Information about the emergency situation of the Hope Flowers School in Bethlehem: see my blog of January 10, De Ster van Bethlehem. (Dutch. Translation possible via Google translate)
Er is een schrijnend gebrek aan leiderschap in de wereld. Met deze woorden opende ik in 1996 mijn major opus Spiritueel Leiderschap), dat uit mijn zorg daarover voortkwam. Het is nu 2019, 23 jaar later en er is nog weinig veranderd. Tenminste, als we Trump, Salvini, Kaczyński, Poetin, Erdogan, Scholz, Kurz, Bolsonaro, Johnson, Modi, Farage, Wilders, Baudet en vele anderen buiten beschouwing laten. In de woorden van Caspar Thomas (De Groene Amsterdammer, 24-1 2019): “Wat deze leiders bindt, is een minachting voor onafhankelijke instituties en machtsbeperking.” Het zijn de zogenaamde sterke mannen (geen vrouwen!), die in de loop van de geschiedenis altijd een grote aantrekkingskracht op de bevolking hebben gehad. (Ik schreef daarover eerder in een blog in juni 2018)
Als ik het heb over het gebrek aan leiderschap, dan bedoel ik uiteraard een ander soort leiderschap: humaan, visionair, eerlijk en met liefde voor de planeet. En dan moet ik mijn opmerking meteen nuanceren. Dat soort leiderschap bestaat wel, maar openbaart zich helaas nauwelijks in de nationale en internationale politiek (behalve misschien op lokaal niveau). Daardoor ontstaat er een vacuüm, waarin de bovengenoemde “sterke” mannen veel van wat ons lief is kapot maken.
Als we kijken naar Nederland, dan konstateren we dat Wilders en Baudet samen tussen 20 en 25 % in de peilingen scoren. Als dat bij de verkiezingen zo blijft, dan hebben ze straks 30 of meer kamerzetels. Nog lang geen meerderheid, maar hun invloed is niettemin nu al groot. We zien dat de VVD en het CDA in hun taalgebruik, en soms ook wat betreft de inhoud van hun boodschap al vaak hun oren naar deze heren laten hangen. Zij brengen daarmee de democratie in gevaar.
Zoals, volgens Caspar Thomas, Havel gezegd schijnt te hebben: een democratie kan niet voortbestaan zonder een elite die bereid is het voor haar op te nemen. En Caspar Thomas: “Dat is de grote paradox: democratie vraagt om sterk leiderschap. De democratie heet in crisis te zijn, maar wat werkelijk in crisis is, is het vertrouwen in de democratische leiders.” Uit onderzoek van het SCP blijkt dat het vertrouwen in de democratie vele malen grote is dan het vertrouwen in politici.
Wat we als burgers kunnen doen: blijvend onze stem verheffen tegen de ondermijnende activiteiten van de ‘valse’ leiders en hun volgelingen. En uitdragen wat een mooier perspectief zou kunnen zijn. Misschien ontstaat er daadoor een klimaat waaruit het liefdevolle leiderschap ook aan de top doorbreekt.

En misschien is kenmerkend voor deze tijd van transformatie, dat dat niet één man of vrouw is, maar een team van mannen en vrouwen dat de toekomst van onze planneet werkelijk ter harte gaat, en bereid is daarvoor offers te brengen en te vragen.



vraag is niet óf Nederland onder water verdwijnt, maar wannéér. Een jaar geleden hield het KNMI nog rekening met 1,20 meter zeespiegelstijging aan het eind van deze eeuw; nu wordt een stijging van 2 meter niet uitgesloten. Niet heel waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. En uiteindelijk zal het gaan naar een
zeespiegelstijging van 15 meter, maar waneer, dat weten we niet (zoals L. Meijer, onze vertegenwoordiger bij het IPCC, al zei in 2017). Citaat van Peter Kuipers: ‘Het jaar 2100, 2400 of 4000 als houdbaarheidsdatum voor Nederland. Hier stelt de natuurwetenschap een interessante, filosofische vraag aan de politiek. Voor wie moet je nog klimaatbeleid maken? Voor wie de dijken ophogen? Voor de komende drie generaties? Voor de komende tien? Hoe lang moet de arm van je beleid zijn?’
More and more nowadays we are governed by a sort of leaders for whom public applause and/or personal power is more important than anything. They all perform a show, and succeed in labeling every act as a success, even if that is damaging their countries. President Trump is a wonderful example. He is meeting Kim – success! -, is giving away America’s right to do military manoeuvres in the Yellow and Japanese Seas without getting anything in return – successful negotiations! – , is placing children of immigrants in custody – successful immigration policy! – is letting them free after protests – see how empathic he is; success! – , is lowering taxes, thus giving the economy a boast, and raising the budget deficit and damaging the economy in the long run; success! -, is setting import tariffs – America first! fighting unemployment, improving economy, success!, – and is getting export tariffs in return – trade battle, loosing jobs, damaging the economy, success! -, is brutalizing Merkel, Xi Jinping – see how undaunted I am, success! – , and so on and so forth. The same is true for European leaders: Salvini (no freemasons in the government; cf Mussolini!), Erdogan, Scholz (I close the German border for immigrants), Kurz (I close the Austrian border for immigrants), Orban (no immigrants in Hungary) etc. They all have in common that they have no compassion and no idea about what is on the long term beneficial for their countries. That is not their interest. Their interest is just showing how decisive and energetic they are, no matter what are the consequences of their deeds. And they succeed: many citizens see them as strong, stout and powerful. At last we have leaders who at least do something. They remind me of another book: Watership Down, in which General Woundwort is exactly the kind of leader I am talking about.*)
Des te interessanter is de reactie van onze premier op het coalitieakkoord in Amsterdam. Daar staan o.a. enkele begrijpelijke en concrete doelen in: betaalbaar wonen, goed openbaar vervoer, grondige aanpak van de luchtverontreiniging, aanpak van het massatoerisme. Het akkoord is ook helder over de maatregelen waarmee men dat denkt te bereiken. Onze premier liet echter weten bijzonder ongelukkig te zijn met het akkoord. De stad was ‘verloren gegaan aan ‘links’. Een onthullende terminologie. De premier liet zich kennen als een diehard aanhanger van het neo-liberalinsme, dat ons in zulke ernstige problemen heeft gebracht.
Ik wil het nu even niet hebben over ons erbarmelijk klimaat- en energiebeleid, maar voor nu over de arbeidsomstandigheden van grote groepen Nederlanders en andere ingezetenen. Wij zijn een rijk land met een bloeiende, groeiende economie, maar grote groepen profiteren daar niet van, zoals we allemaal wel weten. De lonen van de laagste inkomensgroepen en de verdiensten van grote groepen flexwerkers worden verhoudingsgewijs steeds lager, en de vermogens van de rijken en welgestelden groeien, terwijl de minvermogenden steeds armer worden en moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. In een artikel van Mirjam de Rijk in De Groene Amsterdammer van 1 maart j.l. wordt bijzonder helder uiteen gezet met welke maatregelen, wetten en particuliere besluiten dit allemaal wordt gerealiseerd. We leven echt in een ouderwets kapitalistische maatschappij. Het is wat minder zichtbaar, omdat het algehele welvaartspeil veel hoger is dan aan het eind van de 19e eeuw en met name de relatieve welstand van de middengroepen en – nog steeds – de uitkeringen de armoede verdoezelen. Maar we gaan steeds meer naar Amerikaanse toestanden, waarbij het met één gezinsinkomen niet meer mogelijk is deel te nemen aan essentiële sociale en culturele activiteiten of met vakantie te gaan.
Het is nu twee weken later. Tijd om eens met enige afstand te kijken naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen.
Wat dat betreft vond ik de afgelopen campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen onthullend. Deze campagne werd gedomineerd door mannen, zowel lokaal als landelijk. Ik heb natuurlijk lang niet alles gezien, maar het geneuzel en gereutel, de scheldpartijen en de verdachtmakingen waren meestentijds niet om aan te zien en te horen. Van wat ik gezien heb vielen me eigenlijk maar vijf politici in gunstige zin op: Lilian Marijnisse, Barbara Kathmann (PvdA, Rotterdam), Kees van der Staaij, Jesse Klaver en Vincent Karremans (VVD Rotterdam). Zij waren volgens mij de enigen die persoonlijke betrokkenheid paarden aan fatsoen en helderheid van argumenten met een hoog waarheidsgehalte. (Ik kan natuurlijk enkelen over het hoofd hebben gezien). Toch nog drie mannen – dus we hoeven niet te wanhopen.