Ik ben best een progressieve man, maar ben niettemin behept met het virus van nationalistisch chauvinisme. Ik vind het leuk als we winnen op sporttournooien en ben geraakt als dan het Wilhelmus klinkt. Ik vind het mooi als er op Koningsdag en in het buitenland Nederlandse vlaggen waaien. En ik ben graag trots op ons land, met name op het feit dat we een democratie en een rechtsstaat zijn. En ik zou ook wel trots willen zijn op onze politici en mijn medeburgers die hen kiezen. Maar dat laatste wordt me wel erg moeilijk gemaakt.
Ik wil het nu even niet hebben over ons erbarmelijk klimaat- en energiebeleid, maar voor nu over de arbeidsomstandigheden van grote groepen Nederlanders en andere ingezetenen. Wij zijn een rijk land met een bloeiende, groeiende economie, maar grote groepen profiteren daar niet van, zoals we allemaal wel weten. De lonen van de laagste inkomensgroepen en de verdiensten van grote groepen flexwerkers worden verhoudingsgewijs steeds lager, en de vermogens van de rijken en welgestelden groeien, terwijl de minvermogenden steeds armer worden en moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. In een artikel van Mirjam de Rijk in De Groene Amsterdammer van 1 maart j.l. wordt bijzonder helder uiteen gezet met welke maatregelen, wetten en particuliere besluiten dit allemaal wordt gerealiseerd. We leven echt in een ouderwets kapitalistische maatschappij. Het is wat minder zichtbaar, omdat het algehele welvaartspeil veel hoger is dan aan het eind van de 19e eeuw en met name de relatieve welstand van de middengroepen en – nog steeds – de uitkeringen de armoede verdoezelen. Maar we gaan steeds meer naar Amerikaanse toestanden, waarbij het met één gezinsinkomen niet meer mogelijk is deel te nemen aan essentiële sociale en culturele activiteiten of met vakantie te gaan.
Maar dit valt allemaal in het niet als we onze blik richten op de duizenden (honderdduizenden?) legale en illegale arbeidsmigranten die werken in bedrijfstakken als de tuinbouw, bouw, horeca, of als au pair. De arbeidsomstandigheden (lonen, huisvesting, veiligheid, en zo meer) tarten werkelijk elke beschrijving. Gelukkig is het wel beschreven, en wel opnieuw in de onvolprezen Groene van 22 maart j.l. Lees het en huiver (https://www.groene.nl/artikel/ik-had-mijn-eigen-huid-in-mijn-handen ). Mocht u het meer literair willen hebben: lees over de misstanden in de boeken van Charles Dickens en u heeft een vergelijkbaar beeld. De arbeidsinspectie laat dit passeren, en het openbaar ministerie kan niet veel doen zonder aangiften – die de betrokkenen niet kunnen doen, omdat ze geen geld hebben voor het aanspannen van een procedure en bovendien in dat geval hun laatste restje inkomen en onderdak (hoe primitief ook) kwijtraken; of, in het geval van illegaliteit, worden vast- of uitgezet.
Dit alles zou allemaal makkelijk te voorkomen zijn bij een ander politiek klimaat en beleid. (Ook dat is magnifiek beschreven door Mirjam de Rijk in De Groene van 12 april). Maar de politici van de gevestigde politieke partijen (ook D’66, ook de PvdA die zijn wortels de afgelopen twintig jaar heeft verloochend), en ook een aantal van de extreem-rechtse partijen, hebben andere prioriteiten: groei, groei, groei, en vervolgens groei (laat de markt zijn werk doen). We kunnen hen moeilijk iets verwijten, want we kiezen ze zelf. Hoe dat werkt beschreef ik al in mijn blog van 5 april.
Nee ik ben niet trots op Nederland. En dan heb ik het nog niet eens over hoe we onze medeburgers van buitenlandse afkomst segregeren en discrimineren. Of over ons vluchtelingenbeleid. Ik ben trots op het Concertgebouw(orkest), de opera, ons ballet, onze waterwerken, onze spoorwegen en ja, toch nog wel op wat we ondanks alles hier aan zekerheid en veiligheid hebben gecreëerd. Allemaal zaken waar ik persoonlijk weinig tot niets aan heb bijgedragen. Dus waarom ik er eigenlijk trots op ben zou ik niet weten. Het zal mijn identiteit wel wezen. . . ?
©Afbeelding: Kamagurka, De Groene Amsterdammer, 1 maart 2018

goed kon vinden. Opvallend was overigens dat al deze mensen daar niet bijzonder ontmoedigd door werden, maar er eerder in een kalme acceptatie wel vrede mee hadden. Ook dat geldt voor mezelf.
Het is nu twee weken later. Tijd om eens met enige afstand te kijken naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen.
Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.
Nog een weekje, en dan is er het referendum over de ‘sleepwet’. Voor of tegen?
In de verre toekomst is het misschien mogelijk om min of meer klimaatneutraal te vliegen, maar op middellange termijn zijn die technische mogelijkheden er niet. In de woorden van Paul Peters, lector duurzaam transport en toerisme aan de NHTV in Breda: ‘Ik heb allerlei scenario’s doorgerekend, maar er is geen enkel scenario denkbaar waarin we de opwarming tot twee graden kunnen beperken zonder het vliegverkeer te beteugelen. Het past gewoon niet.’ **) Dat lukt overigens ook op andere gronden niet, maar dat terzijde.
Intercontinentaal zouden we alleen moeten vliegen in het geval van ernstige familieomstandigheden. We kunnen echt niet meer voor ons plezier naar Afrika, Amerika, Azië en China reizen – heel jammer. Conferenties en zakelijke contacten moeten plaats vinden via videoverbindingen. Zelf had ik nog eens de droom om naar IJsland te gaan, maar dat zal ik moeten opgeven en uit mijn ‘bucket-list’ moeten schrappen. (Tussen haakjes: compenseren door bomen planten is een doekje voor het bloeden – maar dat stelpt het bloeden niet!). Als enkelen van ons stoppen met vliegen heeft dat in directe zin weinig effect, maar er gaat zeker een voorbeeldwerking van uit (Je ziet dat nu al met vleesgebruik). Op de wat langere duur zal dat resultaat afwerpen.
behoefte. Het is moeilijk die reis alleen te gaan. Er zijn vele gezamenlijke wegen. Vele daarvan ben ik zelf gegaan, en ga ik nog: retraites, pelgrimages, vrijmetselarij, en meer. Bijzonder effectief vond ik de hierboven genoemde retraite, die ik daarom van harte aanbeveel. Om in hun eigen woorden te spreken: je kunt daar éven het licht zien, zelfs in deze af en toe donkere wereld.
worden met zaadcellen van dezelfde persoon. Deze techniek is nog niet operationeel, maar zal dat waarschijnlijk binnen twintig jaar wel zijn. Deze techniek gecombineerd met IVF maken allerlei vormen van voorplanting mogelijk, zoals solo-voortplanting, meer-ouder voorplanting, of voorplanting onafhankelijk van leeftijd. Op den duur is wellicht zelfs geen baarmoeder meer nodig.