In de maand mei heb ik in een serie blogs gesteld dat wij als mensheid niet in staat blijken het klimaatprobleem op eigen kracht op te lossen. We hebben daarvoor hulp van buiten nodig. Dat mondde uit in een beschouwing over de noodzaak tot gebed, ook, en met name juist, als je niet in een transcendente wereld gelooft. (Zie mijn blog van 18 mei).
In dit blog geef ik een voorbeeld van een dergelijk gebed, afkomstig uit Gebedsboekje voor zoekers, 2010 (Dat is hier en daar nog verkrijgbaar). Een beetje pathetisch misschien, maar ach. . .
Aanwezige, goden en deva’s, engelen en gidsen,
Wij maken van deze wereld een absolute puinhoop.
Wij laten de armoede in deze wereld voortbestaan, en gaan over tot de orde van de dag.
We misbruiken de aarde door haar uit te buiten.
We hebben atoomwapens, die vroeg of laat gebruikt zullen worden.
We vernietigen de ecosystemen, en creëren een klimaatcrisis die ons allemaal zal bedreigen, zo niet vernietigen. En we gaan over tot de orde van de dag.
We hebben een economisch en politiek systeem geschapen dat gebaseerd is op hebzucht en korte-termijn eigenbelang. Dat systeem is zo krachtig, dat het bijna onmogelijk is geworden daar op individueel niveau verandering in te brengen. Het lijkt erop dat we ook op collectief niveau niet de verantwoordelijkheid nemen deze toestand radicaal te doorbreken.
We voelen ons machteloos, en klampen ons vast aan dat beetje macht dat we wel hebben: in onze eigen levens, en in onze functies. Maar het is allemaal illusie. We komen er niet meer uit.
Toch kunnen we nog steeds vreugde, schoonheid en liefde ervaren. Toch kunnen we, tegen beter weten in, geloven, hopen en moed opbrengen. Toch is er de onverwoestbare levenskracht. Hoe is dat mogelijk? We buigen in dankbaarheid en verwondering het hoofd.
Dat neemt niet weg dat we ons diep moeten schamen en onze samenleving diepgaand en structureel moeten veranderen. We moeten een nieuwe mentaliteit en een nieuwe verantwoordelijkheid ontwikkelen. Dat kunnen we niet alleen. Daarvoor hebben we jullie inbreng nodig. Willen jullie ons bijstaan en je niet in afschuw afwenden? Willen jullie wel bij ons blijven, in godsnaam?
Confronteer ons indien nodig, dwing ons desnoods te luisteren, maar laat ons niet alleen. Wees hard voor ons, maar veroordeel ons niet. Ik voel dat het nog geen tijd is om te vragen om vergeving, maar laat ons intussen niet in de steek. Help ons om onze stem te verheffen en ons gedrag te veranderen. Geef ons verontrusting, maar help ons niet te blijven steken in angst, machteloosheid, apathie, vruchteloos zelfverwijt. Voedt ons met visie, kracht en wijsheid, zodat we schoonheid kunnen scheppen, en weer op constructieve wijze mee kunnen bouwen aan het grote bouwplan, in plaats van het te vernietigen. Laat ons een Tempel van Schoonheid en Humaniteit bouwen, in plaats van een Toren van Babel. Zo zij het.
We vragen, nee, smeken jullie: in godsnaam, laat ons niet alleen! Dank jullie wel!


In De Groene Amsterdammer van vorige week las ik dat de tien bedrijven in Nederland die de grootste bijdrage leveren aan de CO2 uitstoot in feite nog geen wezenlijke stappen hebben gezet om die uitstoor te verminderen, en ook niet voornemens zijn dat binnen afzienbare tijd te doen. De uistoot is nog even groot als tien jaar geleden. Van de energietransitie waarover in Nederland sprake is komt zodoende natuurlijk niets terecht. Het is dus niet alleen de overheid die in gebreke blijft.
Als we dusdoende ons geloof in de transcendente wereld, in de mogelijkheid van wonderen en een leefbare toekomst (zie mijn vorige blog), en zachtmoedigheid hebben ontwikkeld zijn we klaar om hulp te vragen aan de wezens in de ‘subtle realms’. We doen dit in gebed. Velen van ons zijn niet gewend te bidden – daarom ga ik daar in een volgend blog op in. Maar nu al vast dit: we kunnen niet verwachten dat onze partners in de ‘subtle worlds’ dit eventjes voor ons gaan oplossen. We moeten zelf ook een substantieel aandeel leveren. Wat en hoe? Ook daarover kom ik later te spreken.
Een van de eerste voorwaarden voor een effectief verzoek om hulp is dat we in de mogelijkheid daarvan moeten geloven. Geloven we in een transcendente wereld van waaruit ons hulp kan worden geboden? Voor velen van ons is dat pure fantasie, wensdenken. Anderen, die de mogelijkheid van het bestaan van een transcendente wereld niet uitsluiten worden niettemin geplaagd door twijfel: bestaat die wereld wel, en bekommeren de wezens daar zich ons om ons lot? Zelfs diegenen die gelovig of godsdienstig zijn kennen die twijfel: geloof zonder twijfel is per definitie onmogelijk (wat niet betekent dat gelovigen zich steeds van die twijfel bewust zijn).
Zelf heb ik wel wat me beide periodes. In de vastenperiode onthoud ik me van snoepen en alcohol, zoals tegenwoordig velen doen, om me wat los te maken van de routine van alledag. Bij de avondmeditatie draaien we klaagliederen of passiemuziek. Dit alles culmineerde dit jaar in een aantal bijzondere gebeurtenissen, die ik hier kort zal memoreren (voor een meer uitvoerige rapportage is dit blog niet geschikt, helaas).
Als je dat gelooft dan kan je veel van de ellende van de wereld van je af laten glijden. Deze uitspraak gaat uit van een wereldbeeld dat de materiële werkelijkheid als een illusie beschouwt. Dit is een wijd verspreid geloof in het Boeddhisme, dat ook voorkomt bij Plato, en bij vele moderne spirituele leraren, onder wie Richard Bach (Jonathan Livingston Seagull) *). Zie bijvoorbeeld het volgende dialoogje uit Richard Bach, Illusions: 
Als je je roeping wilt vinden is het nodig je spirituele kwaliteiten te ontwikkelen. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer van mijn blog wel weet hoe dat te doen , en anders zijn er genoeg boeken en leraren die de weg kunnen wijzen. Het komt er eigenlijk altijd op neer dat zo aandachtig en bewust mogelijk leven de weg is. Niet voortdurend bezig zijn met de toekomst of het verleden, en een extern doel na streven, maar tijd inruimen voor zoveel mogelijk aanwezig zijn in het hier en nu.
De taoist zegt: degeen die de weg volgt behartigt zijn zaken zonder te handelen, en toch blijft niets ongedaan. Dat is het pricipe van Wu Wei, doen zonder doen. Het betekent niet dat je nooit handelt, maar wel dat je acties in lijn zijn met de stroom die speciaal voor jou bestaat, de weg die specciaal voor jou is uitgestippeld. Je roeping dus. Die te volgen geeft een grote rust. Niet dat ik dat zelf altijd heb ervaren – je kunt daaruit concluderen dat ik regelmatig van de weg ben afgedwaald. Tja, erover schrijven is nog wel iets anders dan hem in praktijk brengen. . .
‘Kwaad’ heb ik in het verleden gedefinieerd als alle handelingen die gericht zijn tegen de groei en de integriteit (heelheid) van het leven zelf. Ik deel de mening van Carline Myss dat het een realiteit is, maar ze definieert het verder niet. Wie dat wel doet is Scott Peck (The Road less traveled). Hij definieert kwaad als het gebruiken van macht en dwang om te vermijden dat je zelf geconfronteerd wordt met de noodzaak om spiritueel te groeien. Het gaat vaak gepaard met leugens en het verdraaien van de waarheid. Het kwaad is als regel onbewust; dat onderscheidt het van ‘zonde’. In die zin belichaamt Trump inderdaad het ‘kwaad’.