Het zal u waarschijnlijk niet ontgaan zijn: de advertentie van de Rabobank onder de titel: Growing a better world together. De advertentie suggereert dat de Rabobank, samen met zijn klanten – daar moet je dan natuurlijk wel bij willen horen – het wereldvoedselprobleem wel even zullen oplossen. Alsof dat zo simpel kan. Wat een pretentie, wat een arrogantie! Ik heb me aan deze advertentie geërgerd om drie redenen. De eerste is de misleiding, en zoals ik a zei, de pretentie. De tweede is dat ik me als stomme consument niet bepaald serieus genomen voel. De derde is dat een serieus probleem – honger – gebruikt wordt voor een commerciële actie. Ik vind dat onethisch.
Nu zijn er natuurlijk veel meer advertenties die het domme publiek misleiden, zoals, om maar een enkel voorbeeld te noemen, alle autoadvertenties die een lager verbruik opgeven dan daadwerkelijk is te behalen, of de tabaksadvertenties (die nog steeds hier en daar opduiken, met name gericht op de jeugd). Maar de Rabobank maakt het wel heel dol. Hun advertentie bevat een aperte leugen. In de eerste plaats, zoals gezegd, is het natuurlijk helemaal niet zo dat de Rabobank het wereld voedselprobleem kan oplossen. Daarvoor is een ware revolutie in de landbouw nodig, waaraan de Rabobank hoogstens een steentje kan bijdragen door hun financieringspolitiek. In werkelijkheid doen ze echter het tegendeel: ze financieren in Nederland (en elders?) nog steeds de schaalvergroting, de mestoverschotten en de bodemuitputting die het wereldvoedselprobleem juist veroorzaken.
U zou zich kunnen afvragen waarom ik me hier zo druk om maak. Tja, misschien was het de druppel die de emmer deed overlopen. Door schijnbaar eerbiedwaardige instellingen worden we voortdurend bestookt met halve waarheden en leugens alsof we achterlijk zijn. Ik wil nog een voorbeeld noemen: de Nederlandse overheid die al jaren beweert belasting-rulings aan banden te leggen, maar in feite het tegenovergestelde doet, onder leiding van de linkse (?) minister Dijsselbloem. En al jaren beweert, bij monde van staatssecretaris Wiebes, dat deze rulings geheel volgens de regels verlopen, quod non. Deze staatssecretaris is voor zijn werk nu beloond met een ministerschap. Als ik hem was zou ik aftreden – maar ja, ik ben dan ook niet geschikt als politicus.
Enfin, ik heb over de Rabobank maar eens een klacht ingediend bij de reclamecodecommissie (https://www.reclamecode.nl ). Men moet ergens beginnen nietwaar? In de hoop dat het, als druppel op de gloeiende plaat, toch een eerste klein stapje is naar een samenleving waarin we elkaar eerlijk vertellen wat we doen en wat er aan de hand is.

Via mijn vrouw Anne kreeg ik een interessante vraag aangereikt uit de Hart Sutra Club: Wat is het om mens te zijn? Je kunt die vraag ook parafraseren: wat is de essentie van het mens zijn? Als ik het in abstracte zin formuleer is het antwoord op deze vraag niet zo moeilijk. Ik zou zeggen: bewustzijn, dat zich ook bewust is van zichzelf. Of om met Troelstra te spreken: ‘Een beest met geest’. Maar als je deze vraag persoonlijk maakt wordt het veel lastiger: wie of wat is de mens? Dat is eenzelfde soort spirituele vraag als de vraag: Wie ben ik?

Een verlichte geest is een open geest. Dat betekent dat hij aan niets meer vasthoudt. Voor hem bestaan er geen absolute waarden, waarheden, zekerheden. Hij ( de term geest is manlijk, zoals de term ziel vrouwelijk is) leeft in ‘de wolk van niet weten.’ Dat maakt dat hij in directe verbinding kan staan met wat de ‘American natives’ (Indianen) de Grote Geest noemen. Je zou ook kunnen zeggen: hij leeft in volstrekte vrijheid, vrij om te kiezen van welke waarheden en waarden hij wil uitgaan in zijn dagelijkse praktijk, en vrij om wat dan ook te doen of te laten. Voor hem geldt bovendien dat hij op vanzelfsprekende wijze op spiritueel niveau – dat wil zeggen vrij van geconditioneerd zijn – kan functioneren (zie mijn blog van 14 september).
De spirituele uitdaging van 2000 jaar geleden was: heb je vijanden lief, en dat is vandaag de dag nog steeds een opgave. Maar de spirituele uitdaging van vandaag gaat verder: eenheidsbeleving. Is er bij liefde nog steeds sprake van een ander of een object (het werk, de natuur, de mensheid, de aarde), bij eenheidsbeleving word jij en en die ander of dat object één. Dat betekent dat je je bewust wordt van het feit dat wat jou overkomt, overkomt die ander of die buitenwereld, en omgekeerd: wat hun overkomt overkomt mij.
In 1972 the study Limits to Growth was published. It was an overview of several so called future scenarios. It sometimes is said that the study didn’t predict the future correctly, because it didn’t predict climate change. But that was not the theme of the study. The study showed that unlimited growth in a finite ecosystem (planet earth) is not possible. Either one has to limit growth by deliberately changing some of the input variables of the system or the system will collapse spontaneously. And because we didn’t fundamentally change our goal (unlimited growth), now we can see the beginning of the collapse. So the study is more up-to-date than ever.
Zo’n tweeduizend jaar geleden kwam er een boodschap tot ons: heb niet allen uw naasten, maar ook uw vijanden lief. Sinds die tijd worstelen we met die boodschap, want onvoorwaardelijk liefhebben zonder aanzien des persoons is niet een kwestie van rationele keuze. De vraag is trouwens of we er wel voor zouden kiezen als we dat zouden kunnen. Want zoals Gibran (in De Profeet) zegt: “Zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook.” Maar toch verlangen we ernaar. Hoe dan met haar in contact te komen?
Intussen realiseer ik me dat minstens 95 % van het menselijk functioneren geconditioneerd of genetisch bepaald is. (Volgens mijn kleindochter is zelfs het vermogen gelukkig te zijn voor 50 % genetisch bepaald; zij doet daar onderzoek naar in verband met haar eindexamenscriptie – maar dit terzijde). Dat wil zeggen dat de bronnen van dit deel van ons functioneren in principe op te sporen en waarneembaar zijn. Daarmee valt dit deel van ons functioneren onder de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid, waarvoor Swaab’s stelling wel op zou kunnen gaan. Met andere woorden: Swaab zou wel eens voor 95 % gelijk kunnen hebben. . .
Maar als intuïtie niet het blindvaren op Systeem 1 is, wat is het dan wel? Daarvoor moeten we te rade gaan bij de transpersoonlijke psychologie (Jung, Wilber, en vele anderen). Intuïtie blijkt dan een onmiddellijk inzicht te zijn dat juist niet gebaseerd is op associatie, interpretatie, ervaring of redelijk denken. Het doet zich vaak voor als een inval ‘out of the blue’. Het vereist training en zelfreflectie om bij zichzelf te leren onderscheiden tussen intuïtie en invallen van andere oorsprong. Over de vraag of intuïtie altijd ‘correct’ is, is het laatste woord overigens nog niet gesproken.