Een tiental jaar ben ik lid geweest van de Hervormde Kerk, maar die heb ik rond mijn vijftigste weer verlaten. Ik kon me toen toch niet vinden in de dogmatische trekjes en gevoelens van superioriteit die zelfs in het vrijzinnige gedeelte van de kerk aanwezig waren, en ook niet in het onvoorwaardelijk partij kiezen voor de staat Israël in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar wel heb ik me in mijn werkzame leven altijd sterk laten inspireren door de bijbel – ook nu nog, ook al neem ik de bijbel niet letterlijk van kaft tot kaft, en staan er ook veel zaken in die mij de wenkbrauwen doen fronsen.
Zo heb ik mijn werk altijd veel aandacht gegeven aan de instructie van Mattheus om niet over een medemens te oordelen. Ook in mijn privé-leven heb ik daar steeds naar gestreefd – met wisselend succes. Maar ik kom daar nu tot op zekere hoogte op terug.
Over een ander oordelen loopt al gauw uit op de ander (subtiel) veroordelen, of ons boven de ander opstellen. Daarmee is de horizontaliteit uit de relatie verdwenen en is verbinding moeilijk geworden. Maar we keuren natuurlijk niet elk gedrag van alle anderen goed. Ik redde me daar altijd uit door onderscheid te maken tussen de persoon en zijn/haar gedrag. Over gedrag kon en mocht je oordelen, maar het wezen van de persoon zou daar dan buiten kunnen staan.
Maar dat vind ik bij nader inzien een gekunsteld onderscheid, met name als je afkeuring van het gedrag sterk is. In dat geval heb ik ook veel moeite met de intentie achter dat gedrag, en die kan ik eigenlijk niet los zien van de persoon. Als iemand op laatdunkende of denigrerende wijze reageert op mijn vegetariër zijn – wat me onlangs een paar keer is overkomen – keur ik zijn gedrag af, en heb ik wel degelijk ook gevoelens over die persoon. Ik heb dan een ingewikkelde psychologische redenering nodig om niet over hem of haar te oordelen. Dat geldt te meer als het gaat om intenties of handelingen die ik veel sterker afkeur, zoals de manier waarop er gescholden en gedreigd wordt op internet, of het domme en soms kwaadaardige gedrag van sommige politici of leiders in de wereld. Dan oordeel ik niet alleen; ik veroordeel die mensen ook.
Gelukkig brengt de bijbel opnieuw uitkomst. ‘Oordeel met een rechtvaardig oordeel’ (Joh. 7.24) of ‘Openlijk zult gij uw volksgenoten terechtwijzen.’ (Lev, 19:17). Vooral die laatste uitspraak (die vooraf gaat aan de beroemde uitspraak: ‘Gij zult u naaste liefhebben als uzelf’ is interessant: oordelen mag niet alleen, soms moet het zelfs. Dit roept natuurlijk weer allerlei nieuwe vragen op zoals: wanneer moet je oordelen en wanneer niet; wanneer is een oordeel rechtvaardig, en wie bepaalt dat? Maar daarover een andere keer.

Over deze vraag hebben geleerden zich al eeuwen lang gebogen. Een tijdlang werd gedacht dat tijd is te zien als een constante stroom, die één richting op stroomt. Vandaar ook de tweede wet van de thermodynamica, die luidt, kort door de bocht: de wanorde van elk gesloten systeem neemt toe in de tijd. Of anders gezegd: warmte stroomt altijd één kant op, van warm naar koud. Maar aan dit beeld werd door Einstein radicaal een einde gemaakt met zijn algemene relativiteitstheorie. Ruimte en tijd vormen een onverbrekelijk geheel, dat ontstaan is met het ontstaan van het heelal, en dat weefsel van de ruimtetijd is vervormbaar. Het kromt onder invloed van de zwaartekracht, en niet iedere gebeurtenis of handeling duurt overal even lang. Er bestaat in de kosmos geen gemeenschappelijk nu. De tijd zou uiteindelijk zelfs circulair kunnen zijn, en het verschil tussen heden en verleden zou kunnen verdwijnen.
Onlangs kreeg ik van mijn schoondochter het kinderboek Momo en de tijdspaarders van Michael Ende (de schrijver van het Oneindige Verhaal) omdat ik, zo dacht ze, daar wel geïnteresseerd zou zijn en daar wat mee zou kunnen op mijn blog. Daar had ze gelijk in, en dit blog is het eerste resultaat.
“As a punishment for his trickery, King Sisyphus was made to endlessly roll a huge boulder up a steep hill. The maddening nature of the punishment was reserved for King Sisyphus due to his presumptuous belief that his cleverness surpassed that of Zeus himself. Zeus accordingly displayed his own cleverness by enchanting the boulder into rolling away from King Sisyphus before he reached the top, which ended up consigning Sisyphus to an eternity of useless efforts and unending frustration. Thus it came to pass that pointless or interminable activities are sometimes described as Sisyphean.”
goed kon vinden. Opvallend was overigens dat al deze mensen daar niet bijzonder ontmoedigd door werden, maar er eerder in een kalme acceptatie wel vrede mee hadden. Ook dat geldt voor mezelf.
Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.
worden met zaadcellen van dezelfde persoon. Deze techniek is nog niet operationeel, maar zal dat waarschijnlijk binnen twintig jaar wel zijn. Deze techniek gecombineerd met IVF maken allerlei vormen van voorplanting mogelijk, zoals solo-voortplanting, meer-ouder voorplanting, of voorplanting onafhankelijk van leeftijd. Op den duur is wellicht zelfs geen baarmoeder meer nodig.
Wat zal het worden? Zal de post-humane mens, de homo spiritus, meester blijven over de intelligentie-systemen, of zullen we er slaaf van worden (homo servus)? En in het laatste geval: wie zijn de meesters? De (super-)rijke bezitters van de systemen? Maar zij zijn niet in staat die systemen te programmeren. Dus misschien zijn het de weinige techneuten die deze systemen nog min of meer begrijpen, en ze min of meer kunnen programmeren die de werkelijke meesters zijn. In dat geval mag je hopen dat zij geen cyborgs zijn, want dan is de kans niet uitgesloten dat de zelflerende systemen de macht overnemen, en de techneuten zelf ook slaven worden.
niet door het netwerk gedomineerd willen worden. Zelfs is het denkbaar dat deze mensen op een bewuste wijze gebruik kunnen maken van KI, terwijl ze zelf meester blijven. Deze mensen zijn dan geen cyborg maar een verbeterde versie van de humane mens: de homo spiritus.**)