De mysterieuze 5 %.

De stelling van Dick Swaab – wij zijn ons brein, niets meer en niets minder – is op wetenschappelijke gronden weerlegd en gaat ook in tegen mijn (onze?) intuïtie. Maar als het om een dergelijke stellingname gaat wantrouw ik mijn intuïtie. Het is daarom maar goed dat ik in dit geval mijn standpunt, namelijk dat onze geest niet geheel te herleiden is tot materie, op wetenschappelijk-methodologische gronden kan funderen.

Intussen realiseer ik me dat minstens 95 % van het menselijk functioneren geconditioneerd of genetisch bepaald is. (Volgens mijn kleindochter is zelfs het vermogen gelukkig te zijn voor 50 % genetisch bepaald; zij doet daar onderzoek naar in verband met haar eindexamenscriptie – maar dit terzijde). Dat wil zeggen dat de bronnen van dit deel van ons functioneren in principe op te sporen en waarneembaar zijn. Daarmee valt dit deel van ons functioneren onder de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid, waarvoor Swaab’s stelling wel op zou kunnen gaan. Met andere woorden: Swaab zou wel eens voor 95 % gelijk kunnen hebben. . .

Er zijn hele interessante onderzoekingen gedaan en conclusies getrokken op het gebied van deze 95 % van ons bestaan. Maar ik ben vooral geïntrigeerd door de vraag: wat gebeurt er bij die andere 5 %? Dat is het terrein van ons spirituele functioneren: het terrein van de intuïtie, de liefde, de schoonheidsbeleving, de eenheidservaring en het ongeconditioneerde zijn.

Over intuïtie heb ik vorige week al geschreven. Nu alleen nog dit: op dit terrein bestaat de vrije wil wel. Ik denk dat de keuze om al dan niet aandacht te besteden aan onze intuïtie, en al dan niet te willen leren onderscheid te maken tussen onze intuïtie en andere vormen van impulsiviteit en ‘spontane’ invallen nog geconditioneerd kan zijn. Maar vervolgens, als je eenmaal op het intuïtieve niveau zit, is de keuze om deze intuïtie al dan niet te volgen vrij.

Op de andere hierboven genoemde aspecten van spiritualiteit  zal ik in de komende weken, bij leven en welzijn, wat dieper ingaan. Wordt vervolgd.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

De innerlijke gids.

Maak de volgende zin eens af: “Emily’s vader heeft drie dochters, namelijk Mei, Juni, en . . . ?” Als u impulsief antwoord zal u  ‘Juli’, zeggen. Het vraagt enige reflectie om het juiste antwoord  te geven: Emily.

Deze anecdote, die ik al eens eerder had gehoord, ontleen ik aan een artikel van Harald Merkelbach in ‘Letter en Geest’ (bijlage van Trouw) van 2 september j.l. Merkelbach is juridisch columnist in NRC/Handelsblad en publiceert een dezer dagen een boek: ‘Intuïties maken meer kapot dan je denkt’.

De manier van impulsief denken die in bovenstaande anecdote leidt tot het antwoord ‘Juli’ wordt in de psychologie Systeem 1 genoemd, terwijl beslissen en concluderen op basis van wikken en wegen Systeem 2 wordt genoemd. Onder Systeem 1 vallen dan alle uitspraken en gedragingen die gebaseerd zijn op associatie, interpretatie, vooroordeel, impulsiviteit, enzovoort. Merkelbach vat dat samen onder het begrip ‘intuïtie’ en daar gaat hij dan volledig de mist in. Want intuïtie is feitelijk iets heel anders dan Systeem 1. Zoals gewoonlijk missen de psychologen in hun onderzoek, waarbij ze stellen dat alle oordelen en besluitvorming gebaseerd is op hetzij Systeem 1 (in 95 % van de gevallen) of Systeem 2, het essentiële punt (zoals de psychologie eigenlijk altijd doet; zie ook Ouspenski*).

Maar als intuïtie niet het blindvaren op Systeem 1 is, wat is het dan wel? Daarvoor moeten we te rade gaan bij de transpersoonlijke psychologie (Jung, Wilber, en vele anderen). Intuïtie blijkt dan een onmiddellijk inzicht te zijn dat juist niet gebaseerd is op associatie, interpretatie, ervaring of redelijk denken. Het doet zich vaak voor als een inval ‘out of the blue’. Het vereist training en zelfreflectie om bij zichzelf te leren onderscheiden tussen intuïtie en invallen van andere oorsprong. Over de vraag of intuïtie altijd ‘correct’ is, is het laatste woord overigens nog niet gesproken.

Om tot Merkelbach terug te keren: deze zet zich af tegen een stroming (binnen de organisatieleer en het recht) die ervoor pleit zich bij beslissingen vaker te baseren op intuïtie. Volgens Merkelbach kan dat leiden tot desastreuze uitkomsten. Hij geeft als voorbeeld de gerechtelijke dwaling rondom de verpleegkundige Lucia de B. In zijn betoog  – althans in zijn artikel; het boek heb ik niet gelezen – heeft hij het echter helemaal niet over intuïtie maar over Systeem 1 processen, en dat is iets volslagen anders. Zodoende gooit hij het kind (intuïtie) met het badwater (Systeem 1) weg.

Wat kunnen we hieruit leren? In de eerste plaats dat echte intuïtie wel degelijk een belangrijke bron van inzicht en besluitvorming kan zijn. Maar ook dat het training vereist om het te kunnen onderscheiden van andere invallen. En dat het een zekere persoonlijke rijpheid en wijsheid vereist om het op verantwoorde wijze te kunnen gebruiken. Persoonlijk zou ik mijn intuïtie ook altijd willen toetsen aan andere bronnen van inzicht. Vaak kan dat pas nadat de intuïtie eerst expliciet is geworden.

In mijn praktijk als therapeut, coach en organisatieadviseur, en ook in mijn persoonlijk leven heeft intuïtie een cruciale rol gespeeld. Het zijn mijn intuïtieve inzichten en de daarop gebaseerde uitspraken en beslissingen, die voor mijzelf en mijn cliënten een wezenlijk en bijzonder heilzaam verschil hebben gemaakt. Derhalve raad ik iedere professional, arts, therapeut, coach, adviseur, manager of rechter, aan zijn eigen intuïtieve vermogen te ontwikkelen, tot heil van hemzelf en de anderen.

 

*) P.D. Ouspenski, De mens en zijn mogelijke evolutie, 1947, 1988.

Datum Door erik.van.praag 4 Reacties

Homo irrationalis (playing stupid)

It is strange to see how in economics and politics persistently is hanged on to the idea that people are  rational beings. It is presumed that people take rational decisions, choosing in their own interest, as they perceive it. The scientific disciplines of politics and economics are completely based upon this assumption (the so called ‘homo economicus’ assumption). This assumption however is clearly wrong, as every psychologist can tell you. That is why these ‘sciences’  time and again make wrong predictions about the voting and economic behavior of the public. (Recently there is an undercurrent in economics that has a more realistic approach, be it that this still is composed of a small minority of scientists).

If people make no rational choices, on which basis their choices then are grounded? Their choices are mainly based upon emotions and feelings, partly conscious, partly unconscious. Most of these emotions are labeled negative: fear, inferiority, self-doubt, anger or rage, uncertainty, etc. A few are positive: love, compassion, joy. Unfortunately in many cases the negative emotions unconsciously are dominating.

We can see this on all levels in society. It is clear that those who voted for Trump as president, did so clearly against their own interest, at least over the long term. Although they may have misled themselves, thinking that they were voting based on  their own interest, they clearly did not. The image of their interest surely is distorted by their negative feelings: not being seen, not being accepted, feeling unsafe, etc.

We also can see it on the levels of our leadership. President Trump f.i. certainly is not grounding his decisions on rational considerations, even not so on his own interest (although he may think he does). He denies climate change (will he still do so after the melting of the permafrost or the flooding of Houston?), he wants to build a wall between the US and Mexico, he wants to create jobs, that he cannot create, and so on and so forth. He is basing his decisions on (unconscious?) fear and rage, in an impulsive way. That is why he is so dangerous. He could just launch an atomic bomb – just like that. I always am amazed that there are still people who think you can negotiate with Trump on a reasonable base. One can’t. (If you seemingly have a deal, he always can break it).

But also more ‘normal’ politicians and economist don’t act on rational grounds. They still think a maximum temperature rise of 2 degrees is feasible, which clearly is not so.*) They still think one can control Kim Yung-un, or Erdogan, or Rohani, or Assad. They all will fall, but not by external pressure, but due to the the internal developments in their countries. (Erdogan will be the first. When dictators start building megalomaniac  palaces you know the end is near). One cannot make deals with them, because they too are not acting on rational grounds (that is not to say that you shouldn’t communicate with them).

So we have this beautiful capacity of using our brains, but unfortunately we don’t. It would be wise however if we anyway do use them in our private lives. That is not to say that we should neglect our feelings, but our decisions should be based on a mix of reason and feeling. This is called common sense. In order to be able to do so we have to know ourselves. Work to do!

 

*) This was already known by those who were willing to  to see it in 2007. See Earth Fever, Living Consciously with Climate Change,  by : Judy Mcallister, Erik van Praag and Jan Paul Van Soest, 2009, page 53.

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker.

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Een gebed voor de wereld

In de maand mei heb ik in een serie blogs gesteld dat wij als mensheid niet in staat blijken het klimaatprobleem op eigen kracht op te lossen. We hebben daarvoor hulp van buiten nodig. Dat mondde uit in een beschouwing over de noodzaak tot gebed, ook, en met name juist, als je niet in een transcendente wereld gelooft. (Zie mijn blog van 18 mei).

In dit blog geef ik een voorbeeld van een dergelijk gebed, afkomstig uit Gebedsboekje voor zoekers, 2010 (Dat is hier en daar nog verkrijgbaar). Een beetje pathetisch misschien, maar ach. . .

Aanwezige, goden en deva’s, engelen en gidsen,

Wij maken van deze wereld een absolute puinhoop.
Wij laten de armoede in deze wereld voortbestaan, en gaan over tot de orde van de dag.
We misbruiken de aarde door haar uit te buiten.
We hebben atoomwapens, die vroeg of laat gebruikt zullen worden.
We vernietigen de ecosystemen, en creëren een klimaatcrisis die ons allemaal zal bedreigen, zo niet vernietigen. En we gaan over tot de orde van de dag.
We hebben een economisch en politiek systeem geschapen dat gebaseerd is op hebzucht en korte-termijn eigenbelang. Dat systeem is zo krachtig, dat het bijna onmogelijk is geworden daar op individueel niveau verandering in te brengen. Het lijkt erop dat we ook op collectief niveau niet de verantwoordelijkheid nemen deze toestand radicaal te doorbreken.
We voelen ons machteloos, en klampen ons vast aan dat beetje macht dat we wel hebben: in onze eigen levens, en in onze functies. Maar het is allemaal illusie. We komen er niet meer uit.
Toch kunnen we nog steeds vreugde, schoonheid en liefde ervaren. Toch kunnen we, tegen beter weten in, geloven, hopen en moed opbrengen. Toch is er de onverwoestbare levenskracht. Hoe is dat mogelijk? We buigen in dankbaarheid en verwondering het hoofd.
Dat neemt niet weg dat we ons diep moeten schamen en onze samenleving diepgaand en structureel moeten veranderen. We moeten een nieuwe mentaliteit en een nieuwe verantwoordelijkheid ontwikkelen. Dat kunnen we niet alleen. Daarvoor hebben we jullie inbreng nodig. Willen jullie ons bijstaan en je niet in afschuw afwenden? Willen jullie wel bij ons blijven, in godsnaam?
Confronteer ons indien nodig, dwing ons desnoods te luisteren, maar laat ons niet alleen. Wees hard voor ons, maar veroordeel ons niet. Ik voel dat het nog geen tijd is om te vragen om vergeving, maar laat ons intussen niet in de steek. Help ons om onze stem te verheffen en ons gedrag te veranderen. Geef ons verontrusting, maar help ons niet te blijven steken in angst, machteloosheid, apathie, vruchteloos zelfverwijt. Voedt ons met visie, kracht en wijsheid, zodat we schoonheid kunnen scheppen, en weer op constructieve wijze mee kunnen bouwen aan het grote bouwplan, in plaats van het te vernietigen. Laat ons een Tempel van Schoonheid en Humaniteit bouwen, in plaats van een Toren van Babel. Zo zij het.
We vragen, nee, smeken jullie: in godsnaam, laat ons niet alleen! Dank jullie wel!

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Makkelijker kunnen we het niet maken – wel leuker.

We leven in een geweldig land. Vergeleken met de meeste buitenlanden: goede gezondheidszorg, redelijk goed onderwijs voor iedereen, uitstekend wegennet, goed openbaar vervoer, goede afvalverwerking, water- en luchtzuivering, een prachtig waterbeheer, podiumkunsten op internationaal niveau, prachtige musea, niet al te ingewikkelde en eerlijke bureaucratie, weinig corruptie, we hebben een mooie grondwet, en zo kan ik nog wel even doorgaan. . .

We leven in een onaangenaam land. Er zijn weer wachtlijsten in de gezondheidszorg en er is daar een verstikkende bureaucratie ontstaan, lerarensalarissen zijn te laag, op vele plaatsen verslechterd het openbaar vervoer, op de wegen staan steeds vaker steeds langere files, we zijn hard tegenover vluchtelingen, de voedselbanken zijn hard nodig, we beledigen elkaar op internet en elders en passen verkapte discriminatie toe, we hebben vervuilende kolencentrales en doen onvoldoende aan het klimaatprobleem, de kunstensector staat onder druk, en zo kan ik nog wel even doorgaan. . .

Veel van de zegeningen in de eerste alinea en de tekortkomingen in de tweede alinea (maar niet alle) hebben met geld te maken. In het bijzonder met overheidsgeld, dat binnenkomt via allerlei soorten belastingen. De overheid, wij allen, betalen voor de meeste voorzieningen in ons geweldige land, en laten de tekortkomingen ontstaan door gebrek aan fondsen.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat de overheid de vermogenden in ons land, nu de vluchtroutes via belastingparadijzen voor particulieren steeds moeilijker worden, een nieuwe route biedt om geen of zeer weinig vermogensbelasting te betalen. Dat gaat via de zogenaamde fondsen voor gemene rekening, die het mogelijk maken dat je, volkomen legaal en anoniem, grote delen van je vermogen aan de belastinginning onttrekt. Nu beginnen enkele linkse kamerleden daarover te piepen, maar toen destijds het CDA kamerlid Omtzigt voor de effecten van deze regeling waarschuwde gaf noch de staatssecretaris, noch de kamer thuis.

Waarom doet de overheid dit? Waarom zorgt ze ervoor minder belastinginkomsten te innen dan ze zou kunnen doen, en waarom spoort ze de vermogende Nederlanders aan tot immoreel gedrag (wel de lusten, maar niet de lasten)? Ik weet het natuurlijk niet, maar kan maar één reden bedenken: belangenbehartiging van de meer vermogenden in onze samenleving.


Wat zou het mooi zijn als het nieuwe kabinet het ouderwetse begrip ‘solidariteit’ weer eens in ere zou herstellen. Solidariteit komt van het latijns solidium, eenheid. Ja, dat zou wat zijn, als het algemeen belang in plaats van de deelbelangen weer centraal zou komen te staan. Laten we afspreken dat we t.z.t. dit nieuwe kabinet daarop afrekenen.

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Ontroerd zijn is ademhalen met het hart.*)

Nog eens terugdenkend aan de uitzending van ‘Zomergasten’ van 30 juli (met burgemeester Van der Laan) trof me iets dat ik als een belangrijk verschil zie tussen Van der Laan enerzijds en de heren Pechtold, Rutte en Buma anderzijds. Dat is dat Van der Laan ontroerd kan worden, terwijl ik me dat bij de andere drie niet kan voorstellen. Dat kan ik natuurlijk helemaal mis hebben, maar dit is mijn persoonlijke indruk.

Zelf heb ik 33 jaar een leven zonder ontroering geleefd. Niet dat ik helemaal geen emoties had, en er waren natuurlijk best gebeurtenissen, zowel in mijn privé leven als maatschappelijk, die me wat – of zelfs veel – deden. Ik reageerde dan met woede, verontwaardiging, gekwetstheid of andere emoties, maar ontroering, een verzachting in mijn gemoed door verdriet, meevoelen of juist schoonheid kende ik niet. Ik was er simpelweg niet toe in staat. Het dichtste erbij kwam ik nog bij de geboorte van mijn eerste dochter, toen ik een mengeling voelde van vreugde en ontzag, en een zeldzaam moment van innerlijke vrede beleefde.

Omdat ik dit gebrek aan zachtheid als een gemis voelde heb ik er alles aan gedaan om te onderzoeken waar dit onvermogen vandaan kwam, en uiteindelijk heeft dat er in een moeizaam, jarenlang proces toe geleid dat ik de kwaliteit van ontroering in mezelf heb kunnen ontwikkelen. Dat heeft mijn leven enorm verdiept en verrijkt, en ik denk dat ik daardoor ook meer heb kunnen betekenen voor anderen.

Een probleem van niet ontroerd kunnen worden is dat je ook niet zo diep geraakt kan worden door wat er om je heen gebeurt. Dat geldt zowel voor verdrietige of vreselijke gebeurtenissen, als ook voor momenten van schoonheid en liefde.

Ik geloof dat veruit de meeste mensen het vermogen tot ontroering in zich hebben (uitzonderingen daargelaten – zie mijn blog van 27 oktober 2016). Dat geldt dus ook voor onze politici. Vaak is het vermogen ontroerd te worden gewoon beschikbaar, maar soms is het geblokkeerd en moet het gewekt worden, zoals bij mij. Dat kan spontaan gebeuren, bijvoorbeeld door schokkende of prachtige ervaringen, maar anders, zoals in mijn geval, moet je er voor werken. Dat is echter de moeite waard; ik kan het iedereen aanraden! Maar afgezien daarvan, het is wat we in de wereld nodig hebben: mensen die ontroerd kunnen worden en zich door hun ontroering kunnen laten leiden.

 

*)Pierre Reverdy, Frans dichter, 1889-1960

 

 

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Verwantschap

In de ‘Zomergasten’ uitzending van afgelopen zondag liet burgemeester Van der Laan precies zien wat er goed is en wat er mis is in deze samenleving. Hij liet een fragment zien uit een kamerdebat naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo. In plaats van zich in te leven in de bevolking – de aanslag riep gevoelens van onveiligheid en zelfs angst op -, en saamhorigheid en harmonie uit te stralen, probeerden de kamerleden punten  te scoren naar aanleiding van  dit drama en elkaar vliegen af te vangen. Kortom, ze manipuleerden het verdriet van hun kiezers in plaats van hen te ondersteunen.

In contrast daarmee liet Van der Laan de reacties zien op de dood van Abdelhak ‘Appie’ Nouri. Reacties van verdriet en medeleven door heel Nederland. Wat in  het bijzonder ontroerde was dat groepen die elkaar normaal naar het leven staan nu troostend en ondersteunend in elkaars armen vielen, letterijk en figuurlijk: Marokkaanse jongeren en de ‘witte’ F-side, supporters van PSV, Feyenoord en Ajax, oud en jong. De supporters van FC Utrecht, ‘normaal’ de aartsvijanden van Ajax  klapten voor Appie Nouri op een ver voetbalveld in Malta. Als u de uitzending van Zomergasten niet gezien heeft, raad ik u sterk aan die alsnog te zien via ‘Uitzending gemist’: https://www.npo.nl/vpro-zomergasten/30-07-2017/VPWON_1269686

Het is niet alleen het verdriet dat ons bij elkaar brengt. Ook het succes van de vrouwen in het EK – ik weet nog niet of ze dat vanavond kunnen voortzetten – verbroedert en verzustert (Och heden, die termen mogen vandaag de dag niet meer. . .  )

Zoals Arjen Fortuin schreef in NRC/Handelsblad, dit is waar we denk ik diepweg allemaal naar verlangen: ons weer één voelen, een deel van de ‘family of man’ zodat we onze identiteit niet hoeven te ontlenen aan een ethnische of religieuze subgroep of aan onze nationaliteit of sekse, maar aan het besef dat we onlosmakelijk behoren tot een wereldomspannende familie. Daarom ontroert wat er gebeurde rond ‘Appie’ ons zo.

Wat zou het prachtig zijn als onze politici, onze leiders, dat besef zouden gaan uitdragen. Dat hoeft niet te betekenen dat ze het altijd eens zijn met elkaar – dat is in een familie ook zelden het geval. Maar het zou betekenen dat ze verbondenheid voelen met degenen met wie ze van mening verschillen. Ja, en dan kunnen ze creatief worden, en hoeft een formatie natuurlijk niet zo lang te duren.

Wat we nu zien vervult me met weerzin. En dan moeten we natuurlijk niet verbaasd zijn dat mensen zich afwenden van de politiek en uiteindelijk de democratie zelf in gevaar komt. Maar er is een alternatief. Onze burgemeester liet zien hoe het wel kan (ik hoop dat veel politici  hebben gekeken). Hij antwoordde in de genoemde uitzending op de vraag wat hij hoopte dat zijn nalatenschap zou zijn: ‘dat Amsterdam de lieve stad blijft die het is.’

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

‘We have come too far to disdain the future now.’ 

Since the nineties we know that in business organizations can’t work effectively without a collective vision (see f.i. The Fifth Discipline: The Art and Practice of the Learning Organization (Senge 1990). The same is true for countries and nations. But strangely enough politicians don’t seem to know this. They are completely focussed on the short term and on how they can win votes in the next elections.

Already it is said in the Bible, Proverbs, 600 B.C.: ‘Where there is no guidance, a people falls’ (11:14), and ‘Where there is no prophecy the people cast of restraint’ (29:18). This in my opinion is exactly what is happening today, especially in Europe and America. But the question of course arises: what should that vision be and where should it come from?

Proverbs suggest that it should come from ‘counsellors’. However in these days counsellors are  so-called experts, who mostly differ in opinion about where we should go in the future. Anyway, they are not a source of inspiration for a collective vision. Moreover I think that the collective vision should be a shared vision. Otherwise it could never inspire us to move and act in the desired direction.

This is where leadership should come in. One of the last politicians who was not merely a manager but a real leader as far as I know was John F. Kennedy who said: ‘We are all visionaries. Let it not be said of this Atlantic generation that we left visions and ideals to the past, nor purpose and determination to our adversaries. We have come too far; we have sacrificed too much, to disdain the future now.’  Also Barack Obama to a certain extent was a visionary, but unfortunately he lost most of that during his presidency.

Anyway, what we can learn from both presidents, is that a shared vision cannot come into existence without the full participation of a community, that part of the public that feels  engaged and is concerned with the common cause ( the‘caring majority’; see ‘No is not enough’ by Naomi Klein, 2017). So visionary leadership should not only inspire, but also create the conditions for a public dialogue. This is what we need in these times of global warming and so much tension in the world.

Now, if our ‘leaders’ fail to exert this kind of leadership, we have to do it ourselves. If it is not coming top-ddown, it has to come bottom-up. We have to start this dialogue about the future we desire in  our own small communities, and extend that dialogue to wider communities. ‘We have come too far; we have sacrificed too much, to disdain the future now.’

 

Disclaimer: I apologize for mistakes in my English. Blogs are cursory – not stuff for correction by a native speaker.

Datum Door erik.van.praag Laat een reactie achter

Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk.

Bovenstaande uitspraak is de titel van een boek van Dorothee Sölle. (Ein Volk ohne Vision geht zugrunde, 2009).Deze uitspraak is een parafrase van Spr. 11:14 en 29:18. In de nieuwste bijbelvertaling wordt vertaald: ‘Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder’, respectievelijk, ‘Zonder profetie vervalt het volk tot bandeloosheid’. Naar mijn menig is dit precies wat er nu aan de hand is. Interessant dat deze wijsheid al in de 6e eeuw v.C. werd opgetekend.

In Nederland is het visieloze tijdperk begonnen met het tweede kabinet Kok, toen de premier expliciet zei dat de PvdA zijn ideologische veren moest afschudden. De VVD en de christen-democratie hadden die veren al eerder afgeschud. Balkenende heeft nog eens geprobeerd een nieuwe visie te ontwikkelen door te verwijzen naar het VOC verleden. Dat was een wat ongelukkige greep, omdat dit verleden behalve door ondernemingslust en handelsgeest ook gekenmerkt werd door uitbuiting, kolonisatie, geweld en later, vooral via de WIC, slavenhandel.

In het verleden zijn overigens wel inspirerende bronnen te vinden voor een visie. Ik denk daarbij aan Erasmus, Coornhert, Willem van Oranje en stadhouder Willem III, en Spinoza, die allemaal op hun manier pleitten en stonden voor vrijheid van meningsuiting en een pluriforme samenleving – al moet ook gezegd worden dat zij , behalve misschien Coornhert en Spinoza, van tijd tot tijd terugvielen in minder tolerante uitspraken en handelingen. Maar toch. . . uiteindelijk mondde de denkwijzen van Erasmus, Coornhert en Willem van Oranje uit in het Plakkaat van Verlatinghe, waarbij de ondergeschiktheid aan koning Philips II van Spanje werd opgezegd ter verdediging van vrijheid en tolerantie.

W. Whitlau zegt hierover: Het Nederlands geschiedenisonderwijs na de Tweede Wereldoorlog zou wel eens een grote kans gemist kunnen hebben, door zo sterk af te dingen op het unieke van de Nederlandse revolutie in de 16e eeuw, en de opdracht die daaraan ontleend placht te worden tot het herbergen van vluchtelingen en het ondersteunen van verdrukten. Een volk dat de ‘familiegeschiedenis’ wordt ontnomen, biedt nieuwe generaties geen aangrijpingspunt meer tot identificatie.*)

Moeten we onze collectieve visie dan maar ontlenen aan het verleden? Dat is in dit land al een keer eerder geprobeerd, rond de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw, door mannen als Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper. Uiteindelijk heeft dat echter geleid tot de christen-democratie, die zich ontwikkeld heeft tot een van de meest behoudende en autoritaire  krachten in deze samenleving (Dat zat er trouwens vanaf het begin al in. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop Abraham Kuyper in 1903 met zijn ‘worgwetten’ de spoorwegstaking brak, het eerste massale arbeidersprotest dat Nederland kende). Niet bepaald een inspirerend voorbeeld. Ook het Joodse volk ontleent zijn visie aan zijn verleden, zowel het bijbelse verleden als de latere diaspora en al het vreselijke wat daarin gebeurd is, van pogroms tot de shoa. Dat is in Israël verworden tot een repressieve en reactionaire politiek, evenmin een inspirerend voorbeeld. Bovendien zie je dat een land wat zich te zeer identificeert met zijn verleden altijd kan vervallen tot een eng nationalisme met ‘Blut und Boden’ – theorieën, uiteindelijk leidend tot uitsluiting van minderheden en racisme. Dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Het verleden kan dus inspirerend werken, maar is uiteindelijk geen solide basis voor onze collectieve visie. Waar moet die dan wel vandaan komen? En hoe zou die visie er dan uit moeten zien? En hebben we wel een visie nodig? Op dit soort vragen zal ik ingaan in het volgende blog.

 

*) W. Whitlau, Niet in de hemel, verkenningen in de wereld van de Joodse traditie, 1985

Datum Door erik.van.praag 4 Reacties

Na ons de zondvloed?

Zouden ze nu echt niet beter weten, of doen ze maar alsof? Zijn ze dom of leiden ze ons om de tuin? Deze vraag komt bij me op als ik zie dat de overgrote meerderheid van onze politici, managers, leiders, ambtenaren – kortom zij die deze samenleving vorm geven, nog steeds doen alsof een temperatuurstijging van 2 graden een haalbare kaart is. En als ik zie dat ze uitgaan van een zeespiegelstijging van enige tientallen centimeters.

Bij het KNMI zijn ze iets wijzer. Zij gaan uit van een ‘worst case scenario’ van 1,20 meter in 2100. Dat zouden we in dit land nog net aankunnen met onze huidige watertechnologie. Maar volgens recent onderzoek kan het ook wel 2 meter worden. . .

Dat zegt de heer L. Meijer, klimaatdeskundige en onderhandelaar namens Nederland voor het akkoord van Parijs, in een bijdrage van zijn hand in NRC/Handelsblad van 3 juni. Hij laat ook nog een ander geluid horen: de stijging van de zeespiegel kan wel doorgaan tot 15,00 meter in 2500. Dat is geen zeker, maar wel een mogelijk scenario. Een ware zondvloed, waarbij de inmiddels waarschijnlijk gehalveerde mensheid samen klit op de hooglanden van deze wereld  – als we inmiddels niet op een andere manier zijn omgekomen. Wij Nederlanders zijn dan al lang klimaatmigranten geworden.

Wat is beter – deze ontmoedigende waarheden onder ogen zien, of, zoals onze leiders en hun medewerkers doen, leven in een illusionaire wereld? Per slot van rekening komt de zondvloed pas na ons.

Bij mij werkt het beter als ik de waarheid onder ogen zie. Niet dat ik daar veel vrolijker van word, maar het maakt me, vreemd genoeg, minder angstig en woedend. Er komt dan ook ruimte om de pijn en het verdriet te voelen om alles wat misschien verloren kan gaan. En zoals Etty Hillesum zegt: verdriet ” hoort bij het leven en het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in z’n zinloosheid.” *) Juist door dit alles toe te laten komt er ruimte vrij voor andere gevoelens. Zoals vele leraren me geleerd hebben: de waarheid maakt me vrij. Vrij om mijn gedrag en mijn toekomstbeelden te kiezen, schoonheid te ervaren, te hopen en het leven te vertrouwen ondanks alles. Want uiteindelijk weten we natuurlijk niet wat de toekomst voor ons in petto heeft. Ook daarvoor zijn vele scenarios denkbaar. Een daarvan is een moeizame weg naar uiteindelijk een stralende toekomst: een verkleinde mensheid levend in harmonie en vrede op een kleiner stuk land (en misschien wel op kunstmatige eilanden – de zogenaamde Noach-eilanden) met een diep religieus bewustzijn. Het zou zo maar kunnen.

 

*) Het verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943 (ingeleid door Jan Geurt Gaarlandt), Haarlem: De Haan, 1981. (34e druk 2014: ISBN 978-94-6003-726-9)

Datum Door erik.van.praag 4 Reacties