Persoonlijke groei

De wolk van niet weten.

Er waren twee periodes in mijn leven dat ik dacht wel aardig te weten hoe het leven en de wereld in elkaar zat: mijn late puberteit en jonge adolescentie, en zo rond mijn veertigste. Hoe arrogant! Daartussenin en daarna heb ik nog veel kennis en ervaring opgedaan, waaruit ik concludeerde dat ik nog heel veel NIET wist. Want kennis is nog iets anders dan dieper weten. En uiteindelijk is dat, zo na mijn 75e, uitgelopen op het besef dat ik op een dieper niveau eigenlijk maar heel weinig weet. Wat een rust! Dat leidde ergens in mijn 80e levensjaar (dat is dus vorig jaar) tot een gedicht dat ik heb voorgedragen op het symposium op mijn verjaardag. Zelf heb ik altijd moeite om een voorgedragen gedicht echt te volgen (het gaat me vaak te snel), en misschien is dat wel voor meer mensen het geval. Daarom laat ik het hier nog eens volgen, ook voor diegenen die niet op mijn symposium aanwezig waren, en voor hen die me verzochten het gedicht nog eens te mogen lezen.

  • Wat is geloof, en wat is zeker weten?
  • Bij geloof hoort twijfel, bij weten zekerheid.
  • Ouder wordend raak ik beide steeds meer kwijt. 
  • Bestaat God wel? Of ben ik dat vergeten?
  • Je weet het niet.
  • Er is meer tussen hemel en de aarde,
  • Dan ooit gedroomd in mijn filosofie. 
  • Zo spreekt de dichter. Maar alles wat ik zie
  • is slechts materie van meer of minder waarde.
  • Je weet het niet.
  • Er is een subtiel rijk, met engelen en geesten.
  • En velen hebben daarmee echt contact.
  • Voor mij bleef dit helaas nog erg abstract
  • ondanks een intensieve, lange queeste.
  • Je weet het niet. 
  • Velen hebben bijna-dood ervaren.
  • Hun hersenfuncties gingen dan teloor.
  • Maar het bewustzijn werkte toch nog door.
  • Hoe kan de rede zoiets nu verklaren?
  • Je weet het niet.
  • Die mensen weten het inmiddels zeker: 
  • Er is beslist een leven na de dood.
  • Waarom dan blijft mijn twijfel toch nog groot?
  • Ik hoorde meer; mijn weten werd steeds weker.
  • Je weet het niet.
  • Degeen die uit zijn lichaam is getreden
  • kon zonder ogen vele dingen zien.
  • Dat is nu wel bewezen, maar misschien 
  • is mijn verstand te klein, want tot op heden
  • vat ik het niet.
  • Miljarden geloven in reïncarnatie.
  • Maar mij spreekt het idee nog steeds niet aan.
  • Wie leeft er dan nu eigenlijk in een waan?
  • Ik houd het maar op mijn eigen aberratie.
  • Je weet het niet.
  • Er wordt gezegd: je kan je leven helen.
  • Het denken schept je eigen werk’lijkheid.
  • Maar waarom is het leven dan soms strijd?
  • En teistert angst voor onheil vaak zovelen?
  • Je weet het niet.
  • Toeval bestaat niet, hoor je ook vaak zeggen.
  • Ik denk, het is maar hoe je het bekijkt.
  • Niet alles is precies zo als het lijkt.
  • En wat gebeurt is vaak niet uit te leggen.
  • Je weet het niet.
  • Is er in ons een dieper innerlijk weten?
  • Worden we soms door een gids geleid?
  • Ik voel vaak zijn of haar aanwezigheid.
  • Maar wie het is? Dat ben ik dan vergeten.
  • Ik weet het niet.
  • Is er een bouwplan voor de aarde en de kosmos?
  • Of is het toeval dat de evolutie drijft?
  • En is er iets dat eindeloos beklijft?
  • Vervalt wat we creëren weer tot chaos?
  • Je weet het niet.
  • En dan de moeder aller grote vragen:
  • Wat is het dat we hier hebben te doen?
  • Wat moet er staan op ons symbolisch blazoen?
  • Wat is de taak waarmee we willen slagen?
  • Je weet het niet.
  • Zo weet ik niet, maar ik geloof in schoonheid.
  • Die heb ik in mijn leven vaak ervaren.
  • Een diepte die ik ook niet kan verklaren,
  • Verbinding vormt ze met de eeuwigheid.
  • Dat geloof ik.
  • En toen mijn oudste dochter was geboren.
  •  – dokter en zuster waren weggegaan –
  • Toen wist ik: ze komt ergens vandaan:
  • Een uniek mens treedt aan in ’t ochtendgloren. 
  • Dat weet ik.
Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Blij-moedig.

Mijn vorige blog eindigde ik met mijn voornemen om mijn 80e verjaardag aandachtig en in blijmoedigheid door te brengen. Dat kostte me weinig moeite, want ik had een symposium georganiseerd met als titel: Hoe blijmoedig te leven in een hachelijke wereld, en daarvoor sprekers uit te nodigen van wie ik wist dat ze een mooie voordacht konden houden. En dat deden ze. Bovendien was er een musicus die samen met de zaal ontroerende muziek tot klinken bracht.

Graag vat ik hieronder nog eens samen wat voor mij de belangrijkste conclusies waren van het symposium.

  1. Als we het over een hachelijke wereld hebben kan het gaan over moeilijkheden in ons persoonlijk leven, maar ook over de samenleving als geheel. Dan denken we al gauw aan de klimaat problematiek, die door de traagheid van de processen eigenlijk niet meer op te lossen is.  We zijn het kantelpunt voorbij. Dat wil niet zeggen dat het niet goed is om klimaatbewust te leven en handelen – dat is op zichzelf al waardevol. Doen wat ons hart en onze hand te doen vinden, geeft ons hoop, ongeacht het resultaat.
  2. Naast het klimaatprobleem is het wereldvoedselprobleem bedreigend. Het ontstaat door drie factoren: we gaan onzorgvuldig, om niet te zeggen roekeloos, met de aarde om, we zijn met te velen op deze aarde, en de klimaatverandering doet de rest. Ook dit probleem is moeilijk op te lossen. De deskundigen zijn het er niet over eens of het überhaupt kan.
  3. Dit zo zijnde vergt het moed om blij-moedig te leven. Je kunt niet blij zijn door de situatie te ontkennen of te verdoezelen. Maar je kunt je in het bewustzijn daarvan wel richten op de schoonheid en de liefde in jezelf en de wereld. Daar worden we blij van.
  4. We kunnen het klimaatprobleem dan wel niet oplossen, maar we kunnen wel gaan voor een wereld waarin verbinding tussen mensen, tussen mensen en de andere dieren en de overige natuur centraal komt te staan. Ik zelf zou zeggen: waarin de heiligheid van het leven een kernwaarde is.
  5. Als we praten over verbinding, dan gaat het niet alleen over de horizontale verbinding waarvan in het vorige punt sprake was, maar ook over de verticale verbinding met de aarde en de ‘hemel’. Of anders gezegd met de onzichtbare, niet fysieke wereld(en). Wie of wat dat is wordt door iedereen weer anders ingevuld, dat bleek ook op het symposium. De verticale verbinding is even belangrijk voor ons persoonlijke en collectieve heil als de horizontale verbinding. Op het kruispunt van de verticale en de horizontale verbinding (zie de afbeelding hieronder) ligt ons hart, zodat we dan allemaal een ‘warrior of the heart’ kunnen worden en blij-moedig kunnen leven.
  6. En tenslotte: wonderen bestaan; op individueel niveau en op gemeenschappelijk niveau.  Uiteindelijk kunnen we de toekomst niet kennen. Dus wat er daadwerkelijk gaat gebeuren: we weten het niet. Misschien is het niet de bedoeling (van wie?) dat de mensheid ten onder gaat. Misschien zullen we als mensheid niet fysiek overleven, maar misschien wel op geestelijk niveau. Wie zal het zeggen?          
De roos van liefde ontbloeit aan het rozenkruis
Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Potius deficere quam desperare

De spreuk in de titel – Potius deficere quam desperare – ( liever tekortschieten dan wanhopen), staat in baksteen vermeld op een van de twee gevels van het Amsterdams Lyceum, de school waar een van mijn kleindochters op school zat. Het is geloof ik ook het motto van de school. Waar de spreuk vandaan komt heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien is hij wel bedacht door de oprichter en eerste rector van de school, dr. C.P. Gunning. Gunning was rector van 1917 tot 1952, met een onderbreking van enkele jaren gedurende de oorlog, toen hij werd gevangen genomen omdat hij geprotesteerd had tegen het wegsturen van de joodse leerlingen. Hij heeft zijn spreuk dus wel waar gemaakt!

De spreuk zet aan tot reflectie. De spreuk is de tegenpool van de uitspraak van Václav Havel: Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft. De spreuk slaat zowel op je eigen persoonlijke ontwikkeling, als op het bijdragen aan de samenleving. Het zou toch treurig zijn als je aan het eind van je leven over veel dingen moet zeggen: ik heb het niet eens geprobeerd. . . 😞

Zo hoop ik dat velen van ons in 2020 onze ‘comfort zone’ verlaten en risico’s durven nemen. U persoonlijk wens ik daarom naast uw successen ook veel falen toe. Ikzelf ben daar gisteravond al mee begonnen, maar dat is een ander verhaal. Gelukkig nieuwjaar!

Het Amsterdams Lyceum
Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De ‘Essenen’ revisited.

Mijn vorige blog eindigde ik met de vraag hoe we ons de samenwerking met bomen, en met de natuur, en met de onzichtbare werelden in concreto moeten voorstellen. Daar had ik toen geen antwoord op , en dat heb ik nog steeds niet. Mijn contemplatie daarover bracht echter wel enige aanwijzingen aan het licht.

In de eerste plaats bracht deze contemplatie me terug bij de Essenen. Dat was een Joodse groepering die bestond in Palestina gedurende de twee eeuwen voorafgaande aan de verwoesting van de Joodse tempel in 70 na Christus. Onderdeel van deze groepering was een broederschap die leefde bij Qumran, waar vanaf 1947 de zogenaamde Dode Zee rollen zijn gevonden. Het is met name door die geschriften dat we vrij veel weten over die broederschap.

Het is wel duidelijk dat die broederschap er in slaagde in harmonie te leven met de natuur, en met de wereld om hen heen. In die zin zijn zij een inspiratie voor hen die met de natuur en de onzichtbare werelden zouden willen samenwerken. De Essenen, althans deze broederschap, brachten dat namelijk in praktijk. Hoe deden ze dat?

In de eerste plaats door zich door meditaties af te stemmen op de seizoenen, en op de ‘Hemelse Vader’, de ‘Aardse Moeder’, en de engelen van de hemel en van de aarde. Voor elke dag van de week stemden ze zich af op twee specifieke engelen – niet ongelijk aan de deva’s over wie ik vorige week sprak (zie de afbeelding hieronder). Verder beoefenden ze, ook dagelijks, speciale vredesmeditaties (vrede met je lichaam, met je geest, met de familie, met de natuur, enzovoort). Ze volgden ook andere rituelen: zich laten zuiveren door de engelen van de zon, lucht en water (ik heb mezelf tijdens een ‘wildernis quest’ middels deze rituelen ooit eens genezen van een hardnekkige en gevaarlijke maagkwaal*). Daarnaast bedreven ze land- en tuinbouw in harmonie met de natuur. Er is meer over te vertellen, maar dat voert voor een blog te ver. (wie er meer over wil weten: er is heel veel over te vinden op internet)

De vraag is of we als de Essenen kunnen leven in deze tijd. Als je wilt blijven deelnemen aan het maatschappelijk verkeer kan hun levenswijze natuurlijk niet exact worden gekopieerd. Maar we kunnen wel een deel van hun rituelen inpassen in onze dagelijkse routine, en daarmee doen we een eerste stap in de richting van verbinding met de onzichtbare wereld. Dat kan ook wel door andere meditaties en rituelen, maar deze zijn bijzonder effectief. Danaan Parry heeft ze toegankelijk gemaakt voor onze moderne tijd**). Volgende week filosofeer ik verder over de samenwerking met de onzichtbare werelden en de natuur – en ook over hoe we van het individuele niveau kunnen overstappen naar een collectief niveau.

De Essense ‘Boom des Levens. De onderste Engelen zijn de aardse engelen, de bovenste de hemelse. ©  https://communiu.home.xs4all.nl/Studymat/Nedtxt/Boomafb.htm

*) Ik heb daarvan verslag gedaan in mijn boekje ‘Leven op het randje’. Dat is nog tweedehands verkrijgbaar.

** ) Danaan Parry, The Essene Book of Days. Dit boek wordt elk jaar aangepast aan de data van het lopende jaar – maar als je niet precies aan die data wil vasthouden kan je ook werken met een oudere versie. Er is ook een pocket-editie, The Essene Book of Meditations and Blessings, waarin die data geen rol spelen en waarin bepaalde rituelen niet zijn opgenomen, en die alleen verkrijgbaar is via: http://www.earthstewards.org/ESN-Publications.asp

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Wat niet weet kan wel degelijk deren.

Als we uitgaan help ik mijn vrouw regelmatig in haar jas. Ook houd ik vaak de deur voor haar open. Als regel ben ik degene die afrekent in de horeca, of bij een hotel, alwaar ik het ook ben die incheckt. Dit is allemaal politiek incorrect gedrag, want daaruit zou blijken dat ik me onbewust superieur voel aan vrouwen in het algemeen, en mijn eigen vrouw in het bijzonder.

Naar aanleiding van een essay van Marja Pruis in De Groene Amsterdammer van vorige week*) heb ik me afgevraagd of ook ik leid aan een verborgen vorm van misogynie. Per slot van rekening had ik, op zijn zachtst gezegd, in mijn jonge jaren een moeizame relatie met mijn moeder. Maar dat is later helemaal goed gekomen – en in alle oprechtheid kan ik weinig sporen van haat- of superioriteitsgevoelens ten aanzien van vrouwen in mijn karakter ontdekken.

Hoe dit zij, het valt niet te ontkennen dat het met de positie van vrouwen in de wereld treurig is gesteld. Vele van de narcistische staatshoofden, waar ik in mijn vorige blog aan refereerde, tonen openlijke (Trump, Bolsonaro) of verkapte minachting voor vrouwen. In Brazilië leidt dat er toe dat vrouwen op grote schaal mishandeld worden.**) In India, voor velen in het Westen een voorbeeld van spirituele ontwikkeling, worden vrouwen regelmatig in de openbare ruimte aangevallen, verkracht of zelfs vermoord. Over de duivelse praktijken in oorlogsgebieden spreken we dan nog niet eens. En zo voorts, en zo verder.

Maar hoe staat het er voor in ons eigen, o zo beschaafde land? Hoeveel mannen hebben er moeite mee (of zouden er moeite mee hebben) als hun vrouw meer verdient of een hogere positie heeft in de samenleving? Hoeveel vrouwen durven nog steeds niet zichzelf in volle kracht te manifesteren? En hoeveel vrouwen accepteren dat ze in een gelijkwaardige positie minder betaald krijgen dan mannen – en hoeveel mannen regelen dat zo? En hebben we niet onze eigen seksistische ‘leider’?

Volgens Abraham De Swaan (geciteerd in genoemd essay) zal de eeuwenoude bestaande cultuur van ongelijkheid tussen man en vrouw in onze geesten nog – deels onbewust – zijn sporen nalaten, lang nadat de juridische en economische gelijke rechten van vrouwen realiteit zijn geworden. Food for thought, en aanleiding tot zelfreflectie. Wat niet weet, kan wel degelijk deren.

*) Marja Pruis, Glimlachen verplicht. Groene Amsterdammer, 7 augustus 2019.

**) Marjon van Rooyen, Je bent een vrouw! Heb je het nú begrepen? Groene Amsterdammer, 31 juli 2019

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

The grumpy old man.

Ibrahim Issa, directeur van de Hope Flowers School in Betlehem, komt naar Nederland. Zie op Facebook: vriendenvanhopeflowers

Een mensenleven is te zien als een proces in vier stadia: het oosten, het zuiden, het westen en het noorden. Je kunt ook zeggen: de lente, de zomer, de herfst en de winter. In het oosten (tot 25 jaar) word je geboren en groei je op. Je ontwikkelt de basis voor je verdere leven. In het Zuiden (25 – 50 jaar) kom je tot bloei. Je sticht als je dat wilt een gezin en ontwikkelt je loopbaan. In het Westen (50 – 75 jaar) oogst je en geef je meer aandacht aan zingevingsvragen. In het Noorden (na je 75e) trek je je terug uit de samenleving, onderhoud je je lichaam en geest door oefening, en ontwikkel je wijsheid.

In overeenstemming hiermee heb ik op mijn 75e verjaardag mijn maatschappelijke verplichtingen, betaald en onbetaald, opgegeven, en mijn taken overgedragen aan opvolgers. Dat is in het algemeen goed gelukt, en heeft er toe geleid dat ik meer en meer buiten de samenleving ben komen te staan. Dat was ook precies de bedoeling, maar is tegelijkertijd een confronterende ervaring. Meer en meer heb ik het gevoel dat ik de technische en maatschappelijke ontwikkelingen niet meer kan bijbenen. Ook realiseer ik me dat ik in de wereld weinig verschil meer maak. Ik kost meer dan ik oplever.

Wel ben ik in deze periode deze blogs gaan schrijven. Waarom eigenlijk? Ik heb denk ik maar weinig lezers (al heb ik geen idee hoeveel dat er zijn) en diegenen die mijn blog lezen zijn zij die over de zaken waarover ik schrijf vaak net zo denken als ik. Mijn blog zou misschien waardevoller zijn voor hen die hun mening op de terreinen waarover ik schrijf nog moeten vormen, maar die bereik ik niet. Ik heb dus weinig illusies over de betekenis van mijn blogs. Ik schrijf ze voornamelijk voor mezelf.

Soms schrijf ik blogs omdat ik het leuk vind een thema uit te diepen (bijvoorbeeld ‘kunstmatige intelligentie’, of ‘de onzichtbare werelden’) en daarover te vertellen. Maar vaker schrijf ik ze om nog een andere reden. Om niet helemaal buiten de wereld te staan lees ik kranten, tijdschriften en zie ik sommige tv-programma’s. Die roepen echter vaak veel verontwaardiging op, omdat ik daardoor geconfronteerd wordt met hoe wij als mensheid onze leefwereld willens en wetens verzieken en misschien wel vernietigen. Dat doet pijn en maakt me verdrietig, omdat veel waarvan ik houd verloren gaat of zal gaan. En ik kan daar voor zover ik zie maar weinig meer aan doen.

Dat dreigt mijn gemoedsrust aan te tasten en mijn vermogen om van de schoonheid, liefde en vreugde in mijn leven te genieten. Dan word ik somber en als ik niet uitkijk cynisch. En daar heeft niemand wat aan, integendeel. Door deze emoties om te zetten in blogs verwerk ik ze, en ben ik een aangenamer mens voor mijn omgeving (en voor mezelf). Intussen zadel ik mijn lezers er mee op, maar die kunnen mij makkelijker uitzetten.

En misschien, heel misschien, schemert er in mijn blogs iets door van een andere kant van mij: de ‘Elder’, de oudere, die zijn ervaring en wijsheid ter beschikking stelt aan wie het wil zien en horen; een kant die ik soms ook kan laten zien in de vrijmetselarij. En die daardoor nog een beetje zichtbaar blijft voor wie hem wil vinden.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Vitaliteit

Geloof, hoop en liefde worden vaak in één adem genoemd, maar er is een essentieel verschil tussen hoop en geloof enerzijds en liefde anderzijds.Hoop en geloof zijn gedachteconstructies, en beïnvloeden in positieve zin je stemming en je gevoelens van welbevinden. Liefde is, zoals ik vorige week al zei, een uiting van de levenskracht zelf.

Deze levenskracht kan zich op vele manieren uiten. Fysieke levenskracht manifesteert zich als behoefte aan eten, drinken, sex, voortplanting, beweging, slaap, en bovenal als de drang tot ademhaling. Geestelijke levenskracht kan zich uiten als: verlangen (naar intimiteit of schoonheid), woede, levensvreugde, creativiteit, angst (met name voor de dood – allerlei andere angsten zijn daarvan als regel afgeleiden), moed, (diep) verdriet en liefde; alsook in allerlei combinaties daarvan.

Persoonlijk geloof ik niet in een doodsdrift als uiting van de levenskracht – zoals die door Freud werd gesteld. Al kan ik me in zekere omstandigheden en aan het eind van je leven een verlangen naar de dood wel voorstellen.

Als sommige uitingen van de levenskracht in jouw leven permanent ontbreken of uiterst zwak zijn, dan leef je niet in balans en tevredenheid. Je leeft dan niet ten volle en je leven heeft dan niet de rijkdom die het zou kunnen hebben. Waarschijnlijk vervul je dan ook niet je levensopdracht. Als het blijft bij het ontbreken van één enkele vorm valt het nog wel te compenseren. Anders leidt het tot gevoelens van ontevredenheid en tekort, en soms zelfs ziekte. Ik denk dat dit bij de lezers van dit blog weinig voorkomt, maar je kan het vaak wel zien in je omgeving. Je kan zulke mensen ondersteunen door hen middels vragen of een milde observatie hiervan bewust te maken. Soms als een antwoord op hun onlust of ontevredenheid. Voorbeeld: “Ik heb jou nog nooit eens kwaad gezien? Ben je echt nooit boos?” Uiteraard kan dit alleen maar als je met de betrokkenen een goede relatie hebt. In dat geval kan het zijn dat jouw vraag of observatie bij de ander iets in beweging brengt. En daarmee draag je zelf weer een steentje bij tot wat de wereld nodig heeft: de levenskracht van ons allemaal.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Als men ziet wat juist is, en het nalaat, is dat een gebrek aan moed.*)

Veel narigheid in deze samenleving komt voort uit angst. Want mensen die bang zijn, zijn in nood, en een mens in nood maakt rare sprongen (daarin lijken we op katten). Hij/zij denkt vaak niet redelijk, neemt beslissingen die niet heilzaam zijn voor hem- of haarzelf of zijn omgeving. Angst die niet onder ogen wordt gezien leidt vaak tot woede, of het niet nemen van verantwoordelijkheid voor de situatie waarin men zich bevindt. Dan krijgt een ander de schuld van de eigen onlust. In het ergste geval leidt angst tot destructief  of kwaadaardig gedrag of geweld.

Waar zijn we bang voor? In mijn ervaring is iedereen wel ergens bang voor: om niet gezien te worden, om niet erkend te worden, om beledigd te worden, om geen betekenis te hebben in deze wereld, om niet meer te zijn dan een korreltje zand op het strand, bang voor schaarste en om niet genoeg te krijgen in deze wereld, bang voor de ander, bang om af te gaan, om het fout te doen, om slecht of zondig te zijn, bang om te verliezen wat we hebben, bang om te vallen, bang voor pijn, en uiteindelijk bang om ziek te worden en dood te gaan.

We scheppen allerlei denkconstructies om deze angsten te maskeren. Sommige mensen zijn daar zo goed in dat het lijkt alsof ze helemaal geen angst hebben. Anderen construeren een hiernamaals, waarin ze beloond kunnen worden voor hun goede daden (maar dan maskeren ze weer de angst voor straf), of zoeken het meer in het aardse vlak en streven naar genot, of willen uitblinken en macht verwerven. Velen  bouwen allerlei beschermingsconstructies (zoals verzekeringen en wetten). Zoals eerder gezegd  kan de maskering van angst leiden tot geweld, en dat voedt dan weer de angst. Daarom is het goed met regelmaat aan onszelf de vraag te stellen: waar ben ik eigenlijk bang voor? Als we onze angsten onder ogen kunnen zien kunnen we leren om daar zonder verdedigingsconstructies mee te leven.

Angst  heeft in ons leven een belangrijke functie: het geeft ons de gelegenheid moedig te zijn. Om moedig te zijn moet je eerst bang zijn, anders is moed nergens voor nodig, en zal het dus niet ontwikkeld worden. En moed is beslist iets wat we nodig hebben in deze barre wereld. Het is een van de kardinale deugden. In ons hart weten we dat wel en daarom scheppen mensen die zich niet bewust zijn van hun eigen angsten vaak situaties, die een zeker risico inhouden. Door onze angst gade te slaan, er niet in te verdrinken maar het ook niet weg te stoppen, trainen we moed. We kunnen dit proces versterken door ons veiligheidsgebied te verlaten, en een redelijk risico te nemen (growing edge). Join the club!

 

*) Confucius. Een deel van de tekst van dit blog is eerder gepubliceerd in Voor niets gaat de zon op. .  . een blauwdruk voor een waardige samenleving (2012).

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

‘Openlijk zult gij uw volksgenoten terechtwijzen.’ (Lev, 19:17).

Een tiental jaar ben ik lid geweest van de Hervormde Kerk, maar die heb ik rond mijn vijftigste weer verlaten. Ik kon me toen toch niet vinden in de dogmatische trekjes en gevoelens van superioriteit die zelfs in het vrijzinnige gedeelte van de kerk aanwezig waren, en ook niet in het onvoorwaardelijk partij kiezen voor de staat Israël in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar wel heb ik me in mijn werkzame leven altijd sterk laten inspireren door de bijbel – ook nu nog, ook al neem ik de bijbel niet letterlijk van kaft tot kaft, en staan er ook veel zaken in die mij de wenkbrauwen doen fronsen.

Zo heb ik mijn werk altijd veel aandacht gegeven aan de instructie van Mattheus om niet over een medemens te oordelen. Ook in mijn privé-leven heb ik daar steeds naar gestreefd – met wisselend succes. Maar ik kom daar nu tot op zekere hoogte op terug.

Over een ander oordelen loopt al gauw uit op de ander (subtiel) veroordelen, of ons boven de ander opstellen. Daarmee is de horizontaliteit  uit de relatie verdwenen en is verbinding moeilijk geworden. Maar we keuren natuurlijk niet elk gedrag van alle anderen goed. Ik redde me daar altijd uit door onderscheid te maken tussen de persoon en zijn/haar gedrag. Over gedrag kon en mocht je oordelen, maar het wezen van de persoon zou daar dan buiten kunnen staan.

Maar dat vind ik bij nader inzien een gekunsteld onderscheid, met name als je afkeuring van het gedrag sterk is. In dat geval heb ik ook veel moeite met de intentie achter dat gedrag, en die kan ik eigenlijk niet los zien van de persoon. Als iemand op laatdunkende of denigrerende wijze reageert op mijn vegetariër zijn – wat me onlangs een paar keer is overkomen – keur ik zijn gedrag af, en heb ik wel degelijk ook gevoelens over die persoon. Ik heb dan een ingewikkelde psychologische redenering nodig om niet over hem of haar te oordelen. Dat geldt te meer als het gaat om intenties of handelingen die ik veel sterker afkeur, zoals de manier waarop er gescholden en gedreigd wordt op internet, of het domme en soms kwaadaardige gedrag van sommige politici of leiders in de wereld. Dan oordeel ik niet alleen; ik veroordeel die mensen ook.

Gelukkig brengt de bijbel opnieuw uitkomst. ‘Oordeel met een rechtvaardig oordeel’ (Joh. 7.24) of ‘Openlijk zult gij uw volksgenoten terechtwijzen.’ (Lev, 19:17). Vooral die laatste uitspraak (die vooraf gaat aan de beroemde uitspraak: ‘Gij zult u naaste liefhebben als uzelf’ is interessant: oordelen mag niet alleen, soms moet het zelfs. Dit roept natuurlijk weer allerlei nieuwe vragen op zoals: wanneer moet je oordelen en wanneer niet; wanneer  is een oordeel rechtvaardig, en wie bepaalt dat? Maar daarover een andere keer.

Datum Door erik.van.praag 1 Reactie

Een goed leven (II)

                              Anderen begrijpen is wijsheid. Jezelf begrijpen is verlichting                                         (Lao Tse, Tao te Tjing, 33)                                                                                                                               

Je kunt je leven op verschillende manieren indelen, en één manier is de volgende. De periode tot 25 jaar is de periode van de zonsopkomst, het Oosten, de lente. Het is de tijd van geboorte en opgroeien tot volwassenheid. De tweede periode, tot 50 jaar, is die van het Zuiden, de zomer. Je staat in volle bloei. Je schept je privé-leven, je woonplaats en je werk en brengt dat tot ontwikkeling. De derde periode, tot 75 jaar, is die van de herfst,  van het Westen, een periode van vrucht dragen, oogsten, verdieping, zingeving, en spirituele ontwikkeling. En in de vierde periode is de zon weer ondergegaan. Het is nu winter, en het is een tijd van contemplatie, en het delen van de levenservaring. Het is de periode van de ‘Elder’.

Ik zit nu in die laatste periode, en vandaar mijn behoefte aan terugblikken. In mijn vorige blog heb ik de vraag gesteld: wat is eigenlijk een goed leven, en daarvoor een aantal vragen geformuleerd die als criteria kunnen dienen om je eigen leven in dat opzicht te boordelen. Een leuk tijdverdijf voor oudere mensen, zoals ik. Ik heb elke vraag geherformuleerd in de voltooide tijd en aan elke vraag een score toegekend tussen 1 en 10; en die scores vervolgens gemiddeld. Als ik dat zo eerlijk en objectief mogelijk doe kom ik op een krappe acht. Dat waardeer ik als goed. Wel verbazend eigenlijk, daar ik helemaal niet zo tevreden ben over wat ik daadwerkelijk heb bereikt en nagelaten. Ik leid hieruit af, dat ik misschien wat milder over mezelf zou moeten denken.

Als je jonger bent dan ik en geïnteresseerd in een tussentijdse evaluatie van je leven, kan je dezelfde procedure toepassen, waarbij je de vragen weer in de tegenwoordige tijd formuleert. Je kunt uiteraard vragen die je niet relevant vindt weglaten en eigen vragen toevoegen. Niet te kritisch zijn, maar ook niet te makkelijk met jezelf. Als je tevreden bent met het resultaat is dat een aansporing om zo door te gaan. Zo niet, dan is het een uitdaging om je levensdoelen misschien wat scherper of hoger te stellen en na te streven. Misschien moet je je ‘growing edge’ wel opzoeken.

Het is wel een interessant gedachte-experiment om je voor te stellen wat je als grafschrift op je steen zou willen zien staan, of, als je niet begraven wil worden, hoe een voor jou belangrijk of dierbaar persoon jou in een oneliner zou karakteriseren na je overlijden. En een ander gedachte-experiment: als je zou weten dat je morgen, over een week, over een jaar zou overlijden: wat zou je nog willen doen? Doe dat dan nu. Deze gedachte-experimenten zijn oude technieken uit de groeibeweging van de zestiger en zeventiger jaren, die hun relevantie nog geenszins verloren hebben.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter