Persoonlijke groei

Een goed leven (II)

                              Anderen begrijpen is wijsheid. Jezelf begrijpen is verlichting                                         (Lao Tse, Tao te Tjing, 33)                                                                                                                               

Je kunt je leven op verschillende manieren indelen, en één manier is de volgende. De periode tot 25 jaar is de periode van de zonsopkomst, het Oosten, de lente. Het is de tijd van geboorte en opgroeien tot volwassenheid. De tweede periode, tot 50 jaar, is die van het Zuiden, de zomer. Je staat in volle bloei. Je schept je privé-leven, je woonplaats en je werk en brengt dat tot ontwikkeling. De derde periode, tot 75 jaar, is die van de herfst,  van het Westen, een periode van vrucht dragen, oogsten, verdieping, zingeving, en spirituele ontwikkeling. En in de vierde periode is de zon weer ondergegaan. Het is nu winter, en het is een tijd van contemplatie, en het delen van de levenservaring. Het is de periode van de ‘Elder’.

Ik zit nu in die laatste periode, en vandaar mijn behoefte aan terugblikken. In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld: wat is eigenlijk een goed leven, en daarvoor een aantal vragen geformuleerd die als criteria kunnen dienen om je eigen leven in dat opzicht te boordelen. Een leuk tijdverdijf voor oudere mensen, zoals ik. Ik heb elke vraag geherformuleerd in de voltooide tijd en aan elke vraag een score toegekend tussen 1 en 10; en die scores vervolgens gemiddeld. Als ik dat zo eerlijk en objectief mogelijk doe kom ik op een krappe acht. Dat waardeer ik als goed. Wel verbazend eigenlijk, daar ik helemaal niet zo tevreden ben over wat ik daadwerkelijk heb bereikt en nagelaten. Ik leid hieruit af, dat ik misschien wat milder over mezelf zou moeten denken.

Als je jonger bent dan ik en geïnteresseerd in een tussentijdse evaluatie van je leven, kan je dezelfde procedure toepassen, waarbij je de vragen weer in de tegenwoordige tijd formuleert. Je kunt uiteraard vragen die je niet relevant vindt weglaten en eigen vragen toevoegen. Niet te kritisch zijn, maar ook niet te makkelijk met jezelf. Als je tevreden bent met het resultaat is dat een aansporing om zo door te gaan. Zo niet, dan is het een uitdaging om je levensdoelen misschien wat scherper of hoger te stellen en na te streven. Misschien moet je je ‘growing edge’ wel opzoeken.

Het is wel een interessant gedachte-experiment om je voor te stellen wat je als grafschrift op je steen zou willen zien staan, of, als je niet begraven wil worden, hoe een voor jou belangrijk of dierbaar persoon jou in een oneliner zou karakteriseren na je overlijden. En een ander gedachte-experiment: als je zou weten dat je morgen, over een week, over een jaar zou overlijden: wat zou je nog willen doen? Doe dat dan nu. Deze gedachte-experimenten zijn oude technieken uit de groeibeweging van de zestiger en zeventiger jaren, die hun relevantie nog geenszins verloren hebben.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een goed leven (I)

Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden. (Socrates)*

Een aspect van ouder worden is dat je terug kijkt op je leven. Een vraag die daarbij speelt is: ben ik tevreden over het leven wat ik geleefd heb? En een vraag die daaruit weer voortvloeit is: wat is eigenlijk een goed leven? En die vraag zou je eigenlijk al veel eerder moeten stellen dan als je oud bent, want dan kan je er nog meer aan doen. Vandaar dat ik mijn beschouwingen over deze vraag maar eens met jullie deel. (Met een goed leven bedoel ik dan: zowel goed in morele zin als geslaagd)

Je zou kunnen zeggen: een goed leven is een leven waarbij je jezelf en de anderen om je heen gelukkig maakt. Maar dat is wat kort door de bocht. Want enerzijds is het maar de vraag of je geluk op die manier kunt ‘maken’ (in elk geval niet bij anderen), en bovendien is het nog niet zo eenvoudig om te definiëren wat geluk eigenlijk is. Dus dat werkt niet. Een ander antwoord op de vraag is: een goed leven is als je eruit haalt (hebt gehaald) wat erin zit. Maat ook dat is een onduidelijk criterium, want wie wie kan zeggen of dat zo is? Misschien heb je wel hele interessante mogelijkheden over het hoofd gezien, en dan weet je niet dat je er niet uit gehaald hebt wat er in zat.

Ik denk dat je de vraag of je een goed leven leid (of geleid hebt) het beste kan beantwoorden aan de hand van een aantal criteria, die te formuleren zijn als deelvragen. Zoals:

  • Heb je ontdekt wat jouw unieke bijdrage aan de wereld kan zijn, en lever je die bijdrage ook?
  • Sta je liefdevol in het leven? Houd je van mensen, je werk, en de natuur? Ben je je medemens tot steun? Slaag je erin niet te snel te (ver)oordelen? Kun je duurzame relaties opbouwen met een partner, vrienden en op je werk? Houd je als regel; rekening met anderen?
  • Ben je vergevingsgezind, naar jezelf en anderen (je ouders!)? Kun je mild zijn voor jezelf als je een fout hebt gemaakt of hebt gefaald?
  • Leef je in het algemeen bewust en aandachtig?
  • Ben je in staat te genieten, en situaties te scheppen die je plezier opleveren?
  • Ben je in staat pijn en ziekte te vermijden, en als ze toch optreden, ze stoïcijns te aanvaarden?
  • Kun je tegen alle vormen van verlies?
  • Heb je vrede gesloten met de dood (van jezelf en anderen)?
  • Kun je op constructieve of creatieve manier omgaan met je driften, woede en lust? Met andere woorden: kun je passies beheersen in plaats van ze te onderdrukken?
  • Is er intimiteit in je leven, en zo nee, zie je kans dat te creëren?
  • Durf je risico te nemen? Durf je je veilige vertrouwde fysieke of geestelijke omgeving te verlaten een onzekere toekomst in te gaan? (zie de afbeelding: de growing edge, precies het gebied waar je naar toe moet om te groeien)
  • Houd je vol bij tegenslag als je een voor jouw belangrijk doel nastreeft?
  • Durf je steeds te zeggen wat je te zeggen hebt en te doen wat je te doen hebt, ongeacht het oordeel van anderen?
  • Heb je het gevoel meester te zijn over je eigen leven?
  • Geloof je in jezelf en vertrouw je het leven?
  • En tenslotte: lukt het je om contact te krijgen met je diepste (ge)weten, en volg je dat ook?

Enzovoorts en zo verder. Dat zijn dus wel erg veel vragen. En je bent vast en zeker in staat zelf nog een aantal fundamentele vragen toe te voegen. Wat moet je daar nu mee? Daarover in een volgend blog.

 

Over zelfreflectie, zie bijvoorbeeld: https://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/170199-zelfreflectie-tips-om-kritisch-naar-jezelf-te-kijken.html

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Who is our neighbour?

Back from a magnificent holiday in Switzerland – what a beautiful country! – and Italy I am inspired to talk with you about love. I did that many times before, since it is an inexhaustible subject, but recently I discovered some new aspects. Let’s start with the Bible book Leviticus 19:18: Love your neighbour as yourself: I am the Lord.

This phrase has led to endless feelings of guilt, because what if you don’t feel this love, or doesn’t know how to develop this? Then one fails, exactly in the domain that seems to be the most important in life.

One of the problems is that this quote is probably wrongly translated. Meant is: Love your neighbor, who is like you. That sounds certainly more logical and true. Because in the more current translation your self love, that can be very limited, is the criterion for the love you can give, whereas clearly is referred to a higher standard: the love for and from the the Architect of the Universe: I am the Lord. To that love we are always capable, no matter of our own state of being, and no matter if we are believers of atheists.

But who is our neighbor? That surely is not everyone and anyone. To love that whole would be an abstraction, a cerebral concept, and that is not love. The neighbor is the one who enters our life. He/she has to give us something, or may need something from us. But anyway we have to deal with him or her. Only in that situation we can practice love, either by receiving or giving, or both. One can start with practicing open mindedness, mindfulness, and random acts of kindness. From there contact is possible. When, in contact, one succeeds in open listening and open speaking (without judging the other or wanting to influence him/her, or defending yourself) love will come into bloom. Sounds simple, is it not? It IS simple, but that is not to say that it is easy. But it is reachable for anyone who is determined to love one’s neighbor.

Of course we don’t love our neighbor immediately after meeting him/her, or continuously. As Carl Jung wrote in a letter to Mrs. A. Schim van de Loeff: “The general idea of christian love for one’s neighbour is a pretense. In that way one can interact with everyone in a nice and detached way, because you are loving everyone after all. I possess no christian love, so why should I pretend to love you? I take you seriously, and that, in all honesty, is the only thing I can do.”

 

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De hoogste rechter.

Hebben alle mensen een geweten? Ik? U? Rutte (die niet in zijn eerste leugentje gestikt is – ik ook niet trouwens)? Merkel? Berlusconi? Trump? Zijn fundamentalistische kiezer? Mugabe? Poetin? Erdogan? Assad? Mladic? Een jihadist, die op onschuldige burgers of kinderen schiet? Een ‘onschuldig’ kind dat  een koekje van een schaaltje pikt? Een verzetsstrijder, die een moord pleegt om erger te voorkomen? Een straaljagerpiloot die een gekaapt vliegtuig met passagiers uit de lucht schiet, omdat dat de piloot van dat toestel een aanslag wil plegen op een vol stadion? (Ik zag gisteravond  het toneelstuk Terror van Ferdinand von Schirach dat handelt over dit dilemma. Een aanrader: http://www.terror-devoorstelling.nl.).

Uit deze uiteenlopende voorbeelden blijkt wel dat de vraag niet zo makkelijk te beantwoorden is. Om iets dichter bij het antwoord te komen zullen we moeten onderscheiden tussen op zijn minst twee soorten geweten. 1. Het geweten dat voortkomt uit aangeleerde normen. De meest bekende daarvan zijn de tien geboden,  maar je zou ook de klassieke, en later de katholieke deugden leer daartoe kunnen rekenen (het volgen van je geweten is dan leven volgens de deugden, zoals voorzichtigheid, gematigdheid, moed, enz.). Deze normen onderscheiden zich psychologisch nauwelijks van meer oppervlakkige voorschriften, zoals goede manieren of kledingvoorschriften. Het niet opvolgen daarvan kan tot dezelfde schuld- of schaamtegevoelens leiden als niet deugdzaam handelen.

2. Maar er is ook een ander soort geweten, noem het de innerlijke stem, die je laat weten wat in elke situatie de juiste handeling is (de categorische imperatief van Kant). Dat geweten is minder gestructureerd dan het eerste geweten, want het kan in verschillende situaties uiteenlopende aanwijzingen geven, en openbaart zich soms niet eens als een precieze aanwijzing, maar als een vaag gevoel of intuïtie. Overigens: het vereist oefening om die innerlijke stem te onderscheiden van de verankerde morele voorschriften, waarvan in de vorige alinea sprake was.

De inhoud van het eerste geweten is sterk afhankelijk van de opvoeding, en van de cultuur waarin we worden groot gebracht. In die zin heeft iedereen wel een zeker geweten. Zo zullen mensen als Trump of Erdogan of een terrorist zeker een geweten hebben, maar je kan wel stellen dat de inhoud van hun geweten niet overeenkomt met het mijne – en het uwe neem ik aan.

De interessante vraag rijst echter: hebben we allemaal dat tweede soort geweten? En, hoewel dat zoals we zagen, niet altijd precies aangeeft wat juist handelen is in een bepaalde situatie, heeft het dan toch een soort universele inhoud? Als het antwoord op deze vragen ‘ja’ zou zijn, dan rijst de vraag hoe het komt dat verschillende mensen zulk uiteenlopend gedrag vertonen in ethisch opzicht. Het zou kunnen zijn dat iedereen dat soort geweten wel heeft, maar dat sommigen geleerd hebben de stem daarvan zo effectief te onderdrukken (omdat het hem of haar niet uitkomt, of omdat er strijdigheid bestaat tussen de innerlijke stem en de aangeleerde normen), dat die niet meer gehoord wordt; laat staan dat die stem wordt  opgevolgd.

Maar misschien is het antwoord op de vraag in vorige alinea wel ‘nee’. Dan zouden sommige mensen geen innerlijk geweten hebben. Die zijn dan gehandicapt en dus eigenlijk ook niet om  hun gedrag (juridisch)  te veroordelen. Al kan je als samenleving ervoor kiezen dat wel te doen om de rechtstaat te beschermen.

Volgens Vaclav Havel (Brieven aan Olga) heeft iedereen dat tweede geweten, maar ik twijfel. Maar ook als dat niet zo is: iedereen kan leren zich deugdzaam te gedragen – maar dan moet hij/zij wel het belang daarvan in kunnen zien. Wat hoe dan ook nooit zal werken is proberen anderen over te halen tot ander gedrag; je kan een ander niet veranderen. Wat echter altijd mogelijk is: luisteren, en proberen te zien wat de ander beweegt. Dat zal zeker tot meer begrip leiden, en wie weet, tot meer verbinding. En dan is alles mogelijk.

Volgende week wil ik een voorbeeld behandelen van iemand die die verbinding in praktijk brengt.

 

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Ons grootste verlangen.

Het is nu twee weken geleden. Talloze malen heb ik Eberhard van der Laan de afgelopen weken horen kenschetsten als ‘een lieve man’. Ik voel me daar ongemakkelijk bij. Deze karakterisering doet hem namelijk geen recht. Van der Laan was helemaal geen lieve man. Een betrokken en gedreven man, iemand met veerkracht en doorzettingsvermogen, die af en toe ongenadig kon confronteren en uitvallen, dat allemaal wel. Ook iemand die goed kon luisteren en bemiddelen bij conflicten. En iemand met liefde voor mensen en de stad. Maar dat maakt hem nog niet tot een lieve man.

Hij is de afgelopen weken ook op een voetstuk geplaatst, en ook daarover voel ik me ongemakkelijk. Mensen horen niet op voetstukken – dat is noch voor henzelf noch voor hun omgeving goed. Het maakt mensen onaantastbaar, onmenselijk haast. Gelukkig heeft Van der Laan daar geen last meer van.

Waarom doen mensen dat? Ik denk dat het een uiting is van hun verlangen naar een betere, meer waardige wereld. En van hun gevoelde onmacht daar zelf substantieel aan bij te dragen. Daarom hun behoefte aan idolen, aan leiders die dat voor hun kunnen regelen.

Maar zo werkt het natuurlijk niet. Een betere, waardige wereld kunnen we alleen bereiken als we daar allemaal aan bijdragen. Als we allemaal ons eigen puzzelstukje vinden en dat invoegen in de planetaire puzzel. Mensen voelen zich onmachtig, maar zijn dat natuurlijk niet. Natuurlijk kunnen we niet individueel een betere wereld bewerkstelligen, maar we kunnen wel een beter mens worden, zoals de vrijmetselaars zeggen. Daarvoor is nodig dat we in ons zelf zoeken naar wat onze gewondheid en onze belemmeringen, onze inzichten, talenten en onze idealen zijn. Dat kost tijd, en is soms een moeizaam proces. Maar het zal leiden tot ons eigen niveau van competentie.

We kunnen niet allemaal een Mandela, een Ghandi, een Martin Luther King of een Van der Laan zijn. Maar we kunnen wel onszelf zijn. We kunnen deze grote leiders niet beter eren dan door daar voor te gaan. Laten we onze terughoudendheid en angsten overwinnen. Om met Marianne Williamson te spreken: Onze diepste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.
Onze diepste angst is dat we immens krachtig zijn. En tegelijkertijd ons  grootste verlangen, zou ik daaraan willen toevoegen.

 

Datum Door erik.van.praag 3 Reacties

Zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook.

Zo’n tweeduizend jaar geleden kwam er een boodschap tot ons: heb niet allen uw naasten, maar ook uw vijanden lief. Sinds die tijd worstelen we met die boodschap, want onvoorwaardelijk liefhebben zonder aanzien des persoons is niet een kwestie van rationele keuze. De vraag is trouwens of we er wel voor zouden kiezen als we dat zouden kunnen. Want zoals Gibran (in De Profeet) zegt: “Zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook.” Maar toch verlangen we ernaar. Hoe dan met haar in contact te komen?

Over liefde zijn boeken vol geschreven zonder dat ze precies gedefinieerd kan worden. Maar het helpt als we ons realiseren dat liefde zich in allerlei verschijningsvormen kan voordoen. Ik noem er een paar:

  • willekeurige vriendelijkheid (random acts of kindness)
  • vergeving
  • hulpvaardigheid
  • zorg (care)
  • meeleven en mededogen
  • respect
  • verontwaardiging, of zelfs woede (als je onrecht ziet, of ziet dat er schade gedaan wordt aan iemand die, of iets wat je dierbaar is)
  • ervaren van schoonheid
  • broeder- of zusterschap
  • enzovoort. U kunt dat ongetwijfeld zelf bedenken.

Al deze alledaagse vormen van liefde kunt u bij uzelf herkennen, ontwikkelen en koesteren (op zichzelf een daad van liefde), en zo komt het met uw liefde vanzelf wel goed. Natuurlijk kan liefde ook rechtsreeks ervaren worden, en kan dan met allerlei gevoelens gepaard gaan: ontroering, dankbaarheid, vreugde, plezier, maar soms ook pijn of verdriet; maar anders dan bovenstaande verschijningsvormen kunnen we deze onmiddellijke ervaring niet oefenen. De ervaring komt vanzelf als we ervoor openstaan en bereid zijn de controle over ons gevoelsleven op te geven. De beoefening van een of meer van bovenstaande verschijningsvormen van de liefde bevordert dat.

Verliefd zijn, liefde tussen ouders en kinderen en tussen geliefden zijn spontaan optredende verschijnselen van liefde, en prachtig oefenmateriaal voor de totale liefde voor alle mensen, de natuur en de wereld als geheel. Meditatie kan eveneens een proces zijn waarin deze algemene liefde opbloeit. Ook ervaringen van het numineuze (geheimzinnige, mysterieuze)  en  BDE’s (bijna dood ervaringen) kunnen liefde opwekken.

Liefde is dus eigenlijk iets heel eenvoudigs, maar hoe komt  het dan dat we ons vaak zo leeg voelen en liefdeloos handelen? Daarover kom ik een volgende keer te spreken.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De innerlijke gids.

Maak de volgende zin eens af: “Emily’s vader heeft drie dochters, namelijk Mei, Juni, en . . . ?” Als u impulsief antwoord zal u  ‘Juli’, zeggen. Het vraagt enige reflectie om het juiste antwoord  te geven: Emily.

Deze anecdote, die ik al eens eerder had gehoord, ontleen ik aan een artikel van Harald Merkelbach in ‘Letter en Geest’ (bijlage van Trouw) van 2 september j.l. Merkelbach is juridisch columnist in NRC/Handelsblad en publiceert een dezer dagen een boek: ‘Intuïties maken meer kapot dan je denkt’.

De manier van impulsief denken die in bovenstaande anecdote leidt tot het antwoord ‘Juli’ wordt in de psychologie Systeem 1 genoemd, terwijl beslissen en concluderen op basis van wikken en wegen Systeem 2 wordt genoemd. Onder Systeem 1 vallen dan alle uitspraken en gedragingen die gebaseerd zijn op associatie, interpretatie, vooroordeel, impulsiviteit, enzovoort. Merkelbach vat dat samen onder het begrip ‘intuïtie’ en daar gaat hij dan volledig de mist in. Want intuïtie is feitelijk iets heel anders dan Systeem 1. Zoals gewoonlijk missen de psychologen in hun onderzoek, waarbij ze stellen dat alle oordelen en besluitvorming gebaseerd is op hetzij Systeem 1 (in 95 % van de gevallen) of Systeem 2, het essentiële punt (zoals de psychologie eigenlijk altijd doet; zie ook Ouspenski*).

Maar als intuïtie niet het blindvaren op Systeem 1 is, wat is het dan wel? Daarvoor moeten we te rade gaan bij de transpersoonlijke psychologie (Jung, Wilber, en vele anderen). Intuïtie blijkt dan een onmiddellijk inzicht te zijn dat juist niet gebaseerd is op associatie, interpretatie, ervaring of redelijk denken. Het doet zich vaak voor als een inval ‘out of the blue’. Het vereist training en zelfreflectie om bij zichzelf te leren onderscheiden tussen intuïtie en invallen van andere oorsprong. Over de vraag of intuïtie altijd ‘correct’ is, is het laatste woord overigens nog niet gesproken.

Om tot Merkelbach terug te keren: deze zet zich af tegen een stroming (binnen de organisatieleer en het recht) die ervoor pleit zich bij beslissingen vaker te baseren op intuïtie. Volgens Merkelbach kan dat leiden tot desastreuze uitkomsten. Hij geeft als voorbeeld de gerechtelijke dwaling rondom de verpleegkundige Lucia de B. In zijn betoog  – althans in zijn artikel; het boek heb ik niet gelezen – heeft hij het echter helemaal niet over intuïtie maar over Systeem 1 processen, en dat is iets volslagen anders. Zodoende gooit hij het kind (intuïtie) met het badwater (Systeem 1) weg.

Wat kunnen we hieruit leren? In de eerste plaats dat echte intuïtie wel degelijk een belangrijke bron van inzicht en besluitvorming kan zijn. Maar ook dat het training vereist om het te kunnen onderscheiden van andere invallen. En dat het een zekere persoonlijke rijpheid en wijsheid vereist om het op verantwoorde wijze te kunnen gebruiken. Persoonlijk zou ik mijn intuïtie ook altijd willen toetsen aan andere bronnen van inzicht. Vaak kan dat pas nadat de intuïtie eerst expliciet is geworden.

In mijn praktijk als therapeut, coach en organisatieadviseur, en ook in mijn persoonlijk leven heeft intuïtie een cruciale rol gespeeld. Het zijn mijn intuïtieve inzichten en de daarop gebaseerde uitspraken en beslissingen, die voor mijzelf en mijn cliënten een wezenlijk en bijzonder heilzaam verschil hebben gemaakt. Derhalve raad ik iedere professional, arts, therapeut, coach, adviseur, manager of rechter, aan zijn eigen intuïtieve vermogen te ontwikkelen, tot heil van hemzelf en de anderen.

 

*) P.D. Ouspenski, De mens en zijn mogelijke evolutie, 1947, 1988.

Datum Door erik.van.praag 4 Reacties

Ontroerd zijn is ademhalen met het hart.*)

Nog eens terugdenkend aan de uitzending van ‘Zomergasten’ van 30 juli (met burgemeester Van der Laan) trof me iets dat ik als een belangrijk verschil zie tussen Van der Laan enerzijds en de heren Pechtold, Rutte en Buma anderzijds. Dat is dat Van der Laan ontroerd kan worden, terwijl ik me dat bij de andere drie niet kan voorstellen. Dat kan ik natuurlijk helemaal mis hebben, maar dit is mijn persoonlijke indruk.

Zelf heb ik 33 jaar een leven zonder ontroering geleefd. Niet dat ik helemaal geen emoties had, en er waren natuurlijk best gebeurtenissen, zowel in mijn privé leven als maatschappelijk, die me wat – of zelfs veel – deden. Ik reageerde dan met woede, verontwaardiging, gekwetstheid of andere emoties, maar ontroering, een verzachting in mijn gemoed door verdriet, meevoelen of juist schoonheid kende ik niet. Ik was er simpelweg niet toe in staat. Het dichtste erbij kwam ik nog bij de geboorte van mijn eerste dochter, toen ik een mengeling voelde van vreugde en ontzag, en een zeldzaam moment van innerlijke vrede beleefde.

Omdat ik dit gebrek aan zachtheid als een gemis voelde heb ik er alles aan gedaan om te onderzoeken waar dit onvermogen vandaan kwam, en uiteindelijk heeft dat er in een moeizaam, jarenlang proces toe geleid dat ik de kwaliteit van ontroering in mezelf heb kunnen ontwikkelen. Dat heeft mijn leven enorm verdiept en verrijkt, en ik denk dat ik daardoor ook meer heb kunnen betekenen voor anderen.

Een probleem van niet ontroerd kunnen worden is dat je ook niet zo diep geraakt kan worden door wat er om je heen gebeurt. Dat geldt zowel voor verdrietige of vreselijke gebeurtenissen, als ook voor momenten van schoonheid en liefde.

Ik geloof dat veruit de meeste mensen het vermogen tot ontroering in zich hebben (uitzonderingen daargelaten – zie mijn blog van 27 oktober 2016). Dat geldt dus ook voor onze politici. Vaak is het vermogen ontroerd te worden gewoon beschikbaar, maar soms is het geblokkeerd en moet het gewekt worden, zoals bij mij. Dat kan spontaan gebeuren, bijvoorbeeld door schokkende of prachtige ervaringen, maar anders, zoals in mijn geval, moet je er voor werken. Dat is echter de moeite waard; ik kan het iedereen aanraden! Maar afgezien daarvan, het is wat we in de wereld nodig hebben: mensen die ontroerd kunnen worden en zich door hun ontroering kunnen laten leiden.

 

*)Pierre Reverdy, Frans dichter, 1889-1960

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

The roads to beauty.

In this world we need the awareness of beauty. It is everywhere, as Confucius said, but in order to experience it we have to be receptive for it. Beauty is in the eye of the beholder (http://www.phrases.org.uk/meanings/beauty-is-in-the-eye-of-the-beholder.html). So it is a relationship, like Love and Quality (See Robert Pirsich: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance). Said differently: Beauty is not a quality of some object, but an inner state.In Dutch Freemasonry the road to Beauty goes through Wisdom and Power (strength). So one way to reach Beauty is to develop ones own wisdom and personal power. Than can be done through self investigation, because wisdom and power is always present in us. Sometimes however it is blocked or underdeveloped. We have to find out what is setting our power and wisdom back, so that we can deal with our setbacks.

Because Beauty is an inner state it is an interesting question if there can be Beauty without an object. I think this is possible. Imagine for example you are in Nature, in a place where is absolute silence. Then it may happen that this silence overwhelms your mind. There is nothing left, no observer, no thinker, even no nature anymore. Then the mind is in a state of complete being alone. That silence is Beauty. It can also be reached in other moments, for instance after total surrender in making love, in deep meditation, while getting lost in a beautiful picture or very moving music. In the end then the object vanishes, like Nature in the first example. Nothing is left. *)

Having said that, the above examples show that external reality (Nature, paintings, a partner, music) can help to reach that state. Focussing with full attention on these external object is a second road to beauty, besides the road of self discovery I mentioned above.

One thing that triggers the experience of Beauty in me is when I am witnessing craftsmanship: a combination of excellent skill sand personal involvement. I can experience that with a musician, choir or orchestra, or with actors, with a carpenter or any profession.

Beauty as far as I am concerned is manifested love, as Plato already saw. Actually, it is the easiest way to reach Love. So let’s go for it: I need it, you need it, we all need it. It will make the world a better place.

 

*) Example inspired by J. Krishnamurti, Freedom of the known.

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Ik ben slimmer en wijzer dan jij. . .

imagesMensen hebben een geweldig talent om hun eigen competenties te overschatten. Dat geldt in de hele geïndustrialiseerde wereld. (Daar is uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan*). Je kan dat heel duidelijk zien bij mensen als Trump en Wilders, die hun eigen competenties op het gebied van het aanpakken van de grote maatschappelijk problemen tot in het absurde overdrijven, maar in feite geldt het voor iedereen die iets wil bereiken of het al bereikt heeft. Dus ook voor onze politici. En voor onze managers, die hun eigen leiderschapskwaliteiten als regel veel hoger inschatten dan in de praktijk blijkt (ook daar is veel onderzoek naar gedaan, zie Bert Tiggelaar in NRC/Handelsblad van 20 februari j.l.). Het geldt ook voor u en mij. Een goede test is is om eens te kijken  hoe oordelend we zijn over andere mensen. Als we negatief oordelen over anderen, stellen we ons in feite op als aan hen superieur. Als ik deze test op mezelf toepas val ik volledig door de mand.

Het tragische gevolg hiervan is dat we blijven steken op ons eigen niveau van incompetentie. Als we immers ten onrechte denken dat we competenter zijn dan we feitelijk zijn, zijn we ook niet gemotiveerd om te luisteren naar kritische feedback of om meer over onszelf te leren. Hoe succesvoller we schijnbaar zijn (we maken carrière,  we krijgen bekendheid, boeken resultaten of verwerven aanzien, macht en en status), des te sterker werkt dit proces. Ik heb wel eens vaker gezegd dat succes een bedreiging is voor onze persoonlijke ontwikkeling. Dit proces wordt heel duidelijk beschreven door Robbert Dijkgraaf in hetzelfde nummer van NRC/Handelsblad (De aarde als planeet Wobbegon, zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Lake_Wobegon).

Het is natuurlijk voer voor psychologen of dit zelfoverschattingseffect feitelijk voortkomt uit een gevoel van minderwaardigheid, of dat het een meer fundamenteel door de evolutie ingebakken verschijnsel is. Maar voor de praktijk maakt dat weinig uit. Om Robbert Dijkgraaf te citeren: “De mens blijkt fundamenteel niet in staat te zijn de eigen incompetentie te herkennen en voelt geen urgentie dit gebrek te herstellen.” Een somber perspectief.

Gelukkig blijkt uit mijn praktijkervaring dat er wel degelijk mensen zijn die over zichzelf willen leren. Anderzijds zijn er niet zo heel veel mensen die zelfontwikkeling als primair doel in hun leven stellen en daarvan de uiterste consequentie aanvaarden; namelijk de pijn en het ongemak dat dit met zich meebrengt accepteren. En volgens mij is dat toch echt nodig als je in de wereld een heilzaam en duurzaam verschil wil maken.

Als we graven naar het diepste, zullen we, zo is mijn vermoeden, ook streven naar het hoogste. Zo moge het zijn.

 

*David Dunning en Justin Kruger, Unskilled and unaware of it: How difficulties in recognizing one’s own incompetence lead to inflated self-assessments, 1999.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter