Categoriearchief: Persoonlijke groei

Gender en geest.

Dit blog sluit aan op de blogs van 5 en 12 maart. Het verdient aanbeveling die er nog even bij te pakken.

Op 5 en 12 maart heb ik twee blogs geschreven over de persoonsontwikkeling van mannen en vrouwen en over mannelijk en vrouwelijk leiderschap. Daar moet ik op terugkomen – want mede doordat een blog noodzakelijkerwijs kort moet zijn ben ik daar wat ongenuanceerd geweest. Op twee thema’s wil ik hier wat nader ingaan: gender en spiritus.

Maar ongeacht of iemand zich met zijn biologische sekse of met een daarvan afwijkende genderidentiteit identificeert komt het er op aan dat zowel de yang-als de yin-eigenschappen, of anders gezegd de anima en de spiritus, beide tot ontwikkeling komen. Voor een gebalanceerde persoonlijkheid en dus ook voor een gebalanceerd leiderschap dienen beide aspecten van de persoonlijkheid in harmonie met elkaar samen te werken. Dan ontstaat er een leiderschap dat zowel krachtig is als barmhartig.

Het woord spiritus heb ik in die blogs niet nader toegelicht, en ik heb het min of meer gelijkgesteld met de yang eigenschappen. Maar dat klopt niet. De spiritus is dat deel van de persoonlijkheid dat communiceert met de onzichtbare wereld. Men kan daar toegang tot krijgen zowel via de anima als met behulp van de rede. Intuïtie, liefde zonder aanzien des persoons, eenheidsbewustzijn en openbaringen maken deel uit van de spiritus, en kunnen gelijkelijk optreden bij mannen en vrouwen.

Spiritus koker

Ik had in het blog van 12 maart en hierboven dus beter het woord ‘geest’ kunnen gebruiken in plaats van het woord spiritus. In het latijn betekent het woord spiritus inderdaad geest. Maar in het Nederlands roept het woord verwarring op. Het is niet zo dat de vrouw naast haar animus haar spiritus tot ontwikkeling moet brengen, maar eerder haar geest – je zou dat de mannelijke ziel kunnen noemen – terzijde: zo wordt het woord ook gedefinieerd in de oude Van Dale en in het etymologisch woordenboek. Overigens is het woord ‘geest’ van het mannelijk geslacht, evenals het woord ‘esprit’ in het Frans en het woord ‘Geist’ in het Duits – . Maar ‘geest’ wordt ook in andere betekenissen gebruikt; vandaar dat ik het in eeste instantie had vermeden.

Ik heb u hiermee voldoende in verwarring gebracht – dus ik laat het hier maar bij. De strekking van de blogs op 5 en12 januari blijven hopelijk overeind.

De Koningin

In mijn vorige blog heb ik de ontwikkeling van de man beschreven van kind naar volwassenheid, zoals die beschreven is door Jung. Naar aanleiding van die beschrijving is door Jung en zijn leerlingen de ontwikkeling van de vrouw in spiegelbeeld beschreven. Haar ziel wordt dan beschreven als animus, en het is de opgave van de vrouw haar animus te ontwikkelen. Die ziel zou dan haar mannelijke binnenkant zijn.

Deze redenering gaat volgens mijn ervaring en inzicht volstrekt mank. In de eerste plaats is de ziel altijd vrouwelijk, en hoeft de vrouw haar ziel dus niet zo te herkennen en ontwikkelen als een man – Terzijde: het woord ‘animus betekent in het latijn dan ook niet ‘ziel’ maar ‘verstand -. Haar ziel is al vanaf de geboorte volop aanwezig in haar bewustzijn en expressie.

Wat de vrouw echter moet ontwikkelen is niet haar anima, maar haar ‘spiritus’, haar geest. Dan komen naast haar yin-eigenschappen (zoals ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid ) ook haar yang-eigenschappen (wilskracht, agressie, autonomie, besluitvaardigheid en doortastendheid) tot ontwikkeling. Als dat proces in balans met haar anima verloopt dan zie je vrouwelijke leiders naar voren komen die kracht paren aan mildheid. Voorbeelden van dergelijke leiders zijn Gro Harlem Brundtland, Jacinda Ardern, Mette Frederiksen en in ons land: Sigrid Kaag, Femke Halsema en anderen. Zij tonen het leiderschap dat we nodig hebben. Ook de ontwikkeling van de vrouw is in een mythe beschreven: de mythe van Amor en Psyche.

Maar onder invloed van de verharding in de cultuur gaat bij de ontwikkeling van het vrouwelijk leiderschap ook veel mis. Als vrouwen hun aandacht richten op de ontwikkeling van hun kracht en autonomie, maar daarbij hun anima geen ruimte meer geven, dan krijg je leiders die iedere barmhartigheid ontberen. Ik denk daarbij aan iemand als Margaret Thatcher, en in ons land Marjolein Faber, Mona Keijzer en Dilan Yeşilgöz. Dat is het soort leiderschap dat we kunnen missen. Vandaar dat ik mijn voorkeur voor vrouwelijk leiderschap vandaag de dag nuanceer.

.

© Caroline Myss, Archetype kaarten

Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?

Er zijn in principe twee soorten mensen:
mensen die dingen bereiken en mensen die claimen dat ze dingen hebben bereikt.
In die eerste groep is het minder druk.
(Mark Twain)
Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?
(Lao-tse)

Jarenlang heb ik gepleit voor meer vrouwen in leidinggevende functies. Maar nu merk ik dat ik dat standpunt moet nuanceren. Daar heb ik twee blogs voor nodig, want ik maak eerst een omweg via de ontwikkeling van de vrouwelijke kant van de man.

Baanbrekend werk op dat gebied is verricht door C.G. Jung. Hij stelde dat in de man, diep in zijn binnenste, zijn ziel leeft, door Jung ‘anima’ genoemd. Zijn ziel is de vrouwelijke kant van zijn karakter – terzijde: in het Duits, frans, latijn en oud-nederlands is het woord ziel van het vrouwelijk geslacht – die bij een gezonde persoonsontwikkeling pas later in zijn leven naar buiten treedt. Daarvoor laat de man in ontwikkeling zijn typerende mannelijk kant zien (yang-kant), die door zijn fysieke natuur en de socialisatie in de cultuur is bepaald. Eigenschappen als wilskracht, agressie, besluitvaardigheid en doortastendheid treden daarbij op de voorgrond.

Zelfonderzoek zou er dan toe moeten leiden dat in de adolescentie zijn anima meer door hemzelf herkend en aanvaard wordt. Zij komt dan tot ontwikkeling, en de bovenstaande eigenschappen worden dan verzacht door bereidheid, ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid (yin-kant). Dit is een zeer oppervlakkige en korte samenvatting. Voor een meer uitgebreide bespreking van deze processen verwijs ik naar de boeken van Jung en mezelf.*) .

Onder invloed van de modernistische en post-modernistische cultuur wordt echter de ontwikkeling van de anima nogal eens geblokkeerd. Je ziet dan mannen en leiders opstaan waarbij de ‘vrouwelijke’ eigenschappen ook niet tot ontwikkeling zijn gekomen. In extremis krijg je dan ‘leiders’ als Trump, Wilders, Orban, Erdogan, Poetin, Stalin, Lenin. Kenmerkend voor deze ‘leiders’ is het totale ontbreken van barmhartigheid. Mark Carney, de premier van Canada, lijkt me iemand bij wie die ontwikkeling wel in balans is verlopen.

Volgelingen van Jung beschrijven de ontwikkeling van vrouwen als spiegelbeeldig aan de ontwikkeling van de man. Maar naar mijn menig klopt dat niet. In de literatuur heb ik daarover echter geen kritische kanttekening kunnen vinden. Merkwaardig! In mijn volgende blog ga ik daar verder op in.

*) C.G. Jung, Archetypen, 1987. Erik van Praag, Spiritueel leiderschap, 1996/9 en Voor niets gaat de zon op, 2012. In de boeken van mij wordt de graal-legende beschreven, die een prachtige metafoor is voor de ontwikkeling van de man.

Alles of niets?

Here is a test to find whether your mission on earth is finished.
If you’re alive, it isn’t.
(Richard Bach, in Illusions, The adventures of a reluctant Messiah
uit: Messiah’s Handbook)

Als adolescent was ik best ambitieus. Ik was niet zozeer geïnteresseerd in maatschappelijke status of rijkdom, maar wilde geen middelmatig leven leiden. Zoals ik het eerder formuleerde: ik wilde een zekere voortreffelijkheid en kwaliteit in mijn leven brengen, zodat ik aan het eind zou kunnen zeggen: dit was het beste leven dat ik heb kunnen leven. Hoewel ik nog niet van plan ben dood te gaan, ben ik toch wel op een leeftijd gekomen waarop ik wat meer evaluerend kan terug kijken. En dus rijst de vraag: ben ik in mijn levensdoel geslaagd?

Als mensen de resultaten van hun activiteiten en projecten willen evalueren hebben ze vaak de neiging om zwart-wit te denken. Of ze zijn geslaagd, of ze hebben gefaald. Maar uiteraard ligt de waarheid meestal ergens in het midden. Ook projecten die niet helemaal geslaagd zijn, hebben toch vaak een waardevol effect gehad. Ikzelf heb die neiging tot zwart-wit denken in mijn leven sterk gehad, en dat sloeg terug op mijn zelf-beoordeling. Of ik was de meest voortreffelijke kerel die er bestond (dat heet arrogantie of hoogmoed) of ik had volledig gefaald. Ik ben intussen wel wat wijzer geworden (geloof ik), maar als het gaat om de bijdrage die ik in de wereld heb geleverd, kan ik nog steeds iets van die neiging bespeuren.

Als ik zo objectief mogelijk terugkijk op mijn leven, op mijn rol als vader of als professional, dan heb ik zowel gefaald als een aantal fraaie successen geboekt. Als ik naar mijn (klein)kinderen kijk, die nu allemaal een zeer bevredigend leven leiden, dan denk ik: ik heb het als vader toch niet zo slecht gedaan – al besef ik heel goed dat hun leven vooral een product is van hun eigen keuzes en inspanningen. Toch heb ik destijds, net als de meeste ouders, ook gedrag vertoond waar ik niet bepaald trots op ben. En wat betreft mijn bijdrage aan de wereld om me heen ben ik geneigd die te bagatelliseren, maar dat kan ook nog wel een effect zijn van mijn vroegere zwart-wit houding.

Als we over ons zelf oordelen in termen van alles-of-niets – ik was perfect of volstrekt betekenisloos – dan projecteren we dat ook om de wereld om ons heen. Er gebeuren in de wereld een aantal prachtige dingen: in de natuur, en in de samenleving. Er gebeuren ook verschrikkelijke dingen, maar mensen staan daar weer dapper tegen op. Daarom denk ik dat ongefundeerd pessimisme misplaatst is, maar ongefundeerd optimisme ook. Ik was vroeger nogal eens zeer somber over de toekomst, maar ben tegenwoordig wat realistischer. De toekomst kunnen we niet kennen, dus we weten niet hoe het zal gaan. Sinds de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn we ons als mensheid bewust geworden van ons vermogen onszelf te vernietigen. Daar zijn de bedreigingen van het verlies van de biodiversiteit en de opwarming van de aarde bij gekomen. Hoe we met deze bedreigingen zullen omgaan is onzeker.

Intussen is het tijd om voor onszelf na te gaan wat op dit moment onze missie op aarde is (zie citaat hierboven). Wat zal er op onze weg komen? (zie het zwevende veertje hiernaast, dat genomen is uit de film Forrest Gump, uit 1994, en dat het onvoorspelbare leven en lot symboliseert. Je weet nooit welke kansen het leven je biedt.)

Morele moed en spirituele durf*).

There is a crack in everything – that’s how the light gets in
Leonard Cohen – Anthem**)

Vorige week schreef ik over het einde van deze tijd. Hoe kunnen we voorkomen dat dit uitloopt op een catastrofe? Hoe kunnen we bevorderen en dat dit einde het begin is van een nieuwe kans? Daarover zei ik vorige week dat daarvoor morele moed en spirituele durf nodig is.

In ons allemaal leeft de kiem van morele moed. Hoe kunnen we die kiem tot wasdom laten komen? Die weg begint met zelfreflectie. Met name is het van belang dat we naast onze zelf-waardering ook onze destructieve en kwaadaardige neigingen onder ogen zien. Laten we maar eens terug kijken op ons leven en zien hoe, soms op subtiele wijze, deze neigingen in ons dagelijks gedrag een rol spelen. Als we zodoende, na een grondige inspectie en zelf-analyse, daar enig zicht op hebben gekregen, dienen we onszelf daar niet mee om de oren te slaan, maar dit te zien als een schaduw in onszelf, die we voorlopig eens even terzijde moeten stellen.
Daarna dienen we de blik naar buiten te richten, en met name op de pijn in de wereld die bestaat naast de schoonheid. Die pijn kunnen we zien op individueel niveau, bij onze naasten, familie, vrienden en collega’s (ziekte, verlies, verdriet, depressie), maar ook in de wereld als geheel. We hoeven alleen maar te denken aan Gaza, Israel, Oekraïne, Rusland, Soedan, Syrië, Georgië en zo meer, en de situaties aldaar tot ons door te laten dringen. Dat kunnen noch moeten we niet de hele dag doen, maar er regelmatig een moment bij stil staan tot we de pijn zelf voelen is niet verkeerd. Zo ontwikkelen we compassie: mede-lijden.
Als we door zelf-reflectie en deze momenten van bezinning tot een dieper bewustzijn zijn gekomen dan zal vanzelf de moed ontwaken. Dan zullen we die tot uiting laten komen in wat de Boeddha het juiste spreken, het juiste handelen en het juiste werken noemt: stappen van het achtvoudig pad. Dan zullen we ons niet laten weerhouden door tegenkrachten. En dragen zodoende bij aan een betere wereld. Alle beetjes helpen.

Dark night of the soul – er zijn altijd lichtpuntjes

Als u door deze exercities af en toe de moed verliest – merk op hoe moed eigenlijk twee betekenissen heeft – dan is het goed u te richten op schoonheid in kunst of natuur. Ikzelf heb veel gehad aan muziek: Schubert: Nocturne (opus 148), Arvo Pärt: Spiegel im Spiegel, Morningsside van Neil Diamond (allemaal op youtube te vinden). En realiseer je dat in alles een barst zit – dat is hoe het licht kan binnendringen.
Volgende week ga ik in op spirituele durf.

*) Titel ontleend aan het boek met deze titel met door van Bas van den Berg vertaalde essays van Abraham Joshua Heschel (Volzin, 2025)

**) https://www.youtube.com/watch?v=c8-BT6y_wYg


 ‘AI that feels alive’. (Character.AI)

Some subjects have been very hard to convince that Eliza is not human.
(Joseph Weizenbaum)

IK ben nooit erg onder de indruk geweest van ChatGTP, want in 1987 had ik al Eliza op mijn computer staan. Dat was een therapieprogramma ontwikkeld door Joseph Weizenbaum op basis van de Rogeriaanse theorie. Er was natuurlijk nog geen Siri, dus je kon met dat prgramma alleen communiceren via ingetypte teksten, en Eliza antwoordde dan ook alleen met tekst. Niettemin was ik verbijsterd door hoe ‘echt’ de therapeut leek. Als proef heb ik toen een tijdje met Elize gechat en hoewel ik al snel door had hoe het werkte vond ik het verbluffend authentiek. Dus toen ChatGTP kwam was ik niet echt verbaasd.

Weizenbaum wilde met Eliza aantonen dat chatbots slechts een script afdraaiden en zelf niet intelligent waren, laat staan ‘menselijk’. Maar het liep anders. Eliza werd ongelooflijk populair en vele mensen verklaarden dat ze er echt door geholpen waren. Ik weet eigenlijk niet waarom het is verdwenen, lang voor de komst van AI.

Momenteel staan chatbots ter discussie, sinds er verhalen rondgaan dat bij sommige mensen chatbots een psychose hebben veroorzaakt. Enige tijd geleden heeft chatten zelfs rot een suïcide geleid van een 16-jarige jongen die in de weken daarvoor intensief met een chatbot had gesproken. Ik vind dat niet verbazend, want er wordt wel eens vergeten dat een chatbot alleen maar teruggeeft wat je er in stopt. Als er niet van tevoren al inhoudelijke algoritmens ingebouwd zijn, gegeven ze alleen maar terug wat je er zelf in stopt, en versterken dat. Als je depressief bent, bevestigt de chatbot je daarin.

Mark Zuckerberg is van mening dat chatbots een goed middel kunnen zijn ter bestrijding van eenzaamheid. Maar het tegendeel is het geval. Tijdelijk kunnen ze helpen je minder eenzaam te voelen maar na geruime tijd wreekt het zich dat chatbots wel levend lijken ( en ook zo geconstrueerd worden) maar het in feite niet zijn. Als men dat gaat ontdekken slaat de eenzaamheid verhevigd toe.

Door ons gebruik van AI en chatbots neemt het offline contact af en mechaniseert onze samenleving. We denken dat de chatbot een Ander is, maar het is een projectie van onszelf, eventueel vervormd door van buiten ingebouwde algoritmes. Is dat erg? Wel als je je realiseert dat persoonlijke groei niet in de laatste plaats gestimuleerd wordt door persoonlijk contact met een echte Ander; met name zijn/haar ziel (Emmanuel Levinas, De Tijd en de Ander, Ambo). Door AI en chatbots verarmt onze cultuur verder, wat nu al gebeurt door de enorme nadruk op materiële consumptie. Verdere nadelen kunt uzelf wel bedenken.

Ik zal AI weinig gebruiken, en dan alleen nog maar in het bewustzijn van wat ik aan het doen ben, als hulpmiddel, gereedschap (als ik er tenminste niet onbewust ingezogen ben).

.

De gedachten-afstemmer.

Wat achter ons ligt en wat voor ons ligt zijn kleine zaken vergeleken met wat in ons ligt.
– Ralph Waldo Emerson
In het diepst van de winter leerde ik eindelijk dat er een onoverwinnelijke zomer in mij schuilging.
– Albert Camus

Ken je die ervaring? Dat je woorden, een inzicht, een beeld, een aanwijzing of een droom invallen waarvan je onmiddellijk weet: dat heeft extra betekenis. Dit is niet zomaar een inval uit mijn hersen-databank, maar een zinvolle boodschap die om extra aandacht vraagt. Ik heb die ervaring al mijn hele leven. Dan vallen er uitspraken uit mijn mond, die ik niet tevoren bedacht heb maar extra betekenis blijken te hebben; voor mezelf, of voor mijn cliënten. Of ik word toegesproken en dat blijkt een suggestie, of sterker een dringend advies om iets te doen of te laten. Diegenen die me al langer volgen weten dat ik dit proces heb benoemd als ‘innerlijke gids’. Ik voel me door hem/haar/het geleid en gedragen.

Uit ervaring heb ik het vermoeden gekregen dat iedereen die innerlijke gids heeft, maar dat sommigen daar helemaal geen aandacht aan besteden en dan ook niet weten dat zij daar ook over beschikken. Een interessante vraag is : wie of wat is die innerlijke gids? Is het een (aangeboren?) deel van je geest of ziel? En zo ja, moet je die dan ontwikkelen? Of is het een instantie die je van buitenaf begeleidt? Die deel uitmaakt van de transcendente wereld? Dat geloof ik. In de geestelijke, religieuze en spirituele tradities bestaan er vele namen voor deze gids: bescherm- of begeleidingsengel, heilige geest, goddelijke inwoning, thought adjuster, en zo meer. Soms presenteert deze zich als (de naam van) een overledene.

Een innerlijke gids komt altijd via je intuïtie binnen, maa niet elke intuïtie is afkomstig van je innerlijke gids. De gids is altijd afkomstig uit de transcendente, onzichtbare wereld; de intuïtie soms evenzo, maar kan ook afkomstig zijn uit het non-lokale, niet persoonlijke bewustzijn (de noösfeer of het collectieve bewustzijn). Hoe kun je onderscheid maken tussen je gids en je intuïtie enerzijds en een wijsheid of inzicht dat vanuit je ervaring voortkomt anderzijds? Dat onderscheidt kun je maken aan de hand van de gevoelens waarmee die invallen gepaard gaan. In het geval van je innerlijke gids is er altijd een gevoel van openbaring: een absolute zekerheid over de waarheid van de boodschap. Bij intuïtie is dat gevoel wat minder sterk maar ook aanwezig. Kenmerkend voor de boodschappen van je gids en je intuïtie is dat ze eigenlijk altijd heilzaam zijn, al blijkt dat niet altijd direct. Ze kunnen aanvankelijk heel ongemakkelijk overkomen – bijvoorbeeld stellen dat je een bepaalde keuze moet maken die je liefst uit de weg wilt gaan.

Mocht je niet bewust zijn van je gids, dan loont het de moeite daarnaar op zoek te gaan. Je kunt bijvoorbeeld terugspoelen in je leven en nagaan welke besluiten in je leven heel wezenlijk waren en een heilzaam effect hebben gehad. Was daarbij een gids in het spel? Of ontdek je dan dat er momenten waren in je leven waarin je je innerlijke gids hebt genegeerd? En wat daarvan de gevolgen waren. Ook kun je afgaan op je wijsheid, of je diepste inzichten, en nagaan hoe je daaraan gekomen bent. Of kijk eens aandachtig in de spiegel.

Hoe dit zij, het loont de moeite je gids op het spoor te komen – het versterkt je gevoelens van eigenwaarde en dankbaarheid. Je gids geeft soms heel concrete adviezen, bijvoorbeeld hoe je moet stemmen bij verkiezingen. Ook maatschappelijk is de gids van belang. Als meer mensen, met name leidinggevenden in het bedrijfsleven en politici in contact zouden staan met hun gids, zouden we nu in een betere wereld leven.

Voorwaardelijke liefde

Vandaag de dag gaat het erom dat erom wat men weegt op de weegschaal van de mensheid. Al de rest is onbeduidend’
Goethe (geciteerd door Rob Riemen)

Vorige week noemde ik liefde een van de fundamentele gevoelens. En ik zei onder meer dat ik van de wereld, van de mensheid houd. Dat is zo, maar het merkwaardige is dat dat gevoel wegvalt als ik mijn aandacht op een enkel individu richt met wie ik veel moeite heb: Trump, Wilders, Yesilgoz of Schoof, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Ik zie ons mensen als cellen in het lichaam van Gaia, te vergelijken met de cellen in ons eigen lichaam. Ik houd van mijn lichaam, en die liefde straalt af op de meeste cellen. Maar toen ik ooit kanker had, gold dat niet voor de kankercellen. Ik heb er toen aan moeten werken om die cellen te beschouwen als mijn cellen; ze als het ware te accepteren, voordat ik ze kon bestrijden. Dit was onderdeel van het genezingsproces zoals beschreven door SImonton (Op weg naar herstel, 1983). Zo zou het ook moeten gaan met de cellen in Gaia: eerst beseffen dat we echt allemaal één zijn, voordat we sommigen van hen kunnen en moeten bestrijden.

Dat eenheidsbesef is bij mij voorshands nog al cerebraal; het is nog niet ingedaald op gevoelsniveau. Daardoor blijft de liefde waar ik het over had ook nogal abstract. Overigens, waar liefde is ontstaat ook meestal gehechtheid, die de liefde beperkt. We zijn gehecht aan wie of wat we liefhebben. Maar echte liefde laat juist los, laat de ander(en) vrij.*) Pas dan krijgt de liefde vrij baan.

Tot zover wat reflecties over mijn zijn in de wereld, en mijn verhouding tot het kwaad. Volgens Goethe (zie citaat hierboven) wordt het tijd dat ieder zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van de gehele mensheid neemt. Verantwoordelijkheid nemen betekent volgens mij dat men een antwoord heeft en geeft; met andere woorden, dat men iets doet. Maar het uiteindelijke antwoord op het kwaad heb ik nog niet.

*) Voor een meer diepgaande bespreking van gehechtheid en loslaten zie men mijn boek Spiritueel Leiderschap, pag. 107 e.v.

The family of (wo)men.

In de meeste psychologische theorieën wordt er vanuit gegaan dat er vier basale menselijke gevoelens zijn. Maar er is geen volledige overeenstemming over welke dat dan zijn. Vaak worden genoemd: vreugde, boosheid (woede), angst en verdriet. Persoonlijk kies ik voor liefde, angst, vreugde en verdriet/pijn.

Er zijn natuurlijk talloze emoties die hier niet mee samen vallen. Maar analyse laat zien dat deze emoties vaak gemengd zijn met gedachten en/of neigingen tot actie. Het woord emotie zegt het al: een beweging naar buiten (van latijn: emovere, naar buiten bewegen). Gevoelens hoeven niet naar buiten te bewegen: ze zijn een gemoedstoestand. In het spraakgebruik worden de woorden ‘gevoelens’ en ‘emoties’ overigens door elkaar gebruikt.

Zelf reken ik boosheid of woede niet tot de fundamentele gevoelens. In elk geval is dat mij niet zo. Boos of woedend of zelfs razend word ik als iemand of een verzameling mensen handelingen verrichten die schade toebrengen aan of zelfs vernietigen wie of wat me dierbaar is/zijn. Voorbeelden: Netanyahu, die willens en wetens Palestijnen en journalisten vermoordt, Trump, die (welbewust?) aanstuurt op vernietiging van onze wereld door het klimaat probleem als niet bestaand te verklaren en navenant te handelen, enzovoort (de voorbeelden zijn helaas moeiteloos uit te breiden).

Maar ik werd me er van bewust dat ik niet met woede door het leven wil gaan, want dan draag ik zelf bij tot een energie die de wereld schaadt. Dus ben ik eens nagegaan waar die woede vandaan komt. Is het mijn machteloosheid? Dat draagt er zekert toe bij, maar vormt m.i. niet de hele verklaring. Of is het mijn natuurlijke agressie die door dit soort aanleidingen geactiveerd wordt? Dat geloof ik ook niet, want dat is heel iets anders, een manifestatie van de levenskracht zelf. Nee, ik kwam tot de ontdekking dat de woede ontstaat door de pijn dat iets wat me dierbaar is wordt bedreigd. Woede is bij mij dus een vorm van gekwetste liefde. Ik houd van mensen, van de wereld. Volgens mij is dat een vorm van houden van het leven.

Deze ontdekking heeft me een stuk vrijheid opgeleverd en maakt het me mogelijk eenheid na te streven. Er zijn veel mensen met wie ik grote moeite heb, maar we zijn wel allemaal lid van de family of (wo)men. Deze mensen komen uit dezelfde bron als ik en ik ben er dus mee verbonden, of ik dat nu leuk vind of niet.

Hitler als peuter

Manifestaties van Licht.

There is a crack in everything, that’s how the light gets in
Leonard Cohen

Op onze levensweg, het pad van de Liefde (zie vorige blog), worden we begeleid door het Licht, dat zodoende ook een pad aflegt, boven ons pad van Liefde (zie het blog van 1 mei. jl.). Ook daarvan zijn we ons meestal niet bewust (net zomin als van de Liefde).Vandaar dat het streven naar Licht een belangrijk tweede levensdoel wordt. Ook in dit geval is het van belang te weten dat het Licht zich vaak indirect manifesteert. Slechts een beperkt aantal mensen vermag het Licht rechtsreeks te aanschouwen, Dit wordt onder meer gerapporteerd door de meesten die een BDE meemaken.

Het Licht manifesteert zich ook door onze innerlijke gids. Er ‘gaat ons een licht op’. Zo is wijsheid te zien als een manifestatie van Licht. Het Boeddhisme spreekt in dit geval van wakker worden, van ware kennis: verlichting. We kunnen dan de illusie van de manier waarop we de werkelijkheid – Maya – waarnemen, van onze begeerte en de daaruit voortvloeiende pijn loslaten.

Het Licht kan zich ook openbaren als contact met het mysterie, als verwondering, bewondering, ontzag. Voor gelovigen: als contact met het goddelijke. Voor anderen, als contact met de onzichtbare, transcendente werelden (de godin Sophia in de gnostiek, en de godin Tara in het Boeddhisme). Of als een beleven van het mysterie van het leven in al zijn vormen: ons lichaam, de natuur, Gaia, de zon, de kosmos, de sterrenhemel, geboorte en dood.

Een derde weg naar het licht is het contact met onze identiteit. Hoe kan het dat, terwijl we voortdurende ontwikkelen en groeien, toch voor ons gevoel steeds onszelf blijven? Dat onze identiteit niet verandert? Dat we een antwoord kunnen vinden op de vraag: Wie ben ik? En dat dit antwoord merkwaardigerwijs niet leidt tot ons ik-bewustzijn, maar tot verbinding met onze ziel, ons zelfbewustzijn.

Tenslotte heeft Leonard Cohen in zijn beroemde anthem*) ons nog een weg naar het licht gewezen: kijken naar de scheur of de barst in alles. Alles; dat kunnen dus dingen zijn, levende wezens of processen. Het valt niet altijd mee die scheur te vinden, maar niets is volmaakt in de zin van zonder scheur of barst, althans volgens Leonard Cohen. Maar om de scheur te vinden moeten we in het element dat we beschouwen duiken. Als we aan de buitenkant blijven is de scheur vaak moeilijk waar te nemen, en kunnen we trouwens ook het licht niet ervaren. Dus we verdiepen ons in de wereld van de wetmatigheden om het licht te vinden. Daarover de volgende week.

.

*) Audio: https://www.youtube.com/watch?v=1jzl0NlTmzY
Video: https://www.youtube.com/watch?v=c8-BT6y_wYg