formuleer is het antwoord op deze vraag niet zo moeilijk. Ik zou zeggen: bewustzijn, dat zich ook bewust is van zichzelf. Of om met Troelstra te spreken: ‘Een beest met geest’. Maar als je deze vraag persoonlijk maakt wordt het veel lastiger: wie of wat is de mens? Dat is eenzelfde soort spirituele vraag als de vraag: Wie ben ik?
Een verlichte geest is een open geest. Dat betekent dat hij aan niets meer vasthoudt. Voor hem bestaan er geen absolute waarden, waarheden, zekerheden. Hij ( de term geest is manlijk, zoals de term ziel vrouwelijk is) leeft in ‘de wolk van niet weten.’ Dat maakt dat hij in directe verbinding kan staan met wat de ‘American natives’ (Indianen) de Grote Geest noemen. Je zou ook kunnen zeggen: hij leeft in volstrekte vrijheid, vrij om te kiezen van welke waarheden en waarden hij wil uitgaan in zijn dagelijkse praktijk, en vrij om wat dan ook te doen of te laten. Voor hem geldt bovendien dat hij op vanzelfsprekende wijze op spiritueel niveau – dat wil zeggen vrij van geconditioneerd zijn – kan functioneren (zie mijn blog van 14 september).
De spirituele uitdaging van 2000 jaar geleden was: heb je vijanden lief, en dat is vandaag de dag nog steeds een opgave. Maar de spirituele uitdaging van vandaag gaat verder: eenheidsbeleving. Is er bij liefde nog steeds sprake van een ander of een object (het werk, de natuur, de mensheid, de aarde), bij eenheidsbeleving word jij en en die ander of dat object één. Dat betekent dat je je bewust wordt van het feit dat wat jou overkomt, overkomt die ander of die buitenwereld, en omgekeerd: wat hun overkomt overkomt mij.
Zo’n tweeduizend jaar geleden kwam er een boodschap tot ons: heb niet allen uw naasten, maar ook uw vijanden lief. Sinds die tijd worstelen we met die boodschap, want onvoorwaardelijk liefhebben zonder aanzien des persoons is niet een kwestie van rationele keuze. De vraag is trouwens of we er wel voor zouden kiezen als we dat zouden kunnen. Want zoals Gibran (in De Profeet) zegt: “Zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook.” Maar toch verlangen we ernaar. Hoe dan met haar in contact te komen?
Intussen realiseer ik me dat minstens 95 % van het menselijk functioneren geconditioneerd of genetisch bepaald is. (Volgens mijn kleindochter is zelfs het vermogen gelukkig te zijn voor 50 % genetisch bepaald; zij doet daar onderzoek naar in verband met haar eindexamenscriptie – maar dit terzijde). Dat wil zeggen dat de bronnen van dit deel van ons functioneren in principe op te sporen en waarneembaar zijn. Daarmee valt dit deel van ons functioneren onder de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid, waarvoor Swaab’s stelling wel op zou kunnen gaan. Met andere woorden: Swaab zou wel eens voor 95 % gelijk kunnen hebben. . .
In dit blog geef ik een voorbeeld van een dergelijk gebed, afkomstig uit Gebedsboekje voor zoekers, 2010 (Dat is hier en daar nog verkrijgbaar). Een beetje pathetisch misschien, maar ach. . .