Categoriearchief: Persoonlijke groei

Tussen autonomie en ubuntu

Gehechtheid is de grote spinster van illusies;
de werkelijkheid kan slechts gevonden worden door wie onthecht is.

(Simone Weil, mystica)

Bijna alle spirituele en religieuze tradities stellen dat onthechting een doel is waarnaar we moeten streven als we persoonlijk en spiritueel willen groeien. Ook wordt gezegd dat gehechtheid aan personen of andere levende wezens de onbaatzuchtige liefde voor hen in de weg staat. Ik vraag het me af.

Ik ben bij mezelf eens mijn hechtingen nagegaan. Bovenaan het lijstje – de lijst! – staat Anne, mijn vrouw. Dan volgen mijn kinderen en kleinkinderen en hun partners. Een aantal vrienden. Mijn poes Tommie. Mijn huis, mijn buurt, mijn loge. De natuur. Mijn gewoonten. Sommige van mijn spullen. Enkele kledingstukken. Mijn bezoek aan concerten. Uitjes, vakantietrips. De lijst is schier eindeloos. En wat de personen betreft, staat die gehechtheid nu mijn liefde in de weg? En kan ik de wekelijkheid door die gehechtheid niet vinden? Dat is niet waarvan ik me bewust ben.

Toch begrijp ik wel iets van de spirituele stelling over dat we moeten loslaten. Ik heb in mijn werk, maar ook bij mezelf, wel situaties aangetroffen waarin gehechtheid aan iemand of iets een blokkade vormde voor beweging en groei (dat geldt ook voor sommige organisaties, zoals verenigingen, politieke partijen en bedrijven, die vaak gehecht zijn aan de traditie: “zo hebben we het altijd gedaan”). Zo is het voor ouders bijvoorbeeld moeilijk om geleidelijk aan hun kinderen los te laten, tot schade voor henzelf, de kinderen of de relatie. En gehechtheid aan een huis kan er toe leiden dat je niet verhuist, terwijl dat voor je ontwikkeling of je comfort toch aanzienlijk beter zou zijn. Of de gehechtheid aan comfort verhindert je risico’s in je leven aan te gaan en avontuurlijke dingen te ondernemen. Deze lijst is eindeloos uit te breiden. Zo kan gehechtheid ook leiden tot afhankelijkheid en onvrijheid, verlies van openheid van geest (door gehechtheid aan meningen of dogma’s) en tot het verloren gaan van je autonomie. Ik vraag mezelf bij voorbeeld af: hoe autonoom ben ik nu werkelijk? Ik heb mezelf altijd gezien als een redelijk autonoom persoon – maar realiseer me nu dat ik door talloze draden aan mijn buitenwereld gebonden ben.

Voorwaarden voor spirituele groei, de reis naar het Licht, zijn mijns inziens naast onthechtheid: liefde, geloof, barmhartigheid, openheid van geest, onafhankelijkheid, eenheidsbewustzijn en eerbied voor het leven. Er bestaat een zekere spanning tussen autonomie enerzijds en ‘ubuntu’ – ik besta alleen in relatie met anderen – anderzijds. Het bewust leren leven met deze onderling verbonden tegenstelling (een antinomie) vormt volgens mij een vruchtbare grond voor persoonlijke en spirituele groei.

Wat is wijsheid?

Twijfel is het begin van wijsheid.
Aristoteles

Toen ik jong was had ik nooit de ambitie om rijk of bekend te worden. Maar onder mijn meer concrete ambities lag wel een vaag verlangen om wijs te worden, zeker aan het eind van mijn leven. En in die laatste fase ben ik nu aangeland. En is mijn verlangen bevredigd? Ben ik wijs geworden? Ik denk dat echt wijze mensen zich dat niet afvragen, dus is het stellen van deze vraag al een zeker antwoord.

Maar wat is wijsheid eigenlijk? Om daar achter te komen heb ik eerst eens gekeken naar wie ik wijze mensen acht uit ons verleden. In de historie van de menselijke beschaving komen dan enkele namen naar voren: Boeddha, Socrates, Pythagoras, Descartes, Erasmus, Spinoza, Paus Leo XIV. In het Nederland van nu denk ik aan iemand als Tjeenk Willink. Ook de drie vrouwelijke burgemeesters van drie van de vier grootste steden van ons land dicht ik een zekere wijsheid toe. En op persoonlijk vlak ben ik enkele mensen tegen gekomen die ik als wijs beschouw.

Uit dit onderzoek komen enkele eigenschappen van wijze mensen naar voren:
– ze hebben leren leven met open vragen over de zin van dit leven en ons bestaan
– ze staan in contact met en accepteren het mysterie van het leven
– zij zijn zich er van bewust dat alles met alles samenhangt, ze leven in eenheidsbewustzijn
– ze zien de problemen van de wereld onder ogen zonder hiervan van hun stuk te raken
– tegelijkertijd leven ze in een kalm soort vreugde en genieten van de schoonheid die er ook is.

We zien hieruit dat wijsheid iets anders is dan levenservaring, al kan die ook bijdragen tot een zekere levenswijsheid. De tegenstelling van wijsheid is niet dwaasheid *), maar domheid. Niet in de zin van een laag IQ, maar in de zin van oppervlakkigheid. Zo gedefinieerd is een van de zorgelijke verschijnselen van deze tijd dat we bij onze leiders in de politiek en het bedrijfsleven zo weinig wijsheid en zoveel domheid zien. Wat in ons land daarvan de gevolgen zijn is te zien aan alle problemen waar dit land voor staat, en die voor een groot deel te wijten zijn aan het falen van de politiek en het bedrijfsleven in de afgelopen decennia. Overigens speelt dat niet alleen in ons land, maar ook elders in Europa, Amerika en de rest van de wereld. Canada vormt daarop een bemoedigende uitzondering en laat zien dat het ook anders kan.

Omdat onze leiders het laten afweten, is het van belang dat we elk onze persoonlijke wijsheid ontwikkelen. Wat er gebeurt als we dat niet doen zien we heden ten dage onder andere in Frankrijk, Duitsland en Italië. Dan neemt in de samenleving de domheid de overhand, en kan de overheid niet meer op verstandige wijze gecorrigeerd worden.

En hoe ontwikkelen we onze eigen wijsheid? Door te werken aan de hierboven genoemde eigenschappen. Ikzelf streef daar ook naar. Dat voelt als een goed tegengif tegen de machteloosheid en de somberheid waartoe veel in de wereld soms aanleiding geeft, en het bevordert mijn veerkracht. Ik kan het iedereen aanraden.

.

*) Dwaasheid heeft in het Nederlands verschillende betekenissen. Als we ons laten inspireren door de 0-kaart van de grote arcana in de tarot (de dwaas) dan komt het overeen met onschuld, leegte en de stilte voorafgaand aan de reis van de held, die we in enigerlei vorm allemaal in ons leven moeten afleggen. In de Zen-literatuur is Daegu Ryokan (Grote Dwaas) bekend, die na zijn verlichting besloot geen leerlingen aan te nemen maar als een kluizenaar in eenzaamheid te leven. Hij raakte nooit zijn onschuld en zijn warme hart kwijt.

Na de wolk van niet weten – hoe nu verder?

Je moet zoeken zonder te zoeken.
Woe- men (chinees zenmeester)

Nadat ik beland was in de wolk van niet weten (zie vorige twee blogs) kwam ik terecht in een toestand van geestelijke rust. Maar na enige tijd begon het te kriebelen. Ik had altijd twee levensdoelen: het vervullen van mijn ‘sacred contract’ en het zoeken naar waarheid. Beide doelen waren intussen bereikt voor zover mogelijk, maar mijn leven was nog niet ten einde. Hoe nu verder?

Ik merkte dat ik nog steeds een onderzoekende geest had. Maar het doel was nu niet meer de ultieme waarheid vinden als antwoorden op essentiële vragen, want ik was er nu wel achter gekomen dat ik die antwoorden nooit zou vinden. In plaats daarvan was ik terecht gekomen in een toestand van ‘awe’, ontzag, verwondering, eerbied. Maar het bleek dat mijn onderzoekende geest niet tot stilstand was gekomen. Wat was dan nu mijn levensdoel? Ik geloof in de uitspraak van Richard Bach: Here is a test to find whether your mission on earth is finished: If you’re alive, it isn’t.

Het is duidelijk dat ik nog in leven ben – dus wat is mijn missie nu? Ik zie twee doelen: 1* doorgaan met onderzoeken, en 2* kijken wat ik nog kan bijdragen voor een betere wereld. Wat het eerste betreft: het gaat nu niet meer om het vinden van ultieme antwoorden, maar om nieuwe dingen te ontdekken. Het onderzoeksproces is nu minder doelgericht (zie het citaat hierboven), en vraagt een open geest, ontvankelijkheid, nieuwsgierigheid. De toestand van niet weten helpt daarbij.

Die open geest helpt ook bij het tweede doel. Mijn fysieke conditie beperkt me intussen voor wat betreft mijn mogelijke bijdrage aan een betere wereld. Dus ik weet zo gauw niet wat ik nog kan bijdragen. Ik denk ik dat ik me maar moet overgeven aan het leven zelf, en alert zijn op wat er aan mogelijkheden voorbij komt. Eigenlijk geldt wat dit betreft hetzelfde als voor mijn eerste doelstelling – ook in dit geval is het van belang geen concrete doelen te stellen. Het wordt misschien eens tijd voor het Ongekerfde Blok, oftewel de Poeh Manier*).


*) Benjamin Hoff, Tao van Poeh, De Kunst van het Zijn geopenbaard door de Beer met maar een heel klein beetje Verstand, 1982

Kunnen gedachten helen?

The soul always knows what to do to heal itself. The challenge is to silence the mind.*)
 Caroline Myss

Sinds het verschijnen van het boek van Louise Hay You can heal your life (1984) is er veel discussie geweest (wetenschappelijk en in New Age kring) over bovengenoemde vraag. Louise Hay is een exponent van het zogenaamde positief denken. In extremis stelt dit dat je met ‘positieve’ gedachten werkelijk alles wat je wilt kunt bereiken. Op deze stelling is echter veel kritiek gekomen. Waar staan we vandaag de dag in deze discussie?

Als we deze vraag toespitsen op de vraag in de titel van dit blog dan moeten we in de eerste plaats definiëren waar we het over hebben. Het is wel duidelijk dat we het niet hebben over botbreuken, diepe (snij)wonden, genetisch bepaalde aandoeningen en bacteriële infecties, enz., maar wel over andere llchamelijke of psychische kwalen. En voorts gaat het niet over het pseudowetenschappelijke idee dat mensen al hun fysieke ziektes, zoals kanker of hiv/aids, zelf veroorzaken door negatieve gedachten en schuldgevoelens. Dat idee leidt volgens critici tot gevaarlijke ‘victim blaming‘ (schuld bij het slachtoffer leggen) en houdt patiënten soms weg van noodzakelijke medische zorg. 

Veel genuanceerder dan Louise Hay heeft Caroline Myss hier over geschreven (Why people don’ t heal and how they can, 1997). Zij is haar loopbaan begonnen als een medical intuitive, samenwerkend met neurochirurg Norman Shealy. Gaandeweg kwam ze daarbij tot de ontdekking dat de meeste patiënten niet wilden genezen, en ze vroeg zich af hoe dat kan. Met die vraag heeft ze zich, af en aan, de rest van haar werkzame leven bezig gehouden. Haar voorlopige conclusie was, dat het de gewondheid was (aangeboren of door trauma ontstaan) die genezing verhinderde. Deze gewondheid werd verwerkt door een zich in de geest vastzettend compensatie systeem, zich uitend in woede, slachtofferschap, sabotage van het natuurlijke genezingsproces, en zo meer.

In mijn praktijk als therapeut en coach, in individuele sessies en in groepen, ben ik eveneens getroffen door de weerstand tegen genezing. Ik heb menigmaal gezien hoe mensen door een diepe ervaring van oud zeer tot openbaringen kwamen, en daaruit duidelijke aanwijzingen konden afleiden hoe hun leven anders in te richten. Maar zeer, zeer vaak pakten ze na afloop van de sessie hun oude gewoonten weer op en veranderde er weinig.

Voor mij persoonlijk is de conclusie van Myss nog steeds niet de kern van het antwoord. Ik denk dat, als je echt wilt genezen, je je hele leefstijl, inclusief je denkpatronen en de manieren waarop je je tot nu toe aan de omstandigheden hebt aangepast, moet omgooien.

Ik denk Ik denk dat iedereen wel tot op zekere hoogte de neiging heeft zijn/haar leven te willen beheersen. Maar als je echt meesterschap over je leven wit krijgen, zul je de controle eerst moeten opgeven. Wellicht moet je heen door een periode van leegte en chaos, maar je maakt dan ruim baan voor je natuurlijke aandrift tot persoonlijke groei. Je vervangt je neiging tot controle door overgave aan het leven zelf. Het leven neemt dan de leiding over, en jij schept de ruimte voor je geestelijke welzijn waarin je genezing een optimale kans geeft.

*) Ik heb in het verleden veel gepubliceerd over de ziel. Wie de blogs er op wil naslaan kan ze vinden via de zoek functie. Met name vanaf 6 januari t/m 3 februari 2022 geeft een coherente theorie over de ziel.

Gender en geest.

Dit blog sluit aan op de blogs van 5 en 12 maart. Het verdient aanbeveling die er nog even bij te pakken.

Op 5 en 12 maart heb ik twee blogs geschreven over de persoonsontwikkeling van mannen en vrouwen en over mannelijk en vrouwelijk leiderschap. Daar moet ik op terugkomen – want mede doordat een blog noodzakelijkerwijs kort moet zijn ben ik daar wat ongenuanceerd geweest. Op twee thema’s wil ik hier wat nader ingaan: gender en spiritus.

Maar ongeacht of iemand zich met zijn biologische sekse of met een daarvan afwijkende genderidentiteit identificeert komt het er op aan dat zowel de yang-als de yin-eigenschappen, of anders gezegd de anima en de spiritus, beide tot ontwikkeling komen. Voor een gebalanceerde persoonlijkheid en dus ook voor een gebalanceerd leiderschap dienen beide aspecten van de persoonlijkheid in harmonie met elkaar samen te werken. Dan ontstaat er een leiderschap dat zowel krachtig is als barmhartig.

Het woord spiritus heb ik in die blogs niet nader toegelicht, en ik heb het min of meer gelijkgesteld met de yang eigenschappen. Maar dat klopt niet. De spiritus is dat deel van de persoonlijkheid dat communiceert met de onzichtbare wereld. Men kan daar toegang tot krijgen zowel via de anima als met behulp van de rede. Intuïtie, liefde zonder aanzien des persoons, eenheidsbewustzijn en openbaringen maken deel uit van de spiritus, en kunnen gelijkelijk optreden bij mannen en vrouwen.

Spiritus koker

Ik had in het blog van 12 maart en hierboven dus beter het woord ‘geest’ kunnen gebruiken in plaats van het woord spiritus. In het latijn betekent het woord spiritus inderdaad geest. Maar in het Nederlands roept het woord verwarring op. Het is niet zo dat de vrouw naast haar animus haar spiritus tot ontwikkeling moet brengen, maar eerder haar geest – je zou dat de mannelijke ziel kunnen noemen – terzijde: zo wordt het woord ook gedefinieerd in de oude Van Dale en in het etymologisch woordenboek. Overigens is het woord ‘geest’ van het mannelijk geslacht, evenals het woord ‘esprit’ in het Frans en het woord ‘Geist’ in het Duits – . Maar ‘geest’ wordt ook in andere betekenissen gebruikt; vandaar dat ik het in eeste instantie had vermeden.

Ik heb u hiermee voldoende in verwarring gebracht – dus ik laat het hier maar bij. De strekking van de blogs op 5 en12 januari blijven hopelijk overeind.

De Koningin

In mijn vorige blog heb ik de ontwikkeling van de man beschreven van kind naar volwassenheid, zoals die beschreven is door Jung. Naar aanleiding van die beschrijving is door Jung en zijn leerlingen de ontwikkeling van de vrouw in spiegelbeeld beschreven. Haar ziel wordt dan beschreven als animus, en het is de opgave van de vrouw haar animus te ontwikkelen. Die ziel zou dan haar mannelijke binnenkant zijn.

Deze redenering gaat volgens mijn ervaring en inzicht volstrekt mank. In de eerste plaats is de ziel altijd vrouwelijk, en hoeft de vrouw haar ziel dus niet zo te herkennen en ontwikkelen als een man – Terzijde: het woord ‘animus betekent in het latijn dan ook niet ‘ziel’ maar ‘verstand -. Haar ziel is al vanaf de geboorte volop aanwezig in haar bewustzijn en expressie.

Wat de vrouw echter moet ontwikkelen is niet haar anima, maar haar ‘spiritus’, haar geest. Dan komen naast haar yin-eigenschappen (zoals ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid ) ook haar yang-eigenschappen (wilskracht, agressie, autonomie, besluitvaardigheid en doortastendheid) tot ontwikkeling. Als dat proces in balans met haar anima verloopt dan zie je vrouwelijke leiders naar voren komen die kracht paren aan mildheid. Voorbeelden van dergelijke leiders zijn Gro Harlem Brundtland, Jacinda Ardern, Mette Frederiksen en in ons land: Sigrid Kaag, Femke Halsema en anderen. Zij tonen het leiderschap dat we nodig hebben. Ook de ontwikkeling van de vrouw is in een mythe beschreven: de mythe van Amor en Psyche.

Maar onder invloed van de verharding in de cultuur gaat bij de ontwikkeling van het vrouwelijk leiderschap ook veel mis. Als vrouwen hun aandacht richten op de ontwikkeling van hun kracht en autonomie, maar daarbij hun anima geen ruimte meer geven, dan krijg je leiders die iedere barmhartigheid ontberen. Ik denk daarbij aan iemand als Margaret Thatcher, en in ons land Marjolein Faber, Mona Keijzer en Dilan Yeşilgöz. Dat is het soort leiderschap dat we kunnen missen. Vandaar dat ik mijn voorkeur voor vrouwelijk leiderschap vandaag de dag nuanceer.

.

© Caroline Myss, Archetype kaarten

Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?

Er zijn in principe twee soorten mensen:
mensen die dingen bereiken en mensen die claimen dat ze dingen hebben bereikt.
In die eerste groep is het minder druk.
(Mark Twain)
Kun je de rol van het vrouwelijke spelen?
(Lao-tse)

Jarenlang heb ik gepleit voor meer vrouwen in leidinggevende functies. Maar nu merk ik dat ik dat standpunt moet nuanceren. Daar heb ik twee blogs voor nodig, want ik maak eerst een omweg via de ontwikkeling van de vrouwelijke kant van de man.

Baanbrekend werk op dat gebied is verricht door C.G. Jung. Hij stelde dat in de man, diep in zijn binnenste, zijn ziel leeft, door Jung ‘anima’ genoemd. Zijn ziel is de vrouwelijke kant van zijn karakter – terzijde: in het Duits, frans, latijn en oud-nederlands is het woord ziel van het vrouwelijk geslacht – die bij een gezonde persoonsontwikkeling pas later in zijn leven naar buiten treedt. Daarvoor laat de man in ontwikkeling zijn typerende mannelijk kant zien (yang-kant), die door zijn fysieke natuur en de socialisatie in de cultuur is bepaald. Eigenschappen als wilskracht, agressie, besluitvaardigheid en doortastendheid treden daarbij op de voorgrond.

Zelfonderzoek zou er dan toe moeten leiden dat in de adolescentie zijn anima meer door hemzelf herkend en aanvaard wordt. Zij komt dan tot ontwikkeling, en de bovenstaande eigenschappen worden dan verzacht door bereidheid, ontvankelijkheid, wijsheid, intuïtie en zorgzaamheid (yin-kant). Dit is een zeer oppervlakkige en korte samenvatting. Voor een meer uitgebreide bespreking van deze processen verwijs ik naar de boeken van Jung en mezelf.*) .

Onder invloed van de modernistische en post-modernistische cultuur wordt echter de ontwikkeling van de anima nogal eens geblokkeerd. Je ziet dan mannen en leiders opstaan waarbij de ‘vrouwelijke’ eigenschappen ook niet tot ontwikkeling zijn gekomen. In extremis krijg je dan ‘leiders’ als Trump, Wilders, Orban, Erdogan, Poetin, Stalin, Lenin. Kenmerkend voor deze ‘leiders’ is het totale ontbreken van barmhartigheid. Mark Carney, de premier van Canada, lijkt me iemand bij wie die ontwikkeling wel in balans is verlopen.

Volgelingen van Jung beschrijven de ontwikkeling van vrouwen als spiegelbeeldig aan de ontwikkeling van de man. Maar naar mijn menig klopt dat niet. In de literatuur heb ik daarover echter geen kritische kanttekening kunnen vinden. Merkwaardig! In mijn volgende blog ga ik daar verder op in.

*) C.G. Jung, Archetypen, 1987. Erik van Praag, Spiritueel leiderschap, 1996/9 en Voor niets gaat de zon op, 2012. In de boeken van mij wordt de graal-legende beschreven, die een prachtige metafoor is voor de ontwikkeling van de man.

Alles of niets?

Here is a test to find whether your mission on earth is finished.
If you’re alive, it isn’t.
(Richard Bach, in Illusions, The adventures of a reluctant Messiah
uit: Messiah’s Handbook)

Als adolescent was ik best ambitieus. Ik was niet zozeer geïnteresseerd in maatschappelijke status of rijkdom, maar wilde geen middelmatig leven leiden. Zoals ik het eerder formuleerde: ik wilde een zekere voortreffelijkheid en kwaliteit in mijn leven brengen, zodat ik aan het eind zou kunnen zeggen: dit was het beste leven dat ik heb kunnen leven. Hoewel ik nog niet van plan ben dood te gaan, ben ik toch wel op een leeftijd gekomen waarop ik wat meer evaluerend kan terug kijken. En dus rijst de vraag: ben ik in mijn levensdoel geslaagd?

Als mensen de resultaten van hun activiteiten en projecten willen evalueren hebben ze vaak de neiging om zwart-wit te denken. Of ze zijn geslaagd, of ze hebben gefaald. Maar uiteraard ligt de waarheid meestal ergens in het midden. Ook projecten die niet helemaal geslaagd zijn, hebben toch vaak een waardevol effect gehad. Ikzelf heb die neiging tot zwart-wit denken in mijn leven sterk gehad, en dat sloeg terug op mijn zelf-beoordeling. Of ik was de meest voortreffelijke kerel die er bestond (dat heet arrogantie of hoogmoed) of ik had volledig gefaald. Ik ben intussen wel wat wijzer geworden (geloof ik), maar als het gaat om de bijdrage die ik in de wereld heb geleverd, kan ik nog steeds iets van die neiging bespeuren.

Als ik zo objectief mogelijk terugkijk op mijn leven, op mijn rol als vader of als professional, dan heb ik zowel gefaald als een aantal fraaie successen geboekt. Als ik naar mijn (klein)kinderen kijk, die nu allemaal een zeer bevredigend leven leiden, dan denk ik: ik heb het als vader toch niet zo slecht gedaan – al besef ik heel goed dat hun leven vooral een product is van hun eigen keuzes en inspanningen. Toch heb ik destijds, net als de meeste ouders, ook gedrag vertoond waar ik niet bepaald trots op ben. En wat betreft mijn bijdrage aan de wereld om me heen ben ik geneigd die te bagatelliseren, maar dat kan ook nog wel een effect zijn van mijn vroegere zwart-wit houding.

Als we over ons zelf oordelen in termen van alles-of-niets – ik was perfect of volstrekt betekenisloos – dan projecteren we dat ook om de wereld om ons heen. Er gebeuren in de wereld een aantal prachtige dingen: in de natuur, en in de samenleving. Er gebeuren ook verschrikkelijke dingen, maar mensen staan daar weer dapper tegen op. Daarom denk ik dat ongefundeerd pessimisme misplaatst is, maar ongefundeerd optimisme ook. Ik was vroeger nogal eens zeer somber over de toekomst, maar ben tegenwoordig wat realistischer. De toekomst kunnen we niet kennen, dus we weten niet hoe het zal gaan. Sinds de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn we ons als mensheid bewust geworden van ons vermogen onszelf te vernietigen. Daar zijn de bedreigingen van het verlies van de biodiversiteit en de opwarming van de aarde bij gekomen. Hoe we met deze bedreigingen zullen omgaan is onzeker.

Intussen is het tijd om voor onszelf na te gaan wat op dit moment onze missie op aarde is (zie citaat hierboven). Wat zal er op onze weg komen? (zie het zwevende veertje hiernaast, dat genomen is uit de film Forrest Gump, uit 1994, en dat het onvoorspelbare leven en lot symboliseert. Je weet nooit welke kansen het leven je biedt.)

Morele moed en spirituele durf*).

There is a crack in everything – that’s how the light gets in
Leonard Cohen – Anthem**)

Vorige week schreef ik over het einde van deze tijd. Hoe kunnen we voorkomen dat dit uitloopt op een catastrofe? Hoe kunnen we bevorderen en dat dit einde het begin is van een nieuwe kans? Daarover zei ik vorige week dat daarvoor morele moed en spirituele durf nodig is.

In ons allemaal leeft de kiem van morele moed. Hoe kunnen we die kiem tot wasdom laten komen? Die weg begint met zelfreflectie. Met name is het van belang dat we naast onze zelf-waardering ook onze destructieve en kwaadaardige neigingen onder ogen zien. Laten we maar eens terug kijken op ons leven en zien hoe, soms op subtiele wijze, deze neigingen in ons dagelijks gedrag een rol spelen. Als we zodoende, na een grondige inspectie en zelf-analyse, daar enig zicht op hebben gekregen, dienen we onszelf daar niet mee om de oren te slaan, maar dit te zien als een schaduw in onszelf, die we voorlopig eens even terzijde moeten stellen.
Daarna dienen we de blik naar buiten te richten, en met name op de pijn in de wereld die bestaat naast de schoonheid. Die pijn kunnen we zien op individueel niveau, bij onze naasten, familie, vrienden en collega’s (ziekte, verlies, verdriet, depressie), maar ook in de wereld als geheel. We hoeven alleen maar te denken aan Gaza, Israel, Oekraïne, Rusland, Soedan, Syrië, Georgië en zo meer, en de situaties aldaar tot ons door te laten dringen. Dat kunnen noch moeten we niet de hele dag doen, maar er regelmatig een moment bij stil staan tot we de pijn zelf voelen is niet verkeerd. Zo ontwikkelen we compassie: mede-lijden.
Als we door zelf-reflectie en deze momenten van bezinning tot een dieper bewustzijn zijn gekomen dan zal vanzelf de moed ontwaken. Dan zullen we die tot uiting laten komen in wat de Boeddha het juiste spreken, het juiste handelen en het juiste werken noemt: stappen van het achtvoudig pad. Dan zullen we ons niet laten weerhouden door tegenkrachten. En dragen zodoende bij aan een betere wereld. Alle beetjes helpen.

Dark night of the soul – er zijn altijd lichtpuntjes

Als u door deze exercities af en toe de moed verliest – merk op hoe moed eigenlijk twee betekenissen heeft – dan is het goed u te richten op schoonheid in kunst of natuur. Ikzelf heb veel gehad aan muziek: Schubert: Nocturne (opus 148), Arvo Pärt: Spiegel im Spiegel, Morningsside van Neil Diamond (allemaal op youtube te vinden). En realiseer je dat in alles een barst zit – dat is hoe het licht kan binnendringen.
Volgende week ga ik in op spirituele durf.

*) Titel ontleend aan het boek met deze titel met door van Bas van den Berg vertaalde essays van Abraham Joshua Heschel (Volzin, 2025)

**) https://www.youtube.com/watch?v=c8-BT6y_wYg


 ‘AI that feels alive’. (Character.AI)

Some subjects have been very hard to convince that Eliza is not human.
(Joseph Weizenbaum)

IK ben nooit erg onder de indruk geweest van ChatGTP, want in 1987 had ik al Eliza op mijn computer staan. Dat was een therapieprogramma ontwikkeld door Joseph Weizenbaum op basis van de Rogeriaanse theorie. Er was natuurlijk nog geen Siri, dus je kon met dat prgramma alleen communiceren via ingetypte teksten, en Eliza antwoordde dan ook alleen met tekst. Niettemin was ik verbijsterd door hoe ‘echt’ de therapeut leek. Als proef heb ik toen een tijdje met Elize gechat en hoewel ik al snel door had hoe het werkte vond ik het verbluffend authentiek. Dus toen ChatGTP kwam was ik niet echt verbaasd.

Weizenbaum wilde met Eliza aantonen dat chatbots slechts een script afdraaiden en zelf niet intelligent waren, laat staan ‘menselijk’. Maar het liep anders. Eliza werd ongelooflijk populair en vele mensen verklaarden dat ze er echt door geholpen waren. Ik weet eigenlijk niet waarom het is verdwenen, lang voor de komst van AI.

Momenteel staan chatbots ter discussie, sinds er verhalen rondgaan dat bij sommige mensen chatbots een psychose hebben veroorzaakt. Enige tijd geleden heeft chatten zelfs rot een suïcide geleid van een 16-jarige jongen die in de weken daarvoor intensief met een chatbot had gesproken. Ik vind dat niet verbazend, want er wordt wel eens vergeten dat een chatbot alleen maar teruggeeft wat je er in stopt. Als er niet van tevoren al inhoudelijke algoritmens ingebouwd zijn, gegeven ze alleen maar terug wat je er zelf in stopt, en versterken dat. Als je depressief bent, bevestigt de chatbot je daarin.

Mark Zuckerberg is van mening dat chatbots een goed middel kunnen zijn ter bestrijding van eenzaamheid. Maar het tegendeel is het geval. Tijdelijk kunnen ze helpen je minder eenzaam te voelen maar na geruime tijd wreekt het zich dat chatbots wel levend lijken ( en ook zo geconstrueerd worden) maar het in feite niet zijn. Als men dat gaat ontdekken slaat de eenzaamheid verhevigd toe.

Door ons gebruik van AI en chatbots neemt het offline contact af en mechaniseert onze samenleving. We denken dat de chatbot een Ander is, maar het is een projectie van onszelf, eventueel vervormd door van buiten ingebouwde algoritmes. Is dat erg? Wel als je je realiseert dat persoonlijke groei niet in de laatste plaats gestimuleerd wordt door persoonlijk contact met een echte Ander; met name zijn/haar ziel (Emmanuel Levinas, De Tijd en de Ander, Ambo). Door AI en chatbots verarmt onze cultuur verder, wat nu al gebeurt door de enorme nadruk op materiële consumptie. Verdere nadelen kunt uzelf wel bedenken.

Ik zal AI weinig gebruiken, en dan alleen nog maar in het bewustzijn van wat ik aan het doen ben, als hulpmiddel, gereedschap (als ik er tenminste niet onbewust ingezogen ben).

.