Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden. (Socrates)*
Een aspect van ouder worden is dat je terug kijkt op je leven. Een vraag die daarbij speelt is: ben ik tevreden over het leven wat ik geleefd heb? En een vraag die daaruit weer voortvloeit is: wat is eigenlijk een goed leven? En die vraag zou je eigenlijk al veel eerder moeten stellen dan als je oud bent, want dan kan je er nog meer aan doen. Vandaar dat ik mijn beschouwingen over deze vraag maar eens met jullie deel. (Met een goed leven bedoel ik dan: zowel goed in morele zin als geslaagd)
Je zou kunnen zeggen: een goed leven is een leven waarbij je jezelf en de anderen om je heen gelukkig maakt. Maar dat is wat kort door de bocht. Want enerzijds is het maar de vraag of je geluk op die manier kunt ‘maken’ (in elk geval niet bij anderen), en bovendien is het nog niet zo eenvoudig om te definiëren wat geluk eigenlijk is. Dus dat werkt niet. Een ander antwoord op de vraag is: een goed leven is als je eruit haalt (hebt gehaald) wat erin zit. Maat ook dat is een onduidelijk criterium, want wie wie kan zeggen of dat zo is? Misschien heb je wel hele interessante mogelijkheden over het hoofd gezien, en dan weet je niet dat je er niet uit gehaald hebt wat er in zat.
Ik denk dat je de vraag of je een goed leven leid (of geleid hebt) het beste kan beantwoorden aan de hand van een aantal criteria, die te formuleren zijn als deelvragen. Zoals:
- Heb je ontdekt wat jouw unieke bijdrage aan de wereld kan zijn, en lever je die bijdrage ook?
- Sta je liefdevol in het leven? Houd je van mensen, je werk, en de natuur? Ben je je medemens tot steun? Slaag je erin niet te snel te (ver)oordelen? Kun je duurzame relaties opbouwen met een partner, vrienden en op je werk? Houd je als regel; rekening met anderen?
- Ben je vergevingsgezind, naar jezelf en anderen (je ouders!)? Kun je mild zijn voor jezelf als je een fout hebt gemaakt of hebt gefaald?
- Leef je in het algemeen bewust en aandachtig?
- Ben je in staat te genieten, en situaties te scheppen die je plezier opleveren?
- Ben je in staat pijn en ziekte te vermijden, en als ze toch optreden, ze stoïcijns te aanvaarden?
- Kun je tegen alle vormen van verlies?
- Heb je vrede gesloten met de dood (van jezelf en anderen)?
- Kun je op constructieve of creatieve manier omgaan met je driften, woede en lust? Met andere woorden: kun je passies beheersen in plaats van ze te onderdrukken?
- Is er intimiteit in je leven, en zo nee, zie je kans dat te creëren?
- Durf je risico te nemen? Durf je je veilige vertrouwde fysieke of geestelijke omgeving te verlaten een onzekere toekomst in te gaan? (zie de afbeelding: de growing edge, precies het gebied waar je naar toe moet om te groeien)
- Houd je vol bij tegenslag als je een voor jouw belangrijk doel nastreeft?
- Durf je steeds te zeggen wat je te zeggen hebt en te doen wat je te doen hebt, ongeacht het oordeel van anderen?
- Heb je het gevoel meester te zijn over je eigen leven?
- Geloof je in jezelf en vertrouw je het leven?
- En tenslotte: lukt het je om contact te krijgen met je diepste (ge)weten, en volg je dat ook?
Enzovoorts en zo verder. Dat zijn dus wel erg veel vragen. En je bent vast en zeker in staat zelf nog een aantal fundamentele vragen toe te voegen. Wat moet je daar nu mee? Daarover in een volgend blog.
* Over zelfreflectie, zie bijvoorbeeld: https://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/170199-zelfreflectie-tips-om-kritisch-naar-jezelf-te-kijken.html

More and more nowadays we are governed by a sort of leaders for whom public applause and/or personal power is more important than anything. They all perform a show, and succeed in labeling every act as a success, even if that is damaging their countries. President Trump is a wonderful example. He is meeting Kim – success! -, is giving away America’s right to do military manoeuvres in the Yellow and Japanese Seas without getting anything in return – successful negotiations! – , is placing children of immigrants in custody – successful immigration policy! – is letting them free after protests – see how empathic he is; success! – , is lowering taxes, thus giving the economy a boast, and raising the budget deficit and damaging the economy in the long run; success! -, is setting import tariffs – America first! fighting unemployment, improving economy, success!, – and is getting export tariffs in return – trade battle, loosing jobs, damaging the economy, success! -, is brutalizing Merkel, Xi Jinping – see how undaunted I am, success! – , and so on and so forth. The same is true for European leaders: Salvini (no freemasons in the government; cf Mussolini!), Erdogan, Scholz (I close the German border for immigrants), Kurz (I close the Austrian border for immigrants), Orban (no immigrants in Hungary) etc. They all have in common that they have no compassion and no idea about what is on the long term beneficial for their countries. That is not their interest. Their interest is just showing how decisive and energetic they are, no matter what are the consequences of their deeds. And they succeed: many citizens see them as strong, stout and powerful. At last we have leaders who at least do something. They remind me of another book: Watership Down, in which General Woundwort is exactly the kind of leader I am talking about.*)
Afgelopen zaterdag woonde ik op de Universiteitsdag van de UvA een college bij met bovenstaande titel. Hoewel het een zeer boeiende bijeenkomst was, gaven de sprekers geen antwoord op de vraag die in deze titel verborgen ligt – Is Amsterdam veranderd? – ; die vraag kwam niet aan de orde. Prof. Gabri van Tussenbroek, hoogleraar stedelijke identiteit, liet de parallellen zien tussen de huidige situatie, met name de negatieve aspecten daarvan (overmatige drukte, tekort aan goede betaalbare woningen, transportproblemen) en de situatie in de tweede helft van de zestiende eeuw – opmerkelijke overeenkomsten. Dat geldt overigens ook voor de situatie aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e. Fenne Pinkster, stadsgeograaf, beschreef vervolgens op indringende en humoristische wijze de chaotische toestand in het centrum van Amsterdam, met name de grachtengordel, en had goede ideeën over wat je daaraan zou kunnen doen. Hoewel beiden niet politiek stelling wilden nemen, lieten ze toch wel doorschemeren dat het aantreden van het nieuwe college hen hoopvol stemde over wat de gemeente daaraan zou kunnen doen. Maar een antwoord op bovenstaande vraag gaven ze niet.
Of course we don’t love our neighbor immediately after meeting him/her, or continuously. As Carl Jung wrote in a letter to Mrs. A. Schim van de Loeff: “The general idea of christian love for one’s neighbour is a pretense. In that way one can interact with everyone in a nice and detached way, because you are loving everyone after all. I possess no christian love, so why should I pretend to love you? I take you seriously, and that, in all honesty, is the only thing I can do.”
Over deze vraag hebben geleerden zich al eeuwen lang gebogen. Een tijdlang werd gedacht dat tijd is te zien als een constante stroom, die één richting op stroomt. Vandaar ook de tweede wet van de thermodynamica, die luidt, kort door de bocht: de wanorde van elk gesloten systeem neemt toe in de tijd. Of anders gezegd: warmte stroomt altijd één kant op, van warm naar koud. Maar aan dit beeld werd door Einstein radicaal een einde gemaakt met zijn algemene relativiteitstheorie. Ruimte en tijd vormen een onverbrekelijk geheel, dat ontstaan is met het ontstaan van het heelal, en dat weefsel van de ruimtetijd is vervormbaar. Het kromt onder invloed van de zwaartekracht, en niet iedere gebeurtenis of handeling duurt overal even lang. Er bestaat in de kosmos geen gemeenschappelijk nu. De tijd zou uiteindelijk zelfs circulair kunnen zijn, en het verschil tussen heden en verleden zou kunnen verdwijnen.
Onlangs kreeg ik van mijn schoondochter het kinderboek Momo en de tijdspaarders van Michael Ende (de schrijver van het Oneindige Verhaal) omdat ik, zo dacht ze, daar wel geïnteresseerd zou zijn en daar wat mee zou kunnen op mijn blog. Daar had ze gelijk in, en dit blog is het eerste resultaat.
“As a punishment for his trickery, King Sisyphus was made to endlessly roll a huge boulder up a steep hill. The maddening nature of the punishment was reserved for King Sisyphus due to his presumptuous belief that his cleverness surpassed that of Zeus himself. Zeus accordingly displayed his own cleverness by enchanting the boulder into rolling away from King Sisyphus before he reached the top, which ended up consigning Sisyphus to an eternity of useless efforts and unending frustration. Thus it came to pass that pointless or interminable activities are sometimes described as Sisyphean.”
Ik wil het nu even niet hebben over ons erbarmelijk klimaat- en energiebeleid, maar voor nu over de arbeidsomstandigheden van grote groepen Nederlanders en andere ingezetenen. Wij zijn een rijk land met een bloeiende, groeiende economie, maar grote groepen profiteren daar niet van, zoals we allemaal wel weten. De lonen van de laagste inkomensgroepen en de verdiensten van grote groepen flexwerkers worden verhoudingsgewijs steeds lager, en de vermogens van de rijken en welgestelden groeien, terwijl de minvermogenden steeds armer worden en moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. In een artikel van Mirjam de Rijk in De Groene Amsterdammer van 1 maart j.l. wordt bijzonder helder uiteen gezet met welke maatregelen, wetten en particuliere besluiten dit allemaal wordt gerealiseerd. We leven echt in een ouderwets kapitalistische maatschappij. Het is wat minder zichtbaar, omdat het algehele welvaartspeil veel hoger is dan aan het eind van de 19e eeuw en met name de relatieve welstand van de middengroepen en – nog steeds – de uitkeringen de armoede verdoezelen. Maar we gaan steeds meer naar Amerikaanse toestanden, waarbij het met één gezinsinkomen niet meer mogelijk is deel te nemen aan essentiële sociale en culturele activiteiten of met vakantie te gaan.