Spiritualiteit, waar heb dat nou voor nodig? Waarom zou je niet gewoon een zo prettig mogelijke leven nastreven, eventueel aangevuld met wat zorg voor je naasten en wat verantwoordelijkheid voor de wereld om je heen?
Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst even vaststellen wat we voor nu onder spiritualiteit verstaan. Voor mij staat spiritualiteit voor het niet zintuiglijk waarneembare, het niet materiële. Het kan zich openbaren als inspiratie, intuïtie, liefde, en een beleving van deel uit te maken van het grote geheel. En het kan zich openbaren als een roeping. Een roeping is een plotseling ‘weten’ dat je een taak hebt te vervullen in dit leven, en weten wat die taak is, al kan je hem misschien niet meteen in detail beschrijven.
Een roeping geeft je leven betekenis. Het maakt je leven niet noodzakelijkerwijs makkelijker, maar wel zinvoller en bevredigender. Iedereen heeft wel een bepaalde functie in dit leven te vervullen, maar niet iedereen is zich daar bewust van. Een roeping maakt je bewust van je functie. Je wordt dan meer dan een zandkorreltje op het strand, dat in principe te vervangen is door iedere ander zandkorreltje.
Als je je roeping wilt vinden is het nodig je spirituele kwaliteiten te ontwikkelen. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer van mijn blog wel weet hoe dat te doen , en anders zijn er genoeg boeken en leraren die de weg kunnen wijzen. Het komt er eigenlijk altijd op neer dat zo aandachtig en bewust mogelijk leven de weg is. Niet voortdurend bezig zijn met de toekomst of het verleden, en een extern doel na streven, maar tijd inruimen voor zoveel mogelijk aanwezig zijn in het hier en nu.
En als je dan je roeping gevonden hebt, ga er dan voor. 100%. Je wordt daar zo blij van! Maar meer dan dat: we hebben je nodig. De wereld heeft je nodig. Ach, dat weet je diep in je hart allang.
De taoist zegt: degeen die de weg volgt behartigt zijn zaken zonder te handelen, en toch blijft niets ongedaan. Dat is het pricipe van Wu Wei, doen zonder doen. Het betekent niet dat je nooit handelt, maar wel dat je acties in lijn zijn met de stroom die speciaal voor jou bestaat, de weg die specciaal voor jou is uitgestippeld. Je roeping dus. Die te volgen geeft een grote rust. Niet dat ik dat zelf altijd heb ervaren – je kunt daaruit concluderen dat ik regelmatig van de weg ben afgedwaald. Tja, erover schrijven is nog wel iets anders dan hem in praktijk brengen. . .

‘Kwaad’ heb ik in het verleden gedefinieerd als alle handelingen die gericht zijn tegen de groei en de integriteit (heelheid) van het leven zelf. Ik deel de mening van Carline Myss dat het een realiteit is, maar ze definieert het verder niet. Wie dat wel doet is Scott Peck (The Road less traveled). Hij definieert kwaad als het gebruiken van macht en dwang om te vermijden dat je zelf geconfronteerd wordt met de noodzaak om spiritueel te groeien. Het gaat vaak gepaard met leugens en het verdraaien van de waarheid. Het kwaad is als regel onbewust; dat onderscheidt het van ‘zonde’. In die zin belichaamt Trump inderdaad het ‘kwaad’.
Sinds jaren hebben wij een zeer neurotisch poesje, dat we overgenomen hebben van een kennis, die haar op haar beurt had overgenomen van een familielid. Wat er met dit poesje gebeurd was weet ik niet, maar ze liet zich in elk geval niet oppakken, laat staan strelen. Na enige pogingen hebben we haar maar aan zichzelf overgelaten, en haar verder gevoed en verzorgd. Na jaren begon ze een merkwaardige gewoonte te ontwikkelen: ze streek af en toe langs mijn benen en begon kopjes te geven aan mijn voeten. Tezelfdertijd ging ze soms naast Anne op de bank liggen en liet zich voor het eerst aanraken.
leidt altijd tot onheil. Handelen zal spontaan ontstaan als we onbevangen kijken – en als we dat allemaal op die manier zouden doen zouden we leven in een betere wereld. “Zien is handelen”. Deze opvatting is verwant met de het Boeddhistische streven naar een ‘beginners mind’, en de visie dat het goed is om volledig in het ‘nu’ te leven. Ook zie ik een verwantschap met de filosofie van de Stoa, met het Taoïsme, en met het werk van Eckart Tolle (De kracht van het Nu).
De Findhorn gemeenschap heeft een volstrekt andere benadering. Zij raden je aan om af te stemmen op je innerlijke gids, die gevoed wordt door de ‘Subtle Worlds’, de wereld van engelen, demonen, deva’s en, als je erin gelooft, God. Dat zal er toe leiden dat je handelt vanuit je intuïtie, en soms zul je heel duidelijke aanwijzingen krijgen. De Findhorn gemeenschap werkt ook echt samen met de ‘Subtle Worlds’ (
Dit waren enige gedachten die bij me opkwamen naar aanleiding van de overwinning van Trump. Ik voel me dus zowel geborgen als machteloos en geïsoleerd. In de psychologie noemen we dat vervreemding. Misschien helpt dat me uiteindelijk om toch enige verwantschap te voelen met al die mensen met wie ik me niet verbonden voel.
Het effect van een dergelijke workshop is dat deelnemers en begeleiders in contact komen met transcendent, de persoon en de individualiteit overstijgend, bewustzijn. Als je die ervaring eenmaal gehad hebt, dan kun je eigenijk niet meer geloven dat de werkelijkheid uitsluitend bestaat uit materie, dus uit datgene wat we zintuigelijk kunnen waarnemen. Vandaar de naam van de workshop: we maken een sprong in ons bewustzijn. Dat is een conclusie die niet erg past in deze postmoderne tijd waarin alles immers aan twijfel en scepsis onderhevig is: er bestaan geen waarheden, geen feiten, alleen meningen. (Al menen de materialisten, de sceptici en de fundamentalisten onder ons wel dat zij de waarheid in pacht hebben – quod non).
Ik kreeg echter wel een andere aanwijzing uit het spel, met name bij de afsluitende ‘next step procedure’ (een aanwijzing voor hoe je de resultaten van het spel verder in je leven kunt toepassen). De inzicht kaart die ik daarbij kreeg was: ‘Je werkt samen met de krachten (‘forces’) van de natuur.’ Sindsdien worstel ik met de vraag wat die krachten van de natuur eigenlijk zijn, hoe ik ze kan herkennen, en hoe je daarmee kunt samenwerken. Veel verder dan de wel erg algemene begrippen voor natuurkrachten als leven en dood, scheppingskracht, de drang tot voorplanting, vrouwelijke en mannelijke energie (yin en yang) kom ik voorshands nog niet, laat staan dat ik helder krijg hoe ik daarmee kan samenwerken. Maar misschien wordt veeleer bedoeld dat ik samen moet werken met de identiteiten uit het ‘elemental kingdom’, ook al ervaar ik hen niet rechtstreeks. Wat dat in de praktijk zou betekenen is me echter nog een raadsel.
Dit zijn alle opmerkelijke en overtuigende fenomenen, die mijns inziens maar tot één conclusie kunnen leiden: het bewustzijn is te zien als een eindeloos veld, dat zich niet tot een bepaalde plaats beperkt. Van Lommel spreekt van een non-lokaal bewustzijn in een niet plaats gebonden ruimte. Grappig dat hij hierbij langs wetenschappelijke weg tot eenzelfde conclusie komt als de filosoof Teilhard de Chardin die het concept noösfeer heeft gemunt (Het verschijnsel mens, 1958).